<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>NL-Aid &#187; Rode Kruis</title>
	<atom:link href="/tag/rode-kruis/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.nl-aid.org</link>
	<description>NL-Aid Netherlands Aid, Development Cooperation</description>
	<lastBuildDate>Wed, 24 Feb 2021 07:42:51 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=4.1.1</generator>
	<item>
		<title>Cold case: M. J. van de Ven</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/cold-case-m-j-van-de-ven/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/cold-case-m-j-van-de-ven/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 Apr 2017 22:22:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Editors’ Selection]]></category>
		<category><![CDATA[Historie]]></category>
		<category><![CDATA[A.O. van Soest]]></category>
		<category><![CDATA[Archiefwet]]></category>
		<category><![CDATA[Brabants Dagblad]]></category>
		<category><![CDATA[Buitengewone Pensioenraad]]></category>
		<category><![CDATA[buitengewoon pensioen]]></category>
		<category><![CDATA[Bundesarchiv]]></category>
		<category><![CDATA[C. Klaasse]]></category>
		<category><![CDATA[CADSU]]></category>
		<category><![CDATA[Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-Uitkeringen]]></category>
		<category><![CDATA[Croix De La Confédération Européenne Des Anciens Combattants]]></category>
		<category><![CDATA[Dachau]]></category>
		<category><![CDATA[death imprint]]></category>
		<category><![CDATA[Dr. J. Bastiaans]]></category>
		<category><![CDATA[Dresden]]></category>
		<category><![CDATA[Eichmann]]></category>
		<category><![CDATA[Expogé]]></category>
		<category><![CDATA[Flossenbürg]]></category>
		<category><![CDATA[fraude]]></category>
		<category><![CDATA[G.O.I.W.]]></category>
		<category><![CDATA[Gemeenschap Oud Illegale Werkers]]></category>
		<category><![CDATA[Generalstaatsanwalt]]></category>
		<category><![CDATA[Gestapo]]></category>
		<category><![CDATA[Heimatfront]]></category>
		<category><![CDATA[Helmonds Dagblad]]></category>
		<category><![CDATA[Hitlerjugend]]></category>
		<category><![CDATA[Immigratie- en Naturalisatiedienst]]></category>
		<category><![CDATA[IND]]></category>
		<category><![CDATA[International Tracing Service]]></category>
		<category><![CDATA[invalide]]></category>
		<category><![CDATA[J.W. Spinks]]></category>
		<category><![CDATA[Karlsbad]]></category>
		<category><![CDATA[Konzentrationslager Herzogenbusch]]></category>
		<category><![CDATA[Kraaijeveld-Wouters]]></category>
		<category><![CDATA[Kralupy nad Vltavou]]></category>
		<category><![CDATA[Kruis Van Federatie Van Europese Oud-Strijders]]></category>
		<category><![CDATA[KZ-syndroom]]></category>
		<category><![CDATA[Leimeritz]]></category>
		<category><![CDATA[Litomerice]]></category>
		<category><![CDATA[Lovosice]]></category>
		<category><![CDATA[M. J. van de Ven]]></category>
		<category><![CDATA[Magazine Panorama]]></category>
		<category><![CDATA[Mathilde]]></category>
		<category><![CDATA[Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid]]></category>
		<category><![CDATA[Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[NAZI]]></category>
		<category><![CDATA[NCTV]]></category>
		<category><![CDATA[Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen]]></category>
		<category><![CDATA[NFR-VVN]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwsblad Van Het Zuiden]]></category>
		<category><![CDATA[NIOD]]></category>
		<category><![CDATA[Ombudsman]]></category>
		<category><![CDATA[openbaarheidsbeperkingen]]></category>
		<category><![CDATA[Ostrov]]></category>
		<category><![CDATA[oud-verzetsstrijders]]></category>
		<category><![CDATA[Praag]]></category>
		<category><![CDATA[PTSS]]></category>
		<category><![CDATA[Rode Kruis]]></category>
		<category><![CDATA[Rostock]]></category>
		<category><![CDATA[Rostoklaty]]></category>
		<category><![CDATA[Sächsisches Staatsarchiv]]></category>
		<category><![CDATA[Schlackenwerth]]></category>
		<category><![CDATA[Schutzhaft]]></category>
		<category><![CDATA[sinaasappelkistje]]></category>
		<category><![CDATA[Srebrenica]]></category>
		<category><![CDATA[Staatsanwalt]]></category>
		<category><![CDATA[stakeholders]]></category>
		<category><![CDATA[Stichting 1940-1945]]></category>
		<category><![CDATA[Still-Duden]]></category>
		<category><![CDATA[Telegraaf]]></category>
		<category><![CDATA[Terezín Memorial]]></category>
		<category><![CDATA[Theresienstadt]]></category>
		<category><![CDATA[tribunaalbesluit]]></category>
		<category><![CDATA[Tros Aktua TV]]></category>
		<category><![CDATA[Van de Ven]]></category>
		<category><![CDATA[Vereniging van Lotgenoten uit het Gevangengenomen Verzet 1940-1945]]></category>
		<category><![CDATA[verzet]]></category>
		<category><![CDATA[VLUG]]></category>
		<category><![CDATA[Volkskrant]]></category>
		<category><![CDATA[Vught]]></category>
		<category><![CDATA[W.C.H. Habets]]></category>
		<category><![CDATA[Waffen-SS]]></category>
		<category><![CDATA[Wehrmacht]]></category>
		<category><![CDATA[WNo]]></category>
		<category><![CDATA[WOB]]></category>
		<category><![CDATA[Yad Vashem]]></category>
		<category><![CDATA[Zivilarbeiter]]></category>
		<category><![CDATA[Zondagsnieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16905</guid>
		<description><![CDATA[Tot ver in de jaren ’70 ontvingen 1285 mensen, procentueel 25% van de verzetsgepensioneerden, onterecht een ‘buitengewoon pensioen’. Jaarlijks kostte dit de Nederlandse staat fl 63,5 miljoen. De meest bekende case betrof die van M.J. van de Ven uit Vught. Tijd voor een onderzoek. Een portret met nieuwe feiten en inzichten. Een reconstructie van de [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_16947" style="width: 638px" class="wp-caption alignleft"><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Middageten-Flossenbürg.png" ><img class=" wp-image-16947" src="/wp-content/uploads/2017/02/Middageten-Flossenbürg.png" alt="Middageten Flossenbürg" width="628" height="259" /></a><p class="wp-caption-text">Middageten Flossenbürg</p></div>
<h6><div class="simplePullQuote right"><p><strong>N.a.v dit onderzoek verscheen op zaterdag 29-4-2017 een artikel van 2 pagina&#8217;s in het Brabants Dagblad (LEES DEZE VERSIE ONDERAAN).</strong></p>
</div></h6>
<p>Tot ver in de jaren ’70 ontvingen 1285 mensen, procentueel 25% van de verzetsgepensioneerden, onterecht een ‘<a target="_blank" href="https://www.st4045.nl/wet-buitengewoon-pensioen" >buitengewoon pensioen</a>’. Jaarlijks kostte dit de Nederlandse staat fl 63,5 miljoen. De meest bekende case betrof die van M.J. van de Ven uit Vught. Tijd voor een onderzoek. Een portret met nieuwe feiten en inzichten.</p>
<p><strong>Een reconstructie van de oorlogsjaren vanuit het oogpunt van Van de Ven</strong></p>
<p>Volgens een Verificatieformulier Rode Kruis van 5-11-1964 zou Van de Ven door de Gestapo in Duitsland het slachtoffer zijn van een vrijheidsberoving van 30-1-1943 tot 13-6-1945. De reden betreft het vervaardigen van pamfletten voor sabotagemogelijkheden en voorbereiding tot hoogverraad. Volgens een verklaring van het Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-Uitkeringen (CADSU) van 20 augustus 1963 is deze vrijheidsberoving als volgt op te splitsen:</p>
<ul>
<li>Polizeiprezidium Gestapo Dresden (VAN 30-1-1943, TOT 15-2-1943; 2e etage)</li>
<li>Volksgerichtshof Muchanerplatz (VAN 15-2-1943, TOT 2-5-1943; 3e etage no.7)</li>
<li>Mathilde gevangenis Dresden (VAN 2-5-1943, TOT 31-8-1944, cel 2)</li>
<li>Gestapo Dresden (VAN 31-8-1944, TOT 25-9-1944)</li>
<li>Kamp Flossenbürg <span style="color: #ff0000;"><strong>(1)</strong></span> (VAN 25-9-1944, TOT 30-12-1944; nummer 32323)</li>
<li>Buitenkommando Schlakkenwert bij Karlsbad (VAN 30-12-1944, TOT 12-4-1945; nummer 32323)</li>
<li>Transport Dachau via Lobositz en Kralup (VAN 12-4-1945, TOT 10-5-1945; gevlucht op 29-4-1945)</li>
</ul>
<h6><a href="/wp-content/uploads/2017/01/Flossenburg-map.png" ><img class="alignleft  wp-image-16914" src="/wp-content/uploads/2017/01/Flossenburg-map.png" alt="Flossenburg map" width="204" height="244" /></a><div class="simplePullQuote right"><p> <strong><span style="color: #ff0000;">(1)</span> Concentratiekamp Flossenbürg met zijn 100 subkampen deed dienst als slavenarbeid in granietgroeven en in ‘Messerschmitt Bf 109’-fabrieken. Tussen 1936-1945 werden er in Duitsland van dit type vliegtuigen 30.573 gemaakt. In het concentratiekamp Flossenbürg hebben meer dan 97.000 mensen gevangen gezeten waarvan circa 30.000, voornamelijk door uitputting, overleden. In alle satellietkampen van  Flossenbürg tezamen zaten in 1945 meer dan 40.000 mensen. Voor een hedendaags referentiekader: er werken 40.000 mensen bij Google.</strong></p>
</div></h6>
<p>Op het politiebureau van Den Bosch geeft Van de Ven op 3 december 1945 een verklaring af van 20 getypte A4’tjes over zijn periode in Duitsland. Op 7 december 1942 wordt hij door het Arbeidsbeurs te ’s-Hertogenbosch tewerkgesteld in auto- en pantserreparatiefabriek Haufem aan de Seidnitzerstrasse 3 te Dresden, Duitsland. Al snel wordt hij beschuldigd van hetze omdat hij beklag doet over lonen die niet uitbetaald werden. Dit is zijn eerste verweer jegens het regiem.</p>
<p>Twee maanden eerder op 27-8-1945 beschrijft Van de Ven in een ander zelfgeschreven verslag van 10 pagina’s hoe hij in trucks amorel en zand in de carters van motors stopt en bij treinen in de lagers van wagons waardoor de onderdelen vast lopen of in brand vliegen. De Staatsanwalt beschuldigt hem van ´Heimatfront ondermijnen en het front in de rug aanvallen´. Dit zou een persoonlijke belediging zijn voor Hitler, Goering en Goebbels. Van de Ven krijgt anderhalf jaar tuchthuisstraf.</p>
<p>Erna volgen zware verhoren, knuppelingen en martelingen waarbij twee keer zijn armen achter zijn rug gebonden wordt waarna hij er aan opgehangen wordt (de zogenaamde wipgalg of strappado). Van de Ven bezwijkt. Hij wordt tevens tot aan zijn nek in ijskoud water gezet (waar hij een levenslange reuma van opgelopen zou hebben), hij schrijft over circa 40 onthoofdingen per dag van medegevangenen en hij wordt in een cel gestopt van 4 bij 2 meter die gedeeld werden door 20 mensen.</p>
<p>Van de Ven beschrijft vervolgens tot in detail de verschrikkingen in Flossenbürg die op deze plaats geen herhaling behoeven.</p>
<p>Tijdens een transport dat via Praag naar Dachau zou verlopen probeert hij te vluchten maar wordt hij door een bloedhond in zijn been stevig gebeten. Echter, 5 dagen later lukt het hem bij een tweede poging, tezamen met 22 anderen, om zich te ontdoen van de Hitlerjugend die op wacht staan. Over de Hitlerjugend schrijft hij: ‘Ze telden tot 10 en de 10e werd doodgeschoten. Zo telkens weer opnieuw. Ik was tweemaal de 9e. Ik was in doodangsten, dat ik er ook bij zou zijn. Het was ‘prijsschieten’. Men kon zich niet weren. De mensen waren verschrikkelijk zwak, ik ook. Als we over een spoorlijn moesten en er lag een steen, moest ik er voor omlopen omdat ik te zwak was om over de steen heen te stappen.’</p>
<p><strong><a href="/wp-content/uploads/2017/01/GOIW.png" ><img class="  wp-image-16915 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/GOIW.png" alt="GOIW" width="183" height="283" /></a>Een reconstructie van de oorlogsjaren vanuit het oogpunt van het G.O.I.W.</strong></p>
<p>Op 14 december 1945 wordt door de Gemeenschap Oud Illegale Werkers (G.O.I.W.) tegen Van de Ven aangifte gedaan als bedoelt in artikel 18 van het <a target="_blank" href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002009/2015-01-01" >Tribunaalbesluit</a>. Er lijken gegronde redenen te zijn dat Van de Ven afbreuk heeft gedaan aan het verzet tegen den vijand en diens handlangers door op 13 juli 1942 door:</p>
<p>A. te solliciteren als chauffeur bij de Wehrmacht;<br />
B. te hebben gewerkt bij de firma De Bruin te Vught (27-7-1942, werk Waffen-SS);<br />
C. vrijwillig te hebben gewerkt in Duitsland bij Reichsverkehrmin, Berlin (vertrokken 26-8-42).</p>
<p>Als bewijs kan worden overlegd:</p>
<ul>
<li>Voor het onder a. vermelde: Inschrijvingsformulier van het Gewestelijk Arbeidsbureau ’s-Bosch;</li>
<li>Voor het onder b. vermelde: Bewijs van inschrijving aan het Gewestelijk Arbeidsbureau ’s-Bosch;</li>
<li>Voor het onder c. vermelde: Uitzending naar Duitschland formulier.</li>
</ul>
<p>Dit formulier is door Van de Ven zelf ingevuld 13-7-1942. Hij schrijft bij gezochte betrekking (alle citaten in dit artikel betreffen inclusief schrijffouten): ‘Chauffeur bij de Wehrmacht of wel bij particulieren baas in Duitschland expeditie dienst op binnen en buiten land liefst Nederland – Duitschland’. Bij bijzonderheden schrijft Van de Ven: ‘Liefst blijf ik in Nederland of Duitschland daar ik nog een enkele keer een oproeping van de Rijksverzekeringsbank krijg voor een keuring van een ongeval wat ik gehad heb en waardoor mijn rechterduim stijf is.’ Alles netjes ondertekend.</p>
<p>Van de Ven is het met de beschuldigingen niet eens en hij schrijft op 29 november 1945: ‘(…) dat het beest dood is, doch dat de geest der nazi’s nog in vele voort leeft’.</p>
<p>Andere bronnen melden dat hij in 1941/1942 als vrachtwagenchauffeur voor de firma Van Boxtel heeft gewerkt en voor de firma Gillis te Rijen. Beide firma’s werkten voor de Wehrmacht.</p>
<p><strong>Jaren 70</strong></p>
<p><em><a href="/wp-content/uploads/2017/01/Croix-De-La-Confédération-Européenne-Des-Anciens-Combattants.png" ><img class="  wp-image-16909 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/Croix-De-La-Confédération-Européenne-Des-Anciens-Combattants.png" alt="Croix De La Confédération Européenne Des Anciens Combattants" width="73" height="169" /></a>Onderscheiding</em><br />
In april 1971 ontvangt Van de Ven het ‘Kruis Van Federatie Van Europese Oud-Strijders’, beter bekend als ‘Croix De La Confédération Européenne Des Anciens Combattants’. De onderscheiding heeft echter geen officiële status en militairen in actieve dienst mogen deze onderscheiding niet opspelden.</p>
<p>Erna lijkt Van de Ven tegen de lamp te lopen vanwege het onrechtmatig aanvragen van een verzetspensioen want zijn verzetsverleden zou een zelfverzonnen illusie zijn. Van 1975 tot 1980 werd uitvoerig in de Nederlandse pers over bedoelde kwestie gepubliceerd: kranten, magazines en zelfs Tros Aktua TV. Voor Politiek Den Haag werd het een langslepende affaire.</p>
<p><em>Stakeholders</em></p>
<ul>
<li>De <strong>kranten</strong> waren in de jaren 70 niet mild. Om u een idee te geef citeer ik in chronologische volgorde enkele frases, die ik gemakshalve naar eigen inzicht heb vereenvoudigd om het leesbaarder te maken:
<ol>
<li>‘Een onderzoek in West- en Oost-duitse archieven, bracht tot nu toe aan het licht dat Van de Ven niet voortkomt in de nauwkeurige bewaarde Gestapo-archieven en dat men ook geen processtukken ‘wegens hoogverraad’ tegen hem kan terugvinden in Dresden. Wat blijft daar dus van over?’ (<em>Zondagsnieuws, 20 november 1975</em>)</li>
<li>‘Enkele honderden leden van het voormalige verzet zijn dinsdag niet op het dag van het verzet geweest. Zij protesteerde daarmee tegen de aanwezigheid van Van de Ven.’ (<em>Helmonds Dagblad, Sept. 1976</em>)</li>
