<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>NL-Aid &#187; Boek</title>
	<atom:link href="/category/boek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.nl-aid.org</link>
	<description>NL-Aid Netherlands Aid, Development Cooperation</description>
	<lastBuildDate>Mon, 08 Oct 2018 07:03:44 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=4.1.1</generator>
	<item>
		<title>Imaginair: de westerse motieven voor ontwikkelingshulp zijn onberispelijk</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 15:30:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[aannemelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[accusatoire]]></category>
		<category><![CDATA[antithese]]></category>
		<category><![CDATA[artificieel]]></category>
		<category><![CDATA[aselect]]></category>
		<category><![CDATA[audit]]></category>
		<category><![CDATA[belastinggeld]]></category>
		<category><![CDATA[bewijslast]]></category>
		<category><![CDATA[bewijsminimum]]></category>
		<category><![CDATA[bronamnesie]]></category>
		<category><![CDATA[change blindness]]></category>
		<category><![CDATA[Code van Bordeaux]]></category>
		<category><![CDATA[cognitieve dissonantie]]></category>
		<category><![CDATA[collaborative storytelling]]></category>
		<category><![CDATA[Deloitte]]></category>
		<category><![CDATA[drogredenen]]></category>
		<category><![CDATA[Dubelaar]]></category>
		<category><![CDATA[dwaling]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[falsificeren]]></category>
		<category><![CDATA[Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[getuigenverslag]]></category>
		<category><![CDATA[hypothese]]></category>
		<category><![CDATA[immunisering]]></category>
		<category><![CDATA[immuun]]></category>
		<category><![CDATA[inattentional blindness]]></category>
		<category><![CDATA[inquisitoire]]></category>
		<category><![CDATA[IOB]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[jurisprudentie]]></category>
		<category><![CDATA[Kidsrights]]></category>
		<category><![CDATA[kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Leon Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[likelihood]]></category>
		<category><![CDATA[Lucia de Berk]]></category>
		<category><![CDATA[micamijnen]]></category>
		<category><![CDATA[NGO]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingsdenken]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[onwaar]]></category>
		<category><![CDATA[output]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Novib]]></category>
		<category><![CDATA[perceptioneel]]></category>
		<category><![CDATA[professor Wagenaar]]></category>
		<category><![CDATA[rechtspraktijk]]></category>
		<category><![CDATA[Rode Kruis]]></category>
		<category><![CDATA[rorschachvlek]]></category>
		<category><![CDATA[Statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[steekproef]]></category>
		<category><![CDATA[Terre des Hommes]]></category>
		<category><![CDATA[terugwingoedpraterij]]></category>
		<category><![CDATA[waarheidsvinding]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheden]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspoging]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspogingen]]></category>
		<category><![CDATA[Wiebe Bijker]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16867</guid>
		<description><![CDATA[‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’ Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82 Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft  wp-image-16868" src="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding.png" alt="Waarheidsvinding" width="366" height="244" />‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’</strong><br />
<em>Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82</em></p>
<p>Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen van onzuiverheden. Deze onzuiverheden, ook wel <em>dwalingen</em> genoemd, zijn mede ontleend aan de Nederlandse rechtspraktijk, waarbij drogredenen vaak hebben geleid tot onschuldige detentie, zoals in de zaak van Lucia de Berk. Zij werd door de rechtbank, en door het gerechtshof in hoge beroep, op basis van indirecte statistische bewijslast onschuldig tot levenslang veroordeeld. Deze drogredenen uit de rechtspraktijk worden binnen ontwikkelingssamenwerking (nog) niet erkend. Ik kan u verzekeren dat indien u de waarheidsvinding van het Openbaar Ministerie in de zaak van Lucia de Berk bestudeert, u recht in de kern van het ontwikkelingsdenken kijkt.n de zaak van Lucia de Berk baar Ministerie bestudeert  Welke dwalingen zijn dit?</p>
<p>De eerste dwaling betreft de twee begrippen voor een perceptioneel fenomeen dat optreedt wanneer een visuele verandering wordt geïntroduceerd zonder dat de waarnemer dit opmerkt: <em>change blindness</em> en <em>inattentional blindness</em>. <em>Change blindness</em> is een verandering die plaatsvindt als we even niet gekeken hebben en die we daarna niet waarnemen. <em>Inattentional blindness</em> noem je het proces wanneer we zo geconcentreerd ergens mee bezig zijn dat we veranderingen niet waarnemen. De essentie van beide fenomenen is de onkunde om kleine periferische veranderingen in je omgeving of in processen waar te nemen. Het brein moet een brede rivier aan databestanden consumeren en paraat hebben staan en doet zijn best om te focussen en in te zoomen op wat belangrijk lijkt. De hersenen plaatsen, om overbelasting te voorkomen, sommige events in een spotlight, terwijl andere worden genegeerd. Wat je real time niet waarneemt, maar wel degelijk plaatsvindt, raakt verloren en derhalve kan een ontkenning hardnekkig zijn. Een voorbeeld van blindheid betreft opleiding. Wiebe Bijker heeft 8000 pagina’s nodig om een kwalitatief onderzoek te schrijven en kennelijk heeft hij als professor nimmer een kwantitatief onderzoek begeleid. Je krijgt dan onherstelbare beginnersfouten die zo onmogelijk worden uitvergroot dat een verkeerd nationaal bewustwordingsproces wordt ingezet. Als je in een ontwikkelingsland te maken hebt met zeer complexe werkzaamheden, wellicht doordrenkt van leed van lokale hulpbehoevende mensen, dan moet je van goeden huize komen om niet je grip op wetenschappelijke neutraliteit te verliezen. Wat er dan op kan treden is het onvermogen om cruciale, wellicht opzettelijke, wijzigingen in dit vaste patroon te herkennen, zelfs als het zich voor je ogen afspeelt. Mensen in het zuiden zijn er meester in om dit te bespelen, zoals de truc met de <em>Gang That Does Not Exist</em>.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>In de zaak van Lucia de Berk werd haar drugs- en prostitutieverleden, het bezit van trillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien.</strong></p>
</div>De tweede dwaling betreft <em>confirmation bias, </em>de neiging tot een vertekende bevestiging van een reeds bestaande hypothese over output of statistiek terwijl het zoeken naar bewijsvoering van een alternatieve hypothese onevenredig minder aandacht krijgt. Dit effect is sterker voor emotioneel beladen onderwerpen en diepgewortelde overtuigingen. Ontwikkelingssamenwerking leent zich hier prima voor. Mensen hebben de neiging om onduidelijke bewijzen als ondersteuning van hun bestaande overtuiging te zien. Het is een systematische denkfout van inductief redeneren. Een voorbeeld. Op 19 mei 2016 verklaart Terre des Hommes op Radio1 dat er 20.000 kinderen in micamijnen<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> werken. Westerse bedrijven waaronder HEMA, Ahold, AkzoNobel en Philips worden genoemd als afnemer van mica. In een mail vraag ik Terre des Hommes naar de waarheidsvinding over het aantal van 20.000 kinderen. Ik krijg meerdere argumenten waaronder: ‘Echter is sinds 2005 de geëxporteerde mica vanuit de regio met 75 procent toegenomen. Daarom schat Terre des Hommes het aantal kindarbeiders in de mica-industrie in de Indiase deelstaten Jharkhand en Bihar op 20.000.’ In mijn ogen kan de export van een product nimmer het aantal van 20.000 kinderen bevestigen. De mail van Terre des Hommes is te slordig naar mij gestuurd. In het onderwerp staat: ‘Graag check: antwoord kritische heer op micaonderzoek.’ Dit is hoe er naar je gekeken wordt als je vragen stelt over output. Bij <em>confirmation bias</em> heeft de verwachting vaak maar één (in)valide waarneming nodig om tot een conclusie te komen, terwijl je pas iets wetenschappelijk valide kunt noemen indien je bij gegevensontsluiting voor de triangulatiemethode<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a> kiest. Dit kunnen meerdere onderzoeksmethodes betreffen die een hypothese vanuit ten minste 3 hoeken bevestigen, maar je kunt ook kiezen voor de techniek <em>telling</em> door 3 personen die onafhankelijk van elkaar opereren. Daarbij hoort een kanttekening: om bij het begrijpen van complexe ontwikkelingsproblematieken niet te veel te vertrouwen op interviews en door derden vergaarde observaties en documentatie.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’. Leuke inspectiedienst.</strong></p>
</div>De derde dwaling, <em>immunisering</em>, sluit hierbij aan. Passend bewijsmateriaal wordt makkelijker gevonden dan ontkennend materiaal. Er ontstaat een blokkade tegen negatieve uitkomsten. Wat er ook aan bewijsmateriaal wordt aangevoerd, het wordt altijd zo uitgelegd dat de hypothese over een bepaalde output of statistiek daar niet onder lijdt en er zelfs door wordt bevestigd. Een voorbeeld: <em>als een ngo spreekt over een bepaalde output, dan zal het wel waar zijn en als een criticaster zich uitspreekt over het tegendeel, dan zal hij wel een persoonlijke vete met die ngo hebben</em>. Vervolgens gaat men op zoek naar een bevestiging van de persoonlijke vete die deze criticaster met deze ngo heeft. Kortom, men wordt immuun voor mogelijke weerleggingspogingen. We hebben gezien dat dit de wetenschappelijke waarde van output juist ondermijnt. Ontwikkelingsdenkers zouden de wetenschappelijke wetten strakker dienen te beteugelen. Indien een hypothese is verworpen, kun je de alternatieve hypothese (de gestelde hypothese is <em>onwaar</em>) aanvaarden als <em>waar</em>. Bijvoorbeeld: ‘Indien je aselect 50 onafhankelijke verrassingsbezoeken aflegt, dus zonder de begeleiding van een plaatselijke ngo, en “slechts” 4 kinderen in de mijnen mica hebt zien delven, dan kun je vaststellen dat het aantal van 20.000 werkende kinderen niet waar is.’ Dergelijke uitkomsten leiden nimmer tot een publicatie. Wat ngo’s in het zuiden doen is westerlingen shockeren met getuigen of situaties waarin mensen verkeren en vervolgens worden waarschijnlijkheden over aantallen, output, trackrecord of andere vormen van statistiek domweg aanvaard. Er is dan sprake van een gebrek aan onderscheidings- en combinatievermogen, dat veelal vergoelijkt wordt door een soort van ‘jurisprudentie’: het geheel van eerdere analyses ten aanzien van output of een ngo. Ik denk dat dit ook de werkwijze is van mensenrechtenprijzen en loterijen. Daarnaast is een onderzoeker of journalist erbij gebaat om een zo neutraal mogelijke houding aan te nemen. Als afgezant van een westerse ngo met een spiegelreflexcamera in de hand die overal met zijn visitekaartjes strooit, doe je geen goede zaken. De lokale industrie waar kinderen werken waarschuwt elkaar en bijna de gehele gemeenschap gaat onherroepelijk over tot het spelen van een rol. Ik ben ooit onderdeel geweest van zo’n gemeenschap en ik keek mijn ogen uit. Als een blad aan een boom verandert echt iedereen in een dorp of stadswijk van persoonlijkheid en heeft pasklare getrainde antwoorden voorradig. Eerder heb ik de term <em>artificieel</em> hiervoor gebruikt. Als de rust is wedergekeerd, gaat iedereen die tijdens een ontmoeting met de westerling een rol heeft moeten spelen naar de plaatselijke industrie of ngo om zijn of haar handje op te houden. Dit sjabloon kun je op eenieder leggen. Als een onderzoeker die per abuis een bakker binnenloopt daar informatie opvist, dan kan hij/zij geneigd zijn te denken dat de situatie zo ongestuurd en toevallig is dat de informatie die daar opgelepeld is wel waar moet zijn. De aannemelijkheidshypothese. Maar als de onderzoeker weg is, houdt ook de bakker zijn hand op. Dat een westerling een bakker om informatie vraagt is voor de bakker een situatie die hij later om kan zetten in geld. Handel dus. Hij is dus blij dat de onderzoeker langskomt en zal hem/haar trakteren op een smeuïg verhaal. Want dat wil hij/zij toch horen? De bakker heeft geen interesse in de daadwerkelijke antwoorden op de vragen van de onderzoeker, gewoonweg omdat deze geen geld opbrengen. De undercovertruc van doen dat je mica-importeur bent, werkt beter. Je kunt dan prima binnen een aselecte steekproef kinderarbeid tellen. Ontkennend bewijsmateriaal (falsifiseren) is nu eenmaal lastiger te vinden dan passend bewijsmateriaal (hypothese formuleren) uc dat je importeer bent van mica werkt beter.gemeenschap gaat onherroepzaken. l van 20.000 werkende kinderen niet waar is.. Deze illustratie neemt overigens niet weg dat er wel degelijk, naar westerse maatstaven, deugdelijke bakkers in ontwikkelingslanden zijn. Gelukkig maar.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Negeren is geen vorm van weerleggingspoging.</strong></p>
