<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>NL-Aid &#187; dwalingen</title>
	<atom:link href="/tag/dwalingen/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.nl-aid.org</link>
	<description>NL-Aid Netherlands Aid, Development Cooperation</description>
	<lastBuildDate>Wed, 24 Feb 2021 07:42:51 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=4.1.1</generator>
	<item>
		<title>De Landelijke India Werkgroep verzint kinderarbeid, part 2: ngo-rescue</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid-part-2-ngo-rescue/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid-part-2-ngo-rescue/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 22 Oct 2017 09:47:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Algemene Onderwijsbond]]></category>
		<category><![CDATA[antithese]]></category>
		<category><![CDATA[Antolini]]></category>
		<category><![CDATA[Antolini Luigi]]></category>
		<category><![CDATA[audits]]></category>
		<category><![CDATA[Bar Rescue]]></category>
		<category><![CDATA[betrouwbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewijs]]></category>
		<category><![CDATA[criticasters]]></category>
		<category><![CDATA[Dark Side Of Granite]]></category>
		<category><![CDATA[denkfout]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[Edwards]]></category>
		<category><![CDATA[Edwards Slate]]></category>
		<category><![CDATA[FNV]]></category>
		<category><![CDATA[Glocal Research]]></category>
		<category><![CDATA[Gordon Ramsay]]></category>
		<category><![CDATA[granite]]></category>
		<category><![CDATA[hypothese]]></category>
		<category><![CDATA[Indianet]]></category>
		<category><![CDATA[kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Landelijke India Werkgroep]]></category>
		<category><![CDATA[Landelijke India Werkgroep verzint Kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[LIW]]></category>
		<category><![CDATA[ngo-rescue]]></category>
		<category><![CDATA[NL-Aid]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoekers]]></category>
		<category><![CDATA[onwaarheden]]></category>
		<category><![CDATA[oorlog in de keuken]]></category>
		<category><![CDATA[P. Kranthi Kumar]]></category>
		<category><![CDATA[Rapolu Saidulu]]></category>
		<category><![CDATA[Ravi Raj]]></category>
		<category><![CDATA[rectificatie]]></category>
		<category><![CDATA[steekproef]]></category>
		<category><![CDATA[top-10]]></category>
		<category><![CDATA[triangulatie]]></category>
		<category><![CDATA[vooringenomen]]></category>
		<category><![CDATA[waarheid]]></category>
		<category><![CDATA[waarheidsvinding]]></category>
		<category><![CDATA[Wetenschappelijk]]></category>
		<category><![CDATA[WOB]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=17018</guid>
		<description><![CDATA[In een eerder persbericht van 15 september 2017 stelt NL-Aid dat de Landelijke India Werkgroep (LIW) in het rapport The Dark Sites Of Granite kinderarbeid in de granietgroeves van India verzint (lees: HIER) en dit krijgt een vervolg. Op 4 oktober publiceert LIW een rectificatie (http://www.indianet.nl/rectification-TheDarkSitesOfGranite.html) waarin Antolini Luigi &#38; C S.p.A en Edwards Slate [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="/wp-content/uploads/2017/10/Bar-Rescue.png" ><img class="size-medium wp-image-17019 alignleft" src="/wp-content/uploads/2017/10/Bar-Rescue-300x166.png" alt="Bar Rescue" width="300" height="166" /></a><strong>In een eerder persbericht van 15 september 2017 stelt NL-Aid dat de Landelijke India Werkgroep (LIW) in het rapport The Dark Sites Of Granite kinderarbeid in de granietgroeves van India verzint (lees: <a href="/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid/" >HIER</a>) en dit krijgt een vervolg.</strong></p>
<p>Op 4 oktober publiceert LIW een rectificatie (<strong><a target="_blank" href="http://www.indianet.nl/rectification-TheDarkSitesOfGranite.html" >http://www.indianet.nl/rectification-TheDarkSitesOfGranite.html</a></strong>) waarin Antolini Luigi &amp; C S.p.A en Edwards Slate &amp; Stone niet langer genoemd worden als inkoper van groeve 3 (verwijderingen van pagina’s 20, 43, 45, 47, 48, 49, 50 en 52). De exportdata die LIW heeft ontvangen bevatten geen bewijs voor een relatie tussen deze twee bedrijven en groeve 3.</p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/10/Antolini-Luig-Edwards-Slate.png" ><img class="alignright size-medium wp-image-17037" src="/wp-content/uploads/2017/10/Antolini-Luig-Edwards-Slate-300x203.png" alt="Antolini Luig &amp; Edwards Slate" width="300" height="203" /></a>Intussen heeft NL-Aid de onderzoekers uit India, te weten Rapolu Saidulu, Ravi Raj en P. Kranthi Kumar zoals genoemd in het rapport, kritisch bevraagd over de echtheid van kinderarbeid dat in het rapport wordt gemeld. Via Internet zijn de onderzoekers niet te linken aan een instantie. Het rapport van LIW noemt Glocal Research maar ook dat is niet te traceren op Internet. De onderzoekers worden in het onderzoeksrapport tevens niet voorgesteld en dat geeft weinig legitimiteit aan het geheel. NL-Aid ontving van de Indiase onderzoekers geen reply.</p>
<p>Het rapport noemt de namen van de Nederlandse onderzoekers niet, maar het betreffen D.H. van LIW en H.P. van het FNV. Ook aan hen zijn enkele kritische vragen overlegd over de juistheid van kinderarbeid en ook hier ontving NL-Aid geen enkele reactie. Dit is vreemd. Indien er keihard bewijs is dan reageer je gedreven en werk je mee. Binnen de wetten van sociaalwetenschappelijk onderzoek betekent dit, op dit moment, dat de inhoud van het rapport geen waarde heeft. Een hypothese is namelijk niet ‘waar’ indien je iets beweert, een hypothese is wetenschappelijk ‘waar’ indien deze wordt bewezen.</p>
<p><a href="/wp-content/uploads/2017/10/FNV.png" ><img class="alignright size-full wp-image-17065" src="/wp-content/uploads/2017/10/FNV.png" alt="FNV" width="200" height="117" /></a>Het rapport bevat gekochte foto’s van commerciële websites om de lezer een bepaalde impressie te geven. De getoonde foto’s hebben niks te maken met de inhoud van het onderzoek. Door dit in een westers onderzoek ten aanzien van waarheidsvinding te publiceren, maak je binnen de wetten van sociaalwetenschappelijk onderzoeken, een catastrofale denkfout.</p>
<p>Organisaties zoals LIW mogen niet zomaar de vrijheid nemen om kinderarbeid op te roepen, daar bedrijven aan linken en dit publiceren. Zij zijn geen overheid. Juist bij overheid kan een burger zich beroepen op de WOB om de inhoud op juistheid te taxeren. Overheden, universiteiten en erkende onderzoeksbureaus publiceren aan de hand van data die zij bewijzen. Deze is opvraagbaar, misschien niet door elke burger, maar zeker door bepaalde groepen in de samenleving. Zodoende houden we elkaar scherp. LIW lapt alles aan de laars, beweert maar toont geen bewijzen, ook niet als daar naar gevraagd wordt. Dit zegt voldoende over de juistheid van het rapport. Indien LIW bewijzen heeft voor het genoemde rapport, is er geen enkel motief te verzinnen om te kiezen voor radiostilte. Dientengevolge lijkt het reëel te veronderstellen dat ze inmiddels geconcludeerd hebben in India misleid te zijn.</p>
<p><strong>Ngo-rescue</strong></p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Op basis van wetenschappelijk waterdichte steekproeven dienen generalistische uitspraken gedaan te worden. Dit is de vastgestelde hypothese. Deze kan alleen ontkracht worden door een antithese</strong></p>
</div>In navolging van ‘Gordon Ramsay: oorlog in de keuken’ en ‘Bar Rescue’ volgt een top-10 van aandachtspunten voor een ngo-rescue:</p>
<ol>
<li>In het artikel <strong><a href="/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid/" >De Landelijke India Werkgroep verzint Kinderarbeid</a></strong> worden tien dwalingen genoemd die geneutraliseerd dienen te worden. In elk onderzoek dient iedere dwaling apart te worden geneutraliseerd. In het voorbeeld van LIW kan ik stellen dat zij al jaren weten dat in India kinderarbeid in scène wordt gezet en deze zorg is niet geneutraliseerd.</li>
<li>De bewijzen dienen aantoonbaar hard te zijn, middels onaangekondigde steekproeven. De meeste audits worden aangekondigd waardoor de onderzochte partij zich kan voorbereiden en verhalen op elkaar kan afstemmen, veelal wetende wat de onderzoekers willen zien en horen. Positieve steekproeven behoren ook verslagen en gepubliceerd te worden.</li>
<li>Wetenschappelijk bewijs maakt bij voorkeur gebruik van <em>triangulatie</em>, bewijsvoering van drie kanten. Bijvoorbeeld: een steekproef, een boekhoudkundige controle en foto’s. Een interview over output met iemand die ‘leeft’ van die output, kan niet aangevoerd worden als bewijs. Daarmee vallen interviews met lokale ngo’s af. Zij mogen wel ‘beweren’ maar diens track record en output (dat zijn twee verschillende dingen) dienen dan wel met een steekproef te worden gecontroleerd.</li>
<li>Bij een boekhoudkundige controle dienen eveneens steekproeven te worden ondernomen op de juistheid van de bonnen/facturen, ook op basis van triangulatie.</li>
<li>Op basis van wetenschappelijk waterdichte steekproeven dienen generalistische uitspraken gedaan te worden. Dit is de vastgestelde hypothese. Deze kan alleen ontkracht worden door een antithese.</li>
<li>Bewijzen dienen navolgbaar te zijn, controleerbaar door derden. In het voorbeeld van LIW dienen de gegevens van kinderen te worden gearchiveerd (naam, social security number, foto, adres, etc) zodat bijvoorbeeld een journalist als steekproef meerdere kinderen thuis kan opzoeken. Niet geopenbaarde bewijzen betekent in de wetenschap hetzelfde als: ‘geen hypothese’.</li>
<li>Onderzoekers dienen voorgesteld te worden als individu, met status van dienst en repertoire. Het is prima dat zij in naam van een organisatie werken. In het voorbeeld van LIW is het compleet duister wie de Indiase onderzoekers zijn en wat hun achtergrond is.</li>
<li>Aan de tegenpartij van een onderzoek dient te allen tijde de volledige bewijslast te worden overhandigd waarna zij in alle redelijkheid en billijkheid de tijd krijgen om een antithese te vormen. In het voorbeeld van LIW weten de genoemde bedrijven niet eens in welke mijnen of groeves er kinderarbeid waargenomen zouden zijn. Zij kunnen zich daardoor niet eens verdedigen middels een antithese. Je mag een hypothese niet in beton gieten door de antithese op voorhand te dwarsbomen, zoals LIW doet. Het doel van een hypothese is juist dat deze openstaat voor een antithese, anders bedrijf je geen wetenschap maar indoctrinatie.</li>