<li>‘Nep-verzetsman loog fl 1 miljoen bij elkaar maar Stichting 1940-1945 blijft hem beschermen.’ (<em>De Telegraaf, 5-7-1977</em>)</li>
<li>‘Nader onderzoek tot in Duitsland herleidt de overlegde papieren tot het feit dat betrokkene tot augustus 1942 vrijwillig voor de Duitsers werkte op vliegveld Gilze-Rijen, zich vervolgens vrijwillig meldde voor werk in Duitsland, waar hij in 1943 wegen het stelen van een baal koffie tot anderhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, die hij in de gevangenis in Dresden heeft uitgezeten’. (<em>De Telegraaf, 5-7-1977</em>)</li>
<li>‘De Brabander wordt beschuldigd van het jaarlijks ten onrechte innen van tachtig mille buitengewoon pensioen.’ (<em>Volkskrant, 6-7-1977</em>)</li>
<li>‘Het NVR zeggen in hun rapport dat Van de Ven fraude heeft gepleegd, door valsheid in geschrifte, waarin hij door de toenmalige Duitse justitie werd beschuldigd van sabotage en verraad.’ (<em>Volkskrant, 6-7-1977</em>)</li>
<li>‘Een analyse van de door de Vughtenaar zelf opgegeven verzetsdaden liet volgens verzetsmensen geen spaan van deze opgave heel.’ (<em>Nieuwsblad Van Het Zuiden, 4-4-1978</em>)</li>
<li>‘Dit is erger dan bankroof want het blijft elke dag gewoon doorgaan.’ (<em>Nieuwsblad Van Het Zuiden, 4-4-1978</em>)</li>
<li>‘De procureur-generaal stelde een diepgaand onderzoek  in. De conclusie van de procureur-generaal was dat het onmogelijk te bewijzen is dat de Vughtenaar in de oorlog strafbare feiten heeft gepleegd.’ (<em>Helmonds Dagblad, 19-7-1979</em>)</li>
<li>‘Kort voor hem het lidmaatschap van de Expogé werd ontnomen, is hij door de Nationale Federatieve Raad van het Verzet (NFR) ook als lid geroyeerd.’ (<em>Nieuwsblad Van Het Zuiden, 20-10-1979</em>)</li>
<li>‘Tussen staatsecretaris Kraayeveld-Wouters van CRM en de Buitengewone Pensioenraad in Heerlen bestaat hierover kritisch contact.’ (<em>Nieuwsblad Van Het Zuiden, 20-10-1979</em>)</li>
<li>‘Tweede Kamerleden die ook de zaak kritisch volgen zijn de heren J. Worrel en J. Voogd van de PvdA, mevrouw A. Kappeyne van de Coppello en de heer A. Ploeg van de VVD en mevrouw Dien Cornelissen van het CDA.’ (<em>Nieuwsblad Van Het Zuiden, 20-10-1979</em>)</li>
<li>‘Verzetspensioen Van de Ven terecht.’ (<em>Helmonds Dagblad, 5-9-1980</em>)</li>
<li>‘Velen genieten ten onrechte verzetspensioen.’ (<em>De Telegraaf, 13-3-1980</em>)</li>
<li>Een selectie uit de papieren media en in chronologische volgorde kunt u in twee delen downloaden:
<ul>
<li><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Schrijvende-pers-deel-1-a.pdf" ><strong>DEEL 1</strong></a> en <a href="/wp-content/uploads/2017/02/Schrijvende-pers-deel-2-a.pdf" ><strong>DEEL 2</strong></a>.</li>
</ul>
</li>
</ol>
</li>
</ul>
<ul>
<li>De Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen, afgekort met <strong>Expogé</strong>, is op 28 september 1945 opgericht door verzetsmensen uit WOII. In 2010 is de vereniging opgeheven. Zij vinden dat van den beginne het uitgangspunt is geweest, dat er duidelijk bewijzen op tafel moesten worden gelegd om te bepalen of iemand tot het verzet kan worden gerekend. Het is niet zo dat andere partijen het tegendeel moet bewijzen. Iemand kan lid zijn van Expogé indien hij/zij voor of tijdens de oorlog van 1940-1945 door gezindheid en houding actief en zonder winstbejag heeft meegewerkt aan het verzet tegen de vijand en diens handlangers en tengevolge daarvan in gevangenschap is geraakt. Expogé vindt het aannemelijk dat Van de Ven vrijwillig in Duitsland is gaan werken, geen sabotage of hoogverraad heeft gepleegd en niet invalide is geraakt door een concentratiekamp. In 1950 of daaromtrent heeft Van de Ven een auto-ongeval gehad. Hij werd van februari 1943 tot september 1944 in gevangenschap gehouden wegens zijn branieachtige en onrustveroorzakend gedrag. Echter, Van de Ven is geballoteerd door de Nationale Unie van Oud-Gevangenen in 1945, en door Expogé in 1950 en in 1967. De staatssecretaris van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk) en de Buitengewone Pensioenraad verklaren dat er geen aanleiding is om zijn pensioen in te trekken. Dit is voor Expogé het bewijs dat een royement niet aan de orde is. Voor een royement zijn twee dingen nodig: verzet/gevangenschap ontbreken en onwaardig gedrag tijdens de bezettingsjaren. Hiervan is geen sprake. Door deze zaak ontstaat er een afscheidingsbeweging vanuit Expogé onder de naam VLUG.</li>
</ul>
<ul>
<li>Vereniging van Lotgenoten uit het Gevangengenomen Verzet 1940-1945, afgekort met <strong>VLUG</strong> 40-45 is o.a. opgericht door W.C.H. Habets. VLUG 40-45 is ontstaan uit ongenoegen over het beleid van bestaande organisaties van het voormalig verzet, te weten Expogé. Volgens Habets houdt Expogé enkele leden waaronder Van de Ven de hand boven het hoofd. De organisatie noemt Van de Ven in een informatiebulletin een pseudoverzetsman die middels antigedateerde/vervalste verklaringen en het verzamelen van handtekeningen onder valse voorwendselen niet alleen zijn werkelijke activiteiten tijdens de bezettingsjaren geheel heeft verduisterd maar ook zinspeelde op verkeerde intenties waarmee hij een buitengewoon pensioen als verzetsheld heeft weten te verwerven. Met behulp van getuigen in Gilze-Rijen, Vught, Mülheim en Dresden is een reconstructie van het oorlogsverleden van Van de Ven gemaakt en niet één persoon heeft een verklaring ten gunste van Van de Ven afgelegd. VLUG 40-45, met Habets als vaandeldrager, laakt met name de doofpotcultuur van Stichting 40-45. De Stichting heeft volgens Habets een ‘waardigheids- en verzetsverklaring’ ten gunste van Van de Ven afgegeven op basis van één verklaring, terwijl het Commissariaat voor Oorlogsschade van het Ministerie van Financiën in september 1950 reeds verklaarde dat er geen sprake is van binnenlands verzet door Van de Ven.</li>
</ul>
<ul>
<li><a href="/wp-content/uploads/2017/01/NFR-VVN.png" ><img class="  wp-image-16920 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/NFR-VVN.png" alt="NFR-VVN" width="196" height="239" /></a>De Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland, afgekort met <strong>NFR-VVN</strong>, is op 13 december 1947 opgericht en tevens in 2010 wegens vergrijzing opgeheven. De NFR-VVN is een federatie van lokale verenigingen van oud-verzetsstrijders. Het doel van de vereniging was zich in te zetten voor rechtsherstel van oorlogsgetroffenen, zorg te dragen voor oud-verzetsstrijders of hun nagelaten betrekkingen die tijdens de bezetting schade hebben geleden, en zich in te zetten voor zuivering en berechting van oorlogsmisdadigers. Op 4 november 1976 geven ze A.O. van Soest (officier bij de Koninklijke Marechaussee, oorlogsvrijwilliger bij de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en C. Klaasse opdracht tot onderzoek. Wat volgt is een rapport van 13 pagina met een dik pakket aan bijlagen, o.a. met getuigenverklaringen van mensen en organisaties in Nederland en Duitsland. Één van de kerndocumenten betreft het vervalsen van de aanleiding tot Van de Ven’s arrestatie door de Gestapo. Op 22 november 1943 schrijft de Generalstaatsanwalt Dresden aan de moeder van Van de Ven een brief naar aanleiding van haar gratieverzoek. Daarin staat dat gratie onmogelijk is ‘da es geht um Hochverrat’. Dit is vreemd en wel om drie redenen. Ten eerste waren gratieverzoeken gedurende WOII inzake hoog- en landverraad voorbehouden aan de ‘Führer und Reichskansler’. Ten tweede omdat de taal niet klopt. Op 1 maart 1977 verklaart een taaldeskundige dat het geen goed Duits betreft. De woordvolgorde is onjuist. In een bijzin moet in het Duits de persoonsvorm achteraan, aan het einde van een zin, staan. Dus, ‘da es sich handelt um…’. <a href="/wp-content/uploads/2017/01/Duden.png" ><img class="  wp-image-16910 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/Duden.png" alt="Duden" width="140" height="140" /></a>De gebruikte woordvolgorde door Van de Ven is typisch Nederlands of Engels. Idiomatisch is de constructie ‘es geht um’ in de betekenis van ‘het gaat om’, ‘het betreft’ niet juist. Het toonaangevende stijlwoordenboek uit die tijd ‘Still-Duden’ geeft ‘es geht um’ slechts in deze volgorden: ‘es geht um alles’ (op het spel staan) en ‘jeder weiss, worum es geht’ (te doen zijn om). De betreffende zinsnede past tevens qua stijl en woordkeuze niet in de tijd en woordkeuze van de Duitse instanties omdat het geen ambtelijke taal betreft. Ten derde is ‘da es geht um Hochverrat’ in een ander lettertype geschreven dan de rest van de brief. Van Soest/Klaasse kunnen de aanleiding van Van de Ven’s arrestatie en zijn daden van verzet niet doorgronden en getuigen/instanties spreken dit eerder tegen. Toch komt er een opmerkelijke conclusie. Naar aanleiding van dit onderzoek schrijft voorzitter C.C. van den Heuvel uit naam van het hoofdbestuur van NFR-VVN: ‘Het hoofdbestuur NFR-VVN is van oordeel dat de thans aanwezige gegevens over v.d. Ven niet voldoende de conclusie van het rapport Van Soest/Klaasse rechtvaardigen en dat daarom royement van Van de Ven niet in overweging kan worden genomen. (…) Tenslotte spreekt het hoofdbestuur zijn teleurstelling en afwijzing uit over het optreden van oud-verzetsstrijders, die op laakbare wijze activiteiten tegen Van de Ven hebben ontplooid. Zij zijn daarbij ver buiten de grenzen gegaan van reacties van oud-verzetsstrijders op naar hun mening onjuiste toekenning van buitengewoon pensioen. Hun activiteiten heeft bijgedragen tot het verscherpen van tegenstellingen tussen oud-verzetsstrijders en tot schade aan het aanzien van het voormalige verzet.’ Van de Ven zou fl 1 miljoen aan uitkeringen opgestreken hebben. Het onderzoek van Van Soest/Klaassen kostte fl 1,1 miljoen.</li>
</ul>
<ul>
<li>De <strong>Buitengewone Pensioenraad</strong> werd in 1947 opgericht als onderdeel van de uitgevaardigde Wet Buitengewoon Pensioen 1940- In 1990 ging de Buitengewone Pensioenraad op in de Pensioen- en Uitkeringsraad. Als taak had de raad het berekenen en uitbetalen van pensioenen van oorlogsslachtoffers. Met ingang van 1 januari 1970 werd per wetswijziging geregeld dat bij de vaststelling van oorzakelijk verband tussen de invaliditeit en het verzetsverleden de omgekeerde bewijslast gold. Dit betekende dat het verband werd voorondersteld, tenzij bewezen kon worden dat de ziekten en/of gebreken niet het gevolg waren van de oorlogsomstandigheden. Van de Ven zou invalide zijn geraakt op transport naar Dachau. Van de Ven: ‘Op 19 april (1945 -red) ging ik op transport naar Dachau. Poging tot ontsnapping op een station mislukte. Een bloedhond beet mij tot invalide.’ Op 15 juni 1976 verklaart de Buitengewone Pensioenraad dat ze ‘(…) geen aanleiding heeft gevonden het aan de heer M.J. van de Ven te Vught verleende buitengewoon pensioen in te trekken’.</li>
</ul>
<ul>
<li>
<div id="attachment_16917" style="width: 152px" class="wp-caption alignright"><a href="/wp-content/uploads/2017/01/J.W.-Spinks.png" ><img class=" wp-image-16917" src="/wp-content/uploads/2017/01/J.W.-Spinks.png" alt="Tweede Kamerlid J.W. Spinks " width="142" height="189" /></a><p class="wp-caption-text">Tweede Kamerlid J.W. Spinks</p></div>
<p><strong>Politiek Den Haag</strong> boog zich meerdere keren over de zaak. Tekenend is de verklaring van Tweede Kamerlid J.W. Spinks (kamerlid 1971-1977): ‘De Staatslicher Archiv Verwaltung in de D.D.R. verklaart echter dat v.d. Ven niet voorkomt in de registratie van hoogverraders en hoogverraadprocessen. Sterker nog, zijn naam komt helemaal niet voor in hun administratie terwijl dit archief als zeer volledig bekend staat. Zij hebben echter noch van Buitengewone Pensioenraad noch van de Stichting 1940-1945 ooit een verzoek om inlichtingen ontvangen. Integendeel, de Stichting neemt in een rapport alles klakkeloos voor waar aan. (…) Blijkens de personeelsadministratie van de thans nog bestaande firma Tengelman te Mülheim werkte hij daar vrijwillig van 11 december 1942 tot 27 januari 1943. Op die laatste datum tekent hij bij Tengelman zijn ontslagpapieren. Maar de Stichting zegt, dat hij medio januari 1943 op het Arbeidsbureau is en op 29 januari 1943 op het station staat om onder geleide van een met name genoemde SD’er naar Duitsland te vertrekken. Vreemd, want op 29 januari 1943 wordt hij al te Dresden gearresteerd. Nu komen de bewijzen voor de veroordeling wegens hoogverraad, een brief van de Rijkskommissaris en een brief van de Generalstaatsanwalt. (…) Het meest opvallend is echter de laatste regel van de eerste alinea: “da es geht um Hochverrat”. Dat is geen schrijfduits en zeker geen ambtelijk Duits. E.e.a. is bevestigd door ambtenaren van de Duitse justitie. Gelukkig is er echter ook nog een Duitse instantie die tenminste nog één zin van hem kon bevestigen n.l. de International Tracing Service te Arolsen. Uit dat archief blijkt dat hij in november 1944 in Kamp Flossenbürg is afgeleverd, echter zonder proces. (…) Op 29 april 1945, zo blijkt uit hun documenten, tekent hij te Leimeritz (het huidige Litomerice) voor zijn bevrijding door de Amerikanen. Geen Praag, geen Dachau, geen Russen. Nu is de kortste weg van Flossenbürg naar Dachau ook niet bepaald over Praag. Bovendien konden de Duitsers in die tijd hun treinen wel beter gebruiken dan voor het vervoer van gevangenen.(…) Een mislukte ontvluchtingspoging tijdens dat transport, toe maar. Er zijn er meer gedaan, maar die lui leefden daarna meestal nog maar een paar minuten, zo geen seconden.’</li>
</ul>
<ul>
<li><a href="/wp-content/uploads/2017/01/Stichting-1940-1945.png" ><img class="  wp-image-16922 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/Stichting-1940-1945.png" alt="Stichting 1940-1945" width="153" height="222" /></a><strong>Stichting 1940-1945</strong> voert wetten uit die financiële ondersteuning bieden aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het doel is de zorg voor de nabestaanden van overleden verzetsdeelnemers en de zorg voor invalide geworden verzetsdeelnemers. ‘Voor beide groepen moest een wettelijke regeling worden getroffen. Die regeling kwam er in 1947, met de totstandkoming van de Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945 (WBP).Deze wet voorziet in pensioenen voor de nabestaanden van omgekomen deelnemers aan het verzet in Nederland en voor verzetsmensen die als gevolg van hun deelname aan het verzet in Nederland invalide zijn geworden.’ (BRON <a target="_blank" href="https://www.st4045.nl/wet-buitengewoon-pensioen" >https://www.st4045.nl/wet-buitengewoon-pensioen</a>). Op 12 januari 1950 gaf Stichting 1940-1945 voor Van de Ven een verzetsverklaring af en in 1951 kende de Buitengewone Pensioenraad een pensioen toe. In 1975 stelde Stichting 1940-1945 naar aanleiding van de commotie in de media een onderzoek in over Van de Ven’s verzetsverleden. Zowel P. Versteeg, Hoofdafdeling Verzetsdeelnemers en Vervolgden van Stichting 1940-1945 als dr. Mr. N.H. Wiarda, Voorzitter Buitengewone Pensioenraad, zagen geen aanleiding om de betreffende verklaringen en pensioen in te trekken. Van Soest/Klaasse deden in 1976/1977 namens de NFR-VVN een onderzoek met andere conclusies. Dientengevolge volgde een allesbeslissend onderzoek door de Buitengewone Pensioenraad, het Gerechtshof in Den Bosch en Stichting 1940-1945. Men kwam tot de conclusie dat na alle bescheiden te hebben ingezien en alle getuigen te hebben gehoord, de conclusie van 1950 en 1951 terecht was. Tweede Kamerlid J.W. Spinks is allerminst tevreden over de stichting (zie vorige bulletpoint) en zegt dat de stichting een verklaring afgeeft die door Van de Ven zelf geschreven is. Van Soest/Klaasse bekritiseren het feit dat de stichting in Duitsland geen onderzoek heeft gedaan. Stichting 1940-1945 bekritiseerd het onderzoek van Van Soest/Klaasse omdat het is uitgevoerd door twee ex-marechaussees en niet door juristen. Daardoor zouden er verkeerde conclusies getrokken worden. De stichting is van mening dat Van de Ven verzet heeft gepleegd en dat hij als gevolg van de oorlog invalide is geraakt.</li>