</div>De vierde dwaling is de overtuiging dat iets waar is voordat je aan waarheidsvinding hebt gedaan. De praalwagen van het eigen gelijk tiert welig bij westerse actanten. Op basis van deze geloofsharding worden antitheses bestempeld als leugenachtig. Leon Festinger beschrijft in 1957 zijn theorie <em>cognitieve dissonantie</em>: onze hersens zijn voortdurend op zoek naar bevestiging van dat wat we geloven dat waar is.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a> Om de gemoedrust te herstellen wordt tegenstrijdige informatie met een beredeneerd geweten naast ons neergelegd. Cognitieve dissonantie is niet alleen een drijvende kracht achter denkbeelden, maar leidt er ook toe dat mensen zich afsluiten voor weerleggingspogingen. Festinger deed onderzoek bij leden van een Amerikaanse sekte die ervan overtuigd waren dat ze zouden worden gered door een ufo van de verwoesting van de aarde door de mens. Toen de ufo niet op kwam dagen, moest de sekte dit gemis compenseren en dat deed men met het verhaal dat de ufo niet hoefde te komen om ze te redden omdat de sekte de verwoesting van de aarde door de mens had voorkomen. Rechtspsycholoog professor Wagenaar gebruikt hier het begrip <em>collaborative storytelling</em> voor.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> In de zaak van Lucia de Berk werden haar drugs- en prostitutieverleden en het bezit van thrillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien. Er treedt ook verwarring op met betrekking tot het onderscheiden van een eigen ervaring en andermans verklaringen. Dit wordt <em>bronamnesie</em> genoemd. In de jaren 90 hield ik mij voornamelijk bezig met kinderarbeid, maar de verzonnen output van ngo’s interesseerde zelfs Oxfam Novib niet. ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’, krijg ik te horen. Dit was 1998. In 2009 bespreek ik het probleem van 1998 op het kantoor van Oxfam Novib met het IOB als observant. Wanneer ik met deze IOB-dame naar buiten loop, vraag ik wat ze eraan gaat doen, maar ze is vrij duidelijk (en consistent kan ik wel zeggen): ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt.’ Leuke inspectiedienst. In 1998 ben ik er getuige van dat aantallen bevrijde kinderen worden verzonnen. Tevens worden kinderarbeid en bevrijdingen voor de ogen van westerse camera’s in scène gezet. Westerse geldgevende organisaties zijn hardnekkiger in het volgen van de verzonnen output dan in het luisteren naar een getuige die een comfortabel beeld onderuithaalt. In 1998 worden mijn kritieken door Oxfam Novib onderzocht door een Indiase professor wiens naam ik zuiver wil houden. Het duurde tien jaar voordat ik een glimp van zijn verslag mocht inzien. De assistenten van deze professor in dit onderzoek blijken werknemers te zijn van de organisatie waar ik kritiek op heb. De genoemde getallen met betrekking tot bevrijde kinderen (die in mijn ogen verzonnen zijn) worden totaal niet bewezen. Er is nog niet eens een poging. Intussen heb ik contact met deze professor gehad, die door Oxfam Novib door zijn ouderdom als overleden werd beschouwd. De professor schrijft mij op 23 april 2009: ‘I was not required to make visits all over India to make spot checks. Nobody started with the assumption that child labourers were not being rescued and it was all a fake show, as it appeared to you.’ Kortom, hij mocht alles onderzoeken, behalve waar mijn kritiek juist op gebaseerd was. Oxfam Novib stelde in 1998 in alle dagbladen het tegenovergestelde, door stellig te beweren dat ze precies willen weten hoeveel kinderen er bevrijd zijn. De directie van 2009 dicteert mij dat ngo’s helemaal niet zelf mogen bevrijden, maar alleen tips kunnen geven aan de daarvoor bevoegde instanties en het is aan die instanties om besluiten te nemen tot maatregelen. Volgt u het nog? In 1954 is de <em>Code van Bordeaux</em> opgesteld, waar iedere journalist zich aan dient te houden. Het eerste artikel luidt: ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.’ Omdat journalistiek een vrij beroep is (westerse ngo’s zien zichzelf maar al te graag als hun eigen persbureau), is in 1995 tevens de <em>Code voor de Journalistiek</em> opgesteld. In de alinea <em>Waarheidsvinding</em> staat: ‘De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.’ Een feit controleerbaar maken zie ik een journalist (en al helemaal een westerse ngo) zelden doen, omdat journalisten niet getraind zijn om een hypothese op waarheidsvinding te testen. Een journalist neemt statistiek van een westerse ngo of een ngo in het zuiden te snel over als waarheid zodat hij z’n verhaal maar hebben. Getuigen zijn van tevoren suggestief bewerkt door westerse ngo’s. Wanneer een journalist in een vluchtelingenkamp in Afrika wordt ontvangen door bijvoorbeeld het Rode Kruis, dan wordt de betreffende journalist gekoppeld aan vluchtelingen die al hun verhaal hebben gedaan aan het Rode Kruis. Deze getuigen zijn voorgebakken en hebben een verhaal dat suggestief, gekleurd en geredigeerd is. De vluchteling weet, zeker na meerdere interviews, (on)bewust precies wat de westerling wil horen. Een journalist ziet dit getuigenverslag als waarheidsvinding. De verkapte persbureaus van voornamelijk grote westerse ngo’s, die niet getraind zijn op waarheidsvinding, ondervragingstechnieken en het archiveren daarvan, vormen een groot struikelblok voor de juistheid van beeldvorming. Zij gebruiken journalisten als een verlengstuk. Dit wordt verder vertroebeld door het niet openstaan voor reflectie en spiegelen. Er is een desinteresse in vragen die ingaan op een eenmaal bevestigde hypothese ten aanzien van output. Bij al mijn vragen over output straalt bij overheden en ngo’s het ‘geen zin’-humeur of ‘moet dat nou’-humeur af. Medewerkers van westerse actanten kunnen heilig in hun eigen ontkenning geloven. De stelling komt overeen met een passage van Wouter Hart: ‘het is niet meer jouw inzicht dat bepaalt wat er gebeurt – jij bent slechts een uitvoerder van de intelligente oplossing die in regels vastgelegd is’.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[5]</a> Hart schrijft dat mensen de bedoeling van hun keuzes verliezen door het systeemdenken te prevaleren. In onze hersenen, zo stelt hij, zijn allerlei verbindingen tussen de verschillende hersendelen. Indien de informatie van het systeemdenken een positief effect heeft, gebruiken mensen deze verbinding de volgende keer weer. Dit is tevens een bekende redenering bij de ontwikkeling van het zogenaamde puberbrein. De verbindingen die niet gebruikt worden of niet meer nodig zijn worden dunner. Als kenmerkend voorbeeld gebruikt auteur Hart een wedstrijd schaatsen op de 1000 meter. De scheidsrechter verklaart met de finishfoto in zijn hand dat de schaatser die het laatst over de streep komt heeft gewonnen. Hij verzint allerlei argumenten om de werkelijkheid op de foto te ontkennen. Hart: ‘Welke logica heeft daar aan de vergadertafel de werkelijkheid van de foto kunnen overrulen?’ Indien je net als de finishfoto hard bewijs op tafel legt dat iets fake is, dan nog geloven medewerkers bij voorkeur de tegenovergestelde weg. In 2009 schrijf ik een artikel met de titel ‘PR-shoppen met KidsRights’. Ik heb de directie van KidsRights in een lang gesprek panklare bewijsvoering gegeven die het tegendeel aantoonde van output die ze ondersteunden. De directie was urenlang open, vriendelijk en nieuwsgierig. Klaarblijkelijk was de mediamachine belangrijker dan mijn vervelende ‘finishfoto’, want in de weken erna heb ik per mail meerdere keren gevraagd wat ze nu gingen doen, maar ik heb nimmer een antwoord ontvangen. Zelfs geen schrijven in de richting van: we hebben alles intern onderzocht en uw kritiekpunten de aandacht gegeven zodat het in de toekomst niet meer voor zal komen. Nee, gewoon geen antwoord. De mediamachine ten aanzien van de betreffende output is nog jaren doorgegaan. Tot op de dag van vandaag wacht ik op één tegenbewijs om mijn verhaal te falsificeren, zoals dit binnen de wetenschap hoort. Negeren is geen vorm van een weerleggingspoging.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een van de meest gemaakte fout die gemaakt wordt is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypothese naast elkaar leggen maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen.</strong></p>
</div>Een vijfde dwaling is dat redeneringen van waarschijnlijkheid veelal inductieve redeneringen zijn. Zoals ik eerder uiteen heb gezet, betekent <em>inductief</em> dat je met waarnemingen uit het verleden generaliseert naar de toekomst. Een van de meest gemaakte fouten is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypotheses naast elkaar leggen, maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen. Dit is vreemd, want wellicht hebben de minst waarschijnlijke aannames een waarschijnlijkheidskans van 1 op 1000 en de meest waarschijnlijke aannames nog steeds een waarschijnlijkheidskans van 1 op 10. Het gegeven dat de aanname van een bepaalde hypothese waarschijnlijk is zegt helemaal niets over de waarschijnlijkheid van die hypothese zelf. Voeg daaraan toe dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking voornamelijk een menukaart aan hypothesen onderzoeken die op voorhand de waarschijnlijkheid van bepaalde output bevestigen. Dus de antithese die de waarschijnlijkheid van bepaalde output onderuit halen zal dan niet snel worden aangenomen.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: ‘indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn’. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve </strong><em><strong>aannemelijkheid</strong></em><strong> (binnen de statistiek ook wel </strong><em><strong>likelihood</strong></em><strong> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</strong></p>
</div>Een zesde hardnekkige dwaling binnen het ontwikkelingsdenken is dat er niet uitgegaan wordt om vast te stellen wat er nu ‘echt’ gebeurd is. Westerse actanten schrijven niet over iets dat niet waar is. Ze werken voornamelijk samen met ngo´s in het zuiden, waarmee ze een zekerheid inkopen. Vervolgens worden ze, wetenschappelijk gezien, slordig. Het gevolg van een onzuiver beeld is dat de burgers een wetenschappelijke waarschijnlijkheid ten onrechte voor een deugdelijke waarheid gaat aanzien. Dit is het nadeel van bewijs dat gestoeld is op louter emotionele perceptie en papieren tijgers die door ambtenaren en ngo’s worden gewaarmerkt. Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve <em>aannemelijkheid</em> (binnen de statistiek ook wel <em>likelihood</em> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een betrouwbare getuige dient volledige onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. Er is een groot verschil tussen de geloofwaardigheid van de getuige als persoon aan één kant en een afgelegde verklaring van die getuige aan de andere kant. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet.</strong></p>