<li><a href="/wp-content/uploads/2017/10/NGO-rescue.png" ><img class="alignright size-medium wp-image-17044" src="/wp-content/uploads/2017/10/NGO-rescue-300x300.png" alt="NGO-rescue" width="300" height="300" /></a>De westerse ngo heeft als doel om steekproeven te nemen en deze, positief of negatief, te publiceren. Zij zijn niet alleen op zoek naar negatief nieuws omdat je dan vooringenomen gaat onderzoeken met suggestieve voorbereidingen en dito vraagstellingen. Zij hebben ook niet als doel om aan iedereen te tonen welke media-aandacht zij hebben verworven omdat daarmee de valkuil opengaat dat het om aandacht gaat. Je toont daar dan mee dat een onderzoek ten koste is gegaan van neutraliteit en met name ten koste van objectiviteit.</li>
<li>De westerse ngo is wars van radiostilte, omarmt kritische vragen en staat open voor onwaarheden in het rapport. Zij willen niet zozeer <em>hun waarheid</em> in stand houden maar zij zijn op zoek naar de <em>objectieve waarheid</em>. Zij zien journalisten en criticasters als een middel om alles scherp te krijgen, te verfijnen. Niet alleen bij zichzelf maar ook bij de samenleving. Bij LIW heb ik dit niet getroffen. Als voorbeeld kan ik geven dat LIW niet communiceert op doodeenvoudige vragen als: ‘Hebben jullie voor het rapport The Dark Side Of Granite daadwerkelijk kinderarbeid gezien?’ Als je zulke basale vragen al niet kunt/wilt beantwoorden kun je concluderen dat, zolang dit voortduurt, er überhaupt geen harde uitspraken over kinderarbeid gedaan kunnen worden.</li>
</ol>
<p><strong>Ten slotte</strong></p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Bewijzen dienen navolgbaar te zijn, controleerbaar door derden</strong></p>
</div>Het houden van steekproeven lijkt veel werk maar je mag met een grove kam generaliseren als de steekproeven maar wetenschappelijk waterdicht zijn. Je zou steekproeven dienen te nemen van een trackrecord van een individu/ngo, de output van een individu/ngo, controle van de boekhouding, steekproeven binnen de boekhouding en dat wat je wilt onderzoeken. Je kunt op alle fronten drie steekproeven houden (triangulatie) en generalistische hypotheses maken. In het geval van LIW valt de boekhouding weg omdat ze geen ngo onderzoeken. Echter, de Indiase onderzoekers vertegenwoordigen klaarblijkelijk wel een ngo en je zou hun betrouwbaarheid kunnen vergroten door wel boekhoudkundige steekproeven te houden. Deze betrouwbaarheid is in mijn ogen sowieso nul omdat ik als lezer niet weet met wie ik te maken heb. Zowel Glocal Research als de genoemde Indiase onderzoekers worden niet voorgesteld en zijn tevens niet te traceren op het Internet. Om de betrouwbaarheid van je hypotheses te vergroten dienen de bewijzen, de actoren en de actanten zoveel mogelijk voor derden navolgbaar en controleerbaar te zijn.</p>
<p>Om te voorkomen dat je als westerse ngo in diskrediet komt is de top-10 van ngo-rescue van eminent belang. Overigens geldt de top-10 voor alle westerse ngo’s.</p>
<p>Het zou mij niet verbazen dat, in navolging van Antolini Luigi &amp; C S.p.A en Edwards Slate &amp; Stone, ook de overige genoemde bedrijven in het rapport van LIW zich beraden welke juridische stappen ze jegens LIW gaan ondernemen.</p>
<p style="text-align: left;"><strong>Drs. Hans R.J. Sluijter</strong></p>
<p style="text-align: left;"><a href="/wp-content/uploads/2017/10/Oorlog-in-de-keuken.png" ><img class="size-medium wp-image-17023" src="/wp-content/uploads/2017/10/Oorlog-in-de-keuken-300x210.png" alt="Oorlog in de keuken" width="300" height="210" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid-part-2-ngo-rescue/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Landelijke India Werkgroep verzint kinderarbeid</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 15 Sep 2017 08:44:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[50 PLUS]]></category>
		<category><![CDATA[Ahold]]></category>
		<category><![CDATA[AkzoNobel]]></category>
		<category><![CDATA[Antolini]]></category>
		<category><![CDATA[child labor]]></category>
		<category><![CDATA[child labour]]></category>
		<category><![CDATA[ChristenUnie]]></category>
		<category><![CDATA[Code voor de Journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Dark Sites of Granite]]></category>
		<category><![CDATA[De Standaard]]></category>
		<category><![CDATA[dwaling]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[Groen Links]]></category>
		<category><![CDATA[HEMA]]></category>
		<category><![CDATA[kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Landelijke India Werkgroep]]></category>
		<category><![CDATA[LIW]]></category>
		<category><![CDATA[mica]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingsorganisaties]]></category>
		<category><![CDATA[Philips]]></category>
		<category><![CDATA[PvdA]]></category>
		<category><![CDATA[SP]]></category>
		<category><![CDATA[Süddeutsche Zeitung]]></category>
		<category><![CDATA[Terre des Hommes]]></category>
		<category><![CDATA[The Guardian]]></category>
		<category><![CDATA[Times of India]]></category>
		<category><![CDATA[Trouw]]></category>
		<category><![CDATA[waarheidsvinding]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16986</guid>
		<description><![CDATA[Op 19 mei 2016 verklaart Terre des Hommes op Radio1 dat er 20.000 kinderen in micamijnen werken. Westerse bedrijven waaronder HEMA, Ahold, AkzoNobel en Philips worden in het rapport ‘Beauty and a beast, Child labour in mica mining in India for sparkling cars and cosmetics´ van maart 2016, genoemd als afnemer van mica. In een [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="/wp-content/uploads/2017/09/LIW.png" ><img class="alignleft size-full wp-image-16987" src="/wp-content/uploads/2017/09/LIW.png" alt="LIW" width="174" height="107" /></a>Op 19 mei 2016 verklaart Terre des Hommes op Radio1 dat er 20.000 kinderen in micamijnen werken. Westerse bedrijven waaronder HEMA, Ahold, AkzoNobel en Philips worden in het rapport ‘Beauty and a beast, Child labour in mica mining in India for sparkling cars and cosmetics´ van maart 2016, genoemd als afnemer van mica. In een mail vraag ik Terre des Hommes naar de waarheidsvinding over het aantal van 20.000 kinderen. Het blijkt achteraf om een schatting te gaan. Vervolgens wijs ik Terre des Hommes op de wetenschappelijke wetten van betrouwbaarheid bij schattingen waarna de contactpersoon een onwaarschijnlijke zin schrijft: ‘Momenteel heb ik niet direct paraat hoe destijds schattingen zijn gedaan’. Op 23 augustus 2017 publiceert de Landelijke India Werkgroep (LIW) het rapport The Dark Site of Granite, over kinderarbeid in steenmijnen. Hoe zuiver is dit rapport?</strong></p>
<p><strong>Persbericht <div class="simplePullQuote right"><p> we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve aannemelijkheid niets zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese</p>
</div></strong></p>
<p>Wat schrijft LIW? De Nederlandse, Europese, Indiase en internationale media besteedden veel aandacht aan het rapport waaronder twee artikelen (waaronder de voorpagina) in Trouw, twee artikelen in de <em>Times of India</em>, een artikel in de <em>Süddeutsche Zeitung,</em> twee artikelen in de Belgische krant <em>De Standaard</em> en een artikel in<em> The Guardian</em>. Naar aanleiding van het rapport werden door parlementariërs in het Nederlandse en het Europese parlement vragen gesteld. In Nederland stelden de ChristenUnie, PvdA en Groen Links en los daarvan 50 PLUS een serie vragen. In het Europees parlement stelden de SP en Groen Links ieder apart vragen aan de Europese Commissie. Een kern in alle vragen is welke maatregelen de Nederlandse regering en de EU gaan nemen om te zorgen dat bedrijven werk gaan maken van het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van de steengroeve-arbeiders.</p>
<p>Onderzoekers van LIW hebben 22 steengroeven in de Indiase deelstaten Andra Pradesh, Karnataka en Telangana onderzocht. Ze hebben 172 werknemers ondervraagd. Bij zeven groeven was sprake van kinderarbeid en bij negentien groeven een vorm van schuldslavernij. Kinderen onder de 14 jaar maken 3% uit van de arbeiders die reststeen verwerken en 5% is tussen 15 en 18 jaar.</p>
<p><strong>Dwalingen </strong></p>
<p>Er zijn meerdere vormen van dwalingen binnen ontwikkelingssamenwerking. Ik noem er tien.</p>
<ol>
<li>Change blindness: Verslagen zijn veelal kwalitatief. Onderzoekers nemen beweringen van hulporganisaties als voor ‘waar’ aan, zonder deze te toetsen. Ze zijn blind voor andere onderzoekstechnieken waardoor verkeerde inzichten uitvergroot worden.</li>
<li>Confirmation bias: Onderzoekers en journalisten weten vooraf al wat ze willen onderzoeken zodat een andere hypothese een onevenredige aandacht krijgt. Westerse actanten schrijven niet over iets dat niet waar is. Indien LIW geen kinderarbeid treft, dan wordt daar niet over geschreven.</li>
<li>Immunisering: passend bewijsmateriaal wordt makkelijker gevonden dan ontkennende bewijslast. Er is een blokkade voor een negatieve uitkomst.</li>
<li>Cognitieve dissonantie: de overtuiging dat iets waar is voordat je aan waarheidsvinding hebt gedaan. De praalwagen van het eigen gelijk tiert welig bij westerse hulporganisaties. Om de gemoedrust te herstellen wordt tegenstrijdige informatie met een beredeneerd geweten naast ons neergelegd. Cognitieve dissonantie is niet alleen een drijvende kracht achter denkbeelden, maar leidt er ook toe dat mensen zich afsluiten voor weerleggingspogingen.</li>
<li>Collaborative storytelling: Ontwikkelingssamenwerking zit vol met terugwingoedpraterij waarbij onwaarheden worden gebagatelliseerd.</li>
<li>Bronamnesie: onderzoekers en journalisten nemen ‘iets’ voor waar aan als dit ‘iets’ door iemand anders is gezien, zonder het zelf te zien.</li>
<li>Inductief redeneren: ‘inductief’ betekent dat je met waarnemingen uit het verleden generaliseert naar de toekomst. Een van de meest gemaakte fouten is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypotheses naast elkaar leggen, maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen.</li>