</ul>
<ul>
<li><a href="/wp-content/uploads/2017/01/Cadsu.png" ><img class="  wp-image-16908 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/Cadsu.png" alt="Cadsu" width="296" height="68" /></a>Het Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-Uitkeringen kortweg <strong>CADSU</strong>, werd bij besluit van de minister van Financiën van 25 juli 1959 nr. 53 met ingang van 1 september 1959 ingesteld. Het CADSU heeft als doel het ondersteunen van individuele belanghebbenden bij de gecoördineerde indiening van claims wegens geleden materiële schade en het hiervoor verkrijgen van een zo hoog mogelijke vergoeding. Van de Ven valt onder het Afwikkelingsbureau Concentratiekampen. Volgens het CADSU heeft Van de Ven pamfletten vervaardigd voor sabotagemogelijkheden en zijn er voorbereidingen tot hoogverraad. Bewijzen worden niet geleverd.</li>
</ul>
<ul>
<li>De laatste stakeholder zijn de aanhoudende <strong>roddels</strong>. Mijn onbezonnen jeugd ligt in de jaren 70 en 80 in genoemde woonplaats. In die jaren waren de perikelen van Van de Ven door heel Vught een decennia lang gesprek aan de keukentafels. Van de Ven zou als collaborateur verwikkeld zijn in obscure zaken omtrent Kamp Vught waarbij Joden benadeeld werden voor eigen winstbejag, hij zou onder de vlag van de Wehrmacht Joden door Brabant en Gelderland hebben getransporteerd, hij zou zichzelf opzettelijk in zijn been geschoten hebben om aanspraak te maken op een uitkering en hij zou zijn aanvraag voor een verzetspensioen bij elkaar gekocht en gelogen hebben. Terwijl anderen hard werkten om rond te komen, kon Van de Ven met zijn uitkering en pensioen vanuit zijn luie stoel een florerend bedrijf oprichten. De spanningen waren zo verhit dat getuigen uit angst hun mond hielden. Ik heb Vught al 30 jaar achter mij gelaten en toen ik terug kwam bleek dat mensen nog steeds met schande over de zaak spraken. Maar zijn de aanhoudende roddels conform de werkelijkheid?</li>
</ul>
<p><strong>Nieuwe bevindingen</strong></p>
<p><em>Bevestiging </em></p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/01/International-Tracing-Service.png" ><img class=" size-full wp-image-16916 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/01/International-Tracing-Service.png" alt="International Tracing Service" width="302" height="123" /></a>Het International Tracing Service (ITS) in Duitsland heeft een archief met 50 miljoen documenten over zo&#8217;n 17,5 miljoen nazi-slachtoffers, waaronder Arbeitseinsatz, Holocaust en Displaced persons. In 2013 zijn de documenten in de werelderfgoed van Unesco opgenomen. Op 17 januari 2017 ontvang ik van ITS een bericht.</p>
<p>Onderzochte persoon heeft volgens ITS in Duitsland gewerkt bij Tengelmann en is op 3 november 1944 door de Dresden staatspolitie overgebracht naar Flossenbürg met nummer 32323, nazi-type gevangene ‘ZA’ (Zivilarbeiter) en Schutzhaft (preventieve hechtenis). Op 29 december 1944 is hij overgebracht van Flossenbürg naar satelliet Schlackenwerth. ITS heeft voor dit onderzoek het Rode Kruis bevraagd en hierdoor kan worden bevestigd dat onderzochte persoon op 15 januari 1943 voor de rechtbank van München is verschenen en op 30 januari 1943 in Dresden in een politiecel is gestopt. In mei 1943 is hij verplaatst naar Mathilde gevangenis, op 25 december 1944 naar Flossenbürg en op 30 december 1944 naar Schlackenwerth. De data wijken ietwat af. Op 12 april is Van de Ven op transport naar Dachau gezet maar hij werd op 10 mei 1945 bevrijd door Russen. Zijn gevangenenleven heb ik inmiddels op meerdere documenten bevestigd gezien.</p>
<p><em>Arbeitslager Leitmeritz</em></p>
<p>De route van het transport is volgens Van de Ven’s korte biografie verlopen in de volgende volgorde (zie kaart onder):</p>
<ol>
<li>Flossenbürg.</li>
<li>Schlakkenwert: dit is onjuist gespeld, het moet zijn Schlackenwerth (beter bekend onder de Tsjechische naam Ostrov, vlakbij bij Karlsbad).</li>
<li>Lobersitz: Van de Ven is niet zeker want hij plaatst een vraagteken achter de plaatsnaam. Waarschijnlijk heeft hij het fonetisch opgeschreven. In een ander document wordt Lobositz ook gebruikt en dit lijkt, zeker fonetisch, erg op Lovosice, hetgeen op de route ligt. In Lovosice heeft hij 5 dagen onder toeziend oog van de Hitlerjugend gewacht op transport.</li>
<li>Kralub: ik denk dat Van de Ven <em>Kralupy nad Vltavou</em> bedoelt omdat de stad in het Duits Kralup an der Moldau genoemd wordt.</li>
<li>Rostok: dit zal Rostoklaty zijn omdat Van de Ven schrijft dat het circa 10 kilometer voor Praag is.</li>
<li>Praag: Hier zouden wagons klaarstaan met eindbestemming Dachau, maar Van de Ven ontsnapte voordien.</li>
<li>Geplande eindbestemming Dachau</li>
</ol>
<div id="attachment_16924" style="width: 400px" class="wp-caption alignleft"><a href="/wp-content/uploads/2017/01/Transportroute.png" ><img class=" wp-image-16924" src="/wp-content/uploads/2017/01/Transportroute.png" alt="Klik op de kaart voor een uitvergroting" width="390" height="403" /></a><p class="wp-caption-text">Klik op de kaart voor een uitvergroting</p></div>
<p>Op de kaart staat als nummer 8 tevens Leimeritz (het huidige Litomerice). Tweede Kamerlid J.W. Spinks schrijft dat Van de Ven voor zijn bevrijding tekent te Leimeritz voor zijn bevrijding door de Amerikanen. <em>‘Geen Praag, geen Dachau, geen Russen’.</em> Nummer 8 herbergt Arbeitslager Leitmeritz (tevens bekend als ‘SS Kommando B 5’) en is slechts 4 kilometer verwijderd van concentratiekamp Theresienstadt. Door gebrek aan slaapplaatsen in Arbeitslager Leitmeritz sliepen de meeste gevangenen in Theresienstadt. Beiden kampen werden bevrijd door de Russen. Van de Ven meldt dat hij in Praag is bevrijd door Russen. Ik kan me voorstellen dat hij door uitputting de dingen ook niet meer helder heeft gezien. Het is overigens logischer dat Van de Ven via Lovosice in Leimeritz is geraakt en dat hij niet in die andere plaatsnamen is geweest. Misschien is er gezegd dat hij naar Praag ging via Kralup an der Moldau en Rostoklaty en heeft hij door zijn zwakte deze tussenliggende stations als zodanig gewaarmerkt. Je krijgt dan route Flossenbürg &#8211; Schlackenwerth &#8211; Lovosice &#8211; Leimeritz. Zie tweede kaart.</p>
<div id="attachment_16943" style="width: 423px" class="wp-caption alignright"><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Transportroute-2.png" ><img class=" wp-image-16943" src="/wp-content/uploads/2017/02/Transportroute-2.png" alt="Klik op de kaart voor een uitvergroting" width="413" height="263" /></a><p class="wp-caption-text">Klik op de kaart voor een uitvergroting</p></div>
<p>Deze logica wordt versterkt door het feit dat de aanvoer van arbeiders voor Arbeitslager Leitmeritz voornamelijk uit Flossenbürg kwamen. Arbeitslager Leitmeritz staat bekend om zijn hoge sterftecijfer door gruwelijke leefomstandigheden, dysenterie- en tyfusepidemieën. Overlevenden die via Auschwitz naar Arbeitslager Leitmeritz werden getransporteerd gaven aan dat de slechte levensomstandigheden in Arbeitslager Leitmeritz het meest verschrikkelijk waren.</p>
<p>Terezín Memorial (Theresienstadt Memorial) mailt mij op 27-1-2017 een kopie van Van de Ven’s bevrijdingskaart dat hij in Arbeitslager Leitmeritz is bevrijd. Op die bevrijdingskaart is overigens helemaal niet te zien of hij nu door Amerikanen of door Russen is bevrijd. Ik heb het nog eens extra gevraagd bij Terezin Memorial, maar de bevrijdingskaart is niet gerelateerd aan Amerikanen of Russen. Dit spreekt Tweede Kamerlid J.W. Spinks tegen. In het zelfde document zegt Spinks: ‘Bovendien konden de Duitsers in die tijd hun treinen wel beter gebruiken dan voor het vervoer van gevangenen’. De Duitsers waren de oorlog aan het verliezen en alles wat de oorlogsindustrie kon leveren was welkom. In Arbeitslager Leitmeritz werden in ondergrondse fabrieken namelijk tankmotoren geassembleerd. Ook deze logica is in strijd met de bevindingen van Spinks.</p>
<p>Van de Ven was ongeschoold en in het begin van de oorlog was hij een straatveger. Zijn verhalen zitten barstenvol schrijffouten. Op Praag en Dachau na, heeft hij alle plaatsnamen verkeerd gespeld. Na een controle blijken in de plaatsen van Van de Ven’s transport, te weten Flossenbürg, Ostrov, Lovosice, Kralupy nad Vltavou en Rostoklaty, allemaal een station te liggen. Dat Van de Ven juist deze plaatsnamen meteen na de oorlog uit zijn duim zuigt, lijkt me dan ook niet aannemelijk. Had hij dit allemaal ingestudeerd dan waren de plaatsnamen duidelijker en correct geweest. Ik moest echt stevig zoeken wat hij bedoelde. De uitdaging die ik u kan geven is om in Google te zoeken op de Tsjechische plaatsnamen die Van de Ven noemt: Lobersitz, Kralub en Rostok (niet te verwarren met het Duitse Rostock). In uw zoekresultaten zitten nul plaatsnamen. Van Soest/Klaasse hebben deze route niet geanalyseerd.</p>
<p><em>Verzet</em></p>
<p>Op 30 januari 2017 krijg ik een tip van het NIOD. Een verslag uit 1950 van J.H. Uhl, destijds medewerker van het Bureau Coördinatie van het Ministerie van Justitie, heeft de kranten niet gehaald. Genoemde Uhl heeft onderzoek gedaan in archieven in Berlijn, waar nog gegevens te vinden waren over veroordeelde Nederlanders tijdens de oorlog door het Volksgerichtshof. De gegevens werden aangetroffen in het door de Amerikanen beheerde ‘American Document Center 7771’, later omgedoopt in ‘Berlin Document Center’ en tegenwoordig onderdeel uitmakend van het Bundesarchiv. In dit overzicht komt ook Martinus Johannes van de Ven voor, die samen met twee lotgenoten op 31 augustus 1943 werd veroordeeld wegens ‘Feindbegünstigung’. Specifiek: wegens het aanzetten van andere arbeiders tot langzaam werken en de Duitse oorlogvoering te bemoeilijken en het laatdunkend uitlaten over nazi-Duitsland. Van de Ven werd veroordeeld tot 1 jaar en 6 maanden, met aftrek van 6 maanden.</p>
<p><em>Volksgerichtshof</em></p>
<p>Het verhaal van J.H. Uhl krijgt een bevestiging. Op 18 februari 2017 ontvang ik een pakketjes van het Bundesarchiv. De cover draagt de titel ‘Handakten, Oberreichsanwalt beim Volksgerichtshof: Strafsache’. De bescheiden beschrijven een strafzaak tegen drie Nederlanders, waaronder Van de Ven.</p>
<p>Van de Ven meldt zich vrijwilliger ‘zum Einsatz’ in Duitsland en na een kort verlof wegens ziekte van zijn vrouw, wordt hij tegen zijn wil door de Wehrmacht opgeroepen om te werken als monteur. Hij heeft geen interesse zich aan te sluiten bij een politieke partij, een politieke jeugdorganisatie of unie. Echter, volgens de rechtbank, was Van de Ven wel aangesloten bij een ‘deutschfeindliche Gruppe’ (anti-Duits groepering).</p>
<p>Op 24 juni 1943 wordt geschreven dat Van de Ven verklaart dat hij hoopt dat het Duitsland aan het oostfront slecht afgaat zodat de oorlog door de Duitser verloren wordt en waardoor hij naar huis kan. Misschien zou Nederland dan over Duitsland kunnen regeren. Indien arbeiders langzaam werken dan zou de oorlog eerder afgelopen zijn want dan krijgt het front geen materieel, de soldaten kunnen dan niet meer vechten en hij kan eerder naar huis. De Engelsen moet derhalve vooral veel bommen op Duitsland gooien. Van de Ven: ‘der Nationalsozialismus sei in Wahrheit gegen die Arbeiter eingestellt; nur im Kriege müsse er um ihre Gunst werben, nach dem Kriege werde der Arbeiter abgetan sein; dann werde sich herausstellen, dass der Führer das Deutsche Volk belogen habe’. Voorts trok hij de Duitse radioberichtgevingen over de Duitse oorlogsresultaten in twijfel. Op 1 september 1943 wordt Van de Ven veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf wegen ‘wehrkraftzersetzung’ (opruiing) met 6 maanden aftrek van het voorarrest.</p>
<p><em>Vervalsing</em></p>
<p>Wat ik duidelijk wil verwoorden is dat Van de Ven geen oorlogscrimineel is. Indien hij inderdaad een chauffeur geweest zou zijn voor de Wehrmacht en de Waffen-SS, dan kun je je afvragen of dit een misdaad betreft. Van de Ven is te allen tijde in dienst geweest van een bedrijf en hij heeft tijdens de bezettingsjaren nimmer een soldatenleven geleid, behalve dat hij tussen 8-12-1939 en 25-5-1940 in militaire dienst bij een Nederlandse artillerieregiment zat zonder enige vorm van gevechtshandelingen te hebben meegemaakt. In de vele getuigenverslagen heb ik Van de Ven op niet één aanvechtbare misdaad kunnen betrappen. Van de Ven heeft zich waarschijnlijk wel laten verleiden tot het vervalsen van een document. Niet om een leugen te verspreiden maar omdat hij zijn gevangenenleven wilde benadrukken. De moeder van Van de Ven had na gratieverzoek per brief een antwoord met het volgende brieflogo:</p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/01/briefhoofd.png" ><img class="alignleft  wp-image-16907" src="/wp-content/uploads/2017/01/briefhoofd.png" alt="briefhoofd" width="371" height="182" /></a></p>
<p>Het is vervolgens heel makkelijk om daarin één zin aan te passen in je eigen voordeel (‘da es geht um Hochverrat’). J.G. Kraaijeveld-Wouters, Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk verklaart in 1980: ‘een aantal verklaringen en bewijsstukken die door de betrokkene zijn geproduceerd na de pensioentoekenning om de tegen hem ingebrachte beschuldigingen tegen te spreken.’ Wat rest zijn de naweeën tot diep in de jaren 70 om deze ingeslagen weg te verdedigen. Dit heeft de roddels in Vught in stand gehouden.</p>
<p><em>Fysieke invaliditeit</em></p>
<p>In archieven worden heb ik meerdere verhalen gelezen over de oorzaak van het manke been van Van de Ven. De archieven spreken van een bloedhond, een auto-ongeluk, een val tijdens een dronken bui van een loopplank (tussen wal en schip) en van een zware enkelbreuk toen hij van een werkbank sprong. De verhalen waren allemaal van niet directbetrokkenen, behalve van de bloedhond. Ik werk één voorbeeld uit. In 1977 spraken Van Soest/Klaasse met een chef werkplaats van de gemeente. Laat ik hem X noemen. In 1965/1966 werkte X als monteur in garage Van Haaren. Van Haaren senior vertelde aan X dat Van de Ven rond 1950 in zijn garage had gewerkt en van een werkbank sprong waarbij hij zijn enkel brak. Ervoor liep hij moeiteloos en erna liep hij mank. Van Haaren senior was ten tijde van dit interview al overleden. X heeft Van de Ven nimmer persoonlijk gekend. Hier is sprake van een indirect en misleidende getuigenverhaal.</p>