</div>Een zevende dwaling is dat de waarheidsvinding vertroebeld wordt door het ideaal. De goede bedoeling en de slachtoffers staan zo centraal dat de algehele waarheid niet zo nauw komt. Deze vorm van ruis is flink besprenkeld door de goedgelovigheid van westerse onderzoekers. Wat je krijgt is dat zij te makkelijk bevestigen wat men wil bevestigen. En indien het pad van een bepaalde hypothese niet toereikend is, dan verzint men een andere hypothese die het gewenste wel bevestigt. Dit betreft <em>accusatoire</em> waarheidsvinding. Actanten bepalen de bewijsvoering. Dit bergt het gevaar in zich dat er een selectief en gekleurd beeld voorgeschoteld wordt. Wat not done is binnen het ontwikkelingsdenken is <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, waarbij een overheid gaat onderzoeken wat wel of niet waar is. Helaas spelen overheden als actant mee als een van de jaknikkers, niet als waarheidsvinders. Terug naar Terre des Hommes en hun bewering dat 20.000 kinderen in India werken in micamijnen. In juni 2016 heb ik over dit aantal met hen regelmatig e-mailverkeer. Ze schrijven mij dat een lokale ngo momenteel aan het tellen is. Dus ik schrijf dat ze overal in de media al pretenderen dat er ten minste 20.000 kinderen zijn, dat deze in mijn ogen al geteld of wetenschappelijk geschat moeten zijn en dat ik geen vragen heb over een toekomstige vastlegging maar over die uit het verleden. Ze verwijzen mij naar een rapport ´Beauty and a beast, Child labour in mica mining in India for sparkling cars and cosmetics´ van maart 2016. Daarin staat alleen dat diezelfde lokale organisatie geteld en geschat heeft. Ik vraag Terre des Hommes nogmaals hoe er geschat is en ik wijs hen op de wetenschappelijke wetten van betrouwbaarheid bij schattingen. Vervolgens schrijft de contactpersoon mij de onwaarschijnlijke zin: ‘Momenteel heb ik niet direct paraat hoe destijds schattingen zijn gedaan’, en vervolgens word ik doorverwezen naar andere actanten. Dit geloof je toch niet? Op zo’n moment ga ik zelf maar redeneren. Deze keer draai ik de zaak om. Indien er 20.000 kinderen in de micamijnen werken, hoe waarschijnlijk is het dan dat westerse onderzoekers toegang hebben tot een representatieve steekproef? Volgens mij zeer waarschijnlijk, want het betreft een fors aantal. Indien Terre des Hommes dit aantal niet kan aantonen, dan is de waarschijnlijkheid van deze hypothese van 20.000 werkende kinderen dus niet aannemelijk. Dit betreft een typisch voorbeeld van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding, bij een gebrek aan <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding. Naar aanleiding van het genoemde rapport zijn Nederlandse multinationals door Terre des Hommes aan de schandpaal genageld. Het is sowieso opvallend dat de kern van ontwikkelingsdenken, te weten het feitelijke getuigenonderzoek, nooit beschreven staat in onderzoeksrapporten.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Hoeveel getuigen heb je in de huidige situatie nodig om de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een ongelijk</strong></em><strong> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een gelijk</strong></em><strong>? Dit heet met een term het </strong><em><strong>bewijsminimum</strong></em><strong>.</strong></p>
</div>Ten slotte noem ik de meest onderschatte vorm van dwaling en dat is dat getuigenverslagen binnen ontwikkelingssamenwerking juridisch gezien problematisch zijn. Een betrouwbare getuige dient volledig onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. In de juridische wereld kan een getuige geloofwaardig zijn maar zijn of haar getuigenverklaring niet omdat ze rekening houden met onkunde of ruis. Bij een betrouwbare getuige dient de verklaring losgekoppeld te worden van enige vorm van voordeel dat de getuige haalt uit een positieve verklaring. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet. Bij de meeste misdrijven heb je te maken met toevallige getuigen. Dit is meteen al aselect. Binnen ontwikkelingssamenwerking is een westers getuigenverslag een geplande situatie, of dat nou een audit-, journalistiek of relatiebezoek is. Dit verschil dient al gecompenseerd te worden. Westerlingen hebben baat bij een goed verhaal of een samenwerking. Ze zijn vatbaar voor een bepaalde richting. Voor een onafhankelijk getuigenverslag dient een westerling vooraf en tijdens een bezoek aan het zuiden op geen enkele manier te communiceren met plaatselijke ngo’s die afhankelijke relaties hebben met een gewenste output. Dit is funest voor een neutrale observatie. Het bezoeken van projectoutput die geleid wordt door een plaatselijke ngo heeft eigenlijk geen waarde. Als een plaatselijke ngo je meeneemt naar projectoutput x of slachtoffer y, ben je toch meer een onderdeel van een theatervoorstelling. Voor een totale onafhankelijkheid is het zelfs beter dat de plaatselijke ngo, waarmee je eventueel een relatie hebt, niet eens weet dat je aselect verrassingsbezoeken aflegt. Het is handig om je eigen vertaler mee te nemen. Soms staan deze ter plaatse al klaar en dan weet je al voldoende. Daarnaast dient een getuige integer en belangeloos te zijn. De belangen van westerse en lokale ngo’s zijn vooraf al eenduidig. De een wil geld uitgeven en de ander wil geld ontvangen. Voor deze relatie hebben ze een verhaal nodig dat goed verkoopt. Zogenaamde onafhankelijke onderzoekinstanties zoals Deloitte zijn commerciële organisaties en hebben niet, zoals een universiteit, een commerciële neutraliteit. Deloitte leeft van uurtje-factuurtje en wil graag ook een volgende keer de opdracht binnenhengelen. Ze voeren een opdracht met name goed uit in de ogen van hun westerse opdrachtgever, niet in de ogen van de zogenaamde neutrale toeschouwers. Dit blijft een vorm van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding en hier wordt <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, wat een commerciële organisatie ook nimmer kan bieden, dan ook node gemist. Ten slotte stijgt de betrouwbaarheid met het aantal getuigen, met name indien deze geen relatie met elkaar hebben. Helaas lijkt dit binnen ontwikkelingssamenwerking een onoverbrugbaar probleem. Dit kan alleen indien westerse overheden inquisitoir zijn en meerdere landen toevallig dezelfde aselecte steekproef uitvoeren. Dan zou dit elkaar verstevigen. Irreëel. Een vraag. Hoeveel getuigen heb je nodig om de waarschijnlijkheid van <em>een ongelijk</em> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van <em>een gelijk</em>? Dit heet met een term het <em>bewijsminimum</em>. Volgens mij is het antwoord schrikbarend hoog. Dit leg ik uit. Mr. M.J. Dubelaar zet vraagtekens bij het significante nut van misdrijfgetuigen: ‘Amerikaans onderzoek naar afgesloten strafzaken met behulp van moderne DNA-technieken (het <em>Innocence project</em>)<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[6]</a> laat zien dat in 75% van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen foutief ooggetuigenbewijs een rol heeft gespeeld.’<a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[7]</a> Deze uitspraak gaat over getuigen die toevallige passanten zijn, volledig onafhankelijk en volkomen belangeloos. Wat zegt deze uitspraak over getuigen binnen ontwikkelingssamenwerking die niet volledig onafhankelijk en belangeloos zijn? En hoeveel van dergelijke getuigen heb je dan dus nodig om de waarschijnlijkheid van bepaalde output te legitimeren? Kortom: wat is het bewijsminimum?</p>
<p>Er zijn nog vele vormen van dwalingen, maar het is niet mijn bedoeling om een bijsluiter van alle mogelijkheden uiteen te zetten. De juridische dwalingen die binnen het ontwikkelingsdenken voor mij herkenbaar waren heb ik een platform willen geven.</p>
<p>Op de website van <em>rechtspraak in opspraak</em><a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[8]</a> valt het volgende te lezen: ‘Bij een onderzoek naar 32 <em>aselect</em> gekozen verkrachtingszaken bleek dat 4 van de 32 verdachten onterecht waren veroordeeld. Dat is meer dan 10%.’ In het hoofdstuk <em>Imaginair: onderzoekers gaan discreet met ons belastinggeld om</em> beargumenteer ik dat Nederland tussen de jaren 2000 en 2050 € 450,4 miljard aan ontwikkelingssamenwerking uit zal geven. Als 10% van ontwikkelingssamenwerking naar verhulde projecten zou gaan, dan betekent dit dat Nederland € 45 miljard heeft verkwanseld. Echter, in de rechtspraak staat waarheidsvinding voortdurend centraal. Het is aannemelijker dat dit percentage van 10 hoger moet zijn, omdat ontwikkelingsdenkers niet aan waarheidsvinding of geheugentheorie doen. Omdat ik gedurende het schrijven van dit boek nergens bewijslast heb mogen ontvangen, schrik ik nu al van de waarschijnlijke <em>potentie</em> van dit percentage. Dat is wat dit boek in ieder geval hard heeft gemaakt: deze potentie.</p>
<p>Hoe je het ook wendt of keert, het imago van een rorschachvlek is niet de status die deze nobele sector verdient. Helaas ben ik binnen de sector ontwikkelingssamenwerking nooit een persoon tegengekomen met een neutrale wetenschappelijke blik. De sector is mega-indoctrinerend en maar weinigen zijn hiertegen bestand, zelf niet als je de titel <em>professor</em> voor je naam hebt staan.</p>
<p><strong><span style="color: #000000;"><em>Resumerend</em></span></strong></p>
<ul>
<li><strong><span style="color: #000000;">bij waarheidsvinding zegt een aannemelijkheid niks over de waarschijnlijkheid van output</span></strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> Mica is een doorzichtig mineraal dat bestand is tegen een hoge temperatuur tot 1250 °C.</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Bevestiging door ten minste 3 onafhankelijke harde waarnemingen.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Leon Festinger, <em>A Theory of Cognitive Dissonance</em>, 1957.</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> Professor dr. W.A. Wagenaar, <em>Vincent plast op de grond: Nachtmerries in het Nederlands recht</em>, 2006.</p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[5]</a> Wouter Hart, <em>Verdraaide organisaties: terug naar de bedoeling,</em> p. 59</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[6]</a> http://www.innocenceproject.org.</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[7]</a> M.J. Dubelaar, <em>Betrouwbaar getuigenbewijs: totstandkoming en waardering van strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief</em>, Universiteit Leiden, p. 2.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[8]</a> http://rechtspraakinopspraak.nl/430/Cijfers.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: de status van ontw.samenw. is eenduidig</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 14:54:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[absolute]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[armoede]]></category>
		<category><![CDATA[causaal verband]]></category>
		<category><![CDATA[causaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[China]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[Farah Karimi]]></category>
		<category><![CDATA[feitelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[GDP]]></category>
		<category><![CDATA[India]]></category>
		<category><![CDATA[Karimi]]></category>
		<category><![CDATA[Karimiredenatie]]></category>
		<category><![CDATA[Latijns-Amerika]]></category>
		<category><![CDATA[Niet Doorschuiven maar Aanpakken]]></category>