<li>Likelihood: Waarheidsvinding vindt plaats op basis van kwantiteit: indien maar genoeg ambtenaren en media de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve aannemelijkheid niets zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</li>
<li>Accusatoire waarheidsvinding: Waarheidsvinding wordt vertroebeld door het ideaal. De goede bedoeling en de slachtoffers staan zo centraal dat de algehele waarheid niet zo nauw komt. Deze vorm van ruis is flink besprenkeld door de goedgelovigheid van westerse onderzoekers. Wat je krijgt is dat zij te makkelijk bevestigen wat men wil bevestigen. Westerse hulporganisaties bepalen de bewijsvoering. Dit bergt het gevaar in zich dat er een selectief en gekleurd beeld voorgeschoteld wordt. Wat not done is binnen het ontwikkelingsdenken is ‘inquisitoire waarheidsvinding’, waarbij een overheid gaat onderzoeken wat wel of niet waar is.</li>
<li>Bewijsminimum: Hoeveel getuigen heb je nodig om de waarschijnlijkheid van een ongelijk kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van een gelijk? Een betrouwbare getuige dient volledig onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. In de juridische wereld kan een getuige geloofwaardig zijn omdat deze aselect aanwezig is. Bij ontwikkelingssamenwerking is bij een getuigenverslag sprake van een geplande situatie, of dat nou een audit-, journalistiek of relatiebezoek is. Dit verschil dient al gecompenseerd te worden. Mr. M.J. Dubelaar zet vraagtekens bij het significante nut van misdrijfgetuigen: ‘Amerikaans onderzoek naar afgesloten 108 strafzaken met behulp van moderne DNA-technieken (het Innocence project) 106 laat zien dat in 75% van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen foutief ooggetuigenbewijs een rol heeft gespeeld.’ Kortom: wat is dan het bewijsminimum binnen ontwikkelingssamenwerking met geregisseerde bezoekjes?</li>
</ol>
<p><em>Meer lezen over dwalingen? Lees ‘<strong><a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" >Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a></strong>’, pagina 97-109. </em></p>
<p><strong>Het rapport <div class="simplePullQuote right"><p>Door &#8216;iets&#8217; te beweren bestaat &#8216;iets&#8217; niet. Door het keer op keer te citeren, wordt &#8216;iets&#8217; dat &#8216;onwaar&#8217; is, niet beetje bij beetje meer &#8216;waar&#8217;.</p>
</div></strong></p>
<p>In het rapport The Dark Sites of Granite wordt alleen op pagina 9 in een vijftal zinnen uitgelegd hoe er wetenschappelijk is onderzocht. De andere 72 pagina’s gaan over uitslag waaronder statistiek. Deze vijf zinnen dienen de basis te zijn voor wetenschappelijk onweerlegbaar bewijs, niet 72 pagina’s aan ‘beweringen’. Ik lees liever 72 pagina’s over hoe deze 22 steekproeven hebben plaatsgevonden dan in vijf zinnen. Dit onderzoek is totaal verkeerd opgesteld en binnen de sociale-wetenschap zijn de uitslagen dan ook eerder ‘onwaar’ dan ‘waar’. Aangekondigd bezoek wordt door hulporganisaties in het zuiden vaak voorbereid met het in scène zetten van kinderarbeid zodat de westerse onderzoeker ziet wat hij wil zien. Kinderen worden getraind in het acteren van kinderarbeid en op deze manier wordt er eerder een theatervoorstelling gepresenteerd. Een goed onderzoek moet beschrijven hoe je dit, en alle andere genoemde dwalingen, neutraliseert. The Dark Sites of Granite is derhalve meer een scriptie dan een onderzoek.</p>
<p>Voorts levert LIW geen bewijzen voor zijn uitspraken. Een bewijs is niet &#8216;ik heb iets gezien&#8217; want je moet aantonen wat je hebt gezien. Dat kan met foto’s. Je hebt geregisseerde en geregistreerde foto’s. De foto die LIW in de media laat verschijnen zijn waarschijnlijk geregisseerd, mede omdat kinderen in de camera kijken of ‘klaarstaan’. Er moet voorts een logboek zijn met namen van wie wat onderzocht heeft en wat heeft aangetroffen met plaats, naam, tijd, foto&#8217;s van de mijnen. De namen van de werkende kinderen, met adres en andere persoonsgegevens moeten worden geadministreerd. Ik kan als journalist het bestaan van deze kinderen verifiëren en vervolgens middels niet-suggestieve vragen hun verhaal blootleggen. Maar dergelijke bewijslast wordt niet geleverd. Door &#8216;iets&#8217; te beweren bestaat &#8216;iets&#8217; niet. Door het keer op keer te citeren, wordt &#8216;iets&#8217; dat wetenschappelijk gezien &#8216;onwaar&#8217; is, niet beetje bij beetje meer &#8216;waar&#8217;. Niet het tegendeel van een bewering moet worden bewezen, een bewering moet worden bewezen. Als in een woestijn een steen ligt die door niemand wordt gespot, dan bestaat de steen wel degelijk, maar niemand weet dat deze bestaat. Indien één persoon of een groep van mensen de steen waarneemt en tegen de massa zegt dat hij de steen heeft gezien, dan zal de steen waarschijnlijk bestaan, maar we weten het niet zeker. Wil je de steen kenbaar maken voor de massa, dan dien je bewijs te leveren. Dit gebeurt niet door LIW. Zolang ‘iets’ wordt beweert zonder bewijsvoering dan is dit ‘iets’ wetenschappelijk gezien onwaar en daarmee kan gesteld worden dat, in de regel van wetenschappelijk onderzoek, LIW kinderarbeid verzint.</p>
<p><strong>Tegengeluid</strong></p>
<p>LIW besmeurt vele Nederlandse en internationale bedrijven. De Italiaanse firma Antolini Luigi is een groothandel is natuursteen. Zij zijn heel duidelijk. Francesco Antolini schrijft in een perscommuniqué het volgende:</p>
<p>‘<em>Our company has always been particularly sensitive to the problem of the “Child Labor” and that’s why we exclusively cooperate with companies that comply with these rules and respect them, moreover, our on-site inspectors assure that they have never verified the presence of “Child Labor” by our suppliers and their quarries. In addition, we want to inform you that, in order to defend our reputation, we have entrusted our lawyers to proceed against those who have published and spread absolutely false and misleading informations about our company. Moreover, we intend to press charges strongly against this defamatory campaign towards our company</em>.’</p>
<p>Kortom, er is geen kinderarbeid.</p>
<p><strong>Voor de pers</strong></p>
<p>Omdat journalistiek een vrij beroep is (en westerse ngo’s zien zichzelf maar al te graag als hun eigen persbureau), is in 1995 tevens de Code voor de Journalistiek opgesteld. In de alinea Waarheidsvinding staat: ‘<em>De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.</em>’ Een feit controleerbaar maken zie ik een journalist (en al helemaal een westerse ngo) zelden doen, omdat journalisten niet getraind zijn om een hypothese op wetenschappelijke waarheidsvinding te testen. Een journalist neemt statistiek van een westerse ngo of een ngo in het zuiden te snel over als waarheid. Westerse ontwikkelingsorganisaties en journalisten die de Code voor de Journalistiek niet in acht nemen vormen samen de 11<sup>e</sup> dwaling die voor veel ruis zorgt ten aanzien van waarheidsvinding.</p>
<div id="attachment_16989" style="width: 272px" class="wp-caption alignright"><a href="/wp-content/uploads/2017/09/Onzichtbaar-vriendje.png" ><img class="size-full wp-image-16989" src="/wp-content/uploads/2017/09/Onzichtbaar-vriendje.png" alt="Knuffelt LIW een onzichtbaar vriendje?" width="262" height="294" /></a><p class="wp-caption-text">Knuffelt LIW een onzichtbaar vriendje?</p></div>
<p><strong>Ten slotte</strong></p>
<p>Het lonkt om over kinderarbeid te schrijven. Het trekt veel aandacht. LIW publiceert op 11 september 2017 zelfs een lijst met 85 mediabronnen waarin hun verhaal terecht is gekomen. Deze onverstoorbare mediadrift is wellicht de 12<sup>e</sup> dwaling. Een publicitaire begeerte verblind een objectief en zuiver motief.</p>
<p>In mijn tijd in India werden getallen over bevrijde kinderen verzonnen want India is hét land waar kinderarbeid in scene wordt gezet. Voorzitter Gerard Oonk van LIW weet dat. Net als bij Terre des Hommes vinden dergelijke persberichten gretig aftrek in de media waarin bedrijven onnodig in een kwaad daglicht worden geplaatst. Hopelijk ondernemen zij een keer de juiste stappen tegen deze onprofessionele en onvakkundige onderzoekrapporten. Ik ben bang dat het rapport van LIW niets meer is dan het uitschrijven van een theatervoorstelling. Een gemiste kans. Los van de schade aan de genoemde bedrijven in het rapport, zet LIW daarmee ook de denkideeën van een complete natie op het verkeerde been.</p>
<p><em>In de kern: The Dark Site of Granite betreft geen wetenschap waarbij waarheidsvinding centraal staat om hypotheses hard te maken en dientengevolge kan dit document de gradatie van een &#8216;scriptie&#8217; niet ontstijgen. </em></p>
<p><strong>Drs. Hans R.J. Sluijter</strong></p>
<div id="attachment_17007" style="width: 310px" class="wp-caption alignright"><a href="/wp-content/uploads/2017/09/Steenmijn.png" ><img class="size-medium wp-image-17007" src="/wp-content/uploads/2017/09/Steenmijn-300x224.png" alt="Klik op foto voor een uitvergroting" width="300" height="224" /></a><p class="wp-caption-text">Klik op foto voor een uitvergroting</p></div>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">REACTIE AAN NL-Aid VAN ÉÉN VAN DE BEDRIJVEN UIT HET RAPPORT VAN &#8216;THE DARK SITE OF GRANITE':</span></strong></p>
<p><span style="color: #ff0000;"><em>&#8216;Vandaag kreeg ik weer een kleine update van onze plaatselijke contoleur in India. Hij moet nu per bezoek een rapport aan ons uitbrengen over zijn bevindingen. Hij was in een groeve van zwarte graniet (in het gebied waar LIW haar onderzoek heeft gedaan) en heeft helemaal niks verontrustends kunnen aantreffen. Daar waren alleen maar enorm zware en grote blokken, daar kunnen honderden mensenhanden, laat staan kinderhanden, helemaal niks mee beginnen (zie foto). Het frustrerende van de LIW vind ik dat ze ons niet willen zeggen in welke groeve die kinderarbeid of slechte werkomstandigheden dan wel zijn aangetroffen. We kunnen dus helemaal niks verifiëren maar worden wel (op basis van anonimiteit) keihard veroordeeld ! Dat is echt zwaar frustrerend….&#8217;</em></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/de-landelijke-india-werkgroep-verzint-kinderarbeid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: de westerse motieven voor ontwikkelingshulp zijn onberispelijk</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 15:30:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[aannemelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[accusatoire]]></category>