<p>De Wet Buitengewoon Pensioen bepaalt de relevantie van invaliditeit aan de ontberingen veroorzaakt door de nazi’s. Er moet sprake zijn van een ‘verergerd verband’ waarbij tijdens de aanvraag vaak het voordeel van de twijfel werd gegeven. De wet heeft erg gestoeid met de zogenaamde grijze gebieden waarbij sprake is van een ‘gedeeltelijk verband’. De Buitengewone Pensioenraad heeft na onderzoek van hun geneeskundig adviseur een beslissing genomen over de mate van verzetsgerelateerde invaliditeit bij Van de Ven. Het is niet aan enige getuige om daarover een uitspraak te doen omdat dit in de persoonlijke sferen ligt tussen patiënt en arts. Het publieke debat is hier geen eigenaar van en het is logisch dat een betrokken organisatie en/of arts niet meedoet aan een steekspel in de media. Voorts is bij de medische beoordeling niet alleen gekeken naar enigerlei mate van lichamelijke invaliditeit, maar mede om psychische invaliditeit.</p>
<p><em>Psychische invaliditeit</em></p>
<p>In de archiefstukken beschrijven anderen getuigen Van de Ven als een moeilijke man met een grote mond. Hij zit zichzelf in de weg. Deze persoonlijkheid wordt op de proef gesteld tegen de achtergrond van zijn wrede gevangenschap. Laat ik dit eens uitwerken. Dr. J. Bastiaans publiceert in 1957 zijn proefschrift ‘Psychosmoatische Gevolgen Van Onderdrukking En Verzet’ waarin hij het zogenaamde KZ-syndroom (KZ=Konzentrationslager) onderzocht, ook wel het concentratiekampsyndroom. Hier vallen ook slachtoffers onder van een ontvoering, incestslachtoffers, Vietnam- en Indiëveteranen. Deze vorm van posttraumatische stressstoornis (PTSS), waarbij slachtoffers o.a. te maken hebben gehad met martelingen, doodsangst, terreur, vernedering, openbare executies, willekeurige moordpartijen en verminkingen werden door Bastiaans o.a. behandeld met lsd. In sommige gevallen werd het trauma doorgegeven aan zijn/haar kinderen (tweedegeneratieslachtoffer) en hun indirecte omgeving. Uit naoorlogs onderzoek met mensen met een KZ-syndroom is gebleken dat voornamelijk ondervoeding een rol heeft gespeeld in fysieke en psychisch afwijkingen. Dit kan leiden tot onbegrepen gedragingen en vervreemding met de omgeving, zoals in Vught is ontstaan. De geur en beelden van de dood zal bij overlevenden in een voortdurende intensiteit aanwezig zijn, de zogenaamde ‘death imprint’. Er zal een ‘doof gevoel’ zijn voor emoties waarbij menselijk contact bij voorkeur gemeden wordt. De zoektocht naar de zin van het leven zit op slot. Dit KZ-syndroom kreeg een extra moeilijkheidsgraad omdat het een nieuw fenomeen was voor artsen. De patiënt bevestigt hoe goed een arts is in hoeverre zijn/haar oorlogstrauma begrepen wordt en de arts heeft de neiging om alle klachten aan zijn/haar oorlogstrauma toe te schrijven. Kortom, de een houdt het zelfgevoel van de andere in stand. Was Van de Ven in min of meerdere mate psychisch invalide door het KZ-syndroom? Ik denk dat het voldoende is om bij dit onderwerp theoretisch te blijven en niet persoonlijk.</p>
<p>Wat ik wel kan zeggen is dat in de naoorlogse periode veel Holocaustoverlevenden in Israël gingen wonen. De gemeenschappen aldaar werden dagelijks geconfronteerd met traumatische verwerkingen. Gegil in de nacht, gegil overdag, slepende toestanden op straat en op het werk, vervreemding van de samenleving, ontroostbaar verdriet, openlijke en verborgen agressie, verharding, angstaanvallen, verbitterde woede, chronische depressies, alcoholisme, paniekaanvallen, aanhoudende nachtmerries, suïcidale gedachtes, schizofrenie, nieuwe en tevens zware psychische verschijnselen, conflicten met autoriteiten en met de sociale omgeving: in Israël wisten ze precies wat er aan de hand was. Ze droegen het gezamenlijk. Nachtelijke geluiden van kwelling waren decennia lang een bijkomende erfenis van de Shoah, de Holocaust. De herinneringen van Van de Ven laten zich thuis in Vught waarschijnlijk moeilijk delen omdat tussen 1938-1945 ‘slechts’ 411 Nederlanders in Kamp Flossenbürg, inclusief zijn 100 subkampen, opgesloten hebben gezeten. Er werden weinig Nederlanders naar Flossenbürg gestuurd omdat het namelijk bedoeld was om mensen uit het oosten te huisvesten. Maar, anders dan in Israël, was men in Vught als gemeenschap niet in staat om één slachtoffer, die totaal ontwricht is van de samenleving, in het midden te hebben. Mede omdat ze hem niet begrepen werd hij verketterd en gedemoniseerd. Op deze plaats lijkt een rehabilitatie van Van de Ven op zijn plaats en hopelijk krijgt dit verhaal in Vught dan eindelijk de plaats die het verdient.</p>
<p><em>Ruziënde instanties</em></p>
<p>In 1963 publiceerde CADSU twee maal in alle dag- en weekbladen een aanmeldingsformulier voor uitkeringen van slachtoffers van het naziregime. De eerste keer in juni en de tweede keer in augustus. Bij de eerste oproep kwamen 80.000 aanvragen binnen. Aan het einde van dat jaar is het CADSU al begonnen met de eerste voorschotten. Deze laagdrempelige methode is fraudegevoelig en vraagt om een onzorgvuldigheid afwikkeling. Ook Stichting 1940-1945 spreekt van een lawine van aanvragen, alhoewel in minder indrukwekkende getallen.</p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/02/sinaasappelkistje.png" ><img class="  wp-image-16954 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/02/sinaasappelkistje.png" alt="sinaasappelkistje" width="259" height="178" /></a>Stichting 1940-1945 zal zeker tegen grenzen aangelopen zijn. De vergelijking met het sinaasappelkistje haal ik erbij. Als je een sinaasappelkistje voor je hebt, dan haal je daar steeds één onderdeel vanaf en telkens stel je, nadat je een onderdeel hebt verwijderd, de vraag of het nog een sinaasappelkistje is. Ergens bereik je een grens dat je zegt dat het geen sinaasappelkistje meer is. Je kunt het ook andersom doen. Dat je een sinaasappelkistje gaat bouwen en dat je telkens nadat je onderdeel hebt toegevoegd aan een kind vraagt wat het is. Wanneer zal het kind zeggen dat het een sinaasappelkistje is? Deze laatste metafoor trek ik door. Wanneer pleeg je verzet? Moet dat georganiseerd zijn? Zo ja, wanneer is er sprake van ‘georganiseerd’? Wat is verzet, is dit het stelen van voedselbonnen of is opruien ook voldoende? Als je opruit: wanneer is dat voldoende? Als je alleen bent, met twee personen, drie? En als je dat één keer doet, is dat voldoende of moet er sprake zijn van tien keer? Of gaat het om impact? Waar ligt de grens van impact, wie bepaalt deze grens, hoe meet je dit? Als tien keer opruien niet is gearchiveerd, in hoeverre kan ik een waarheid aannemen? Is iemand die charismatisch is eerlijker dan iemand die boud is? En iemand die tijdens een interview wegloopt? Waar ligt die grens vervolgens: als iemand na twee minuten wegloopt, na 13 minuten, na 54 minuten of na 240 minuten? Moet verzet door één getuigen bevestigd worden en wat voor een getuigen dient dit te zijn? Moet deze getuigen volledig belangeloos erin staan of mag dit een grijs gebied zijn? En welke tint grijs? Wanneer kun je zeggen: ‘nu is het belangeloos’ en ‘nu is het niet meer belangeloos’? Mag de getuige een bepaalde oorlogstrauma hebben waardoor zijn herinneringen gekleurd zijn? Hoe meet je dit dan? Dezelfde grensbepalingen gaat op voor fysieke invaliditeit. Is er in de aanleg al sprake van fysieke invaliditeit? In hoeverre is er een (gedeeltelijk) verband door de oorlogsjaren? Hoe groot moet het deel van ‘gedeeltelijk’ zijn om een correlatief verband uit te drukken? Heeft iemand rugklachten vanwege onvrijwillig slavenarbeid of vanwege slechte veringen in trucks toen iemand vrijwillig chauffeur was? In hoeverre is het één en het andere te linken aan een kwaal? En alles in een mixer: in hoeverre is er een (gedeeltelijk) verband tussen fysieke invaliditeit met bepaalde oorlogsafhankelijke situaties en bepaalde vormen van verzetspleging en hoe betrouwbaar is de persoon die dit kan bevestigen? Ten slotte: wordt verzet bepaald door naoorlogse instanties die er jaren over moeten doen om een min of meer waterdichte definitie op papier te krijgen om vervolgens te zeggen ‘jij niet’ en ‘jij wel’? Of wordt dit bepaald door dienstdoende instanties van dat moment, dus tijdens 1940-1945? In het kader van het legaliteitsbeginsel (<a target="_blank" href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Legaliteitsbeginsel" >https://nl.wikipedia.org/wiki/Legaliteitsbeginsel</a>) voldoet van Van de Ven dan zeker aan verzetspleging want de nazi&#8217;s hebben hem middels het gerechtshof in Dresden hiervoor veroordeeld en in mijn ogen eindigt hiermee elke naoorlogse discussie of twijfel. J.H. Uhl, en Stichting 1940-1945 hebben dit tevens na de oorlog bevestigd. Om te categoriseren heb je definities nodig die veelal semantisch van aard zijn (ik daag u uit om het verschil tussen groente en fruit te definiëren). In het verhaal van Van de Ven hebben allerlei instanties een decennia lang ruzie gemaakt om tot antwoorden te komen totdat in 1980 Staatsecretaris J.G. Kraaijeveld-Wouters dit hamerstuk zijn laatste klap met de vergaderhamer erop gaf, in het voordeel van Van de Ven.</p>
<p>Kraaijeveld-Wouters: ‘Omtrent de verzetsactiviteiten van de betrokkene zijn getuigenverklaringen beschikbaar, waarvan de inhoud en juistheid ook bij nader onderzoek niet zijn weerlegd. De juistheid van de destijds door de Stichting 1940-1945 afgegeven zogenaamde verzetsverklaring staat hiermede vast. Van de ingebrachte beschuldigingen, inhoudende dat de door de heer v.d. V. beweerde verzetsdaden niet op juiste feiten berusten, is in alle gevallen de onwaarheid komen vast te staan. Deze beschuldigingen blijken ten dele te zijn gebaseerd op onjuiste conclusies en anderdeels te zijn gegrond op persoonsverwisseling.’ (Gehele verklaring lezen? <strong><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Tweede-Kamer-1980.pdf" >HIER</a></strong>).</p>
<p>Alle genoemde instanties hebben Van de Ven gewikt en gewogen. Niemand heeft geconcludeerd dat Van de Ven loog zodat hij zijn uitkeringen en pensioenen kon ontvangen terwijl ze in die tijd in de eerste naoorlogse generatie zaten met levende getuigen. In mijn ogen hebben instanties decennia lang de fout gemaakt om bezig te zijn met tegenbewijzen. In mijn ogen moet de persoon zelf aantonen dat hij/zij een verzetsrol heeft gespeeld en dit bewijs dient te allen tijde geopenbaard worden. Anderen hoeven niet het tegendeel te bewijzen. Dat zou fraai zijn: iedere Nederlander heeft na de oorlog in het verzet gezeten behalve wanneer het tegendeel bewezen wordt. Zo werkt dat niet. Alle genoemde instanties zijn in gebreke gebleven. Instanties hebben hard hun best gedaan om het tegendeel te bewijzen met dure onderzoeken terwijl ze de eenvoudige taak hadden om Van de Ven duidelijk te maken dat hij met bewijzen had moeten komen. Dan was hij maar een verzetsheld geweest zonder een oorlogsuitkering of -pensioen. Prima. Ik zou zeggen: ‘Schrijf er een mooi boek over’. In de inleiding schrijf ik ‘Tot ver in de jaren ’70 ontvingen 1285 mensen, procentueel 25% van de verzetsgepensioneerden onterecht een Buitengewoon Pensioen’. Dit geldt voor alle 1285 mensen: geen bewijs, geen pensioen. Een omgedraaide bewijsvoering. Het lijkt zo makkelijk. Maar de zaak Van de Ven is helemaal verkeerd opgepakt. Deze geschiedenis zou derhalve geen verhaal moeten zijn die om Van de Ven draait maar om een stuurloze bureaucratie die elkaar tegenspreken en elkaar rollebollend bevechten. Wat een geld heeft deze zaak gekost.</p>
<p><em>Vraagtekens</em></p>
<p>Van de Ven schrijft twee keer een memoires, één keer van tien getypte pagina’s (op briefpapier van Afwikkelingsbureau Concentratiekampen van het CADSU) en één keer op twintig getypte pagina’s (een verklaring op het politiebureau van Den Bosch). Wat mij opvalt is de amateuristische begeleiding die hij daarbij moet hebben gehad. Met een officiële oorlogsmemoires wil je in beeld krijgen wat er is gebeurd, met als doel geschiedenisschrijven en aansprakelijkheid jegens nog levende nazi’s. In beide verklaringen worden geen namen genoemd van Duitse rechters, soldaten of kampbewaarders. Ik kan alleen maar redeneren dat het CADSU en de politie hier in gebreke zijn gebleven. Juist het op papier zetten van deze namen had Van de Ven veel geloofwaardiger gemaakt en beter in het zadel geholpen. Hij had juist een unieke positie kunnen innemen tijdens vervolgingsprocessen van nazi-rechters en kampbewaarders. Het CADSU en het politiebureau heeft Van de Ven hier onjuist bij geassisteerd en, met het oog op mensenrechtenvervolging, buitengewone kansen (misschien wel ‘eenmalige kansen’) laten liggen.</p>
<p>De naoorlogse hulporganisaties roepen bij mij vraagtekens op hoe zij zo zuiver en neutraal mogelijk waargebeurde verhalen in beeld hebben proberen te brengen.</p>
<p><em>Fossiel</em></p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Old-Fossil.png" ><img class="  wp-image-16948 alignright" src="/wp-content/uploads/2017/02/Old-Fossil.png" alt="Old Fossil" width="183" height="183" /></a>Stichting 1940-1945 speelt in mijn ogen, al sinds 1950, een te bureaucratische rol. Zij hebben een verzetsverklaring afgegeven en claimen een bewijs in handen te hebben. Echter, ze zeggen niet welk bewijs. Tussen 1974 en 1980 vindt er een hopeloos gevecht plaats tussen Van de Ven en de schrijvende pers. Wat gebeurt er? Instanties en de pers gaan tegenbewijs en redenaties zoeken. Het enige dat de stichting doet is ontkennen en juist in die jaren was daadkracht op zijn plaats. Indien ze in 1974 hadden verteld  ‘<em>we hebben dit bewijs en de staatssecretaris heeft dat bewijs ook in handen</em>’, dan was de discussie in 1974 al gesloten. Door deze gesloten houding creëer je het effect dat stakeholders naar creatieve oplossingen gaan zoeken. Het onderzoek van Van Soest/Klaasse was dan wellicht onnodig geweest. De stichting heeft tot twee keer toe een uitgebreid onderzoek gedaan naar Van de Ven, vóór het onderzoek van Van Soest/Klaasse en erna. Ik ga dan beredeneren dat de stichting dus geen eenduidig bewijs in handen heeft voor de verzetsverklaring in 1950.</p>
<p>Op 4 april 1980 publiceert Magazine Panorama het artikel ‘Miljoenenfraude met verzetspensioenen’. Op 30 mei 1980 staat in dagblad Trouw te lezen dat de stichting een kort geding aanspant. Ze eisen dat het magazine een rectificatie plaatst met de titel ‘<span style="text-decoration: underline;">Geen</span> miljoenenfraude met verzetspensioenen’ (lees artikel <strong><a href="/wp-content/uploads/2017/02/Trouw-30-mei-1980.png"  target="_blank">HIER</a></strong>). In plaats van dat ze claimen wát voor een bewijs ze hebben, kiezen ze er voor om hun ‘ontkenning’ kracht bij te zetten. Hier is niemand bij gediend, ook Van de Ven niet. Je zaait twijfel en creëert een tweekamp in de samenleving, zeker in Vught. Ik kan me voorstellen dat dit de pijn bij mensen juist heeft vergroot. In Vught woonden in de jaren 70 veel overlevenden van SS camp Konzentrationslager Herzogenbusch (Kamp Vught) en deze gesloten houding heeft alles behalve een verzachtende en helende uitwerking op hen gehad.</p>