		<category><![CDATA[objectief]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingslanden]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[orderpicking]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Novib]]></category>
		<category><![CDATA[percentage]]></category>
		<category><![CDATA[schuldaflossingen]]></category>
		<category><![CDATA[Sub-Sahara Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[The Guardian]]></category>
		<category><![CDATA[The Wall Street Journal]]></category>
		<category><![CDATA[verdwenen]]></category>
		<category><![CDATA[VVD]]></category>
		<category><![CDATA[waarheid]]></category>
		<category><![CDATA[World Bank]]></category>
		<category><![CDATA[WRR]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Azië]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16862</guid>
		<description><![CDATA[‘Truth never damages a cause that is just’ Mohandas Karamchand Gandhi, Nonviolence in Peace and War Op 24 augustus 2012 ageert Farah Karimi op de website van Oxfam Novib tegen het ontwerpprogramma van de VVD om voor €3 miljard te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Haar reactie heeft ze naar de VVD-fractie gestuurd, het bestuur en alle [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="/wp-content/uploads/2016/08/Karimi.png" ><img class="alignleft size-full wp-image-16863" src="/wp-content/uploads/2016/08/Karimi.png" alt="Karimi" width="320" height="212" /></a>‘Truth never damages a cause that is just’<br />
</strong><em>Mohandas Karamchand Gandhi, Nonviolence in Peace and War</em></p>
<p>Op 24 augustus 2012 ageert Farah Karimi op de website van Oxfam Novib tegen het ontwerpprogramma van de VVD om voor €3 miljard te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Haar reactie heeft ze naar de VVD-fractie gestuurd, het bestuur en alle afdelingen van de VVD in het land. Karimi: ‘De kritiek van de VVD op ontwikkelingssamenwerking is onzin. De aantijgingen stroken niet met de realiteit. Zo zou ontwikkelingssamenwerking geen bijdrage leveren aan de economische, sociale of humanitaire situatie in ontwikkelingslanden. Dit is aantoonbaar onjuist.’<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> Haar motieven zet ze uiteen in het document ‘Niet Doorschuiven maar Aanpakken: VVD-argumentatie over ontwikkelingssamenwerking weerlegd’.</p>
<p>Ik citeer: ‘De veronderstelling dat een groot deel van ontwikkelingshulp terechtkomt bij corrupte regeringen, is onjuist. (…) Ook het argument van hulpverslaving wordt onterecht aangewend: Afrikaanse landen hebben bijvoorbeeld de afgelopen jaren hun belastinginkomsten verdubbeld. (…) Wie zegt dat ontwikkelingshulp geen resultaten heeft bereikt, is slecht geïnformeerd. Bijvoorbeeld, in vergelijking met 1990 is het percentage van mensen dat in ontwikkelingslanden in extreme armoede leeft gehalveerd van 52% naar 22%, ondanks het feit dat de wereldbevolking in die periode snel is gegroeid van 5,264 miljard naar 7 miljard in 2011.’ Ze staaft dit met internationale erkende bronnen, waaronder de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Uit het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie, ontwikkelingshulp die verschil maakt’ citeert Karimi een zin van pagina 28: ‘De belastingopbrengsten in Afrika zijn de laatste zes jaar in absolute getallen verdubbeld, en in 2008 waren de belastingopbrengsten in Afrika voor het eerst in de geschiedenis hoger dan de omvang van de officiële hulp, een teken dat dit deel van de wereld voorzichtig bezig is om voor zichzelf te kunnen zorgen.’</p>
<p>Indien Karimi gelijk heeft, hoe is dan de verdeling van welvaart? Volgens The Guardian is in 2015 het aantal dollarmiljonairs in Afrika sinds 2000 verdubbeld naar 160.000, goed voor US$ 660 miljard. Het aantal mensen dat in Afrika moet leven van US$ 1,25 of minder per dag is toegenomen van 411,3 miljoen in 2010 naar 415,8 miljoen in 2011. In 2024 wordt een toename van het aantal miljonairs in Afrika verwacht van 45%, zo’n 234.000 mensen.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a> Dit bewijst het tegenovergestelde van wat Karimi beweert, want er gaat meer geld naar de rijken en minder naar de armen. De hulpafhankelijkheid is alleen maar groter geworden. Nog een understatement, deze keer ten aanzien van het aantal mensen dat moet leven van maximaal US$ 1,25 per dag. Karimi kijkt naar de jaartallen van de World Bank die haar het meest begunstigen, namelijk 1981 en 2008. The Guardian (toch een stuk onpartijdiger) vergelijkt de jaren 2010 met 2011 en komt uit op een andere waarheid. Dit bewijst dat je naar je eigen voordeel kunnen ‘shoppen’ in de wirwar van data, rapporten en onderzoeken. Dat doe ik en dat doet Karimi ook. Klaarblijkelijk is er geen neutrale waarheid en dat toont aan dat ontwikkelingssamenwerking niet eenduidig</p>
<p>Nog een bevestiging. 21 maart 2009, The Wall Street Journal. De krant beschrijft met ‘Why Foreign Aid Is Hurting Africa’ de littekens van Afrika. De laatste 60 jaar heeft Afrika US$ 1 biljoen aan hulp ontvangen, terwijl de Per Capita Income lager is dan voor 1970 en meer dan 50%, circa 350 miljoen mensen, leeft van minder dan een US-dollar per dag. Laatstgenoemde statistiek is in twee decennnia verdubbeld. De hulp blijkt tevens niet gratis, want het continent betaalt jaarlijks US$ 20 miljard aan schuldaflossingen. Afrika blijft het meest instabiele continent ter wereld, geteisterd door burgeroorlog en oorlog. Sinds 1996 zijn 11 landen verwikkeld in burgeroorlogen. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute had Afrika in de jaren 90 meer oorlogen dan de rest van de wereld bij elkaar. Overigens schrijft de krant dit voornamelijk toe aan ontwikkelingshulp.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a></p>
<p>Als derde valt op dat het westen vergeleken met Afrika rijker wordt, zodat het verschil groter wordt. Ik vergelijk het GDP per capita tussen 1970 en 2010. De 30 westerse Europese landen scoorden in 1970 GK$ 10.108<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> en in 2010 GK 20.889. Afrika scoorde in 1970 GK$ 1335 en in 2010 GK$ 2034. Het verschil in 1970 betreft GK$ 8773 en in 2010 GK$ 18.855. Een toename van de welvaartsverdeling van 215%.<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[5]</a> Dit is heel andere</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Volgens de Karimiredenatie mag ik deze uitkomst verbinden aan ontwikkelingshulp. Zij zou dan concluderen dat het overgrote gedeelte van de circa €100 miljard die wereldwijd jaarlijks tussen 1981 en 2010 voor ontwikkelingssamenwerking voor deze gebieden wordt begroot (totaal circa €2 biljoen), voor een </strong><em><strong>afname</strong></em><strong> in de armoede heeft gezorgd van 6 miljoen mensen.</strong></p>
</div>In het vorige hoofdstuk beschrijf ik een aantal dwalingen. Ook binnen de statistiek zijn er dwalingen. Ik heb al beschreven dat politici en onderzoekers een getal of cijfer te snel als een bewijs aanvaarden, terwijl het dikwijls een bewering betreft, omdat de oorsprong van het getal veelal niet bestaat of verdwenen is. Maar de meest cruciale dwaling is dat men een statistische correlatie als een causaal verband ziet. Toevalligheden hebben niet direct een relatie met elkaar. De afname van armoede terwijl de wereldbevolking is gestegen (aldus Karimi) zegt helemaal niks over een correlatie met ontwikkelingshulp. Dit betreft een redenatiefout. Op internet zijn veel drogcausaliteiten te vinden bij significante correlaties. Hilarisch. Ik noem er drie. Er is een correlatie tussen de echtscheidingen in de Amerikaanse staat Maine en de consumptie van margarine per hoofd van de bevolking (i), de leeftijd van Miss America en moorden door middel van hete objecten (ii) en de verdrinkingen van mensen die uit een vissersboot vallen en het huwelijkscijfer in Kentucky (iii). Om meer balans in het geheel te krijgen illustreer ik een dwaling die lastiger te ontrafelen is. De hypothese betreft: indien de kinderen in het voortgezet onderwijs ontbijten, dan leidt dit tot betere cognitieve prestaties. Logisch toch? De stofwisseling komt op gang en dat zorgt voor een gezond lichaam en een gezonde geest. Je bent beter in staat om te leren. Is dat zo? Het kan best zijn dat de <em>ouders van kinderen die ontbijten</em> meer geld hebben en beter opgeleid zijn, waardoor in de thuissituatie meer nadruk op school gelegd wordt vergeleken bij <em>ouders van kinderen die niet ontbijten</em>. Indien de kinderen die niet ontbijten vaker te laat op school komen, dan kan dit een causale conclusie tussen <em>niet ontbijten</em> en <em>slecht presteren</em> verstevigen. Echter, kinderen die ontbijten zijn eerder wakker en komen daardoor minder vaak te laat. Dit leidt weer tot betere resultaten en gemotiveerdere leerlingen. Binnen de sociale wetenschap is er vaak niet één factor die leidt tot een causaliteit, maar een bundel van factoren die vaak niet makkelijk bloot te leggen en aan te wijzen zijn. Je moet ze stuk voor stuk volledig objectief bewijzen. Intuïtie kan mensen daarbij op een dwaalspoor zetten. In het geval van Karimi kan ik derhalve concluderen dat ze maar wat doet. In het document ‘Niet Doorschuiven maar Aanpakken: VVD-argumentatie over ontwikkelingssamenwerking weerlegd’ zegt Karimi: ‘Wie zegt dat ontwikkelingshulp geen resultaten heeft bereikt, is slecht geïnformeerd.’ Hiermee probeert ze te voorkomen dat er afwijkende waarheden zijn. Ze verandert een <em>aangenomen causaliteit</em> in een <em>feitelijkheid</em>. Als u en ik dit niet aanvaarden, dan zijn wij dom.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Het ‘shoppen’ in het mondiale statistiekaanbod blijkt niets meer dan subjectieve </strong><em><strong>orderpicking</strong></em><strong>. ‘De waarheid’ is principieel onzeker.</strong></p>
</div>Daarnaast geven relatieve cijfers, in plaats van absolute cijfers, een vertekenend beeld. Een voorbeeld. Indien het aantal opgeloste misdrijven met 100% is gestegen dan lijkt dat veel, maar het kan betekenen dat dit jaar 10 misdrijven zijn opgelost tegen 5 misdrijven vorig jaar. Dit is nog steeds ontzettend weinig. Karimi werkt helaas met relatieve getallen zodat de getallen beter uitkomen om haar gewenste effect te benadrukken. Mijn vraag is: kan het zijn dat, juist door de toename van de wereldbevolking, het armoedepercentage is gezakt terwijl de armoede in absolute zin is gestegen? Interessant. De wereldwijde daling van armoede, waar Karimi over schrijft, blijkt met name te danken aan de cijfers in China, waar een afname te constateren is van 835 naar 156 miljoen tussen 1981 en 2010. Volgens de World Bank is de armoede in <em>Sub-Sahara Afrika</em> tussen 1981 en 2010 verdubbeld, te weten van 205 naar 414 miljoen (verschil 209 miljoen). Een triest contrast. Er is tussen deze jaren wel een afname te zien in <em>Latijns-Amerika</em> (van 43 naar 32 miljoen, verschil 11 miljoen), <em>Oost-Azië &amp; Pacific zonder China</em> (van 261 naar 90 miljoen, verschil 171 miljoen) en in <em>Zuid-Azië zonder India</em> (van 140 naar 107 miljoen, verschil 33 miljoen). Bij elkaar opgeteld is deze afname 11 plus 171 plus 33 miljoen is 215 miljoen. Dit lijkt goed. Welk getal blijft over indien ik alles met elkaar verreken? In de ontwikkelingscontinenten Sub-Sahara Afrika, Latijns-Amerika, Oost-Azië &amp; Pacific zonder China en Zuid-Azië zonder India is een <em>afname</em> te constateren van 6 miljoen mensen (2015 &#8211; 209 = 6). <a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[6]</a> Volgens de Karimi-redenatie mag ik deze uitkomst verbinden aan ontwikkelingshulp. Zij zou dan concluderen dat het overgrote gedeelte van de circa €100 miljard die wereldwijd jaarlijks tussen 1981 en 2010 voor ontwikkelingssamenwerking voor deze gebieden werd begroot (totaal circa € 2 biljoen), voor een <em>afname</em> van de armoede heeft gezorgd van 6 miljoen mensen. India staat voor een afname van nog eens 29 miljoen extra, China voor 679 miljoen. Met deze twee landen erbij kom je uit op een totale afname van 714 miljoen. Echter, de lage-inkomenslanden (beter bekend als LIC’s, Low Income Countries) herbergen de grootste groep <em>extreme armoede</em>, te weten 29% van de wereld in 2010 tegen 13% in 1981.<a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[7]</a> Volgens de Karimi-redenatie mag ik deze toename wederom verbinden aan ontwikkelingshulp. U ziet, je kuname van ij kom je uit op worden dan mag u k niemand getroffen die alleen maart met getallen zowel iets positief als negatief</p>