		<category><![CDATA[antithese]]></category>
		<category><![CDATA[artificieel]]></category>
		<category><![CDATA[aselect]]></category>
		<category><![CDATA[audit]]></category>
		<category><![CDATA[belastinggeld]]></category>
		<category><![CDATA[bewijslast]]></category>
		<category><![CDATA[bewijsminimum]]></category>
		<category><![CDATA[bronamnesie]]></category>
		<category><![CDATA[change blindness]]></category>
		<category><![CDATA[Code van Bordeaux]]></category>
		<category><![CDATA[cognitieve dissonantie]]></category>
		<category><![CDATA[collaborative storytelling]]></category>
		<category><![CDATA[Deloitte]]></category>
		<category><![CDATA[drogredenen]]></category>
		<category><![CDATA[Dubelaar]]></category>
		<category><![CDATA[dwaling]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[falsificeren]]></category>
		<category><![CDATA[Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[getuigenverslag]]></category>
		<category><![CDATA[hypothese]]></category>
		<category><![CDATA[immunisering]]></category>
		<category><![CDATA[immuun]]></category>
		<category><![CDATA[inattentional blindness]]></category>
		<category><![CDATA[inquisitoire]]></category>
		<category><![CDATA[IOB]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[jurisprudentie]]></category>
		<category><![CDATA[Kidsrights]]></category>
		<category><![CDATA[kinderarbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Leon Festinger]]></category>
		<category><![CDATA[likelihood]]></category>
		<category><![CDATA[Lucia de Berk]]></category>
		<category><![CDATA[micamijnen]]></category>
		<category><![CDATA[NGO]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingsdenken]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[onwaar]]></category>
		<category><![CDATA[output]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Novib]]></category>
		<category><![CDATA[perceptioneel]]></category>
		<category><![CDATA[professor Wagenaar]]></category>
		<category><![CDATA[rechtspraktijk]]></category>
		<category><![CDATA[Rode Kruis]]></category>
		<category><![CDATA[rorschachvlek]]></category>
		<category><![CDATA[Statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[steekproef]]></category>
		<category><![CDATA[Terre des Hommes]]></category>
		<category><![CDATA[terugwingoedpraterij]]></category>
		<category><![CDATA[waarheidsvinding]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheden]]></category>
		<category><![CDATA[waarschijnlijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspoging]]></category>
		<category><![CDATA[weerleggingspogingen]]></category>
		<category><![CDATA[Wiebe Bijker]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16867</guid>
		<description><![CDATA[‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’ Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82 Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft  wp-image-16868" src="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding.png" alt="Waarheidsvinding" width="366" height="244" />‘I am convinced that the majority of people would be generous from selfish motives, if they had the opportunity.’</strong><br />
<em>Charles Dudley Warner (1829 – 1900), My Summer in a Garden, p. 82</em></p>
<p>Op dit moment is ontwikkelingssamenwerking niets meer dan een rorschachvlek: eenieder ziet erin wat hij/zij erin wil zien. De waarheidsvinding kent helaas vele vormen van onzuiverheden. Deze onzuiverheden, ook wel <em>dwalingen</em> genoemd, zijn mede ontleend aan de Nederlandse rechtspraktijk, waarbij drogredenen vaak hebben geleid tot onschuldige detentie, zoals in de zaak van Lucia de Berk. Zij werd door de rechtbank, en door het gerechtshof in hoge beroep, op basis van indirecte statistische bewijslast onschuldig tot levenslang veroordeeld. Deze drogredenen uit de rechtspraktijk worden binnen ontwikkelingssamenwerking (nog) niet erkend. Ik kan u verzekeren dat indien u de waarheidsvinding van het Openbaar Ministerie in de zaak van Lucia de Berk bestudeert, u recht in de kern van het ontwikkelingsdenken kijkt.n de zaak van Lucia de Berk baar Ministerie bestudeert  Welke dwalingen zijn dit?</p>
<p>De eerste dwaling betreft de twee begrippen voor een perceptioneel fenomeen dat optreedt wanneer een visuele verandering wordt geïntroduceerd zonder dat de waarnemer dit opmerkt: <em>change blindness</em> en <em>inattentional blindness</em>. <em>Change blindness</em> is een verandering die plaatsvindt als we even niet gekeken hebben en die we daarna niet waarnemen. <em>Inattentional blindness</em> noem je het proces wanneer we zo geconcentreerd ergens mee bezig zijn dat we veranderingen niet waarnemen. De essentie van beide fenomenen is de onkunde om kleine periferische veranderingen in je omgeving of in processen waar te nemen. Het brein moet een brede rivier aan databestanden consumeren en paraat hebben staan en doet zijn best om te focussen en in te zoomen op wat belangrijk lijkt. De hersenen plaatsen, om overbelasting te voorkomen, sommige events in een spotlight, terwijl andere worden genegeerd. Wat je real time niet waarneemt, maar wel degelijk plaatsvindt, raakt verloren en derhalve kan een ontkenning hardnekkig zijn. Een voorbeeld van blindheid betreft opleiding. Wiebe Bijker heeft 8000 pagina’s nodig om een kwalitatief onderzoek te schrijven en kennelijk heeft hij als professor nimmer een kwantitatief onderzoek begeleid. Je krijgt dan onherstelbare beginnersfouten die zo onmogelijk worden uitvergroot dat een verkeerd nationaal bewustwordingsproces wordt ingezet. Als je in een ontwikkelingsland te maken hebt met zeer complexe werkzaamheden, wellicht doordrenkt van leed van lokale hulpbehoevende mensen, dan moet je van goeden huize komen om niet je grip op wetenschappelijke neutraliteit te verliezen. Wat er dan op kan treden is het onvermogen om cruciale, wellicht opzettelijke, wijzigingen in dit vaste patroon te herkennen, zelfs als het zich voor je ogen afspeelt. Mensen in het zuiden zijn er meester in om dit te bespelen, zoals de truc met de <em>Gang That Does Not Exist</em>.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>In de zaak van Lucia de Berk werd haar drugs- en prostitutieverleden, het bezit van trillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien.</strong></p>
</div>De tweede dwaling betreft <em>confirmation bias, </em>de neiging tot een vertekende bevestiging van een reeds bestaande hypothese over output of statistiek terwijl het zoeken naar bewijsvoering van een alternatieve hypothese onevenredig minder aandacht krijgt. Dit effect is sterker voor emotioneel beladen onderwerpen en diepgewortelde overtuigingen. Ontwikkelingssamenwerking leent zich hier prima voor. Mensen hebben de neiging om onduidelijke bewijzen als ondersteuning van hun bestaande overtuiging te zien. Het is een systematische denkfout van inductief redeneren. Een voorbeeld. Op 19 mei 2016 verklaart Terre des Hommes op Radio1 dat er 20.000 kinderen in micamijnen<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> werken. Westerse bedrijven waaronder HEMA, Ahold, AkzoNobel en Philips worden genoemd als afnemer van mica. In een mail vraag ik Terre des Hommes naar de waarheidsvinding over het aantal van 20.000 kinderen. Ik krijg meerdere argumenten waaronder: ‘Echter is sinds 2005 de geëxporteerde mica vanuit de regio met 75 procent toegenomen. Daarom schat Terre des Hommes het aantal kindarbeiders in de mica-industrie in de Indiase deelstaten Jharkhand en Bihar op 20.000.’ In mijn ogen kan de export van een product nimmer het aantal van 20.000 kinderen bevestigen. De mail van Terre des Hommes is te slordig naar mij gestuurd. In het onderwerp staat: ‘Graag check: antwoord kritische heer op micaonderzoek.’ Dit is hoe er naar je gekeken wordt als je vragen stelt over output. Bij <em>confirmation bias</em> heeft de verwachting vaak maar één (in)valide waarneming nodig om tot een conclusie te komen, terwijl je pas iets wetenschappelijk valide kunt noemen indien je bij gegevensontsluiting voor de triangulatiemethode<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a> kiest. Dit kunnen meerdere onderzoeksmethodes betreffen die een hypothese vanuit ten minste 3 hoeken bevestigen, maar je kunt ook kiezen voor de techniek <em>telling</em> door 3 personen die onafhankelijk van elkaar opereren. Daarbij hoort een kanttekening: om bij het begrijpen van complexe ontwikkelingsproblematieken niet te veel te vertrouwen op interviews en door derden vergaarde observaties en documentatie.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’. Leuke inspectiedienst.</strong></p>