<p>In aanloop van dit schrijven heb ik Stichting 1940-1945 uitgenodigd om mee te denken. Ze zijn vanaf de eerste mail non-coöperatief, ze reageren totaal niet waardoor je genoodzaakt bent om stevige reminders te sturen en ze zijn niet bereidwillig om mee te delen of er bewijs is voor hun verzetsverklaring en wat dit bewijs dan is. Het bewijs hoef ik niet eens te zien, als ik maar weet dat er iets is en wat dit dan is. De stichting meldt dat ze een ‘gesloten archief’ zijn en dat, gelet op de privaatrechtelijke rechtspersoon van een stichting, de Archiefwet voor hen niet van toepassing is. Juristen hebben zich moeten buigen op mijn aanvraag. Ik moest een onderzoeksopzet toe te sturen en dit zou voorgelegd worden aan een Commissie van Toezicht maar de kans was ‘zeer reëel’ dat het werd afgewezen. Hier nemen ze overigens een kwartaal de tijd voor. Het is nieuw voor mij dat een archiefbewaarder de wensen van een onderzoeker inhoudelijk beoordeelt. Dat is m.i. hun taak niet. Die hoort zich te beperken tot openbaarheidsbeperkingen. Ik heb deze houding voorgelegd aan andere stichtingen die zich bezighouden met oorlogs- of oorlogsgerelateerde archivering en ook zij vonden dit uitermate vreemd.</p>
<p>De publiekrechtelijke wet eist dat de overheid de openbaarheid van een archiefstuk niet langer mag beperken dan 75 jaar. De beperking aan de openbaarheid bestaat niet voor stichtingen, die is namelijk voor onbepaalde tijd. Die mogen met het archief doen wat ze willen en dit wordt, in mijn geval, netjes in één zin verpakt met terminologieën als privacyreglement, Commissie van Toezicht en jurist. In de praktijk betekent dit gewoonweg dat een burger afhankelijk is van hun arbitrale stemming <em>wie</em> iets mag zien en <em>wat</em> ze er mee mogen doen. Een beetje dunnetjes is het wel. In mijn ogen is een stichting een verkapte <em>publiekrechtelijke rechtspersoon</em> omdat hun bestaansrecht louter en alleen ontleent wordt aan overheidssubsidie (belastinggelden). Stichtingen, waaronder Stichting 1940-1945, die een publieke asset in eigendom hebben zoals een archief, worden middels een bypass in een <em>privaatrechtelijke hoek</em> gemanoeuvreerd om zodoende de openbaarheidbeperking, de Archiefwet, de WOB en diens toezichthouder de Wet Nationale ombudsman (WNo) te omzeilen. Een fossiel in de 21<sup>e</sup> eeuw. In mijn optiek dient een dergelijke stichting dit archief niet te beheren maar behoort het toe aan een <em>publiekrechtelijk orgaan</em>. Als over enkele jaren een nieuwe directeur van Stichting 1940-1945 tegen dezelfde huisjurist zegt dat hij niet zo moeilijk moet doen en dat personen het archief gewoon mogen inzien, dan kan het ineens wel. Dit is helemaal niet eenduidig en in deze bureaucratisch windhaan is dit archief dan ook totaal misplaatst.</p>
<p><strong>Hedendaagse vluchtelingen en asielzoekers</strong></p>
<p>Terug naar 2017. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hebben een zware kluif om de verhalen van hedendaagse vluchtelingen te taxeren op waarheid of bedrog om zodoende ons land veilig te houden voor collaborateurs van extremistische regiems. Maar bij de toegelaten vluchtelingen zitten vast en zeker regiemcollaborateurs die heimelijk in stilte profiteren van onze sociale voorzieningen en middels mooie praatjes langs de mazen van het net hebben weten te glippen. Een Europese asielrichtlijn schrijft voor dat landen pas asiel aan vluchtelingen mogen weigeren als zij veroordeeld zijn voor een <em>ernstig misdrijf</em> of als ze een gevaar zijn <em>voor de veiligheid</em> van het land, maar vervolgens kunnen de asielzoekers vaak niet worden teruggestuurd. Volgens het mensenrechtenverdrag EVRM mag je een vluchteling niet terugsturen naar een land waar die zijn leven niet zeker is. Aangezien ze hun verblijfsrecht wel zijn verloren, belanden deze mensen vaak in de illegaliteit. “Door de grote toestroom in de Schengenzone is het internationaal niet mogelijk alle personen nauwkeurig te identificeren en te screenen”, aldus de NCTV in november 2015. De afdeling ‘speciale zaken’ van de IND heeft “een aantal mensen in onderzoek genomen”, aldus de dienst. <a target="_blank" href="https://www.nrc.nl/nieuws/2016/02/02/dit-zijn-de-feiten-over-asielzoekers-in-nederland-a1405200#vraag26" >https://www.nrc.nl/</a> Dit blijft een lastige kwestie omdat een volledig neutraal beeld van een naoorlogse reconstructies niet of nauwelijks te bepalen is. Ik hoef alleen maar het dossier Srebrenica te noemen. Al met al hoop ik dat de huidige organisaties niet in dezelfde valkuilen stappen als in deze zaak.</p>
<p>Ik kan me voorstellen dat migranten zich in Nederland erg thuis kunnen voelen. Ik kan me voorstellen dat Van de Ven zich vaak een vreemde in eigen land heeft gevoeld. Concluderend kunnen we stellen dat Van de Ven meerdere keren een oorlogsslachtoffer is geweest: gedurende de oorlog, gedurende zijn traumatische verwerking en gedurende de heksenjacht tijdens jaren 70. Dit verhaal verdient een beter lot.</p>
<div id="attachment_16976" style="width: 342px" class="wp-caption alignleft"><a href="/wp-content/uploads/2017/04/Artikel-BD.png" ><img class=" wp-image-16976" src="/wp-content/uploads/2017/04/Artikel-BD.png" alt="Klik op de afbeelding voor een vergroting" width="332" height="235" /></a><p class="wp-caption-text">Klik op de afbeelding voor een vergroting</p></div>
<p><strong>Rectificaties</strong></p>
<p>Niks in dit verhaal is verzonnen tenzij het duidelijk wordt vermeld en er is sec gebruik gemaakt van archief- en openbare bronnen. Rectificaties, mits aantoonbaar correct, zijn welkom en zullen een plaats krijgen op deze site.</p>
<p><strong>NIOD</strong></p>
<p>Dit werk is vooraf aan deze publicatie gelezen door het NIOD.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Openbaar</strong></p>
<p>In 2020 is deze case in de archieven ongecensureerd openbaar.</p>
<p><strong>Geraadpleegde bronnen:</strong></p>
<ul>
<li>AOK, Die Gesundheidskasse</li>
<li>Anne Frank Stichting</li>
<li>Belgische Nationale Vriendenkring van Flossenbürg</li>
<li>Bundesarchiv Berlin</li>
<li>DAK, Gesundheit</li>
<li>Gedenkstaette Flossenbuerg</li>
<li>Het Brabants Historisch Informatie Centrum</li>
<li>Institute für Zeitgeschichte</li>
<li>International Tracing Service (ITS)</li>
<li>Landesarchiv in Nordrhein-Westfalen</li>
<li>Ministerie van Defensie, afdeling Nederlands Instituut voor Militaire Historie</li>
<li>Nationaal Archief Den Haag</li>
<li>National Archives Washington D.C.</li>
<li>Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)</li>
<li>Nederlandse Verenigung, Duisburg-Hamborn</li>
<li>Nemocnice Na Bulovce</li>
<li>Rode Kruis</li>
<li>Sächsisches Staatsarchiv</li>
<li>Sociale Verzekeringsbank Leiden, Afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen</li>
<li>Stadtverwaltung Dresden</li>
<li>Stichting 1940-1945</li>
<li>Stichting Kamp Vught</li>
<li>Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CEGESOMA)</li>
<li>Tengelmann Warenhandelsgesellschaft KG, Historisches Unternehmensarchiv</li>
<li>Terezín Memorial</li>
<li>The German Historical Institute London</li>
<li>United States Holocaust Memorial Museum (USHMM)</li>
<li>Yad Vashem Israel</li>
</ul>
<p><strong><a href="/wp-content/uploads/2015/04/Portret-2.jpg" ><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-16053" src="/wp-content/uploads/2015/04/Portret-2-150x150.jpg" alt="Portret 2" width="150" height="150" /></a></strong></p>
<p><strong>AUTEUR</strong>: Drs. H.R.J. Sluijter<br />
<strong>URL</strong>: <a href="/" >www.NL-Aid.org</a><br />
<strong>E-MAIL</strong>: info [at] www.NL-Aid.org</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/cold-case-m-j-van-de-ven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: de westerse motieven voor ontwikkelingshulp zijn onberispelijk</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 15:30:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[aannemelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[accusatoire]]></category>
		<category><![CDATA[antithese]]></category>
		<category><![CDATA[artificieel]]></category>
		<category><![CDATA[aselect]]></category>
		<category><![CDATA[audit]]></category>
		<category><![CDATA[belastinggeld]]></category>
		<category><![CDATA[bewijslast]]></category>
		<category><![CDATA[bewijsminimum]]></category>
		<category><![CDATA[bronamnesie]]></category>
		<category><![CDATA[change blindness]]></category>
		<category><![CDATA[Code van Bordeaux]]></category>
		<category><![CDATA[cognitieve dissonantie]]></category>
		<category><![CDATA[collaborative storytelling]]></category>
		<category><![CDATA[Deloitte]]></category>
		<category><![CDATA[drogredenen]]></category>
		<category><![CDATA[Dubelaar]]></category>
		<category><![CDATA[dwaling]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[falsificeren]]></category>
		<category><![CDATA[Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[getuigenverslag]]></category>
		<category><![CDATA[hypothese]]></category>
		<category><![CDATA[immunisering]]></category>
		<category><![CDATA[immuun]]></category>
		<category><![CDATA[inattentional blindness]]></category>
		<category><![CDATA[inquisitoire]]></category>
		<category><![CDATA[IOB]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[jurisprudentie]]></category>
		<category><![CDATA[Kidsrights]]></category>
		<category><![CDATA[kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Leon Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[likelihood]]></category>
		<category><![CDATA[Lucia de Berk]]></category>
		<category><![CDATA[micamijnen]]></category>
		<category><![CDATA[NGO]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingsdenken]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[onwaar]]></category>
		<category><![CDATA[output]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Novib]]></category>
		<category><![CDATA[perceptioneel]]></category>
		<category><![CDATA[professor Wagenaar]]></category>
		<category><![CDATA[rechtspraktijk]]></category>
		<category><![CDATA[Rode Kruis]]></category>
		<category><![CDATA[rorschachvlek]]></category>
		<category><![CDATA[Statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[steekproef]]></category>
		<category><![CDATA[Terre des Hommes]]></category>
		<category><![CDATA[terugwingoedpraterij]]></category>
		<category><![CDATA[waarheidsvinding]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheden]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspoging]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspogingen]]></category>
		<category><![CDATA[Wiebe Bijker]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16867</guid>
		<description><![CDATA[‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’ Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82 Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft  wp-image-16868" src="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding.png" alt="Waarheidsvinding" width="366" height="244" />‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’</strong><br />
<em>Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82</em></p>
<p>Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen van onzuiverheden. Deze onzuiverheden, ook wel <em>dwalingen</em> genoemd, zijn mede ontleend aan de Nederlandse rechtspraktijk, waarbij drogredenen vaak hebben geleid tot onschuldige detentie, zoals in de zaak van Lucia de Berk. Zij werd door de rechtbank, en door het gerechtshof in hoge beroep, op basis van indirecte statistische bewijslast onschuldig tot levenslang veroordeeld. Deze drogredenen uit de rechtspraktijk worden binnen ontwikkelingssamenwerking (nog) niet erkend. Ik kan u verzekeren dat indien u de waarheidsvinding van het Openbaar Ministerie in de zaak van Lucia de Berk bestudeert, u recht in de kern van het ontwikkelingsdenken kijkt.n de zaak van Lucia de Berk baar Ministerie bestudeert  Welke dwalingen zijn dit?</p>
<p>De eerste dwaling betreft de twee begrippen voor een perceptioneel fenomeen dat optreedt wanneer een visuele verandering wordt geïntroduceerd zonder dat de waarnemer dit opmerkt: <em>change blindness</em> en <em>inattentional blindness</em>. <em>Change blindness</em> is een verandering die plaatsvindt als we even niet gekeken hebben en die we daarna niet waarnemen. <em>Inattentional blindness</em> noem je het proces wanneer we zo geconcentreerd ergens mee bezig zijn dat we veranderingen niet waarnemen. De essentie van beide fenomenen is de onkunde om kleine periferische veranderingen in je omgeving of in processen waar te nemen. Het brein moet een brede rivier aan databestanden consumeren en paraat hebben staan en doet zijn best om te focussen en in te zoomen op wat belangrijk lijkt. De hersenen plaatsen, om overbelasting te voorkomen, sommige events in een spotlight, terwijl andere worden genegeerd. Wat je real time niet waarneemt, maar wel degelijk plaatsvindt, raakt verloren en derhalve kan een ontkenning hardnekkig zijn. Een voorbeeld van blindheid betreft opleiding. Wiebe Bijker heeft 8000 pagina’s nodig om een kwalitatief onderzoek te schrijven en kennelijk heeft hij als professor nimmer een kwantitatief onderzoek begeleid. Je krijgt dan onherstelbare beginnersfouten die zo onmogelijk worden uitvergroot dat een verkeerd nationaal bewustwordingsproces wordt ingezet. Als je in een ontwikkelingsland te maken hebt met zeer complexe werkzaamheden, wellicht doordrenkt van leed van lokale hulpbehoevende mensen, dan moet je van goeden huize komen om niet je grip op wetenschappelijke neutraliteit te verliezen. Wat er dan op kan treden is het onvermogen om cruciale, wellicht opzettelijke, wijzigingen in dit vaste patroon te herkennen, zelfs als het zich voor je ogen afspeelt. Mensen in het zuiden zijn er meester in om dit te bespelen, zoals de truc met de <em>Gang That Does Not Exist</em>.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>In de zaak van Lucia de Berk werd haar drugs- en prostitutieverleden, het bezit van trillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien.</strong></p>