<p>Ik ben toch benieuwd hoe Karimi met dergelijke tegengestelde berichten een waterpas maakt. En wat zegt mijn Karimi-steekproef over beweringen van (inter)nationale politici en andere stafmedewerkers van westerse ngo’s en multilaterale organisaties? Wat zegt dit over de daadwerkelijke status van ontwikkelingssamenwerking? Het ‘shoppen’ in het mondiale statistiekaanbod blijkt niets meer dan subjectieve <em>orderpicking</em>. ‘De waarheid’ is principieel onzeker.</p>
<p><strong><em>Resumerend</em></strong></p>
<ul>
<li><strong>Er zijn geen eenduidige statistieken over de status van ontwikkelingssamenwerking, waardoor elke denkbare waarheid aan te tonen is met statistieken van erkende internationale instellingen en organen.</strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> Oxfam Novib, <em>http://www.oxfamnovib.nl/vvd-kritiek-op-hulp-is-onzin.html</em></p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Ami Sedghi and Mark Anderson, <em>Africa</em><em> wealth report 2015: rich get richer even as poverty and inequality deepen, </em>The Guardian, 31 juli 2015.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Dambisa Moyo, <em>Why Foreign Aid Is Hurting Africa</em>, The Wall Street Journal, 21 maart 2009</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> GK$ betreft de Geary Khamis Dollar. Het is een benchmark van de koopkracht van de Amerikaanse dollar op een bepaald punt in de tijd. 1990 en 2000 worden vaak als ijkpunt genomen.</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[5]</a> GDP per capita (1990 Int. GK$). Bron: Maddison Project</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[6]</a> The World Bank, <em>State Of The Poor</em>, p. 2, http://www.worldbank.org/content/dam/Worldbank/document/State_of_the_poor_paper_April17.pdf.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[7]</a> Pedro Olinto, Kathleen Beegle, Carlos Sobrado, and Hiroki Uematsu, <em>The State of the Poor: Where Are The Poor, Where Is Extreme Poverty Harder to End, and What Is the Current Profile of the World’s Poor?</em>, The World Bank Economic Premise, October 2013</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: de archiefwet voor goede doelen is waterdicht</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-archiefwet-voor-goede-doelen-is-waterdicht/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-archiefwet-voor-goede-doelen-is-waterdicht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 14:36:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[Adam Smith]]></category>
		<category><![CDATA[ANBI]]></category>
		<category><![CDATA[Archiefwet]]></category>
		<category><![CDATA[AWR]]></category>
		<category><![CDATA[Baruch Spinoza]]></category>
		<category><![CDATA[Charity Commission]]></category>
		<category><![CDATA[Charles Darwin]]></category>
		<category><![CDATA[Chronicles of Philanthrophy]]></category>
		<category><![CDATA[civil law]]></category>
		<category><![CDATA[Code Civil]]></category>
		<category><![CDATA[Code Napoléon]]></category>
		<category><![CDATA[common law]]></category>
		<category><![CDATA[Freedom of Information Act]]></category>
		<category><![CDATA[goededoelenstichtingen]]></category>
		<category><![CDATA[Handelsregister]]></category>
		<category><![CDATA[Immanuel Kant]]></category>
		<category><![CDATA[Jean Jacques Rousseau]]></category>
		<category><![CDATA[Johannes Calvijn]]></category>
		<category><![CDATA[John Locke]]></category>
		<category><![CDATA[kamer van Koophandel]]></category>
		<category><![CDATA[L’Esprit Des Lois]]></category>
		<category><![CDATA[Montesquieu]]></category>
		<category><![CDATA[National Center for Charity Statistics]]></category>
		<category><![CDATA[NCCS]]></category>
		<category><![CDATA[Newton]]></category>
		<category><![CDATA[Ombudsman]]></category>
		<category><![CDATA[padstelling]]></category>
		<category><![CDATA[Privaatrecht]]></category>
		<category><![CDATA[publiekrecht]]></category>
		<category><![CDATA[rechtsvorm]]></category>
		<category><![CDATA[Rene Descartes]]></category>
		<category><![CDATA[Stichting]]></category>
		<category><![CDATA[The Guardian]]></category>
		<category><![CDATA[Voltaire]]></category>
		<category><![CDATA[WNo]]></category>
		<category><![CDATA[WOB]]></category>
		<category><![CDATA[ZBO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16850</guid>
		<description><![CDATA[“Let us save what remains: not by vaults and locks which fence them from the public eye and use in consigning them to the waste of time, but by such a multiplication of copies, as shall place them beyond the reach of accident” Thomas Jefferson (1743 – 1826), The Letters 1743-1826, aan Ebenezer Hazard Philadelphia, [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_160" style="width: 272px" class="wp-caption alignleft"><a href="/wp-content/uploads/2015/04/REFDAG.jpeg" ><img class=" wp-image-16054" src="/wp-content/uploads/2015/04/REFDAG.jpeg" alt="Geredigeerde publicatie in Ref.Dag." width="262" height="292" /></a><p class="wp-caption-text">Geredigeerde publicatie in Ref.Dag.</p></div>
<p><strong>“Let us save what remains: not by vaults and locks which fence them from the public eye and use in consigning them to the waste of time, but by such a multiplication of copies, as shall place them beyond the reach of accident”</strong><br />
<em>Thomas Jefferson (1743 – 1826), The Letters 1743-1826, aan Ebenezer Hazard Philadelphia, 18 februari 1791</em></p>
<p>18 januari 1689. Het geboortejaar van Charles de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu, in de volksmond gelimiteerd tot Charles de Montesquieu.</p>
<p>In 1748 publiceert hij zijn levenswerk De l’esprit des lois (Over de geest van de wetten), de kiem van onze moderne rechtsstaat. Montesquieu is slechts een van de verlichte vrijdenkers die beschavingen die geordend zijn op religie, filosofie en zelfs Romeinse ethiek, kon herroepen. Montesquieu vond dit ignorante beschavingen. Verlichte denkers geven kritische rede prioriteit boven moraal. De autonomie van het individu heeft prioriteit boven religie als massabeheersing. Vrijdenken komt voort uit de drang om te willen weten zonder geketend te zijn door politieke of religieuze correctheid, gezag of sociale druk. Derhalve prevaleert de vrijheid van meningsuiting boven religieuze vrijheid. In een <em>hall of fame</em> zou Montesquieu’s portret hangen naast verlichters zoals John Locke, Jean-Jacques Rousseau, Baruch Spinoza, Voltaire, Adam Smith, Johannes Calvijn, René Descartes, Immanuel Kant, Charles Darwin en Sir Isaac Newton.</p>
<p>Montesquieu waarschuwt voor despotische regimes waarbij een vorst, die boven de wet staat, kan regeren als een tiran. Hij keert zich definitief tegen de Romeinse wettekst ‘princeps legibus solutus’, analoog aan ‘l&#8217;état, c&#8217;est moi’, die dicteert dat een vorst boven de wet staat. Zelfs een vorst dient ondergeschikt aan de wet te zijn en deze te belijden.</p>
<p>Als oplossing bedacht Montesquieu een machtsevenwicht. Een maatschappelijk middenveld, ook wel de bemiddelende krachten, moest de burgers behoeden voor ontaarde vorsten en hun schrikbewind. Deze bemiddelende krachten kennen wij als de juridische structuur trias politica, de spreiding der machten in de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.</p>
<p>1789. Precies honderd jaar na Montesquieu’s geboorte doet de Franse Revolutie haar intrede, waarbij ideeën van absolutisme, aristocratie, monarchie en theocratie worden geketend door constitutionele en ideologische hervormingen. Montesquieu’s overtuiging vindt gretig aftrek, niet alleen in Frankrijk maar over het hele continent, mede doordat deze gratis mee kan liften aan de zijde van Napoleon Bonaparte. Zijn Burgerlijk Wetboek de <em>Code civil</em> uit 1804 (beter bekend als <em>Code Napoléon</em>) wordt geëxporteerd naar veroverde gebieden. De <em>Code Napoléon</em> betreft een privaatrechtelijk wetboek.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Waar het op neer komt is dat, hoe je het ook bekijkt, goededoelenstichtingen een vrije hand hebben ten aanzien van wat ze vastleggen en hoe of wat ze bewaren.</strong></p>
</div>Ik sla een heel stuk geschiedenis over. Terug naar het heden. Uit de as van de verlichting zijn mede door Montesquieu twee partijen ontstaan, te weten de overheid en particulieren. De wettelijke regels zijn ingedeeld in twee rechtsgebieden.</p>
<p>Publiekrecht betreft de relatie tussen natuurlijke en rechtspersonen en de overheid (als zodanig). Dit zijn de zogenaamde verticale relaties. Burgers kunnen overheidsorganen met een archiefplicht om inzage van stukken vragen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met als toezichthouder de Wet Nationale ombudsman (WNo).</p>
<p>Privaatrecht betreft de relatie tussen natuurlijke en rechtspersonen onderling. Dit betreffen de zogenaamde horizontale relaties.</p>
<p>Rechtspersonen zoals goededoelenstichtingen mogen als rechtssubject deelnemen aan het rechtsverkeer, maar zij mogen geen rechten uitoefenen die behoren tot het publiekrecht omdat zij geen overheidsorganen zijn. Om deze reden zijn de Wob, de WNo en de Archiefwet niet rechtsgeldig binnen het privaatrecht. We ontwarren hier een eerste conflictueuze patstelling die vanuit haar fundament verkeerd is gerijpt. Om dit te verklaren dwaal ik met u af in de</p>
<p>In landen met een ‘<em>civil law</em>’-traditie – dit zijn Nederland en alle andere landen in West-Europa, met uitzondering van Engeland, Ierland en Scandinavië – komt deze voort uit particulier initiatief. In de laat-Romeinse tijd en in de middeleeuwen richtten vooral burgers en kerken scholen, ziekenhuizen en weeshuizen op. In die tijd was de overheid minder aanwezig dan nu. Ook bestond toentertijd geen publiekrecht, althans niet zoals we dat nu kennen. Voor de door particulieren gestichte inrichtingen golden dan ook nauwelijks regels. Toen Duitse juristen de stichting (als rechtspersoon) in de negentiende eeuw verder ontwikkelden, lag het dus voor de hand haar onder te brengen in het privaatrecht. Ook toen ging het vooral om particuliere initiatieven en ook toen was het publiekrecht, waaronder de Archiefwet en de Wob, nog niet tot ontwikkeling gekomen. Tot 1976 moest men een stichting registreren bij het ministerie van Justitie, erna bij de Kamer van Koophandel.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Per 1 december 2015 stonden er 210.117 stichtingen ingeschreven in het Handelsregister, per 80 inwoners is er één stichting</strong></p>
</div>Er zijn ook landen met een andere rechtstraditie dan een ‘<em>civil law</em>’-traditie. Ook in de <em>common law</em> komen foundations (waaronder de trust) voort uit het particuliere initiatief, zodat overheidstoezicht historisch gezien met argwaan wordt bezien.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a></p>
<p>Kortom: dat de stichting privaatrechtelijk is, komt historisch gezien voort uit het idee dat de stichting bedoeld is voor particuliere initiatieven. Regels die voor de overheid gelden (het publiekrecht), gelden daarom niet voor stichtingen. Van oudsher stonden maatschappelijke organisaties (vooral kerkelijke instellingen) bovendien afkerig tegenover overheidstoezicht op stichtingen, vanuit het idee dat de overheid zich terughoudend moest opstellen in het maatschappelijke en religieuze leven.</p>