</div>De derde dwaling, <em>immunisering</em>, sluit hierbij aan. Passend bewijsmateriaal wordt makkelijker gevonden dan ontkennend materiaal. Er ontstaat een blokkade tegen negatieve uitkomsten. Wat er ook aan bewijsmateriaal wordt aangevoerd, het wordt altijd zo uitgelegd dat de hypothese over een bepaalde output of statistiek daar niet onder lijdt en er zelfs door wordt bevestigd. Een voorbeeld: <em>als een ngo spreekt over een bepaalde output, dan zal het wel waar zijn en als een criticaster zich uitspreekt over het tegendeel, dan zal hij wel een persoonlijke vete met die ngo hebben</em>. Vervolgens gaat men op zoek naar een bevestiging van de persoonlijke vete die deze criticaster met deze ngo heeft. Kortom, men wordt immuun voor mogelijke weerleggingspogingen. We hebben gezien dat dit de wetenschappelijke waarde van output juist ondermijnt. Ontwikkelingsdenkers zouden de wetenschappelijke wetten strakker dienen te beteugelen. Indien een hypothese is verworpen, kun je de alternatieve hypothese (de gestelde hypothese is <em>onwaar</em>) aanvaarden als <em>waar</em>. Bijvoorbeeld: ‘Indien je aselect 50 onafhankelijke verrassingsbezoeken aflegt, dus zonder de begeleiding van een plaatselijke ngo, en “slechts” 4 kinderen in de mijnen mica hebt zien delven, dan kun je vaststellen dat het aantal van 20.000 werkende kinderen niet waar is.’ Dergelijke uitkomsten leiden nimmer tot een publicatie. Wat ngo’s in het zuiden doen is westerlingen shockeren met getuigen of situaties waarin mensen verkeren en vervolgens worden waarschijnlijkheden over aantallen, output, trackrecord of andere vormen van statistiek domweg aanvaard. Er is dan sprake van een gebrek aan onderscheidings- en combinatievermogen, dat veelal vergoelijkt wordt door een soort van ‘jurisprudentie’: het geheel van eerdere analyses ten aanzien van output of een ngo. Ik denk dat dit ook de werkwijze is van mensenrechtenprijzen en loterijen. Daarnaast is een onderzoeker of journalist erbij gebaat om een zo neutraal mogelijke houding aan te nemen. Als afgezant van een westerse ngo met een spiegelreflexcamera in de hand die overal met zijn visitekaartjes strooit, doe je geen goede zaken. De lokale industrie waar kinderen werken waarschuwt elkaar en bijna de gehele gemeenschap gaat onherroepelijk over tot het spelen van een rol. Ik ben ooit onderdeel geweest van zo’n gemeenschap en ik keek mijn ogen uit. Als een blad aan een boom verandert echt iedereen in een dorp of stadswijk van persoonlijkheid en heeft pasklare getrainde antwoorden voorradig. Eerder heb ik de term <em>artificieel</em> hiervoor gebruikt. Als de rust is wedergekeerd, gaat iedereen die tijdens een ontmoeting met de westerling een rol heeft moeten spelen naar de plaatselijke industrie of ngo om zijn of haar handje op te houden. Dit sjabloon kun je op eenieder leggen. Als een onderzoeker die per abuis een bakker binnenloopt daar informatie opvist, dan kan hij/zij geneigd zijn te denken dat de situatie zo ongestuurd en toevallig is dat de informatie die daar opgelepeld is wel waar moet zijn. De aannemelijkheidshypothese. Maar als de onderzoeker weg is, houdt ook de bakker zijn hand op. Dat een westerling een bakker om informatie vraagt is voor de bakker een situatie die hij later om kan zetten in geld. Handel dus. Hij is dus blij dat de onderzoeker langskomt en zal hem/haar trakteren op een smeuïg verhaal. Want dat wil hij/zij toch horen? De bakker heeft geen interesse in de daadwerkelijke antwoorden op de vragen van de onderzoeker, gewoonweg omdat deze geen geld opbrengen. De undercovertruc van doen dat je mica-importeur bent, werkt beter. Je kunt dan prima binnen een aselecte steekproef kinderarbeid tellen. Ontkennend bewijsmateriaal (falsifiseren) is nu eenmaal lastiger te vinden dan passend bewijsmateriaal (hypothese formuleren) uc dat je importeer bent van mica werkt beter.gemeenschap gaat onherroepzaken. l van 20.000 werkende kinderen niet waar is.. Deze illustratie neemt overigens niet weg dat er wel degelijk, naar westerse maatstaven, deugdelijke bakkers in ontwikkelingslanden zijn. Gelukkig maar.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Negeren is geen vorm van weerleggingspoging.</strong></p>
</div>De vierde dwaling is de overtuiging dat iets waar is voordat je aan waarheidsvinding hebt gedaan. De praalwagen van het eigen gelijk tiert welig bij westerse actanten. Op basis van deze geloofsharding worden antitheses bestempeld als leugenachtig. Leon Festinger beschrijft in 1957 zijn theorie <em>cognitieve dissonantie</em>: onze hersens zijn voortdurend op zoek naar bevestiging van dat wat we geloven dat waar is.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a> Om de gemoedrust te herstellen wordt tegenstrijdige informatie met een beredeneerd geweten naast ons neergelegd. Cognitieve dissonantie is niet alleen een drijvende kracht achter denkbeelden, maar leidt er ook toe dat mensen zich afsluiten voor weerleggingspogingen. Festinger deed onderzoek bij leden van een Amerikaanse sekte die ervan overtuigd waren dat ze zouden worden gered door een ufo van de verwoesting van de aarde door de mens. Toen de ufo niet op kwam dagen, moest de sekte dit gemis compenseren en dat deed men met het verhaal dat de ufo niet hoefde te komen om ze te redden omdat de sekte de verwoesting van de aarde door de mens had voorkomen. Rechtspsycholoog professor Wagenaar gebruikt hier het begrip <em>collaborative storytelling</em> voor.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> In de zaak van Lucia de Berk werden haar drugs- en prostitutieverleden en het bezit van thrillerromans en tarotkaarten gebruikt om het gebrek aan hard bewijs te compenseren. Ontwikkelingssamenwerking zit vol met dergelijke terugwingoedpraterij, ik heb niks anders gezien. Er treedt ook verwarring op met betrekking tot het onderscheiden van een eigen ervaring en andermans verklaringen. Dit wordt <em>bronamnesie</em> genoemd. In de jaren 90 hield ik mij voornamelijk bezig met kinderarbeid, maar de verzonnen output van ngo’s interesseerde zelfs Oxfam Novib niet. ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt’, krijg ik te horen. Dit was 1998. In 2009 bespreek ik het probleem van 1998 op het kantoor van Oxfam Novib met het IOB als observant. Wanneer ik met deze IOB-dame naar buiten loop, vraag ik wat ze eraan gaat doen, maar ze is vrij duidelijk (en consistent kan ik wel zeggen): ‘Wij zijn niet geïnteresseerd in de output, als de boekhouding maar klopt.’ Leuke inspectiedienst. In 1998 ben ik er getuige van dat aantallen bevrijde kinderen worden verzonnen. Tevens worden kinderarbeid en bevrijdingen voor de ogen van westerse camera’s in scène gezet. Westerse geldgevende organisaties zijn hardnekkiger in het volgen van de verzonnen output dan in het luisteren naar een getuige die een comfortabel beeld onderuithaalt. In 1998 worden mijn kritieken door Oxfam Novib onderzocht door een Indiase professor wiens naam ik zuiver wil houden. Het duurde tien jaar voordat ik een glimp van zijn verslag mocht inzien. De assistenten van deze professor in dit onderzoek blijken werknemers te zijn van de organisatie waar ik kritiek op heb. De genoemde getallen met betrekking tot bevrijde kinderen (die in mijn ogen verzonnen zijn) worden totaal niet bewezen. Er is nog niet eens een poging. Intussen heb ik contact met deze professor gehad, die door Oxfam Novib door zijn ouderdom als overleden werd beschouwd. De professor schrijft mij op 23 april 2009: ‘I was not required to make visits all over India to make spot checks. Nobody started with the assumption that child labourers were not being rescued and it was all a fake show, as it appeared to you.’ Kortom, hij mocht alles onderzoeken, behalve waar mijn kritiek juist op gebaseerd was. Oxfam Novib stelde in 1998 in alle dagbladen het tegenovergestelde, door stellig te beweren dat ze precies willen weten hoeveel kinderen er bevrijd zijn. De directie van 2009 dicteert mij dat ngo’s helemaal niet zelf mogen bevrijden, maar alleen tips kunnen geven aan de daarvoor bevoegde instanties en het is aan die instanties om besluiten te nemen tot maatregelen. Volgt u het nog? In 1954 is de <em>Code van Bordeaux</em> opgesteld, waar iedere journalist zich aan dient te houden. Het eerste artikel luidt: ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.’ Omdat journalistiek een vrij beroep is (westerse ngo’s zien zichzelf maar al te graag als hun eigen persbureau), is in 1995 tevens de <em>Code voor de Journalistiek</em> opgesteld. In de alinea <em>Waarheidsvinding</em> staat: ‘De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.’ Een feit controleerbaar maken zie ik een journalist (en al helemaal een westerse ngo) zelden doen, omdat journalisten niet getraind zijn om een hypothese op waarheidsvinding te testen. Een journalist neemt statistiek van een westerse ngo of een ngo in het zuiden te snel over als waarheid zodat hij z’n verhaal maar hebben. Getuigen zijn van tevoren suggestief bewerkt door westerse ngo’s. Wanneer een journalist in een vluchtelingenkamp in Afrika wordt ontvangen door bijvoorbeeld het Rode Kruis, dan wordt de betreffende journalist gekoppeld aan vluchtelingen die al hun verhaal hebben gedaan aan het Rode Kruis. Deze getuigen zijn voorgebakken en hebben een verhaal dat suggestief, gekleurd en geredigeerd is. De vluchteling weet, zeker na meerdere interviews, (on)bewust precies wat de westerling wil horen. Een journalist ziet dit getuigenverslag als waarheidsvinding. De verkapte persbureaus van voornamelijk grote westerse ngo’s, die niet getraind zijn op waarheidsvinding, ondervragingstechnieken en het archiveren daarvan, vormen een groot struikelblok voor de juistheid van beeldvorming. Zij gebruiken journalisten als een verlengstuk. Dit wordt verder vertroebeld door het niet openstaan voor reflectie en spiegelen. Er is een desinteresse in vragen die ingaan op een eenmaal bevestigde hypothese ten aanzien van output. Bij al mijn vragen over output straalt bij overheden en ngo’s het ‘geen zin’-humeur of ‘moet dat nou’-humeur af. Medewerkers van westerse actanten kunnen heilig in hun eigen ontkenning geloven. De stelling komt overeen met een passage van Wouter Hart: ‘het is niet meer jouw inzicht dat bepaalt wat er gebeurt – jij bent slechts een uitvoerder van de intelligente oplossing die in regels vastgelegd is’.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[5]</a> Hart schrijft dat mensen de bedoeling van hun keuzes verliezen door het systeemdenken te prevaleren. In onze hersenen, zo stelt hij, zijn allerlei verbindingen tussen de verschillende hersendelen. Indien de informatie van het systeemdenken een positief effect heeft, gebruiken mensen deze verbinding de volgende keer weer. Dit is tevens een bekende redenering bij de ontwikkeling van het zogenaamde puberbrein. De verbindingen die niet gebruikt worden of niet meer nodig zijn worden dunner. Als kenmerkend voorbeeld gebruikt auteur Hart een wedstrijd schaatsen op de 1000 meter. De scheidsrechter verklaart met de finishfoto in zijn hand dat de schaatser die het laatst over de streep komt heeft gewonnen. Hij verzint allerlei argumenten om de werkelijkheid op de foto te ontkennen. Hart: ‘Welke logica heeft daar aan de vergadertafel de werkelijkheid van de foto kunnen overrulen?’ Indien je net als de finishfoto hard bewijs op tafel legt dat iets fake is, dan nog geloven medewerkers bij voorkeur de tegenovergestelde weg. In 2009 schrijf ik een artikel met de titel ‘PR-shoppen met KidsRights’. Ik heb de directie van KidsRights in een lang gesprek panklare bewijsvoering gegeven die het tegendeel aantoonde van output die ze ondersteunden. De directie was urenlang open, vriendelijk en nieuwsgierig. Klaarblijkelijk was de mediamachine belangrijker dan mijn vervelende ‘finishfoto’, want in de weken erna heb ik per mail meerdere keren gevraagd wat ze nu gingen doen, maar ik heb nimmer een antwoord ontvangen. Zelfs geen schrijven in de richting van: we hebben alles intern onderzocht en uw kritiekpunten de aandacht gegeven zodat het in de toekomst niet meer voor zal komen. Nee, gewoon geen antwoord. De mediamachine ten aanzien van de betreffende output is nog jaren doorgegaan. Tot op de dag van vandaag wacht ik op één tegenbewijs om mijn verhaal te falsificeren, zoals dit binnen de wetenschap hoort. Negeren is geen vorm van een weerleggingspoging.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een van de meest gemaakte fout die gemaakt wordt is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypothese naast elkaar leggen maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen.</strong></p>
