Hoge ambtenaren laten docenten in Tanzania hun kinderen lynchen

Old School on 8 Dec , 2010
MOEC en DANIDA

MOEC en DANIDA

Ooit heb ik het Primary Education Programme (PEP) van DANIDA mogen evalueren. Via het Tanzaniaanse Ministery of Education and Culture werd het programma uitgevoerd om de gebouwen, docenten en leermiddelen van basisscholen te verbeteren. De evaluatie had een kwalitatief en kwantitatief onderdeel (statistiek). Ik bezocht 20 basisscholen uit het PEP-programma en als controlegroep 20 nabijgelegen basisscholen die geen hulp via PEP kregen. Uit het kwalitatieve deel kwam het tegendeel uit vergeleken met het kwantitatieve onderzoek. Eigenlijk kon ik stellen dat mensen gepassioneerd spraken over verbeteringen maar toen ik ging kwantificeren zag ik een andere uitkomst. Uiteindelijk werd mijn onderzoek in de doofpot gestopt. Natuurlijk. Er kwam een vervolgevaluatie die wel helemaal kwalitatief was…en positief.

Ik zet voor u de kwantitatieve formules uiteen. Daarbij maakte ik onderscheid tussen ‘efficient’ en ‘effective transition rates’ van de groepen std. I tot IV. De basisschool in Tanzania duurt van std. I tot en met VII, maar in deze evaluatie is alleen naar de eerste vier leerjaren gekeken. Efficiënt is een meting met tijd, effectief met middelen. ‘Transition’ betekent ‘overgang’.

Efficient transition
De ‘efficient transition’ is een indicatie van de kinderen die de basisscholen afmaken in verhouding met de tijdsduur die kinderen daar voor nodig hadden. Laten we gemakshalve uitgaan dat 100 kinderen elk 300 dagen per jaar nodig hebben voor std. I tot IV. Samen hebben zij 120.000 dagen nodig. De coëfficiënt wordt dan:

120.000/120.000 = 1

Als er elk jaar 100 zittenblijvers zijn, dan wordt de coëfficiënt:

240.000/120.000 = 2 (minimale efficiëntie)

De coëfficiënt ligt, voor nu, dus tussen de 1 en 2 in.

Effective transition
De ‘effective transition’ is een indicatie hoeveel kinderen de basisschool hebben afgemaakt. Als ik dezelfde 100 kinderen en 300 dagen per leerjaar van std. I tot IV in acht neem, hebben zij tezamen120.000 dagen nodig. Bij nul dropouts (uitvallers) krijg je een coëfficiënt van:

120.000/120.000 = 1 (maximale efficiëntie)

Maar als 100 kinderen na de eerste lesdag allemaal uitvallen krijg je de volgende coëfficiënt:

100/120.000 ≈ 1 (minimale effectiviteit)

Equivalent
Om de ‘efficient transition’ en de ‘effective transition’ equivalent aan elkaar te maken is de volgende formule gebruikt:

1 – ( E2T – 1 )

E2T = efficient transition

Wanneer de ‘efficient transition’ bijvoorbeeld 1,750 is, dan krijg je als uitkomst:
1 – ( 1,750 – 1) = 0,250
Je krijgt dan voor beide waarden (de ‘efficient transition’ en de ‘effective transition’) een getal tussen de 0 en de 1, waarmee je correlaties kunt berekenen.

Total transition
Je kunt zelfs een gemiddelde ‘transition rate’ berekenen, waarbij de optelsom van de ‘efficient transition’ en de ‘effective transition’ gewoonweg door 2 gedeeld wordt.

Je krijgt dan:

E1T = effective transition
E2T = efficient transition

coëfficiënt = (E1T + E2T)/2

We hebben de formule 1 – ( E2T – 1 ) gezien en daarmee kunnen we de formule detailleren.

coëfficiënt = (E1T + 1 – ( E2T – 1))/2

Vervolgens gaan we E1T + E2T detailleren. Ik maak gebruik van de volgende codes:

m1: Minimum aantal dagen dat alle kinderen op school moeten zijn van std. I tot IV
m2: Minimum aantal dagen dat alle kinderen op school moeten zijn van std. I tot IV
r1: Reële aantal dagen: minimum aantal dagen dat alle kinderen op school moeten zijn van std. I tot IV, minus de dagen van absentie van de dropoutkinderen
r2: Reële aantal dagen: minimum aantal dagen dat alle kinderen op school moeten zijn van std. I tot IV, plus de extra dagen van de zittenblijvers.