<p>De situatie anno nu. Een tweede conflictueuze patstelling laat zich zien.</p>
<p>Kenmerkend voor de hedendaagse stichtingen is het ledenverbod. Hierdoor kan het bestuursbeleid niet beïnvloed worden door een ander onafhankelijk orgaan, zoals een ledenvergadering binnen een vereniging het beleid kan beïnvloeden. Het ledenverbod tekent in mijn ogen het autocratisch karakter van een maatschappelijk stichting.</p>
<p>Met het oog op rechtszekerheid is het van belang deze spanning te elimineren, met dien verstande dat een oplossing als interne toezichthouders met sanctioneringsmogelijkheden de essentie van het autocratische karakter niet aanpakt.</p>
<p>Een betere oplossing is om het ledenverbod van goededoelenstichtingen op te heffen.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a></p>
<p>Om een derde conflictueuze patstelling in te leiden anatomiseer ik de Archiefwet voor u. De Archiefwet regelt het beheer van en de toegang tot overheidsinformatie en in principe de wijze waarop overheidsinstanties met hun archief dienen om te gaan. De archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten, zijn openbaar. Eenieder is bevoegd om archiefbescheiden kosteloos te raadplegen en om kopieën van afbeeldingen, afschriften, uittreksels te maken. Er zijn juridische redenen om de openbaarheid te beperken, zoals privacy, staatsveiligheid of de staat van de stukken.</p>
<p>Een stichting is administratieplichtig op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Deze plicht geldt ongeacht de vraag of er sprake is van belastingplicht ten aanzien van de omzet of vennootschapsbelasting (of van bijvoorbeeld de anbi-status). Als stichting ben je dus gehouden om een goede administratie bij te houden en te bewaren. Er dient inzicht te zijn in de rechten en verplichtingen van de stichting. Er geldt ook een bewaarplicht van zeven jaar (van bankafschriften tot inkoopfacturen).</p>
<p>Een vereniging of stichting met een onderneming die in twee opeenvolgende boekjaren minimaal € 4,4 miljoen per jaar omzet, moet haar jaarstukken deponeren bij de Kamer van Koophandel.</p>
<p>Algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) moeten sinds 1 januari 2014 bepaalde gegevens op een internetsite publiceren. De Archiefwet schrijft niet voor wat goede doelen wel of niet moeten archiveren. Pas zodra stichtingen hun (oude) archief overdragen aan een openbare archiefbewaarplaats, wordt de Archiefwet daarop van toepassing.</p>
<p>Het kan zijn dat sommige organisaties vanuit de overheid worden gesubsidieerd en onder sterke overheidsinvloed staan, zodat de Archiefwet toch van toepassing is. De meeste goededoelenstichtingen zullen niet hieronder vallen, maar de mogelijkheid bestaat wel degelijk. Indien iemand hierover procedeert, prikt de rechter als het ware door de rechtsvorm heen, zodat een stichting plotseling onder het bestuursrecht valt. En laat het bestuursrecht nu net een van de rechtsgebieden tussen burger en overheid betreffen, zodat het publiekrecht van kracht wordt. Een goededoelenstichting zou dan alsnog onder de Wob, de WNo en de Archiefwet vallen.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a></p>
<p>Deze situatie komt overeen met de status van b-organen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> Dergelijke organisaties worden genoemd in het zbo-register. Een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) is een bestuursorgaan op het niveau van de centrale overheid dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. Denk daarbij bijvoorbeeld aan schoolbesturen voor bijzonder onderwijs, de Stichting Bloembollenkeuringsdienst, Erkenninghouders Algemene Periodieke Keuring (APK) en de Stichting Leger des Heils. De Erfgoedinspectie doet onderzoek bij stichtingen met een openbaargezagtaak. Er worden in het zbo-register geen goede doelen genoemd die bekend zijn binnen ontwikkelingssamenwerking.</p>
<p>Waar gaat het dan mis? Om tot bestuursorgaan te worden aangemerkt moet een goededoelenstichting aan drie toetsstenen voldoen:</p>
<ol>
<li>Het gaat om subsidie, uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten, en de rechtspersoon fungeert als een soort doorgeefluik tussen overheid en burger.</li>
<li>De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld waardeerbare rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten minste twee derden.</li>
<li>De overheid bepaalt de criteria volgens welke de subsidies of uitkeringen worden verdeeld in beslissende mate.</li>
</ol>
<p>Op het laatste punt gaat het mis. Goededoelenstichtingen stellen de toekenningscriteria vast. Dus niet wie betaalt, maar wie bepaalt geeft in dit geval de juridische doorslag.</p>
<p>Waar het op neerkomt is dat, hoe je het ook bekijkt, goededoelenstichtingen de vrije hand hebben ten aanzien van wat ze vastleggen en hoe of wat ze bewaren. Een gemiste kans.</p>
<p>Hoe is dit in het buitenland geregeld? Net als de Wob geeft de <em>freedom of information act</em> burgers het recht om binnen publiekrecht de overheid ter verantwoording te roepen. Maar vallen goededoelenstichtingen in het buitenland, net als in Nederland, binnen het privaatrecht? Bij organisaties in 9 onderzochte landen<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[5]</a>, landen die bekendstaan als grote geldgevende actoren binnen het internationale ontwikkelingsveld, moesten de autoriteiten bevestigen dat dit het geval is. In 2013 bedraagt de officiële ontwikkelingshulp van deze landen tezamen € 91 miljard.<a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[6]</a></p>
<p>We ontsluieren hier een vierde conflictueuze patstelling. In tien landen (inclusief Nederland) zijn de afzonderlijke Wob’s, WNo’s en Archiefwetten niet rechtsgeldig binnen het privaatrecht. Daarmee heeft de archivering door goededoelenstichtingen zich wereldwijd tot een ‘statenloos’ begrip verworven en dientengevolge mogen goededoelenstichtingen maar wat doen. Burgers hebben geen handvatten om deze statenloosheid aan te pakken en als gevolg daarvan zijn in de praktijk nauwelijks voorbeelden te vinden van bestuurders die aansprakelijk worden gesteld.</p>
<p>Per 1 december 2015 stonden er 210.117 stichtingen ingeschreven in het Handelsregister, per 80 inwoners is er één stichting. De Kamer van Koophandel kan niet aangeven hoeveel van deze stichtingen fondsenwervende stichtingen zijn. Dit blijkt ook in andere landen lastig vast te stellen.</p>
<p>In Duitsland is een stichting geen legale definitie. Ze spreken van een ‘rechtsfähige Stiftung des bürgerlichen Rechts’, waarvan er op 31 december 2015 20.784 geregistreerd staan. ‘These are the only foundations that need to be approved officially by the foundation regulatory authorities. Besides, there are other types of foundations of which the existing number in Germany is not exactly known. For example, there are <em>trust foundations</em> (Treuhandstiftungen) which are not legal entities. We estimate that at least 20.000 of them exist in Germany. Another large group are the c<em>hurch foundations</em> (Kirchenstiftungen) with an estimated number of approximately 20.000. Other forms are foundations with <em>limited liability</em> (Stiftung GmbHs), <em>foundation associations </em>(Stiftungsvereine) or <em>foundation corporations</em> (Stiftungs-Aktiengesellschaften). <em>Public foundations</em> are established by a state-supported foundation deed – often by the passing of a law – and follow objectives of particular public interest. Of these latter forms we cannot give you any estimations.’<a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[7]</a> De term ‘Entwicklungsorganisationen’ kan dus meerdere juridische vormen hebben. Ieder land heeft zijn juridische complexiteit.</p>
<p>De Belgische Kamer van Koophandel kan helemaal geen data leveren. Bij de Britse Charity Commission staan 165.188 stichtingen ingeschreven. Dat is een stuk minder dan in Nederland. Volgens The Guardian komen daar jaarlijks 5000 nieuwe bij.<a href="#_ftn8" name="_ftnref8">[8]</a> The Chronicle of Philanthrophy publiceert over het jaar 2009 een getal van 1,2 miljoen goededoelenstichtingen in de USA<a href="#_ftn9" name="_ftnref9">[9]</a>, terwijl in 2015 de National Center for Charity Statistics (NCCS) op hetzelfde continent 1.548.644 non-profitorganisaties telt met een omzet van US$ 1,74 biljoen.<a href="#_ftn10" name="_ftnref10">[10]</a></p>
<p>De ultieme kans die voorhanden ligt is om in ieder geval in Nederland te beginnen om goededoelenstichtingen onder publiekrecht te laten vallen, waardoor de Wob, de WNo en de Archiefwet als zelfreinigende systemen van toepassing worden. Is dat mogelijk? Hier zal ik later een antwoord op geven.</p>
<p>Eerst terug naar 1748. De kraamkamer van het moderne publiek- en het privaatrecht.</p>
<p>Montesquieu schrijft in De l’esprit des lois: ‘Il y a cette différence entre la nature du gouvernement et son principe, que sa nature est ce qui le fait être tel; et son principe, ce qui le fait agir. L’une est sa structure particulière, et l’autre les passions humaines qui le font mouvoir.’<a href="#_ftn11" name="_ftnref11">[11]</a></p>
<p>Vrij vertaald: ‘Er is een verschil tussen de aard van de overheid en haar principes: de aard is dat wat een regering maakt tot wat zij is, het principe zorgt voor haar handelen. Het ene is haar bijzondere structuur, de andere zijn de menselijke hartstochten die haar in beweging brengen.’</p>
<p>Montesquieu ontwikkelde zijn trias politica als medicijn tegen despotische regimes, maar het groeiproces van (goededoelen)stichtingen heeft geleid tot despotische patstellingen.</p>
<p><strong><em>Resumerend</em></strong></p>
<ul>
<li><strong>de juridische structuur van goededoelenstichtingen zorgt er voor dat ze geen informatieplicht en geen archiefplicht hebben</strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> C.R.M. Versteegh, De Goede Doelenstichting. Naar een systeem van overheidstoezicht?</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Bastiaan Kemp en Kid Schwarz, Het ledenverbod, de governance van stichtingen en het wetsvoorstel ´Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting’.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Ibid, lid 3.1.</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> Raad Van State, Uitspraak 201304908/3/A2 en 201307828/2/A2, lid 1.4.</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[5]</a> Australië (Youth Law Centre ACT), Canada (Justice Laws Website), Duitsland (Bundesministerium des Justiz und für Verbraucherschutz), Oostenrijk (Büro Landesvolksanwalt), Spanje (Chamber of Commerce, ICC Spain), Zweden (Regeringskansliet), UK (House of Commons Information Office), USA (U.S. Department of State), Zwitserland (Bundesamt für Justiz BJ).</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[6]</a> Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), ODA 2013 Tables and Charts, Net Official Development Assistance from DAC and other donors in 2013.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[7]</a> Stiftungen.org.</p>
<p><a href="#_ftnref8" name="_ftn8">[8]</a> The Guardian, <em>Too many cooks</em>, 8 november 2000.</p>
<p><a href="#_ftnref9" name="_ftn9">[9]</a> Grant Williams, <em>Number of Charities and Foundations Passes 1.2 Million</em>, Chronicles of Philanthrophy, 15 maart 2010.</p>
<p><a href="#_ftnref10" name="_ftn10">[10]</a> NCCS, <em>Quick Facts About Nonprofits</em>, http://www.nccs.urban.org/statistics/quickfacts.cfm.</p>
<p><a href="#_ftnref11" name="_ftn11">[11]</a> Montesquieu, <em>L’Esprit Des Lois</em>, p. 37</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-archiefwet-voor-goede-doelen-is-waterdicht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: onderzoekers gaan discreet met ons belastinggeld om</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-onderzoekers-gaan-discreet-met-ons-belastinggeld-om/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-onderzoekers-gaan-discreet-met-ons-belastinggeld-om/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 14:31:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[afhankelijkheidsrelatie]]></category>