</div>Een vijfde dwaling is dat redeneringen van waarschijnlijkheid veelal inductieve redeneringen zijn. Zoals ik eerder uiteen heb gezet, betekent <em>inductief</em> dat je met waarnemingen uit het verleden generaliseert naar de toekomst. Een van de meest gemaakte fouten is dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking weliswaar meerdere hypotheses naast elkaar leggen, maar dat ze de minst waarschijnlijke wegstrepen en de meest waarschijnlijke aannemen. Dit is vreemd, want wellicht hebben de minst waarschijnlijke aannames een waarschijnlijkheidskans van 1 op 1000 en de meest waarschijnlijke aannames nog steeds een waarschijnlijkheidskans van 1 op 10. Het gegeven dat de aanname van een bepaalde hypothese waarschijnlijk is zegt helemaal niets over de waarschijnlijkheid van die hypothese zelf. Voeg daaraan toe dat mensen die werken binnen ontwikkelingssamenwerking voornamelijk een menukaart aan hypothesen onderzoeken die op voorhand de waarschijnlijkheid van bepaalde output bevestigen. Dus de antithese die de waarschijnlijkheid van bepaalde output onderuit halen zal dan niet snel worden aangenomen.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: ‘indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn’. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve </strong><em><strong>aannemelijkheid</strong></em><strong> (binnen de statistiek ook wel </strong><em><strong>likelihood</strong></em><strong> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</strong></p>
</div>Een zesde hardnekkige dwaling binnen het ontwikkelingsdenken is dat er niet uitgegaan wordt om vast te stellen wat er nu ‘echt’ gebeurd is. Westerse actanten schrijven niet over iets dat niet waar is. Ze werken voornamelijk samen met ngo´s in het zuiden, waarmee ze een zekerheid inkopen. Vervolgens worden ze, wetenschappelijk gezien, slordig. Het gevolg van een onzuiver beeld is dat de burgers een wetenschappelijke waarschijnlijkheid ten onrechte voor een deugdelijke waarheid gaat aanzien. Dit is het nadeel van bewijs dat gestoeld is op louter emotionele perceptie en papieren tijgers die door ambtenaren en ngo’s worden gewaarmerkt. Waarheidsvinding vindt dan plaats op basis van kwantiteit: indien maar genoeg ambtenaren de output waarmerken, dan zal (of moet) de output wel waar zijn. Echter, we moeten goed voor ogen houden dat kwantitatieve <em>aannemelijkheid</em> (binnen de statistiek ook wel <em>likelihood</em> genoemd) niks zegt over de waarschijnlijkheid van een hypothese (lees: output/statistiek).</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Een betrouwbare getuige dient volledige onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. Er is een groot verschil tussen de geloofwaardigheid van de getuige als persoon aan één kant en een afgelegde verklaring van die getuige aan de andere kant. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet.</strong></p>
</div>Een zevende dwaling is dat de waarheidsvinding vertroebeld wordt door het ideaal. De goede bedoeling en de slachtoffers staan zo centraal dat de algehele waarheid niet zo nauw komt. Deze vorm van ruis is flink besprenkeld door de goedgelovigheid van westerse onderzoekers. Wat je krijgt is dat zij te makkelijk bevestigen wat men wil bevestigen. En indien het pad van een bepaalde hypothese niet toereikend is, dan verzint men een andere hypothese die het gewenste wel bevestigt. Dit betreft <em>accusatoire</em> waarheidsvinding. Actanten bepalen de bewijsvoering. Dit bergt het gevaar in zich dat er een selectief en gekleurd beeld voorgeschoteld wordt. Wat not done is binnen het ontwikkelingsdenken is <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, waarbij een overheid gaat onderzoeken wat wel of niet waar is. Helaas spelen overheden als actant mee als een van de jaknikkers, niet als waarheidsvinders. Terug naar Terre des Hommes en hun bewering dat 20.000 kinderen in India werken in micamijnen. In juni 2016 heb ik over dit aantal met hen regelmatig e-mailverkeer. Ze schrijven mij dat een lokale ngo momenteel aan het tellen is. Dus ik schrijf dat ze overal in de media al pretenderen dat er ten minste 20.000 kinderen zijn, dat deze in mijn ogen al geteld of wetenschappelijk geschat moeten zijn en dat ik geen vragen heb over een toekomstige vastlegging maar over die uit het verleden. Ze verwijzen mij naar een rapport ´Beauty and a beast, Child labour in mica mining in India for sparkling cars and cosmetics´ van maart 2016. Daarin staat alleen dat diezelfde lokale organisatie geteld en geschat heeft. Ik vraag Terre des Hommes nogmaals hoe er geschat is en ik wijs hen op de wetenschappelijke wetten van betrouwbaarheid bij schattingen. Vervolgens schrijft de contactpersoon mij de onwaarschijnlijke zin: ‘Momenteel heb ik niet direct paraat hoe destijds schattingen zijn gedaan’, en vervolgens word ik doorverwezen naar andere actanten. Dit geloof je toch niet? Op zo’n moment ga ik zelf maar redeneren. Deze keer draai ik de zaak om. Indien er 20.000 kinderen in de micamijnen werken, hoe waarschijnlijk is het dan dat westerse onderzoekers toegang hebben tot een representatieve steekproef? Volgens mij zeer waarschijnlijk, want het betreft een fors aantal. Indien Terre des Hommes dit aantal niet kan aantonen, dan is de waarschijnlijkheid van deze hypothese van 20.000 werkende kinderen dus niet aannemelijk. Dit betreft een typisch voorbeeld van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding, bij een gebrek aan <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding. Naar aanleiding van het genoemde rapport zijn Nederlandse multinationals door Terre des Hommes aan de schandpaal genageld. Het is sowieso opvallend dat de kern van ontwikkelingsdenken, te weten het feitelijke getuigenonderzoek, nooit beschreven staat in onderzoeksrapporten.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Hoeveel getuigen heb je in de huidige situatie nodig om de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een ongelijk</strong></em><strong> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van </strong><em><strong>een gelijk</strong></em><strong>? Dit heet met een term het </strong><em><strong>bewijsminimum</strong></em><strong>.</strong></p>
</div>Ten slotte noem ik de meest onderschatte vorm van dwaling en dat is dat getuigenverslagen binnen ontwikkelingssamenwerking juridisch gezien problematisch zijn. Een betrouwbare getuige dient volledig onafhankelijk te zijn. Dat is meteen al een probleem. In de juridische wereld kan een getuige geloofwaardig zijn maar zijn of haar getuigenverklaring niet omdat ze rekening houden met onkunde of ruis. Bij een betrouwbare getuige dient de verklaring losgekoppeld te worden van enige vorm van voordeel dat de getuige haalt uit een positieve verklaring. Dit verschil kent ontwikkelingssamenwerking niet. Bij de meeste misdrijven heb je te maken met toevallige getuigen. Dit is meteen al aselect. Binnen ontwikkelingssamenwerking is een westers getuigenverslag een geplande situatie, of dat nou een audit-, journalistiek of relatiebezoek is. Dit verschil dient al gecompenseerd te worden. Westerlingen hebben baat bij een goed verhaal of een samenwerking. Ze zijn vatbaar voor een bepaalde richting. Voor een onafhankelijk getuigenverslag dient een westerling vooraf en tijdens een bezoek aan het zuiden op geen enkele manier te communiceren met plaatselijke ngo’s die afhankelijke relaties hebben met een gewenste output. Dit is funest voor een neutrale observatie. Het bezoeken van projectoutput die geleid wordt door een plaatselijke ngo heeft eigenlijk geen waarde. Als een plaatselijke ngo je meeneemt naar projectoutput x of slachtoffer y, ben je toch meer een onderdeel van een theatervoorstelling. Voor een totale onafhankelijkheid is het zelfs beter dat de plaatselijke ngo, waarmee je eventueel een relatie hebt, niet eens weet dat je aselect verrassingsbezoeken aflegt. Het is handig om je eigen vertaler mee te nemen. Soms staan deze ter plaatse al klaar en dan weet je al voldoende. Daarnaast dient een getuige integer en belangeloos te zijn. De belangen van westerse en lokale ngo’s zijn vooraf al eenduidig. De een wil geld uitgeven en de ander wil geld ontvangen. Voor deze relatie hebben ze een verhaal nodig dat goed verkoopt. Zogenaamde onafhankelijke onderzoekinstanties zoals Deloitte zijn commerciële organisaties en hebben niet, zoals een universiteit, een commerciële neutraliteit. Deloitte leeft van uurtje-factuurtje en wil graag ook een volgende keer de opdracht binnenhengelen. Ze voeren een opdracht met name goed uit in de ogen van hun westerse opdrachtgever, niet in de ogen van de zogenaamde neutrale toeschouwers. Dit blijft een vorm van <em>accusatoire</em> waarheidsvinding en hier wordt <em>inquisitoire</em> waarheidsvinding, wat een commerciële organisatie ook nimmer kan bieden, dan ook node gemist. Ten slotte stijgt de betrouwbaarheid met het aantal getuigen, met name indien deze geen relatie met elkaar hebben. Helaas lijkt dit binnen ontwikkelingssamenwerking een onoverbrugbaar probleem. Dit kan alleen indien westerse overheden inquisitoir zijn en meerdere landen toevallig dezelfde aselecte steekproef uitvoeren. Dan zou dit elkaar verstevigen. Irreëel. Een vraag. Hoeveel getuigen heb je nodig om de waarschijnlijkheid van <em>een ongelijk</em> kleiner te doen lijken dan de waarschijnlijkheid van <em>een gelijk</em>? Dit heet met een term het <em>bewijsminimum</em>. Volgens mij is het antwoord schrikbarend hoog. Dit leg ik uit. Mr. M.J. Dubelaar zet vraagtekens bij het significante nut van misdrijfgetuigen: ‘Amerikaans onderzoek naar afgesloten strafzaken met behulp van moderne DNA-technieken (het <em>Innocence project</em>)<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[6]</a> laat zien dat in 75% van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen foutief ooggetuigenbewijs een rol heeft gespeeld.’<a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[7]</a> Deze uitspraak gaat over getuigen die toevallige passanten zijn, volledig onafhankelijk en volkomen belangeloos. Wat zegt deze uitspraak over getuigen binnen ontwikkelingssamenwerking die niet volledig onafhankelijk en belangeloos zijn? En hoeveel van dergelijke getuigen heb je dan dus nodig om de waarschijnlijkheid van bepaalde output te legitimeren? Kortom: wat is het bewijsminimum?</p>
