Wim Hogenkamp (1947-1989) was een bekwaam en divers theaterartiest. Marc Didden belicht in de biografie Het verschijnsel Wim Hogenkamp hoe het onrechtvaardig is dat Hogenkamp voornamelijk wordt herinnerd vanwege de twee schoten die zijn leven beëindigden. De moord is nooit opgehelderd.

De tragische gebeurtenis heeft niet voorkomen dat de theaterwereld nog veel van Hogenkamp heeft kunnen genieten. Hoewel hij door aids bijna blind was geworden en medisch gezien uitbehandeld was, heeft zijn dood en de speculaties eromheen de aandacht afgeleid van zijn werkelijke prestaties, die aanzienlijk zijn.

Hogenkamp bezat een aangename zangstem, schreef liedjes over diverse thema’s voor zowel zichzelf als andere artiesten, heeft een musical op zijn naam staan, ontwierp decors, maakte kostuums en was de drijvende kracht achter De Suikerhof, een klein theater aan de Prinsengracht in Amsterdam. Hij was tevens in staat om in het dorp Waverveen een bouwval om te toveren in een prachtig huis, alvorens hij zich realiseerde dat het leven daar te eentonig was en hij terugkeerde naar Amsterdam.

Kort voor zijn overlijden deelde hij met een vriend: ‘Ik moet niet klagen, ik heb 41 prachtige jaren gehad. Ik heb geleefd en ervaringen opgedaan alsof ik 100 jaar oud was.’

Hogenkamp schuurde vaak tegen een grote doorbraak aan. Hij schreef de tekst voor De Mallemolen, waarmee Heddy Lester het nationale songfestival in 1977 won en op het Eurovisie songfestival in Londen een respectabele twaalfde plaats behaalde. Dit melancholische lied, dat de druk van het leven bezong, werd vertaald in meerdere talen waaronder Engels, Frans en Duits.

Het jaar daarop ontving Hogenkamp nog meer erkenning met de Louis Davidsprijs, de voorloper van de Annie M.G. Schmidtprijs, voor het lied ‘Afscheid’. Volgens het juryrapport was Hogenkamp ‘flexibel, diepzinnig, vol variatie en intelligent’.

Muisstil op je tenen loop je langzaam langs mijn bed

Probeert me niet te storen, want je denkt: hij slaapt nu net

Je hebt stil liggen wachten tot mijn adem rustig was

Dan nog een paar minuten en dan durf je pas

Zijn stem en met name een tekst als ‘Afscheid’ doen denken aan Robert Long, die in de jaren zeventig buitengewoon succesvol was met zijn albums Vroeger of Later en Levenslang. Hogenkamp wilde echter niets weten van een vergelijking met Long, die hij te negatief vond met zijn teksten tegen het geloof en de maatschappij. Hogenkamp had geen pretentieuze boodschap voor de mensheid en vond Long hypocriet. ‘Ik ben geen boodschapper, meer een onderhoudsmonteur. Ik houd de mensen een paar uur bezig.’

Het succesvolle trio van Hogenkamp in de late jaren zeventig werd afgerond met een Edison voor zijn album Heel gewoon, nadat hij eerder ‘De Mallemolen’ en de Louis Davidsprijs had gewonnen. De liedjes op dit album, waarvoor Hogenkamp alle teksten en de meeste muziek schreef, variëren van oproepen tot medemenselijkheid en zoete liefdesliedjes tot een scherp lied over een man die tevreden vaststelt dat zijn vrouw haar evenwicht heeft verloren op driehoog, en een lied over de bom, die wat de zanger betreft wel mag vallen.

In het lied Roze en Blauw komt Hogenkamp op voor transseksuelen. Hoewel Hogenkamp lange tijd seksueel zoekende was en relaties met vrouwen had, voelde hij zich uiteindelijk meer thuis bij mannen.

Hoewel Hogenkamp glorieuze jaren kende, lukte het hem niet om de bekendheid te bereiken die hij verdiende. Zijn grillige karakter en zijn soms ondiplomatieke gedrag jegens theater- en platenbazen, recensenten en sleutelfiguren in de televisiewereld hebben ervoor gezorgd dat hij sommige kansen op een definitieve doorbraak naar het grote publiek heeft gemist of niet heeft gekregen.

Een maatschappelijke anarchist met het hart op de tong, die opstond als het gedrag van iemand hem niet beviel. Didden illustreert dit met een klein maar duidelijk voorbeeld. Hogenkamp zat eens in een restaurant en zag hoe een vrouw een ober lastigviel door te beweren dat het zout nat was, terwijl dit niet het geval was. De rijstkorrels die het zout droog moesten houden zaten voor de strooigaatjes. Desondanks bleef zij volhouden dat het zout nat was. Hogenkamp kon dit niet langer aanhoren. Hij liep naar de vrouw, draaide de dop van het zoutvaatje en kieperde al het zout in haar soep. Ze keek hem woedend aan, maar zei niets, liep naar de kassa, rekende af en vertrok.