		<category><![CDATA[Anand Nagar]]></category>
		<category><![CDATA[Artsen Zonder Grenzen]]></category>
		<category><![CDATA[Bart Romijn]]></category>
		<category><![CDATA[Bijker]]></category>
		<category><![CDATA[Calcutta]]></category>
		<category><![CDATA[City Of Joy]]></category>
		<category><![CDATA[Dambisa Moyo]]></category>
		<category><![CDATA[Descartes]]></category>
		<category><![CDATA[evaluaties]]></category>
		<category><![CDATA[gedachte-experiment]]></category>
		<category><![CDATA[La Cité De La Joie]]></category>
		<category><![CDATA[Lapierre]]></category>
		<category><![CDATA[Medefinanciering]]></category>
		<category><![CDATA[MFS II]]></category>
		<category><![CDATA[ODA]]></category>
		<category><![CDATA[OECD]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[peer reviews]]></category>
		<category><![CDATA[Pilkhana]]></category>
		<category><![CDATA[salarissen]]></category>
		<category><![CDATA[schuldcultuur]]></category>
		<category><![CDATA[slum]]></category>
		<category><![CDATA[Statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit Maastricht]]></category>
		<category><![CDATA[Wiebe Bijker]]></category>
		<category><![CDATA[zuiden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16852</guid>
		<description><![CDATA[‘I think in life a person really has three choices: to run, to spectate or to commit’ City Of Joy, Frans-Britse dramafilm uit 1992, gebaseerd op de roman La Cité De La Joie van de Franse auteur Dominique Lapierre Een rekensom. Sinds het jaar 2000 is de gemiddelde Nederlandse begroting ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking € 4 miljard. Indien ik [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_16853" style="width: 220px" class="wp-caption alignleft"><a href="/wp-content/uploads/2016/07/Wiebe-Bijker.png" ><img class=" wp-image-16853" src="/wp-content/uploads/2016/07/Wiebe-Bijker.png" alt="Professor Wiebe Bijker" width="210" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Professor Wiebe Bijker</p></div>
<p><strong>‘I think in life a person really has three choices: </strong><strong style="line-height: 1.5;">to run, to spectate or to commit’</strong></p>
<p><em>City Of Joy, Frans-Britse dramafilm uit 1992, gebaseerd op de roman La Cité De La Joie van de Franse auteur Dominique Lapierre</em></p>
<p>Een rekensom. Sinds het jaar 2000 is de gemiddelde Nederlandse begroting ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking € 4 miljard. Indien ik dit bedrag verdeel over het gemiddelde bevolkingsaantal van 16,6<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> miljoen mensen, dan betaalt iedere burger per jaar € 241 aan belastinggeld voor ontwikkelingssamenwerking. Had u dit geld niet af hoeven staan maar u zou dit op een bankrekening storten tegen een spaarrente van 2,8%<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a>, dan had u in 50 jaar € 26.349 gespaard. Heeft u een gezin met 2 kinderen waar u tot hun 25e financieel verantwoordelijk voor bent, dan spaart u voor 4 personen in 25 jaar met 2,8% spaarrente € 35.196. Indien u de kostwinner van het gezin bent, uw 2 kinderen blijven 25 jaar bij u en u spaart nog 25 jaar door voor u en uw partner, dan heeft u met 2,8% spaarrente € 87.798 op uw rekening</p>
<p>De Nederlandse huishoudens geven sinds 2000 gemiddeld € 150 aan collectes en donaties.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a> Indien u 50 jaar lang in uw eentje een huishouden vormt, dan heeft u, inclusief de vorige rekensom, € 42.784 opzijgelegd. Indien u de kostwinner van het gezin bent, uw 2 kinderen blijven 25 jaar bij u en u spaart nog 25 jaar door voor u en uw partner, dan heeft u, inclusief de vorige rekensom, € 115.151 opgepot.</p>
<p>De wereldwijde ontwikkelingshulp bereikt volgens de Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD) in 2013 zijn hoogtepunt met US$ 134,8 miljard<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a>. Nederland doneert in dat jaar US$ 5,44 miljard, Duitsland US$ 14,23 miljard en de USA US$ 31,5 miljard. In 2013 geeft Nederland € 14.794.521 per dag uit, € 616.438 per uur, € 10.274 per minuut, € 171 per seconde.</p>
<p>In verhouding tot het bnp, ook wel <em>ODA as per cent of GNI</em>, geeft Nederland in 2013 0,67%, Duitsland 0,38% en USA 0,18%. Volgens de OECD: ‘In 1970, the 0.7% ODA/GNI target was first agreed and has been repeatedly re-endorsed at the highest level at international aid and development conferences. (…) The 0.7% target was formally recognised in October 1970 when the UN General Assembly adopted a Resolution including the goal that “Each economically advanced country will progressively increase its official development assistance to the developing countries and will exert its best efforts to reach a minimum net amount of 0.7% of its gross national product at market prices by the middle of the Decade.”’<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[5]</a> Nederland heeft een goede naam, omdat het in de jaren tachtig gemiddeld op 1,0 procent zat en sinds de herijking van het buitenlands beleid in 1995 op 0,8. Noorwegen, Zweden, Denemarken en sinds 2000 Luxemburg kunnen zich bij Nederland scharen en samen vormen zij een groep van getrouwen die zich langdurig boven het maaiveld van de 0,7% bevinden. Sinds 2013 zit Nederland onder de</p>
<p>Stel, een collectant haalt op een avond € 50 op. De directeur van het betreffende goede doel heeft een brutosalaris van € 178.000<a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[6]</a> (betreft jaarinkomen, belaste vergoedingen/bijtellingen, de werkgeversbijdrage pensioen en de overige beloningen op termijn, maar exclusief sociale lasten). Dan moet de collectant 3560 avonden collecteren om het salaris van één directeur te bekostigen, exclusief sociale vaste lasten. De zeskoppige directie van Artsen zonder Grenzen tikt tezamen bijna de 5 ton aan. Dat zou bijna 10.000 avondjes collecteren</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Indien een telling niet is afgenomen dan kun je spreken van een artificiële omgeving met imaginaire verzinsels. Door te beweren bestaat iets niet. Door het keer op keer te citeren, wordt iets dat onwaar is, niet beetje bij beetje meer </strong><em><strong>waar</strong></em><strong>.</strong></p>
</div>De salarissen van directeuren van goede doelen lopen uiteen. Het jaarsalaris van een goededoelendirecteur varieerde in 2013 van gemiddeld € 85.463 bij kleine organisaties tot gemiddeld € 119.242 bij grote organisaties. De directeur van Stichting AAP verdient met € 61.831 veruit het laagste salaris van de algemeen directeuren. Natuurmonumenten telde in 2013 € 379.000 neer voor zijn 3 directeuren, terwijl Cordaid € 265.822 naar zijn tweekoppige directie overmaakte. Ter vergelijking: het inkomen van een Tweede Kamerlid bedraagt ruim € 104.000, inclusief 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering, exclusief € 2652,25 jaarlijkse onkostenvergoeding.</p>
<p>Indien de begroting van de Nederlandse ontwikkelingshulp sinds 2000 tegen 2,8% spaarrente op een bank zou zijn gezet, dan was de inleg € 67,7 miljard geweest en de waarde ruim € 88 miljard. In het jaar 2050 zal het met deze curve een waarde vertolken van € 450,4 miljard.<a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[7]</a> Indien je dit bedrag uitgeeft in briefjes van 1000 en je legt ze op elkaar, waarbij 10 briefjes in 1 millimeter passen, dan heb je tot in de stratosfeer een stapel van 45 kilometer</p>
<p>‘More than US$ 2 trillion of foreign aid has been transferred from countries to poor over the past fifty years Africa the biggest recipient, by far’, aldus Dambisa Moyo.<a href="#_ftn8" name="_ftnref8">[8]</a> Dit getal, dat hij in zijn boek in 2009 publiceert, wordt heden ten dage (2016) geschat op US$ 2,3 biljoen, ook wel US$ 2.300.000.000.000. Om u een idee te geven van de omvang van dit cijfer: u kunt met dit bedrag 30 jaar lang elke seconde US$ 2431 uitgeven. Indien u elke seconde één dollar uitgeeft, dan doet u daar 72.933 jaar</p>
<p>De opening van dit hoofdstuk is opsommerig, maar ik heb er één hamvraag mee willen introduceren: zorgen onderzoekers goed voor uw belastinggelden?</p>
<p>Ik leg u een gedachte-experiment voor. Stel u mag één keer in uw leven € 115.151 aan een goed doel schenken. Wilt u dan weten hoe uw geld besteed wordt? Is uw antwoord <em>ja</em>, welke vragen zou u dan willen stellen aan de uitvoerder van uw donatie om er zeker van te zijn dat deze goed is aangekomen? Is uw antwoord <em>nee</em>, wat is uw motief dat u uw goede geloof zomaar in handen van vreemden legt?</p>
<p>De Engelse Joan runt in Calcutta een lokale kliniek in de Pilkhana-slum. De erbarmelijke omstandigheden zijn ongekend zwaar. Toch kunnen de mensen zich vasthouden aan de overtuiging dat het leven de moeite waard is. Derhalve noemen ze hun slum <em>Anand Nagar</em>, ook wel City of Joy. Joan ontmoet Max, een ontgoochelde arts uit Amerika, die naar India is vertrokken voor zijn persoonlijke zoektocht naar zingeving. Max heeft duidelijk moeite om zijn cultuurshock een plaats te geven en zijn westerse waarden te herdefiniëren. Midden in het tumult van het straatbeeld van Anand Nagar zegt Joan tegen Max: ‘Ik denk dat een persoon in zijn leven eigenlijk maar drie keuzes heeft: wegrennen, toekijken of participeren.’</p>
<p>Ik leg deze stelling aan u voor. U heeft van de Nederlandse overheid € 115.151 aan belastinggeld gekregen en u mag ermee doen wat u wilt, maar indien u het aan een goed doel geeft, volgt er een controle door de overheid. In dit gedachte-experiment zit u met een smak geld in uw achterzak samen met Joan in Anand Nagar. Wat kiest</p>
<p>Mocht u kiezen voor <em>wegrennen,</em> dan kan ik mij twee drijfveren bedenken. Wat u niet ziet, bestaat niet. U gelooft wel dat er plekken op de wereld zijn zoals Anand Nagar, maar u wilt het niet daadwerkelijk weten. Om bij te blijven volgt u af en toe wel het journaal. Een andere drijfveer is dat u het geld wilt houden voor eigen genot. U bent egoïstisch en ik doe bij deze een beroep op uw schuldgevoel. Wilt u nou echt € 115.151 zelf houden? Kom op, ik verwacht meer van</p>
<p>U zou ook kunnen <em>toekijken,</em> omdat u niet als een lafaard voor de waarheid wilt vluchten. Af en toe geeft u geld aan Joan en van een afstand neemt u waar hoe ze uw geld uitgeeft. Zij is immers ervaren en kent alle kneepjes. De relatie tussen u en Anand Nagar is als een infuus. Jullie houden elkaar een beetje in leven, omdat jullie elkaar niet los kunnen laten zonder een duidelijk motief. Enerzijds wilt u deze relatie loslaten, maar anderzijds knaagt uw geweten.</p>
<p>Stel u kiest voor <em>participeren</em> en u gaat met het complete bedrag in Anand Nagar allerlei zaken ondernemen voor het goede en algemene nut. U komt na een jaar thuis en de Nederlandse overheid vraagt: ‘Wat heeft u met het geld gedaan?’ Nu heeft u de volgende opties.</p>
<ol>
<li>U geeft de overheid een schoenendoos met bonnetjes ter waarde van € 115.151. Deze bonnetjes heeft een plaatselijke bewoner van Anand Nagar voor enkele honderden euro’s voor u bij notoire handelaren verzameld, soms door valse druk. Helaas heeft u geen benul van de zwendel, maar het totaal klopt wel en daarmee voldoet u aan de eis van de Nederlandse overheid. U had namelijk geen tijd om bij elke handeling persoonlijk om een bonnetje te vragen. Het was een hectische situatie, de chaos was ongekend. Dit leek u gewoon een zinvolle oplossing. Ze moeten er maar op vertrouwen dat het geld door u juist is besteed.</li>