<p>Er zijn nog vele vormen van dwalingen, maar het is niet mijn bedoeling om een bijsluiter van alle mogelijkheden uiteen te zetten. De juridische dwalingen die binnen het ontwikkelingsdenken voor mij herkenbaar waren heb ik een platform willen geven.</p>
<p>Op de website van <em>rechtspraak in opspraak</em><a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[8]</a> valt het volgende te lezen: ‘Bij een onderzoek naar 32 <em>aselect</em> gekozen verkrachtingszaken bleek dat 4 van de 32 verdachten onterecht waren veroordeeld. Dat is meer dan 10%.’ In het hoofdstuk <em>Imaginair: onderzoekers gaan discreet met ons belastinggeld om</em> beargumenteer ik dat Nederland tussen de jaren 2000 en 2050 € 450,4 miljard aan ontwikkelingssamenwerking uit zal geven. Als 10% van ontwikkelingssamenwerking naar verhulde projecten zou gaan, dan betekent dit dat Nederland € 45 miljard heeft verkwanseld. Echter, in de rechtspraak staat waarheidsvinding voortdurend centraal. Het is aannemelijker dat dit percentage van 10 hoger moet zijn, omdat ontwikkelingsdenkers niet aan waarheidsvinding of geheugentheorie doen. Omdat ik gedurende het schrijven van dit boek nergens bewijslast heb mogen ontvangen, schrik ik nu al van de waarschijnlijke <em>potentie</em> van dit percentage. Dat is wat dit boek in ieder geval hard heeft gemaakt: deze potentie.</p>
<p>Hoe je het ook wendt of keert, het imago van een rorschachvlek is niet de status die deze nobele sector verdient. Helaas ben ik binnen de sector ontwikkelingssamenwerking nooit een persoon tegengekomen met een neutrale wetenschappelijke blik. De sector is mega-indoctrinerend en maar weinigen zijn hiertegen bestand, zelf niet als je de titel <em>professor</em> voor je naam hebt staan.</p>
<p><strong><span style="color: #000000;"><em>Resumerend</em></span></strong></p>
<ul>
<li><strong><span style="color: #000000;">bij waarheidsvinding zegt een aannemelijkheid niks over de waarschijnlijkheid van output</span></strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> Mica is een doorzichtig mineraal dat bestand is tegen een hoge temperatuur tot 1250 °C.</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Bevestiging door ten minste 3 onafhankelijke harde waarnemingen.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Leon Festinger, <em>A Theory of Cognitive Dissonance</em>, 1957.</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> Professor dr. W.A. Wagenaar, <em>Vincent plast op de grond: Nachtmerries in het Nederlands recht</em>, 2006.</p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[5]</a> Wouter Hart, <em>Verdraaide organisaties: terug naar de bedoeling,</em> p. 59</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[6]</a> http://www.innocenceproject.org.</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[7]</a> M.J. Dubelaar, <em>Betrouwbaar getuigenbewijs: totstandkoming en waardering van strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief</em>, Universiteit Leiden, p. 2.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[8]</a> http://rechtspraakinopspraak.nl/430/Cijfers.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-westerse-motieven-voor-ontwikkelingshulp-zijn-onberispelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imaginair: de status van ontw.samenw. is eenduidig</title>
		<link>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/</link>
		<comments>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2016 14:54:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Boek]]></category>
		<category><![CDATA[absolute]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[armoede]]></category>
		<category><![CDATA[causaal verband]]></category>
		<category><![CDATA[causaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[China]]></category>
		<category><![CDATA[dwalingen]]></category>
		<category><![CDATA[Farah Karimi]]></category>
		<category><![CDATA[feitelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[GDP]]></category>
		<category><![CDATA[India]]></category>
		<category><![CDATA[Karimi]]></category>
		<category><![CDATA[Karimiredenatie]]></category>
		<category><![CDATA[Latijns-Amerika]]></category>
		<category><![CDATA[Niet Doorschuiven maar Aanpakken]]></category>
		<category><![CDATA[objectief]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingslanden]]></category>
		<category><![CDATA[ontwikkelingssamenwerking]]></category>
		<category><![CDATA[orderpicking]]></category>
		<category><![CDATA[Oxfam Novib]]></category>
		<category><![CDATA[percentage]]></category>
		<category><![CDATA[schuldaflossingen]]></category>
		<category><![CDATA[Sub-Sahara Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[The Guardian]]></category>
		<category><![CDATA[The Wall Street Journal]]></category>
		<category><![CDATA[verdwenen]]></category>
		<category><![CDATA[VVD]]></category>
		<category><![CDATA[waarheid]]></category>
		<category><![CDATA[World Bank]]></category>
		<category><![CDATA[WRR]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Azië]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nl-aid.org/?p=16862</guid>
		<description><![CDATA[‘Truth never damages a cause that is just’ Mohandas Karamchand Gandhi, Nonviolence in Peace and War Op 24 augustus 2012 ageert Farah Karimi op de website van Oxfam Novib tegen het ontwerpprogramma van de VVD om voor €3 miljard te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Haar reactie heeft ze naar de VVD-fractie gestuurd, het bestuur en alle [&#8230;]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="/wp-content/uploads/2016/08/Karimi.png" ><img class="alignleft size-full wp-image-16863" src="/wp-content/uploads/2016/08/Karimi.png" alt="Karimi" width="320" height="212" /></a>‘Truth never damages a cause that is just’<br />
</strong><em>Mohandas Karamchand Gandhi, Nonviolence in Peace and War</em></p>
<p>Op 24 augustus 2012 ageert Farah Karimi op de website van Oxfam Novib tegen het ontwerpprogramma van de VVD om voor €3 miljard te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Haar reactie heeft ze naar de VVD-fractie gestuurd, het bestuur en alle afdelingen van de VVD in het land. Karimi: ‘De kritiek van de VVD op ontwikkelingssamenwerking is onzin. De aantijgingen stroken niet met de realiteit. Zo zou ontwikkelingssamenwerking geen bijdrage leveren aan de economische, sociale of humanitaire situatie in ontwikkelingslanden. Dit is aantoonbaar onjuist.’<a href="#_ftn1" name="_ftnref1">[1]</a> Haar motieven zet ze uiteen in het document ‘Niet Doorschuiven maar Aanpakken: VVD-argumentatie over ontwikkelingssamenwerking weerlegd’.</p>
<p>Ik citeer: ‘De veronderstelling dat een groot deel van ontwikkelingshulp terechtkomt bij corrupte regeringen, is onjuist. (…) Ook het argument van hulpverslaving wordt onterecht aangewend: Afrikaanse landen hebben bijvoorbeeld de afgelopen jaren hun belastinginkomsten verdubbeld. (…) Wie zegt dat ontwikkelingshulp geen resultaten heeft bereikt, is slecht geïnformeerd. Bijvoorbeeld, in vergelijking met 1990 is het percentage van mensen dat in ontwikkelingslanden in extreme armoede leeft gehalveerd van 52% naar 22%, ondanks het feit dat de wereldbevolking in die periode snel is gegroeid van 5,264 miljard naar 7 miljard in 2011.’ Ze staaft dit met internationale erkende bronnen, waaronder de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Uit het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie, ontwikkelingshulp die verschil maakt’ citeert Karimi een zin van pagina 28: ‘De belastingopbrengsten in Afrika zijn de laatste zes jaar in absolute getallen verdubbeld, en in 2008 waren de belastingopbrengsten in Afrika voor het eerst in de geschiedenis hoger dan de omvang van de officiële hulp, een teken dat dit deel van de wereld voorzichtig bezig is om voor zichzelf te kunnen zorgen.’</p>
<p>Indien Karimi gelijk heeft, hoe is dan de verdeling van welvaart? Volgens The Guardian is in 2015 het aantal dollarmiljonairs in Afrika sinds 2000 verdubbeld naar 160.000, goed voor US$ 660 miljard. Het aantal mensen dat in Afrika moet leven van US$ 1,25 of minder per dag is toegenomen van 411,3 miljoen in 2010 naar 415,8 miljoen in 2011. In 2024 wordt een toename van het aantal miljonairs in Afrika verwacht van 45%, zo’n 234.000 mensen.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2">[2]</a> Dit bewijst het tegenovergestelde van wat Karimi beweert, want er gaat meer geld naar de rijken en minder naar de armen. De hulpafhankelijkheid is alleen maar groter geworden. Nog een understatement, deze keer ten aanzien van het aantal mensen dat moet leven van maximaal US$ 1,25 per dag. Karimi kijkt naar de jaartallen van de World Bank die haar het meest begunstigen, namelijk 1981 en 2008. The Guardian (toch een stuk onpartijdiger) vergelijkt de jaren 2010 met 2011 en komt uit op een andere waarheid. Dit bewijst dat je naar je eigen voordeel kunnen ‘shoppen’ in de wirwar van data, rapporten en onderzoeken. Dat doe ik en dat doet Karimi ook. Klaarblijkelijk is er geen neutrale waarheid en dat toont aan dat ontwikkelingssamenwerking niet eenduidig</p>