</div>De tweede dwaling betreft <em>confirmation bias, </em>de neiging tot een vertekende bevestiging van een reeds bestaande hypothese over output of statistiek terwijl het zoeken naar bewijsvoering van een alternatieve hypothese onevenredig minder aandacht krijgt. Dit effect is sterker voor emotioneel beladen onderwerpen en diepgewortelde overtuigingen. Ontwikkelingssamenwerking leent zich hier prima voor. Mensen hebben de neiging om onduidelijke bewijzen als ondersteuning van hun bestaande overtuiging te zien. Het is een systematische denkfout van inductief redeneren. Een voorbeeld. Op 19 mei 2016 verklaart Terre des Hommes op Radio1 dat er 20.000 kinderen in micamijnen<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> werken. Westerse bedrijven waaronder HEMA, Ahold, AkzoNobel en Philips worden genoemd als afnemer van mica. In een mail vraag ik Terre des Hommes naar de waarheidsvinding over het aantal van 20.000 kinderen. Ik krijg meerdere argumenten waaronder: ‘Echter is sinds 2005 de geëxporteerde mica vanuit de regio met 75 procent toegenomen. Daarom schat Terre des Hommes het aantal kindarbeiders in de mica-industrie in de Indiase deelstaten Jharkhand en Bihar op 20.000.’ In mijn ogen kan de export van een product nimmer het aantal van 20.000 kinderen bevestigen. De mail van Terre des Hommes is te slordig naar mij gestuurd. In het onderwerp staat: ‘Graag check: antwoord kritische heer op micaonderzoek.’ Dit is hoe er naar je gekeken wordt als je vragen stelt over output. Bij <em>confirmation bias</em> heeft de verwachting vaak maar één (in)valide waarneming nodig om tot een conclusie te komen, terwijl je pas iets wetenschappelijk valide kunt noemen indien je bij gegevensontsluiting voor de triangulatiemethode<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a> kiest. Dit kunnen meerdere onderzoeksmethodes betreffen die een hypothese vanuit ten minste 3 hoeken bevestigen, maar je kunt ook kiezen voor de techniek <em>telling</em> door 3 personen die onafhankelijk van elkaar opereren. Daarbij hoort een kanttekening: om bij het begrijpen van complexe ontwikkelingsproblematieken niet te veel te vertrouwen op interviews en door derden vergaarde observaties en documentatie.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’. Leuke inspectiedienst.</strong></p>
</div>De derde dwaling, <em>immunisering</em>, sluit hierbij aan. Passend bewijsmateriaal wordt makkelijker gevonden dan ontkennend materiaal. Er ontstaat een blokkade tegen negatieve uitkomsten. Wat er ook aan bewijsmateriaal wordt aangevoerd, het wordt altijd zo uitgelegd dat de hypothese over een bepaalde output of statistiek daar niet onder lijdt en er zelfs door wordt bevestigd. Een voorbeeld: <em>als een ngo spreekt over een bepaalde output, dan zal het wel waar zijn en als een criticaster zich uitspreekt over het tegendeel, dan zal hij wel een persoonlijke vete met die ngo hebben</em>. Vervolgens gaat men op zoek naar een bevestiging van de persoonlijke vete die deze criticaster met deze ngo heeft. Kortom, men wordt immuun voor mogelijke weerleggingspogingen. We hebben gezien dat dit de wetenschappelijke waarde van output juist ondermijnt. Ontwikkelingsdenkers zouden de wetenschappelijke wetten strakker dienen te beteugelen. Indien een hypothese is verworpen, kun je de alternatieve hypothese (de gestelde hypothese is <em>onwaar</em>) aanvaarden als <em>waar</em>. Bijvoorbeeld: ‘Indien je aselect 50 onafhankelijke verrassingsbezoeken aflegt, dus zonder de begeleiding van een plaatselijke ngo, en “slechts” 4 kinderen in de mijnen mica hebt zien delven, dan kun je vaststellen dat het aantal van 20.000 werkende kinderen niet waar is.’ Dergelijke uitkomsten leiden nimmer tot een publicatie. Wat ngo’s in het zuiden doen is westerlingen shockeren met getuigen of situaties waarin mensen verkeren en vervolgens worden waarschijnlijkheden over aantallen, output, trackrecord of andere vormen van statistiek domweg aanvaard. Er is dan sprake van een gebrek aan onderscheidings- en combinatievermogen, dat veelal vergoelijkt wordt door een soort van ‘jurisprudentie’: het geheel van eerdere analyses ten aanzien van output of een ngo. Ik denk dat dit ook de werkwijze is van mensenrechtenprijzen en loterijen. Daarnaast is een onderzoeker of journalist erbij gebaat om een zo neutraal mogelijke houding aan te nemen. Als afgezant van een westerse ngo met een spiegelreflexcamera in de hand die overal met zijn visitekaartjes strooit, doe je geen goede zaken. De lokale industrie waar kinderen werken waarschuwt elkaar en bijna de gehele gemeenschap gaat onherroepelijk over tot het spelen van een rol. Ik ben ooit onderdeel geweest van zo’n gemeenschap en ik keek mijn ogen uit. Als een blad aan een boom verandert echt iedereen in een dorp of stadswijk van persoonlijkheid en heeft pasklare getrainde antwoorden voorradig. Eerder heb ik de term <em>artificieel</em> hiervoor gebruikt. Als de rust is wedergekeerd, gaat iedereen die tijdens een ontmoeting met de westerling een rol heeft moeten spelen naar de plaatselijke industrie of ngo om zijn of haar handje op te houden. Dit sjabloon kun je op eenieder leggen. Als een onderzoeker die per abuis een bakker binnenloopt daar informatie opvist, dan kan hij/zij geneigd zijn te denken dat de situatie zo ongestuurd en toevallig is dat de informatie die daar opgelepeld is wel waar moet zijn. De aannemelijkheidshypothese. Maar als de onderzoeker weg is, houdt ook de bakker zijn hand op. Dat een westerling een bakker om informatie vraagt is voor de bakker een situatie die hij later om kan zetten in geld. Handel dus. Hij is dus blij dat de onderzoeker langskomt en zal hem/haar trakteren op een smeuïg verhaal. Want dat wil hij/zij toch horen? De bakker heeft geen interesse in de daadwerkelijke antwoorden op de vragen van de onderzoeker, gewoonweg omdat deze geen geld opbrengen. De undercovertruc van doen dat je mica-importeur bent, werkt beter. Je kunt dan prima binnen een aselecte steekproef kinderarbeid tellen. Ontkennend bewijsmateriaal (falsifiseren) is nu eenmaal lastiger te vinden dan passend bewijsmateriaal (hypothese formuleren) uc dat je importeer bent van mica werkt beter.gemeenschap gaat onherroepzaken. l van 20.000 werkende kinderen niet waar is.. Deze illustratie neemt overigens niet weg dat er wel degelijk, naar westerse maatstaven, deugdelijke bakkers in ontwikkelingslanden zijn. Gelukkig maar.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Negeren is geen vorm van weerleggingspoging.</strong></p>
</div>De vierde dwaling is de overtuiging dat iets waar is voordat je aan waarheidsvinding hebt gedaan. De praalwagen van het eigen gelijk tiert welig bij westerse actanten. Op basis van deze geloofsharding worden antitheses bestempeld als leugenachtig. Leon Festinger beschrijft in 1957 zijn theorie <em>cognitieve dissonantie</em>: onze hersens zijn voortdurend op zoek naar bevestiging van dat wat we geloven dat waar is.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a> Om de gemoedrust te herstellen wordt tegenstrijdige informatie met een beredeneerd geweten naast ons neergelegd. Cognitieve dissonantie is niet alleen een drijvende kracht achter denkbeelden, maar leidt er ook toe dat mensen zich afsluiten voor weerleggingspogingen. Festinger deed onderzoek bij leden van een Amerikaanse sekte die ervan overtuigd waren dat ze zouden worden gered door een ufo van de verwoesting van de aarde door de mens. Toen de ufo niet op kwam dagen, moest de sekte dit gemis compenseren en dat deed men met het verhaal dat de ufo niet hoefde te komen om ze te redden omdat de sekte de verwoesting van de aarde door de mens had voorkomen. Rechtspsycholoog professor Wagenaar gebruikt hier het begrip <em>collaborative storytelling</em> voor.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> In de zaak van Lucia de Berk werden haar drugs- en prostitutieverleden en het bezit van thrillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien. Er treedt ook verwarring op met betrekking tot het onderscheiden van een eigen ervaring en andermans verklaringen. Dit wordt <em>bronamnesie</em> genoemd. In de jaren 90 hield ik mij voornamelijk bezig met kinderarbeid, maar de verzonnen output van ngo’s interesseerde zelfs Oxfam Novib niet. ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’, krijg ik te horen. Dit was 1998. In 2009 bespreek ik het probleem van 1998 op het kantoor van Oxfam Novib met het IOB als observant. Wanneer ik met deze IOB-dame naar buiten loop, vraag ik wat ze eraan gaat doen, maar ze is vrij duidelijk (en consistent kan ik wel zeggen): ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt.’ Leuke inspectiedienst. In 1998 ben ik er getuige van dat aantallen bevrijde kinderen worden verzonnen. Tevens worden kinderarbeid en bevrijdingen voor de ogen van westerse camera’s in scène gezet. Westerse geldgevende organisaties zijn hardnekkiger in het volgen van de verzonnen output dan in het luisteren naar een getuige die een comfortabel beeld onderuithaalt. In 1998 worden mijn kritieken door Oxfam Novib onderzocht door een Indiase professor wiens naam ik zuiver wil houden. Het duurde tien jaar voordat ik een glimp van zijn verslag mocht inzien. De assistenten van deze professor in dit onderzoek blijken werknemers te zijn van de organisatie waar ik kritiek op heb. De genoemde getallen met betrekking tot bevrijde kinderen (die in mijn ogen verzonnen zijn) worden totaal niet bewezen. Er is nog niet eens een poging. Intussen heb ik contact met deze professor gehad, die door Oxfam Novib door zijn ouderdom als overleden werd beschouwd. De professor schrijft mij op 23 april 2009: ‘I was not required to make visits all over India to make spot checks. Nobody started with the assumption that child labourers were not being rescued and it was all a fake show, as it appeared to you.’ Kortom, hij mocht alles onderzoeken, behalve waar mijn kritiek juist op gebaseerd was. Oxfam Novib stelde in 1998 in alle dagbladen het tegenovergestelde, door stellig te beweren dat ze precies willen weten hoeveel kinderen er bevrijd zijn. De directie van 2009 dicteert mij dat ngo’s helemaal niet zelf mogen bevrijden, maar alleen tips kunnen geven aan de daarvoor bevoegde instanties en het is aan die instanties om besluiten te nemen tot maatregelen. Volgt u het nog? In 1954 is de <em>Code van Bordeaux</em> opgesteld, waar iedere journalist zich aan dient te houden. Het eerste artikel luidt: ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.’ Omdat journalistiek een vrij beroep is (westerse ngo’s zien zichzelf maar al te graag als hun eigen persbureau), is in 1995 tevens de <em>Code voor de Journalistiek</em> opgesteld. In de alinea <em>Waarheidsvinding</em> staat: ‘De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.’ Een feit controleerbaar maken zie ik een journalist (en al helemaal een westerse ngo) zelden doen, omdat journalisten niet getraind zijn om een hypothese op waarheidsvinding te testen. Een journalist neemt statistiek van een westerse ngo of een ngo in het zuiden te snel over als waarheid zodat hij z’n verhaal maar hebben. Getuigen zijn van tevoren suggestief bewerkt door westerse ngo’s. Wanneer een journalist in een vluchtelingenkamp in Afrika wordt ontvangen door bijvoorbeeld het Rode Kruis, dan wordt de betreffende journalist gekoppeld aan vluchtelingen die al hun verhaal hebben gedaan aan het Rode Kruis. Deze getuigen zijn voorgebakken en hebben een verhaal dat suggestief, gekleurd en geredigeerd is. De vluchteling weet, zeker na meerdere interviews, (on)bewust precies wat de westerling wil horen. Een journalist ziet dit getuigenverslag als waarheidsvinding. De verkapte persbureaus van voornamelijk grote westerse ngo’s, die niet getraind zijn op waarheidsvinding, ondervragingstechnieken en het archiveren daarvan, vormen een groot struikelblok voor de juistheid van beeldvorming. Zij gebruiken journalisten als een verlengstuk. Dit wordt verder vertroebeld door het niet openstaan voor reflectie en spiegelen. Er is een desinteresse in vragen die ingaan op een eenmaal bevestigde hypothese ten aanzien van output. Bij al mijn vragen over output straalt bij overheden en ngo’s het ‘geen zin’-humeur of ‘moet dat nou’-humeur af. Medewerkers van westerse actanten kunnen heilig in hun eigen ontkenning geloven. De stelling komt overeen met een passage van Wouter Hart: ‘het is niet meer jouw inzicht dat bepaalt wat er gebeurt – jij bent slechts een uitvoerder van de intelligente oplossing die in regels vastgelegd is’.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[5]</a> Hart schrijft dat mensen de bedoeling van hun keuzes verliezen door het systeemdenken te prevaleren. In onze hersenen, zo stelt hij, zijn allerlei verbindingen tussen de verschillende hersendelen. Indien de informatie van het systeemdenken een positief effect heeft, gebruiken mensen deze verbinding de volgende keer weer. Dit is tevens een bekende redenering bij de ontwikkeling van het zogenaamde puberbrein. De verbindingen die niet gebruikt worden of niet meer nodig zijn worden dunner. Als kenmerkend voorbeeld gebruikt auteur Hart een wedstrijd schaatsen op de 1000 meter. De scheidsrechter verklaart met de finishfoto in zijn hand dat de schaatser die het laatst over de streep komt heeft gewonnen. Hij verzint allerlei argumenten om de werkelijkheid op de foto te ontkennen. Hart: ‘Welke logica heeft daar aan de vergadertafel de werkelijkheid van de foto kunnen overrulen?’ Indien je net als de finishfoto hard bewijs op tafel legt dat iets fake is, dan nog geloven medewerkers bij voorkeur de tegenovergestelde weg. In 2009 schrijf ik een artikel met de titel ‘PR-shoppen met KidsRights’. Ik heb de directie van KidsRights in een lang gesprek panklare bewijsvoering gegeven die het tegendeel aantoonde van output die ze ondersteunden. De directie was urenlang open, vriendelijk en nieuwsgierig. Klaarblijkelijk was de mediamachine belangrijker dan mijn vervelende ‘finishfoto’, want in de weken erna heb ik per mail meerdere keren gevraagd wat ze nu gingen doen, maar ik heb nimmer een antwoord ontvangen. Zelfs geen schrijven in de richting van: we hebben alles intern onderzocht en uw kritiekpunten de aandacht gegeven zodat het in de toekomst niet meer voor zal komen. Nee, gewoon geen antwoord. De mediamachine ten aanzien van de betreffende output is nog jaren doorgegaan. Tot op de dag van vandaag wacht ik op één tegenbewijs om mijn verhaal te falsificeren, zoals dit binnen de wetenschap hoort. Negeren is geen vorm van een weerleggingspoging.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een van de meest gemaakte fout die gemaakt wordt is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypothese naast elkaar leggen maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen.</strong></p>
</div>Een vijfde dwaling is dat redeneringen van waarschijnlijkheid veelal inductieve redeneringen zijn. Zoals ik eerder uiteen heb gezet, betekent <em>inductief</em> dat je met waarnemingen uit het verleden generaliseert naar de toekomst. Een van de meest gemaakte fouten is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypotheses naast elkaar leggen, maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen. Dit is vreemd, want wellicht hebben de minst waarschijnlijke aannames een waarschijnlijkheidskans van 1 op 1000 en de meest waarschijnlijke aannames nog steeds een waarschijnlijkheidskans van 1 op 10. Het gegeven dat de aanname van een bepaalde hypothese waarschijnlijk is zegt helemaal niets over de waarschijnlijkheid van die hypothese zelf. Voeg daaraan toe dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking voornamelijk een menukaart aan hypothesen onderzoeken die op voorhand de waarschijnlijkheid van bepaalde output bevestigen. Dus de antithese die de waarschijnlijkheid van bepaalde output onderuit halen zal dan niet snel worden aangenomen.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: ‘indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn’. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve </strong><em><strong>aannemelijkheid</strong></em><strong> (binnen de statistiek ook wel </strong><em><strong>likelihood</strong></em><strong> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</strong></p>