Van kleine filmrolletjes tot een eigen musical

Didden heeft de biografie netjes chronologisch opgezet. Na zijn ‘achtjarige mulo’ in Amsterdam heeft Hogenkamp zijn weg gezocht bij onder andere een reclamebureau. Daarna begon zijn artistieke leven met sporadisch theaterwerk en kleine filmrolletjes in films zoals Sil de Strandjutter en zelfs A Bridge Too Far over de Slag om Arnhem in 1944 onder regie van Richard Attenborough. Over deze tijd zei Hogenkamp gekscherend: ‘Niemand zal zich mij daarvan herinneren. Mijn optredens bestonden voornamelijk uit geeuwen, mompelen en spelen als de derde pilaar rechts.’ Anderen gingen naar de Toneelschool of Kleinkunstacademie (waar men Hogenkamp te oud vond), maar Hogenkamp leerde in de praktijk.

Wanneer hij eenmaal besefte dat zijn toekomst in de kleinkunst lag, borrelde hij over van plannen. Hoewel niet al deze plannen vruchten afwierpen, zoals projecten met Ria Valk, Astrid van Helden en Marjol Flore, lieten ze toch zien dat ‘het verschijnsel Hogenkamp’ veel potentie had. Hij werd voor het eerst ‘het verschijnsel’ genoemd door zijn collega’s toen hij de musical Swingpop een nieuwe impuls gaf als vervanger voor Robert Long. Daarna werd hij ook zo aangekondigd op het Knokke Festival, waar hij in 1981 deel uitmaakte van de Nederlandse afvaardiging. Sindsdien ging hij zichzelf ook zo noemen.

Hij schreef tientallen mooie liedjes, in diverse stijlen, waaronder het beklemmende ‘Mijn zoon was terrorist’, over een vader wiens idealistische zoon bij een demonstratie wordt neergeschoten, en ‘Ome Jan’, waarin we de grappige, verhalende stijl van Jacques van Tol voor Louis Davids herkennen.

Zijn liedjesprogramma’s in kleine zalen trokken redelijk veel publiek, en de kleine musical De Ballen met Gerrie van der Klei, over de angsten die mensen in het leven ervaren, werd goed ontvangen door de pers. Toch bleef zijn aanwezigheid in de grote theaterwereld marginaal.

Soms verzuchtte hij moedeloos ‘heb ik nog geld voor vijf meter touw’, maar toen hij in 1987 over de Prinsengracht fietste en zag dat het vestzaktheatertje De Suikerhof te koop stond, ontstond een nieuw plan: een theaterrestaurant. Elke avond zouden gasten er sfeervol dineren, afgewisseld met cabaretoptredens. Dit concept, bekend in New York met de Singing Waiters, was nieuw in Amsterdam. Samen met cabaretière Hanny Kroeze werd het idee uitgewerkt en op 3 januari 1988 heropende Willem Nijholt De Suikerhof. Het theaterrestaurant werd ook een podium waar andere artiesten wilden optreden, zoals Bas Groenenberg en Liesbeth List.

Net toen Hogenkamp zijn zaken op orde leek te hebben en De Suikerhof financieel succesvol bleek, sloeg het noodlot toe. Hij kreeg last van zijn ogen en merkte dat hij steeds slechter ging zien. De ooginfectie bleek een symptoom van aids te zijn, de ziekte die destijds de homogemeenschap in zijn greep had. Uiteindelijk stierf Hogenkamp echter niet aan aids, maar werd hij door twee kogels gedood.

Didden bespreekt in het laatste hoofdstuk verschillende theorieën. Een roofmoord werd snel uitgesloten, maar mogelijk was er sprake van een zelfgekozen einde om een lijdensweg te ontlopen, echter niet zelf uitgevoerd, aangezien de levensverzekering niet uitbetaalt na zelfmoord. Misschien ging het om een wraakactie van een man die door Hogenkamp zou zijn geïnfecteerd. De politie heeft het echter nooit kunnen achterhalen.

Cadeautje van de schrijver

Marc Didden heeft een prettig leesbare biografie geschreven. Jammer genoeg zonder namenregister, maar wel met veel leuke foto’s uit het familiearchief. Didden is duidelijk een bewonderaar van Hogenkamp, maar overdrijft dit niet in zijn tekst. Het boek leunt wel sterk op recensies, wat soms de vaart eruit haalt. Aan het eind van het boek krijgt de lezer nog een leuk extraatje. Via de QR-code in het boek en het bijgeleverde wachtwoord zijn de ‘Waverveense tapes’ te beluisteren, twaalf niet eerder uitgebrachte liedjes die Hogenkamp met de band Hot House en zijn vaste pianist Rob Roeleveld heeft opgenomen. Ook de teksten van deze liedjes staan in het boek. De service aan de lezer is helemaal compleet met de mogelijkheid om via diezelfde QR-code de complete registraties van de twee theaterprogramma’s Heel gewoon en De Ballen te bekijken. Marc Didden heeft er alles aan gedaan om Hogenkamp aan de vergetelheid te ontrukken, en dat is knap en waardevol werk.

Het verschijnsel Wim Hogenkamp. De biografie van een groots kleinkunstenaar door Marc Didden is uitgegeven bij Just Publishers, 304 pagina’s, € 23,99