De berekening van de coëfficiënt ziet er dan als volgt uit:

coëfficiënt =((r1/m1)+1-((r2/m2)-1))/2

Alle onderwijzer op de basisscholen van Tanzania houden zogenaamde ‘School Admission Registers’ bij. Daaruit kon ik vrij snel data halen. Het leidde tot 39 tabellen en grafieken die talrijk waren aan correlaties. Vervolgens nam ik een enquête af onder 248 onderwijzers verdeeld over dezelfde 40 scholen. De vragen waren zo opgebouwd dat ik er statistiek uit kon halen. Dit leidde tot 9 tabellen. Dergelijke data zijn minder hard dan harde data uit School Admission Registers.

Ranking
De ‘efficiënt transition’ is een getal tussen de 0 en de 1, waarbij 0 betekent dat alle leerlingen vier keer zijn blijven zitten. In de praktijk komt dit natuurlijk niet voor. Realistischer is dat een kind één keer blijft zitten. Het minimum coëfficiënt is dan 0,750. Voor een betere spreiding tussen de 0 en 1 kan ik de afname met het getal 4 vermenigvuldigen. Daar had ik niet voor gekozen.

Vervolgens heb ik waarden gekoppeld aan bepaalden scores, de zogenaamde ranking. De laagste coëfficiënt die ik vond voor de ‘effective’ en de ‘efficient transition’ betrof 0,800. Derhalve gaf ik de volgende ranking aan scores:
* 0,800 tot 0,900 zware onvoldoende
* 0,900 tot 0,990 onvoldoende tot gemiddeld
* > 0,990 voldoende

Onderwerpen
Tijdens mijn bezoek aan de 40 scholen kwam ik twee keer onaangekondigd. Bij één van die twee moesten de kinderen voordat ze ’s ochtends de klas binnen mochten komen, buiten in een rij wachten totdat iedereen aan de beurt was geweest om met een lange riet keihard op de handen geslagen te worden. Kinderen werden als wilde dieren getemd zodat ze zich zouden onderwerpen. Bij de andere van die twee scholen werd tijdens het interview met het schoolhoofd in een vertrek ernaast een kind totaal afgerammeld. Het leek wel op martelen. Het kind schreeuwde het uit. Misschien was dat wel de reden waarom PEP niet hielp. Je kunt docenten opleiden, nieuwe materialen kopen en mooie schoolgebouwen neerzetten, maar als je die cultuur er niet uithaalt, presteert geen enkel kind. Stel u zich voor als uw kind in Nederland op school door docenten bij regelmaat wordt afgerost; dat heeft toch een gigantische traumatische impact? Toen ik een professor, die samenwerkte met het Ministery of Education and Culture (MOEC), daarover vragen stelde, kreeg ik een agressieve aanmaning dat ik mij daar niet mee mocht bemoeien. Het was de cultuur van het land. Ik moest me richten op de inhoud van mijn opdracht. Ik eindigde mijn evaluatierapport met een oproep aan eenieder die het zou lezen om te stoppen met het slaan van kinderen. MOEC was daar niet blij mee. Jammer dan.

Ik wil aan u meegeven dat kwantificeren echt mogelijk is, ondanks weerstand van Nederlandse organisaties. Ik kan u vertellen dat de vervolgevaluatie die na mijn studie werd ondernomen niet alleen kwalitatief van aard was, maar ook dat er aan nul kinderen is gevraagd wat zij nu wilden. Personen met veel publicaties op hun naam, met veel titels, met een enorme reputaties, met ongekende bekendheid binnen die wereld en een met dosis CV gevuld met bekende VN-achtige organisaties komen in de vervolgevaluatie aan het woord. Men was positief over PEP en het onderwijs in Tanzania. Wat een theater. Tien jaar later is het onderwijs in Tanzania nog steeds een puinhoop. De docenten lynchen nog steeds hun kinderen. De mensen die in de vervolgevaluatie aan het woord zijn hebben allemaal een nog grotere carrièremove gemaakt. In mijn optiek liften ze over de ruggen van de kinderen naar de top van hun status. Soms denk ik wel eens: ontwikkelingssamenwerking is zo ziek, is er geen hulpprogramma voor ontwikkelingssamenwerking?

OLD SCHOOL

Dit artikel is ‘old school’ en is gepubliceerd tussen 2008 en 2010 via de oude site van NL-Aid of Updaid (de voorloper van NL-Aid).

AUTHOR: Drs. H.R.J. Sluijter
URL: www.NL-Aid.org
E-MAIL: info [at] www.NL-Aid.org