</div>Een zesde hardnekkige dwaling binnen het ontwikkelingsdenken is dat er niet uitgegaan wordt om vast te stellen wat er nu ‘echt’ gebeurd is. Westerse actanten schrijven niet over iets dat niet waar is. Ze werken voornamelijk samen met ngo´s in het zuiden, waarmee ze een zekerheid inkopen. Vervolgens worden ze, wetenschappelijk gezien, slordig. Het gevolg van een onzuiver beeld is dat de burgers een wetenschappelijke waarschijnlijkheid ten onrechte voor een deugdelijke waarheid gaat aanzien. Dit is het nadeel van bewijs dat gestoeld is op louter emotionele perceptie en papieren tijgers die door ambtenaren en ngo’s worden gewaarmerkt. Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve <em>aannemelijkheid</em> (binnen de statistiek ook wel <em>likelihood</em> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een betrouwbare getuige dient volledige onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. Er is een groot verschil tussen de geloofwaardigheid van de getuige als persoon aan één kant en een afgelegde verklaring van die getuige aan de andere kant. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet.</strong></p>
</div>Een zevende dwaling is dat de waarheidsvinding vertroebeld wordt door het ideaal. De goede bedoeling en de slachtoffers staan zo centraal dat de algehele waarheid niet zo nauw komt. Deze vorm van ruis is flink besprenkeld door de goedgelovigheid van westerse onderzoekers. Wat je krijgt is dat zij te makkelijk bevestigen wat men wil bevestigen. En indien het pad van een bepaalde hypothese niet toereikend is, dan verzint men een andere hypothese die het gewenste wel bevestigt. Dit betreft <em>accusatoire</em> waarheidsvinding. Actanten bepalen de bewijsvoering. Dit bergt het gevaar in zich dat er een selectief en gekleurd beeld voorgeschoteld wordt. Wat not done is binnen het ontwikkelingsdenken is <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, waarbij een overheid gaat onderzoeken wat wel of niet waar is. Helaas spelen overheden als actant mee als een van de jaknikkers, niet als waarheidsvinders. Terug naar Terre des Hommes en hun bewering dat 20.000 kinderen in India werken in micamijnen. In juni 2016 heb ik over dit aantal met hen regelmatig e-mailverkeer. Ze schrijven mij dat een lokale ngo momenteel aan het tellen is. Dus ik schrijf dat ze overal in de media al pretenderen dat er ten minste 20.000 kinderen zijn, dat deze in mijn ogen al geteld of wetenschappelijk geschat moeten zijn en dat ik geen vragen heb over een toekomstige vastlegging maar over die uit het verleden. Ze verwijzen mij naar een rapport ´Beauty and a beast, Child labour in mica mining in India for sparkling cars and cosmetics´ van maart 2016. Daarin staat alleen dat diezelfde lokale organisatie geteld en geschat heeft. Ik vraag Terre des Hommes nogmaals hoe er geschat is en ik wijs hen op de wetenschappelijke wetten van betrouwbaarheid bij schattingen. Vervolgens schrijft de contactpersoon mij de onwaarschijnlijke zin: ‘Momenteel heb ik niet direct paraat hoe destijds schattingen zijn gedaan’, en vervolgens word ik doorverwezen naar andere actanten. Dit geloof je toch niet? Op zo’n moment ga ik zelf maar redeneren. Deze keer draai ik de zaak om. Indien er 20.000 kinderen in de micamijnen werken, hoe waarschijnlijk is het dan dat westerse onderzoekers toegang hebben tot een representatieve steekproef? Volgens mij zeer waarschijnlijk, want het betreft een fors aantal. Indien Terre des Hommes dit aantal niet kan aantonen, dan is de waarschijnlijkheid van deze hypothese van 20.000 werkende kinderen dus niet aannemelijk. Dit betreft een typisch voorbeeld van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding, bij een gebrek aan <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding. Naar aanleiding van het genoemde rapport zijn Nederlandse multinationals door Terre des Hommes aan de schandpaal genageld. Het is sowieso opvallend dat de kern van ontwikkelingsdenken, te weten het feitelijke getuigenonderzoek, nooit beschreven staat in onderzoeksrapporten.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Hoeveel getuigen heb je in de huidige situatie nodig om de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een ongelijk</strong></em><strong> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een gelijk</strong></em><strong>? Dit heet met een term het </strong><em><strong>bewijsminimum</strong></em><strong>.</strong></p>
</div>Ten slotte noem ik de meest onderschatte vorm van dwaling en dat is dat getuigenverslagen binnen ontwikkelingssamenwerking juridisch gezien problematisch zijn. Een betrouwbare getuige dient volledig onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. In de juridische wereld kan een getuige geloofwaardig zijn maar zijn of haar getuigenverklaring niet omdat ze rekening houden met onkunde of ruis. Bij een betrouwbare getuige dient de verklaring losgekoppeld te worden van enige vorm van voordeel dat de getuige haalt uit een positieve verklaring. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet. Bij de meeste misdrijven heb je te maken met toevallige getuigen. Dit is meteen al aselect. Binnen ontwikkelingssamenwerking is een westers getuigenverslag een geplande situatie, of dat nou een audit-, journalistiek of relatiebezoek is. Dit verschil dient al gecompenseerd te worden. Westerlingen hebben baat bij een goed verhaal of een samenwerking. Ze zijn vatbaar voor een bepaalde richting. Voor een onafhankelijk getuigenverslag dient een westerling vooraf en tijdens een bezoek aan het zuiden op geen enkele manier te communiceren met plaatselijke ngo’s die afhankelijke relaties hebben met een gewenste output. Dit is funest voor een neutrale observatie. Het bezoeken van projectoutput die geleid wordt door een plaatselijke ngo heeft eigenlijk geen waarde. Als een plaatselijke ngo je meeneemt naar projectoutput x of slachtoffer y, ben je toch meer een onderdeel van een theatervoorstelling. Voor een totale onafhankelijkheid is het zelfs beter dat de plaatselijke ngo, waarmee je eventueel een relatie hebt, niet eens weet dat je aselect verrassingsbezoeken aflegt. Het is handig om je eigen vertaler mee te nemen. Soms staan deze ter plaatse al klaar en dan weet je al voldoende. Daarnaast dient een getuige integer en belangeloos te zijn. De belangen van westerse en lokale ngo’s zijn vooraf al eenduidig. De een wil geld uitgeven en de ander wil geld ontvangen. Voor deze relatie hebben ze een verhaal nodig dat goed verkoopt. Zogenaamde onafhankelijke onderzoekinstanties zoals Deloitte zijn commerciële organisaties en hebben niet, zoals een universiteit, een commerciële neutraliteit. Deloitte leeft van uurtje-factuurtje en wil graag ook een volgende keer de opdracht binnenhengelen. Ze voeren een opdracht met name goed uit in de ogen van hun westerse opdrachtgever, niet in de ogen van de zogenaamde neutrale toeschouwers. Dit blijft een vorm van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding en hier wordt <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, wat een commerciële organisatie ook nimmer kan bieden, dan ook node gemist. Ten slotte stijgt de betrouwbaarheid met het aantal getuigen, met name indien deze geen relatie met elkaar hebben. Helaas lijkt dit binnen ontwikkelingssamenwerking een onoverbrugbaar probleem. Dit kan alleen indien westerse overheden inquisitoir zijn en meerdere landen toevallig dezelfde aselecte steekproef uitvoeren. Dan zou dit elkaar verstevigen. Irreëel. Een vraag. Hoeveel getuigen heb je nodig om de waarschijnlijkheid van <em>een ongelijk</em> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van <em>een gelijk</em>? Dit heet met een term het <em>bewijsminimum</em>. Volgens mij is het antwoord schrikbarend hoog. Dit leg ik uit. Mr. M.J. Dubelaar zet vraagtekens bij het significante nut van misdrijfgetuigen: ‘Amerikaans onderzoek naar afgesloten strafzaken met behulp van moderne DNA-technieken (het <em>Innocence project</em>)<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[6]</a> laat zien dat in 75% van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen foutief ooggetuigenbewijs een rol heeft gespeeld.’<a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[7]</a> Deze uitspraak gaat over getuigen die toevallige passanten zijn, volledig onafhankelijk en volkomen belangeloos. Wat zegt deze uitspraak over getuigen binnen ontwikkelingssamenwerking die niet volledig onafhankelijk en belangeloos zijn? En hoeveel van dergelijke getuigen heb je dan dus nodig om de waarschijnlijkheid van bepaalde output te legitimeren? Kortom: wat is het bewijsminimum?</p>
<p>Er zijn nog vele vormen van dwalingen, maar het is niet mijn bedoeling om een bijsluiter van alle mogelijkheden uiteen te zetten. De juridische dwalingen die binnen het ontwikkelingsdenken voor mij herkenbaar waren heb ik een platform willen geven.</p>
<p>Op de website van <em>rechtspraak in opspraak</em><a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[8]</a> valt het volgende te lezen: ‘Bij een onderzoek naar 32 <em>aselect</em> gekozen verkrachtingszaken bleek dat 4 van de 32 verdachten onterecht waren veroordeeld. Dat is meer dan 10%.’ In het hoofdstuk <em>Imaginair: onderzoekers gaan discreet met ons belastinggeld om</em> beargumenteer ik dat Nederland tussen de jaren 2000 en 2050 € 450,4 miljard aan ontwikkelingssamenwerking uit zal geven. Als 10% van ontwikkelingssamenwerking naar verhulde projecten zou gaan, dan betekent dit dat Nederland € 45 miljard heeft verkwanseld. Echter, in de rechtspraak staat waarheidsvinding voortdurend centraal. Het is aannemelijker dat dit percentage van 10 hoger moet zijn, omdat ontwikkelingsdenkers niet aan waarheidsvinding of geheugentheorie doen. Omdat ik gedurende het schrijven van dit boek nergens bewijslast heb mogen ontvangen, schrik ik nu al van de waarschijnlijke <em>potentie</em> van dit percentage. Dat is wat dit boek in ieder geval hard heeft gemaakt: deze potentie.</p>
<p>Hoe je het ook wendt of keert, het imago van een rorschachvlek is niet de status die deze nobele sector verdient. Helaas ben ik binnen de sector ontwikkelingssamenwerking nooit een persoon tegengekomen met een neutrale wetenschappelijke blik. De sector is mega-indoctrinerend en maar weinigen zijn hiertegen bestand, zelf niet als je de titel <em>professor</em> voor je naam hebt staan.</p>
<p><strong><span style="color: #000000;"><em>Resumerend</em></span></strong></p>
<ul>
<li><strong><span style="color: #000000;">bij waarheidsvinding zegt een aannemelijkheid niks over de waarschijnlijkheid van output</span></strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> Mica is een doorzichtig mineraal dat bestand is tegen een hoge temperatuur tot 1250 °C.</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Bevestiging door ten minste 3 onafhankelijke harde waarnemingen.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Leon Festinger, <em>A Theory of Cognitive Dissonance</em>, 1957.</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> Professor dr. W.A. Wagenaar, <em>Vincent plast op de grond: Nachtmerries in het Nederlands recht</em>, 2006.</p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[5]</a> Wouter Hart, <em>Verdraaide organisaties: terug naar de bedoeling,</em> p. 59</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[6]</a> http://www.innocenceproject.org.</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[7]</a> M.J. Dubelaar, <em>Betrouwbaar getuigenbewijs: totstandkoming en waardering van strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief</em>, Universiteit Leiden, p. 2.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[8]</a> http://rechtspraakinopspraak.nl/430/Cijfers.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Salarissen directeuren goede doelen in België</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/salarissen-directeuren-goede-doelen-in-belgie/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/salarissen-directeuren-goede-doelen-in-belgie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 11 Apr 2010 10:19:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[11-11-11]]></category>
		<category><![CDATA[Acodev]]></category>
		<category><![CDATA[Amnesty]]></category>
		<category><![CDATA[Annuschka Vandewalle]]></category>
		<category><![CDATA[Artsen Zonder Vakantie]]></category>
		<category><![CDATA[AZG]]></category>
		<category><![CDATA[Bart Meylemans]]></category>
		<category><![CDATA[België]]></category>
		<category><![CDATA[Bevrijde Wereld]]></category>
		<category><![CDATA[Bogdan Vandenberghe]]></category>
		<category><![CDATA[Broederlijk Delen]]></category>
		<category><![CDATA[Christopher Stokes]]></category>
		<category><![CDATA[Coprogram]]></category>
		<category><![CDATA[Damiaanactie]]></category>
		<category><![CDATA[De Milieuboot]]></category>
		<category><![CDATA[Deloitte]]></category>
		<category><![CDATA[Dirk Van Maele]]></category>
		<category><![CDATA[Dokters van de Wereld]]></category>
		<category><![CDATA[FOS]]></category>
		<category><![CDATA[Greenpeace]]></category>
		<category><![CDATA[Joseph Burgraff]]></category>
		<category><![CDATA[Koen van Bockstal]]></category>
		<category><![CDATA[Lode Delbare]]></category>
		<category><![CDATA[Luuk Zonneveld]]></category>
		<category><![CDATA[MEMISA]]></category>
		<category><![CDATA[MO*]]></category>
		<category><![CDATA[NGO]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Solidariteit]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Wereldwinkel]]></category>
		<category><![CDATA[Plan België]]></category>
		<category><![CDATA[PwC]]></category>
		<category><![CDATA[Rigo Peeters]]></category>
		<category><![CDATA[Rode Kruis]]></category>
		<category><![CDATA[Stefaan Declercq]]></category>
		<category><![CDATA[Steunfonds Derde Wereld]]></category>
		<category><![CDATA[Trias]]></category>
		<category><![CDATA[Vlaanderen]]></category>
		<category><![CDATA[Vredeseilanden]]></category>
		<category><![CDATA[Wim De Ceukelaire]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16100</guid>
		<description><![CDATA[Hoeveel verdienen directeuren van goede doelen? Met die vraag ging ik langs goede doelen in België. Niet alle organisaties waren open. Ik noem u naam, toedracht en de inkomens. België is een ander verhaal dan het Nederlandse. Ik kreeg slechts van twee organisaties medewerking, 11.11.11 en Memisa. Het is mij een volkomen raadsel wat Belgische [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="/wp-content/uploads/2015/04/Donate.png" ><img class="alignleft size-full wp-image-16101" src="/wp-content/uploads/2015/04/Donate.png" alt="Donate" width="209" height="236" /></a>Hoeveel verdienen directeuren van goede doelen? Met die vraag ging ik langs goede doelen in België. Niet alle organisaties waren open. Ik noem u naam, toedracht en de inkomens.</p>
<p>België is een ander verhaal dan het Nederlandse. Ik kreeg slechts van twee organisaties medewerking, 11.11.11 en Memisa. Het is mij een volkomen raadsel wat Belgische hulporganisaties willen achterhouden. Bogdan Vanden Berghe, Algemeen Secretaris van 11.11.11 – Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging:<br />