<p>Nog een bevestiging. 21 maart 2009, The Wall Street Journal. De krant beschrijft met ‘Why Foreign Aid Is Hurting Africa’ de littekens van Afrika. De laatste 60 jaar heeft Afrika US$ 1 biljoen aan hulp ontvangen, terwijl de Per Capita Income lager is dan voor 1970 en meer dan 50%, circa 350 miljoen mensen, leeft van minder dan een US-dollar per dag. Laatstgenoemde statistiek is in twee decennnia verdubbeld. De hulp blijkt tevens niet gratis, want het continent betaalt jaarlijks US$ 20 miljard aan schuldaflossingen. Afrika blijft het meest instabiele continent ter wereld, geteisterd door burgeroorlog en oorlog. Sinds 1996 zijn 11 landen verwikkeld in burgeroorlogen. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute had Afrika in de jaren 90 meer oorlogen dan de rest van de wereld bij elkaar. Overigens schrijft de krant dit voornamelijk toe aan ontwikkelingshulp.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3">[3]</a></p>
<p>Als derde valt op dat het westen vergeleken met Afrika rijker wordt, zodat het verschil groter wordt. Ik vergelijk het GDP per capita tussen 1970 en 2010. De 30 westerse Europese landen scoorden in 1970 GK$ 10.108<a href="#_ftn4" name="_ftnref4">[4]</a> en in 2010 GK 20.889. Afrika scoorde in 1970 GK$ 1335 en in 2010 GK$ 2034. Het verschil in 1970 betreft GK$ 8773 en in 2010 GK$ 18.855. Een toename van de welvaartsverdeling van 215%.<a href="#_ftn5" name="_ftnref5">[5]</a> Dit is heel andere</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Volgens de Karimiredenatie mag ik deze uitkomst verbinden aan ontwikkelingshulp. Zij zou dan concluderen dat het overgrote gedeelte van de circa €100 miljard die wereldwijd jaarlijks tussen 1981 en 2010 voor ontwikkelingssamenwerking voor deze gebieden wordt begroot (totaal circa €2 biljoen), voor een </strong><em><strong>afname</strong></em><strong> in de armoede heeft gezorgd van 6 miljoen mensen.</strong></p>
</div>In het vorige hoofdstuk beschrijf ik een aantal dwalingen. Ook binnen de statistiek zijn er dwalingen. Ik heb al beschreven dat politici en onderzoekers een getal of cijfer te snel als een bewijs aanvaarden, terwijl het dikwijls een bewering betreft, omdat de oorsprong van het getal veelal niet bestaat of verdwenen is. Maar de meest cruciale dwaling is dat men een statistische correlatie als een causaal verband ziet. Toevalligheden hebben niet direct een relatie met elkaar. De afname van armoede terwijl de wereldbevolking is gestegen (aldus Karimi) zegt helemaal niks over een correlatie met ontwikkelingshulp. Dit betreft een redenatiefout. Op internet zijn veel drogcausaliteiten te vinden bij significante correlaties. Hilarisch. Ik noem er drie. Er is een correlatie tussen de echtscheidingen in de Amerikaanse staat Maine en de consumptie van margarine per hoofd van de bevolking (i), de leeftijd van Miss America en moorden door middel van hete objecten (ii) en de verdrinkingen van mensen die uit een vissersboot vallen en het huwelijkscijfer in Kentucky (iii). Om meer balans in het geheel te krijgen illustreer ik een dwaling die lastiger te ontrafelen is. De hypothese betreft: indien de kinderen in het voortgezet onderwijs ontbijten, dan leidt dit tot betere cognitieve prestaties. Logisch toch? De stofwisseling komt op gang en dat zorgt voor een gezond lichaam en een gezonde geest. Je bent beter in staat om te leren. Is dat zo? Het kan best zijn dat de <em>ouders van kinderen die ontbijten</em> meer geld hebben en beter opgeleid zijn, waardoor in de thuissituatie meer nadruk op school gelegd wordt vergeleken bij <em>ouders van kinderen die niet ontbijten</em>. Indien de kinderen die niet ontbijten vaker te laat op school komen, dan kan dit een causale conclusie tussen <em>niet ontbijten</em> en <em>slecht presteren</em> verstevigen. Echter, kinderen die ontbijten zijn eerder wakker en komen daardoor minder vaak te laat. Dit leidt weer tot betere resultaten en gemotiveerdere leerlingen. Binnen de sociale wetenschap is er vaak niet één factor die leidt tot een causaliteit, maar een bundel van factoren die vaak niet makkelijk bloot te leggen en aan te wijzen zijn. Je moet ze stuk voor stuk volledig objectief bewijzen. Intuïtie kan mensen daarbij op een dwaalspoor zetten. In het geval van Karimi kan ik derhalve concluderen dat ze maar wat doet. In het document ‘Niet Doorschuiven maar Aanpakken: VVD-argumentatie over ontwikkelingssamenwerking weerlegd’ zegt Karimi: ‘Wie zegt dat ontwikkelingshulp geen resultaten heeft bereikt, is slecht geïnformeerd.’ Hiermee probeert ze te voorkomen dat er afwijkende waarheden zijn. Ze verandert een <em>aangenomen causaliteit</em> in een <em>feitelijkheid</em>. Als u en ik dit niet aanvaarden, dan zijn wij dom.</p>
<p><div class="simplePullQuote right"><p><strong>Het ‘shoppen’ in het mondiale statistiekaanbod blijkt niets meer dan subjectieve </strong><em><strong>orderpicking</strong></em><strong>. ‘De waarheid’ is principieel onzeker.</strong></p>
</div>Daarnaast geven relatieve cijfers, in plaats van absolute cijfers, een vertekenend beeld. Een voorbeeld. Indien het aantal opgeloste misdrijven met 100% is gestegen dan lijkt dat veel, maar het kan betekenen dat dit jaar 10 misdrijven zijn opgelost tegen 5 misdrijven vorig jaar. Dit is nog steeds ontzettend weinig. Karimi werkt helaas met relatieve getallen zodat de getallen beter uitkomen om haar gewenste effect te benadrukken. Mijn vraag is: kan het zijn dat, juist door de toename van de wereldbevolking, het armoedepercentage is gezakt terwijl de armoede in absolute zin is gestegen? Interessant. De wereldwijde daling van armoede, waar Karimi over schrijft, blijkt met name te danken aan de cijfers in China, waar een afname te constateren is van 835 naar 156 miljoen tussen 1981 en 2010. Volgens de World Bank is de armoede in <em>Sub-Sahara Afrika</em> tussen 1981 en 2010 verdubbeld, te weten van 205 naar 414 miljoen (verschil 209 miljoen). Een triest contrast. Er is tussen deze jaren wel een afname te zien in <em>Latijns-Amerika</em> (van 43 naar 32 miljoen, verschil 11 miljoen), <em>Oost-Azië &amp; Pacific zonder China</em> (van 261 naar 90 miljoen, verschil 171 miljoen) en in <em>Zuid-Azië zonder India</em> (van 140 naar 107 miljoen, verschil 33 miljoen). Bij elkaar opgeteld is deze afname 11 plus 171 plus 33 miljoen is 215 miljoen. Dit lijkt goed. Welk getal blijft over indien ik alles met elkaar verreken? In de ontwikkelingscontinenten Sub-Sahara Afrika, Latijns-Amerika, Oost-Azië &amp; Pacific zonder China en Zuid-Azië zonder India is een <em>afname</em> te constateren van 6 miljoen mensen (2015 &#8211; 209 = 6). <a href="#_ftn6" name="_ftnref6">[6]</a> Volgens de Karimi-redenatie mag ik deze uitkomst verbinden aan ontwikkelingshulp. Zij zou dan concluderen dat het overgrote gedeelte van de circa €100 miljard die wereldwijd jaarlijks tussen 1981 en 2010 voor ontwikkelingssamenwerking voor deze gebieden werd begroot (totaal circa € 2 biljoen), voor een <em>afname</em> van de armoede heeft gezorgd van 6 miljoen mensen. India staat voor een afname van nog eens 29 miljoen extra, China voor 679 miljoen. Met deze twee landen erbij kom je uit op een totale afname van 714 miljoen. Echter, de lage-inkomenslanden (beter bekend als LIC’s, Low Income Countries) herbergen de grootste groep <em>extreme armoede</em>, te weten 29% van de wereld in 2010 tegen 13% in 1981.<a href="#_ftn7" name="_ftnref7">[7]</a> Volgens de Karimi-redenatie mag ik deze toename wederom verbinden aan ontwikkelingshulp. U ziet, je kuname van ij kom je uit op worden dan mag u k niemand getroffen die alleen maart met getallen zowel iets positief als negatief</p>
<p>Ik ben toch benieuwd hoe Karimi met dergelijke tegengestelde berichten een waterpas maakt. En wat zegt mijn Karimi-steekproef over beweringen van (inter)nationale politici en andere stafmedewerkers van westerse ngo’s en multilaterale organisaties? Wat zegt dit over de daadwerkelijke status van ontwikkelingssamenwerking? Het ‘shoppen’ in het mondiale statistiekaanbod blijkt niets meer dan subjectieve <em>orderpicking</em>. ‘De waarheid’ is principieel onzeker.</p>
<p><strong><em>Resumerend</em></strong></p>
<ul>
<li><strong>Er zijn geen eenduidige statistieken over de status van ontwikkelingssamenwerking, waardoor elke denkbare waarheid aan te tonen is met statistieken van erkende internationale instellingen en organen.</strong></li>
</ul>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Dit artikel is onderdeel van het boek</span> <a href="/wp-content/uploads/2016/08/Waarheidsvinding-en-ontwikkelingssamenwerking.pdf" title="Waarheidsvinding en ontwikkelingssamenwerking"  target="_blank">Waarheidsvinding en Ontwikkelingssamenwerking</a>. </strong></p>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> Oxfam Novib, <em>http://www.oxfamnovib.nl/vvd-kritiek-op-hulp-is-onzin.html</em></p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2">[2]</a> Ami Sedghi and Mark Anderson, <em>Africa</em><em> wealth report 2015: rich get richer even as poverty and inequality deepen, </em>The Guardian, 31 juli 2015.</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3">[3]</a> Dambisa Moyo, <em>Why Foreign Aid Is Hurting Africa</em>, The Wall Street Journal, 21 maart 2009</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4">[4]</a> GK$ betreft de Geary Khamis Dollar. Het is een benchmark van de koopkracht van de Amerikaanse dollar op een bepaald punt in de tijd. 1990 en 2000 worden vaak als ijkpunt genomen.</p>
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5">[5]</a> GDP per capita (1990 Int. GK$). Bron: Maddison Project</p>
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6">[6]</a> The World Bank, <em>State Of The Poor</em>, p. 2, http://www.worldbank.org/content/dam/Worldbank/document/State_of_the_poor_paper_April17.pdf.</p>
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7">[7]</a> Pedro Olinto, Kathleen Beegle, Carlos Sobrado, and Hiroki Uematsu, <em>The State of the Poor: Where Are The Poor, Where Is Extreme Poverty Harder to End, and What Is the Current Profile of the World’s Poor?</em>, The World Bank Economic Premise, October 2013</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nl-aid.org/imaginair-de-status-van-ontwikkelingssamenwerking-is-eenduidig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