<li>U geeft de overheid een rapport met getallen en bedragen. Een onafhankelijke Brit, gemakshalve noem ik haar Eva (afgekort van <em>EVA-luation</em>), is ter plaatse op bezoek geweest en heeft de statistiek in de administratie gecontroleerd. Eva was onder de indruk. Om haar beeld te bevestigen kreeg ze een rondleiding in Anand Nagar en in het contact met de lokale bevolking werd het beeld dat zij uit de administratie kreeg bevestigd. Wat u niet weet, is dat achter de rug van u en Eva om de mensen zijn afgekocht om artificieel te zijn. De grootste stroom geld komt namelijk in handen van een plaatselijke charlatan. U heeft geen tijd om de artificiële wereld om u heen te doorbreken, omdat de verzonnen output om u heen het beeld schept van de verwachtingen die u vooraf heeft vastgesteld. De overheid moet maar geloven dat het geld juist is besteed.</li>
<li>U geeft de overheid een schoenendoos met bonnetjes ter waarde van € 115.151 of een rapport met getallen en bedragen. Wat u overhandigt is eerlijk en oprecht verzameld en geeft een realistisch beeld van de output. Deze administratie heeft u enorm veel tijd en 14% van uw budget gekost, bijna € 16.121. U raadt anderen met € 115.151 aan om naar Anand Nagar te gaan.</li>
</ol>
<p>Waarschijnlijk kiest u optie iii. Er is echter één probleem. In dit gedachte-experiment weet u niet of u zich in optie i, ii of iii begeeft. Welke vragen gaat u stellen om erachter te komen of u in i, ii dan wel in iii zit? Vindt u deze opgave lastig? Iemand die dit ook lastig heeft gevonden is professor Wiebe Bijker.</p>
<p>Zijn verhaal leid ik in met de filosofie van de Fransman René Descartes (1596-1650). Hij woonde in Nederland omdat hij in zijn moederland waarschijnlijk op de brandstapel was gekomen door zijn vernieuwde inzichten. Hij werd bekend door de methodische twijfel, een manier om te zoeken naar waarheid door systematisch aan alles waar je aan kunt twijfelen ook daadwerkelijk te twijfelen. We kennen Descartes door zijn zegswijze ‘ik denk, dus ik besta’. Dit komt voort uit zijn logica dat mensen bedrogen worden door zintuigen en denkbeelden. ‘Wát ik denk is in de meeste gevallen niet waar, maar dát ik denk wel.’<a href="#_ftn9" name="_ftnref9">[9]</a> Het brein is een kleine dictator die heel autoritair denkfouten, drogredenen, misverstanden en illusies in laat sluipen. Deze filosofie van Descartes betreft de bril waarmee in dit boek naar ontwikkelingssamenwerking is</p>
<p>Wiebe Bijker is een voorbeeld van de onafhankelijke Eva. In het kader van het Nederlandse subsidiestelsel (Medefinanciering II – MFS II) hebben 200 wetenschappers 8000 pagina’s geschreven waarmee ze 200 Nederlandse ontwikkelingsprojecten evalueerden die werden uitgevoerd door 19 allianties van 64 ontwikkelingsorganisaties. Op 2 september 2015 overhandigde Partos-directeur Bart Romijn, als voorzitter van de Stichting Gezamenlijke Evaluaties, officieel de rapporten op het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Christiaan Rebergen, directeur-generaal Internationale Samenwerking. De supervisie lag bij Wiebe Bijker, hoogleraar technologie en maatschappij aan de Universiteit Maastricht.</p>
<p>In het zuiden zijn ngo’s extreem hulpafhankelijk, waardoor je een gekunstelde relatie krijgt. In veel ontwikkelingslanden verdienen overheidsfunctionarissen op een ministerie circa € 200,- per maand. Kleine bedragen van enkele duizenden tot honderdduizenden euro’s aan ontwikkelingshulp zouden verhoudingsgewijs in Nederland dezelfde omvang hebben indien wij gratis hulp zouden krijgen van honderden miljoenen. De afhankelijkheidsrelatie wordt hiermee heel intens. Veel ngo’s verzinnen een trackrecord dat iedereen gaat napraten en overnemen. Verzonnen tabellen rollen uit vergaderingen en verschijnen in allerlei flyers waardoor ze plotseling als waarheid worden aanvaard. Hoe vaker een imaginair verzinsel ergens wordt geciteerd &#8211; met name een citaat in het westen heeft een hoge geldigheid &#8211; hoe meer het gaat renderen en waarde krijgt, totdat mensen het als een waarheid gaan zien. Op een gegeven moment is het zo ver gekomen dat een ngo het niet meer hoeft te bewijzen, maar dat je als criticaster het tegendeel moet bewijzen. De mensen in het zuiden weten heel goed wat westerse journalisten en onderzoekers willen zien en horen. Ze zijn meesters in het creëren van tableaux vivants, waarbij soms hele scholen worden gemobiliseerd om zaken in scène te zetten. Veel mensen worden afgekocht om verhalen te vertellen over hoe fantastisch het is. Voor weinig geld (weinig vanuit westers perspectief) wordt een artificiële omgeving gecreëerd met imaginaire verzinsels. Kortom, het bestaat niet.</p>
<p>Alles dat wordt beweerd, van het trackrecord van een ngo tot aan de output van een project, moet worden bewezen. Ten eerste moeten onderzoekers een blokkade opwerpen bij peerreviews. Het is namelijk helemaal niet interessant wat mensen beweren. Een goede wetenschapper twijfelt te allen tijde. Een goede wetenschapper is niet vriendelijk voor statistiek. Een goede wetenschapper heeft geen interesse in een ‘leuke’ of ‘vriendschappelijke’ binding met de doelgroep die hij/zij onderzoekt. Op het moment dat er maar enigszins een binding is met een actor, verdwijnt de wetenschappelijke neutraliteit als sneeuw voor de zon en wordt de gunfactor groter.</p>
<p>Ten tweede kun je data bewijzen door telling, al dan niet steekproefsgewijs. Mijn twijfel zit in beweringen. Wordt data zomaar overgenomen? Worden trainingen geteld (welke persoon heeft op welke data een training bijgewoond, zijn hier lijsten van en zijn middels een steekproef enkele personen bezocht?) Worden hardware geteld (en zo ja, is er een lijst van bezochte hardware?) De 8000 pagina’s laten nergens een telling zien en we kunnen ons ernstig afvragen of alles wat door de ngo’s beweerd wordt niet slaafs is overgenomen.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Het overnemen van statistiek of het overnemen van beweerde statistiek zonder een wetenschappelijke proeve heeft geen waarde. Wetenschappelijk krijgt het dan de indicatie </strong><em><strong>onwaar</strong></em><strong>.</strong></p>
</div>Ik geef een voorbeeld uit het Country Report Bangladesh. ‘Our qualitative interviews confirmed our quantitative analysis in that there was a strong endorsement of the effectiveness and comprehensiveness of the different trainings and awareness raising activities around health and sexual and reproductive rights’ (pagina 39). Wie is wanneer naar deze training geweest? Ik kan dit nergens vinden.</p>
<p>Nog een voorbeeld: ‘An increase in the number of children with disability being enrolled in schools’ (pagina 142). Is er een lijst van kindernamen gezien en gecontroleerd? Zijn dit verzonnen namen of bestaande personen? Hoe is dit gecontroleerd? Kan ik deze lijsten inzien voor een check? Op deze manier kan ik honderden voorbeelden noemen met steeds dezelfde vraag die ontspruit uit het begrip ‘telling’.</p>
<p>Indien een telling niet is afgenomen, kun je spreken van een artificiële omgeving met imaginaire verzinsels. Door iets te beweren bestaat iets niet. Door het keer op keer te citeren, wordt iets dat <em>onwaar</em> is, niet beetje bij beetje meer <em>waar</em>. Niet het tegendeel van een bewering moet worden bewezen, een bewering moet worden bewezen. Het overnemen van statistiek of het overnemen van beweerde statistiek zonder een wetenschappelijke proeve heeft geen waarde. Wetenschappelijk krijgt het dan de indicatie <em>onwaar</em>.</p>
<p>Evaluaties gebaseerd op <em>peerreviews</em> houden niets minder in dan het reproduceren van datgene dat beweerd wordt. Daarbij meent een westerling te leunen op het waarheidsgehalte binnen een rechtschapen en vertrouwelijke vriendschapsrelatie. Dit is dé bottleneck van dit onderzoek, want het strookt totaal niet met de geschetste afhankelijkheidsrelatie en het cultuurgoed in het zuiden. Ik heb contact gezocht met Bijker en hij schrijft mij: ‘Een zorgvuldige peerreview door de beste internationale experts heeft de wetenschappelijke kwaliteit van de evaluaties vastgesteld en die evaluaties zijn genuanceerd positief over de Nederlandse ontwikkelingsinterventies.’ Hoe goed je mensen ook zijn, als je methode onjuist is, dan ben je wetenschappelijk gezien doelloos en ondienstig.</p>
<p>Zelf heb ik het vermoeden dat westerse onderzoekers ‘lastige vragen’ gewoonweg niet durven te stellen. Ze kiezen liever voor een vriendschappelijke relatie waarbij actoren in het zuiden bereidwillig zijn om mee te werken. Ik heb vele onderzoekers met elkaar enthousiast horen praten, niet over de resultaten, maar over het feit dat er een amicale vertrouwensband is opgebouwd zodat de bereidwilligheid om informatie te geven of rapporten in te laten zien hoger is geworden. Hoe lastiger de vragen die een onderzoeker stelt, hoe stroever de vertrouwensband wordt. Echter, een stroeve en bureaucratische houding is slechts een van de wapens die mensen in het zuiden gebruiken als inruilfiche. Daarnaast maken actoren in het zuiden met een amicale binding de wetenschappelijke neutraliteit kapot, zodat hun artificiële houding en imaginaire verzinsels geloofwaardiger worden. Kortom, het is een spel. Westerse onderzoekers detecteren totaal niet dat ze onderdeel zijn van een spel en dat ze dientengevolge worden</p>
<p>De impact van onderzoekers als <em>Eva</em> (in dit geval Bijker) is een bottleneck van ontwikkelingssamenwerking, omdat zij denkbeelden verstevigen vol met aannames en zonder bewijslast. De mensen in het zuiden zijn meesters in het bedriegen van zintuigen die ons op het verkeerde been zetten, omdat zij weten dat Westerlingen ervan uitgaan te zien wat ze willen zien, te horen wat ze willen horen. Ik zal in de boek meerdere voorbeelden hiervan noemen.</p>
<p>Dit hoofdstuk begon met getallen en bedragen van ontwikkelingssamenwerking en mijn advies is om deze te vergeten. Over enkele jaren is het <em>old school </em>en staan de accenten weer een heel andere kant op. De getallen en bedragen in de introductie en het verhaal van Bijker maken wel iets duidelijk. Ze leggen namelijk drie problemen bloot. Eén: we stellen niet de juiste controlevragen over output. Twee: de Nederlander is, naast het beste jongetje van de klas, goedgelovig. Drie: de schuldcultuur tiert welig in Nederland.</p>
<p>Zittend naast Joan in Anand Nagar zou ik antwoorden met een stelling waar ze zelf over mag nadenken.</p>
<p><em>“I think in life a person really has three choices: </em><em>loyal to your job, loyal to your target audience, loyal to your output.</em></p>
<p><strong><em>Resumerend</em></strong></p>
<ul>
<li><strong>De geldgevende landen twijfelen te weinig aan de juistheid van getallen en bedragen.</strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>.</strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> CBS.</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Ibid.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Ibid.</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> Let op: bedrag in USD.</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[5]</a> OECD, citaat website en <em>History of the DAC 0,7% ODA-Target</em>, DAC Journal 2002, Vol 3 No 4, pages III-9 –III-11.</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[6]</a> https://www.parlement.com.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[7]</a> Ter vergelijking: in 2016 is de Nederlandse overheidsschuld €.466 miljard, €.27.000 per Nederlander.</p>
<p><a href="#_ftnref8" name="_ftn8">[8]</a> Dambisa Moyo, <em>Dead Aid: Why aid is not working and how there is a better way for Africa</em>, p. 28.</p>
<p><a href="#_ftnref9" name="_ftn9">[9]</a> René Descartes en Elisabeth van de Palts, <em>Briefwisseling</em>, p. 12.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-onderzoekers-gaan-discreet-met-ons-belastinggeld-om/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