<em>‘Wij hebben geen code hier in België, maar de meeste lonen liggen vrij dicht tegen mekaar. Vermits die ook niet zo hoog liggen als in Nederland is het debat in de media hier redelijk snel gestopt. Ik kan me dus voorstellen dat er hier niet onmiddellijk veel animo is om alles nog eens door te geven en misschien opnieuw een discussie te starten.’</em></p>
<p>In mijn zoektocht naar meer informatie heb ik mij wederom gemeld bij Bogdan Vanden Berghe. Hij schrijft:<br />
<em> ‘Men verwijst naar mij omdat ik algemeen secretaris ben van 11.11.11 en dat is de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidorganisaties, waaronder heel wat NGO’s. Tegelijkertijd is dit de bekendste publiekscampagne in België en één van de grotere organisaties hier. Ik ben tevens afgevaardigd bestuurder van Coprogram (de federatie van Vlaamse NGO’s, vergelijkbaar met Partos in Nederland).’</em></p>
<p>Vande Berghe koppelde mij aan een contactpersoon bij Coprogram en vervolgens ontving ik informatie waar ik naar op zoek was.</p>
<p>Coprogram:<br />
<em>‘De cijfers zijn ons door de NGO&#8217;s zelf (directeur of medewerker) toegestuurd. Sommigen verwijzen zelf naar publicatie op hun website. Wij hebben vertrouwen in correctheid hiervan. Ze zullen waarschijnlijk meer gedetailleerd zijn dan bedragen in jaarverslagen (het jaarverslag zal eerder totalen geven, en geen details per persoon).</em></p>
<p><em>De jaarverslagen zijn</em><br />
<em> -ofwel gedeponeerd bij nationale bank;</em><br />
<em> -ofwel neergelegd bij de griffie.</em><br />
<em> Ze moeten ook meegedeeld worden aan Dgos (de administratie van de Minister Ontwikkelingssamenwerking) indien de NGO subsidies ontvangt. Die verslagen zijn ook gereviseerd, door een bedrijfsrevisor of door de commissaris van de vzw. Deze personen moeten lid zijn van het IBR (Instituut voor bedrijfsrevisoren).</em></p>
<p><em>En alle cijfers zijn de actuele cijfers (december 2009 of januari 2010). Lonen worden in België automatisch verhoogd bij indexstijging (overschrijden spilindex) maar er is al sedert oktober 2008 geen stijging meer geweest. ook geen daling met invloed op lonen. Het is daarnaast ook mogelijk dat er op een bepaald ogenblik (januari, maar eventueel ander moment in het jaar) een verhoging op basis van anciënniteit wordt toegekend.’</em></p>
<table style="height: 754px;" width="801">
<tbody>
<tr>
<td width="107"><strong>NGO</strong></td>
<td width="102"><strong>Directeur</strong></td>
<td width="82"><strong>Per maand</strong></td>
<td width="79"><strong>Per jaar (*)</strong></td>
<td width="117"><strong>Bedrag jaarsalaris</strong></td>
<td width="148"><strong>Info over verantwoordelijkheid (****)</strong></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">11.11.11</td>
<td width="102">Bogdan Vandenberghe</td>
<td width="82">€4075,&#8211;</td>
<td width="79">€56.703,&#8211;</td>
<td width="117">incl. eindejaarspremie</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">AZG</td>
<td width="102">Christopher Stokes</td>
<td width="82"></td>
<td width="79">€74.639,&#8211;</td>
<td width="117">(**)</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Bevrijde Wereld</td>
<td width="102">Bart Meylemans</td>
<td width="82">€3377,&#8211;</td>
<td width="79">€44.046,&#8211;</td>
<td width="117"></td>
<td width="148">22 werknemers, € 4 miljoen omzet</td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Damiaanactie</td>
<td width="102">Rigo Peeters</td>
<td width="82">€5745,&#8211;</td>
<td width="79">€79.969,&#8211;</td>
<td width="117">(***) hier max. anciënniteit</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">FOS</td>
<td width="102">Annuschka Vandewalle</td>
<td width="82">€4289,&#8211;</td>
<td width="79">€58.539,&#8211;</td>
<td width="117"></td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Oxfam Solidariteit</td>
<td width="102">Stefaan Declercq</td>
<td width="82">€ 3594,&#8211;</td>
<td width="79">€43.525,&#8211;</td>
<td width="117"></td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Oxfam Wereldwinkel</td>
<td width="102">Koen van Bockstal</td>
<td width="82">€4334,&#8211;</td>
<td width="79">€60.336,&#8211;</td>
<td width="117"></td>
<td width="148">88 werknemers, € 23 miljoen omzet (2,3 in vzw)</td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Plan België</td>
<td width="102">Dirk Van Maele</td>
<td width="82">€4977,&#8211;</td>
<td width="79">€69.280,&#8211;</td>
<td width="117">Inclusief extralegale voordelen</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Steunfonds Derde Wereld</td>
<td width="102">Wim De Ceukelaire</td>
<td width="82">€2896,&#8211;</td>
<td width="79">€ 37.411,&#8211;</td>
<td width="117">Geen extralegale voordelen</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Trias</td>
<td width="102">Lode Delbare</td>
<td width="82">€4322,&#8211;</td>
<td width="79">€60.164,&#8211;</td>
<td width="117">Inclusief eindejaarspremie</td>
<td width="148"></td>
</tr>
<tr>
<td width="107">Vredeseilanden</td>
<td width="102">Luuk Zonneveld</td>
<td width="82"></td>
<td width="79">€70.800,&#8211;</td>
<td width="117">Geen extralegale voordelen</td>
<td width="148">170 werknemers,152 partnerorg.,14 landen</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>*        is het brutobedrag (voor belasting en rsz-bijdrage werknemer) en houdt steeds wettelijk verplicht dubbel vakantiegeld in de kost voor de NGO ligt hoger: patronale bijdrage voor rsz (sociale zekerheid) bedraagt 34% plusminus van bruto jaarsalaris.<br />
**      internationaal jaarverslag, op website<br />
***     beginsalaris: 3323/maand, 0 jaar anciënniteit<br />
****    zie ook: <a target="_blank" href="http://www.ngo-openboek.be" >www.ngo-openboek.be</a></p>
<p>directeursloon 15 grote Belgische NGO&#8217;s<br />
mediaanwaarde<br />
€ 4543,&#8211; per maand</p>
<p>directeurslonen in privésector<br />
(vergelijkbare verantwoordelijkheid)<br />
€ 7003,&#8211; per maand</p>
<p>Ik wil bij enkele opvallende aspecten stilstaan. Ten eerste liggen de lonen een stuk lager dan in Nederland. Maar de organisaties zijn minder complex. Luuk Zonneveld van Vredeseilanden heeft het hoogste salaris. Maar Vredeseilanden heeft in 2008 een uitgavenpost van € 12 miljoen. Oxfam NOVIB in Nederland had in datzelfde jaar een uitgavenpost van € 161,3 miljoen. Artsen Zonder Grenzen België is ook een uitzondering met in 2008 een opbrengst van € 145 miljoen. De directeur heeft een jaarsalaris € 74.639,&#8211;. In vergelijking met Nederland is dit salaris een wereld van verschil.</p>
<p>Ten tweede wil ik de reactie van Memisa uitlichten:<br />
<em>‘Op dit ogenblik is Pater Joseph Burgraff de gedelegeerd bestuurder/directeur van MEMISA-België. Hij zet zich vrijwillig in voor de organisatie en ontvangt enkel een onkostenvergoeding voor zijn verplaatsingsonkosten en eventuele andere onkosten.’</em></p>
<p>Ik weet niet wat verontrustender zou moeten zijn: iemand die voor een (te) hoog salaris een non-profit een organisatie aanvoert of iemand die het gratis doet. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen, maar mijn gevoel zegt dat het niet professioneel lijkt. Ik werk met stichting Updaid (voorloper NL-Aid) ook voor niks en binnen een organisatie zonder inkomen. Maar ik heb dan ook geen verantwoording af te leggen naar een achterban. Er zijn geen commerciële plichten. Memisa móet presteren in ontwikkelingslanden en zodoende baart mij deze keuze zorgen. Mislukkingen blijven op deze manier hangen in ‘goede bedoelingen’. Het geeft veel meer slagkracht dat je iemand ter verantwoording kunt roepen en af kunt rekenen. De opbrengsten in 2008 zijn € 8 miljoen. Ik zou daar geen vrijwilliger aan het roer willen hebben.</p>
<p>Ten derde hebben Belgische NGO&#8217;s voor ontwikkelingssamenwerking enkele jaren geleden besloten om de transparantie naar hun achterban en naar het grote publiek in het algemeen op te drijven. Ze hebben daarvoor opdracht gegeven aan de federaties (Coprogram en Acodev) om een speciaal instrument op te zetten: de website www.ngo-openboek.be. De NGO&#8217;s geven hier jaarlijks financiële en activiteitsgegevens in. Deze website is de voortzetting van een &#8216;jaarboek&#8217; of &#8216;ngo-atlas&#8217; dat de federaties (Coprogram voor de Vlaamse en Acodev voor de Franstalige NGO&#8217;s) sedert 2001 uitgeven.</p>
<p>Als laatste wil ik graag acht organisaties benoemen die niet mee wilde werken aan dit onderzoek. Het valt een beetje in het kader van <em>geef de plebs geen boeken want dan gaan ze zelf denken maar geef ze brood en spelen om ze rustig te houden</em>. Ik ben wars van non-coöperatie binnen ontwikkelingssamenwerking en leg ze bij deze graag voor u op een hakblok. Geen enkele hulporganisatie mag het zich veroorloven om geen antwoord aan burgers te geven wanneer hen vragen gesteld wordt over wat er met hun belastinggelden en donaties gebeurt. Dan ben je geen legitieme organisatie meer. Het is te makkelijk om een passieve houding aan te meten en burgers te dwingen om via moeizame omwegen en veel communicatie uiteindelijk via Coprogram informatie bij elkaar te laten sprokkelen. Net als de Nederlandse en de Europese lijkt ook Belgische ontwikkelingssamenwerking een soort van Vaticaan: we moeten ze heilig geloven op hun woord, we mogen geen kritische vragen stellen en dossiers worden in geheimschrift in bunkers bewaard totdat ze mogen worden vernietigd. Het machtigste orgaan in elke samenleving is de publieke opinie. Het is aan hen om zich hier niet bij neer te leggen en de genoemde organisaties een brevet van onvermogen te geven.</p>
<p>Deze acht organisaties zijn:<br />
Dokters van de Wereld, MO*, Rode Kruis, Greenpeace, De Milieuboot, Artsen Zonder Vakantie, Broederlijk Delen en Amnesty International. De salarissen van drie organisatie, te weten Plan België, Oxfam Solidariteit en Vredeseilanden, hebben via Coprogram wel meegewerkt aan dit onderzoek. Greenpeace, De Milieuboot en Amnesty International zijn niet als NGO actief en derhalve boekhoudkundig niet bekend bij Coprogram.</p>
<p>Je zult maar lid of donor van één van deze acht organisaties zijn.</p>
<p>Bovenstaande bevindingen werden gepubliceerd op Updaid (voorloper NL-Aid). Drie organisaties schrokken nogal dat ze op een hakblok waren gelegd en stuurde alsnog een inhoudelijke bijdrage. Die wil ik u niet onthouden.</p>
<p><strong>Greenpeace</strong><br />
Greenpeace België is volledig transparant over de verloning van zijn directie. Bij Greenpeace België is het maximale bruto maandloon voor een directeur (met maximum aantal jaren anciënniteit) € 4.620,&#8211;. Een jaarsalaris is € 64.300,&#8211; (met dertiende maand en vakantiegeld ingerekend). Gegevens over de verloning van het personeel van Greenpeace België zijn ook terug te vinden in ons jaarlijks financieel verslag op onze website:<br />
<a target="_blank" href="http://www.greenpeace.org/belgium/nl/press/reports/socialannualreport2008" >http://www.greenpeace.org/belgium/nl/press/reports/socialannualreport2008</a>.</p>
<p><strong>Amnesty</strong><br />
Jammer genoeg is de mail van de heer Sluijter niet op de juiste bureau terecht gekomen en daardoor onbeantwoord gebleven. Amnesty International heeft er geen enkel probleem mee om financiële transparantie te geven. De vergoeding van de directeur van Amnesty International Vlaanderen bedraagt € 3.602,&#8211; bruto per maand, vermeerderd met enkele voordelen in natura, zoals maaltijdcheques, vergoeding voor onregelmatige werkuren, gebruik van een gsm en bedrijfswagen. Deze gegevens zijn ook terug te vinden in ons jaarlijks financieel verslag. Ook andere financiële informatie over onze inkomsten en uitgaven is vrij beschikbaar, via onze website <a target="_blank" href="http://www.aivl.be/wie-we-zijn/centen" >http://www.aivl.be/wie-we-zijn/centen</a> of door het gedetailleerd financieel verslag op te vragen.</p>
<p><strong>Memisa</strong><br />
Graag wens ik te reageren op uw artikel hierboven genoemd en de reactie die ik U eerder stuurde i.v.m. het salaris van onze directeur Joseph Burgraff. Het verontrust U blijkbaar even veel te hoge lonen te zien dan “iemand die het gratis doet”, want “Uw gevoel zegt U dat het niet professioneel lijkt”.</p>
<p>Laat me U schrijven dat MEMISA op een naar ik meen professionele wijze haar projectsteun organiseert en als zodanig welk degelijk presteert door bijvoorbeeld de gezondheidszorg voor zo’n 5 miljoen mensen in het binnenland van Congo op structurele wijze te (re)organiseren. MEMISA wordt als zodanig zowel door de Belgische administratie, eigen revisiekantoor als door PWC (en in Congo kantoren als Deloitte enz.) gecontroleerd, waarbij nimmer belangrijke lacunes werden vastgesteld. Op het vlak van kennis van het medische luik van ontwikkelingssamenwerking menen we voldoende” know-how” en ervaring (meerdere medewerkers met tientallen jaren ervaring in deze problematiek) in huis te hebben om onze locale partners op een constructieve wijze in deze zoektocht bij te kunnen staan.</p>
<p>Het is opmerkelijk dat voor U blijkbaar verantwoordelijkheid en inkomen direct gelinkt zijn. U schrijft ; er zijn geen commerciële plichten” waardoor eventuele “mislukkingen op deze manier in “goede bedoelingen” blijven hangen, er niet kan “worden afgerekend”. Naar mijn bescheiden mening gaat het engagement van vele collega’s in de sector zoveel verder dan een positie waarop men (financieel) ter verantwoording kan worden geroepen en eventueel “kan worden afgerekend”. Gelukkig valt er in dit soort organisaties van derde- , en ook vierde, pijler nog veel inzet en engagement waar te nemen dat niet rechtstreeks gerelateerd is naar een prijskaartje. Dat U zonder verdere kennis van onze organisatie geen vrijwilliger aan het roer wenst is vanzelfsprekend uw keuze; wij van onze kant zijn blij te kunnen rekenen op iemand die ,zelfs, correctie juist, als niet-betaalde kracht zich, vanuit een ervaring van tientallen jaren in ontwikkelingssamenwerking, mee wenst in te zetten voor de meer kansarmen, als tastbaar teken van letterlijke “gratuite”, maar daarom niet minder waardevolle, laat staan professionele, solidariteit . Gelukkig maar dat inzet in deze sector in veel (naar ik mag hopen in de meeste) gevallen toch nog meer is dan een puur “commerciële” afrekening.</p>
<p>&#8211; EINDE BERICHT &#8211;</p>
<p>Het blijft toch in het slaapverwekkende hangen, met name door Memisa.</p>
<p><strong>OLD SCHOOL</strong></p>
<p><em>Dit artikel is &#8216;old school&#8217; en is gepubliceerd tussen 2008 en 2010 via de oude site van NL-Aid of Updaid (de voorloper van NL-Aid).</em></p>
<p><strong> <a href="/wp-content/uploads/2015/04/Portret-2.jpg" ><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-16053" src="/wp-content/uploads/2015/04/Portret-2-150x150.jpg" alt="Portret 2" width="150" height="150" /></a>AUTHOR</strong>: Drs. H.R.J. Sluijter<br />
<strong>URL</strong>: <a href="/" >www.NL-Aid.org</a><br />
<strong>E-MAIL</strong>: info [at] www.NL-Aid.org</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/salarissen-directeuren-goede-doelen-in-belgie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
