Holland Opera heeft te horen gekregen dat het Fonds Podiumkunsten toch geen meerjarige subsidie voor de periode 2025-2028 zal verstrekken. Dit nieuws werd gisteren door het operagezelschap zelf naar buiten gebracht. Eerder had de rechtbank het cultuurfonds opgedragen om de oorspronkelijke afwijzing binnen een termijn van tien weken opnieuw te evalueren.

De rechtbank had begrip voor het bezwaar van Holland Opera, dat betoogde dat de adviescommissie niet goed had onderbouwd waarom er rekening was gehouden met het feit dat Holland Opera het eerste onafhankelijke jeugdoperahuis in Europa is, een positie die het gezelschap uniek maakt binnen de Nederlandse podiumkunsten. Ondanks deze nieuwe evaluatie door de commissie, heeft dit voor Holland Opera niet geleid tot een positiever resultaat. Het gezelschap heeft aangekondigd in beroep te gaan tegen deze beslissing.

Het jeugdoperahuis, gevestigd in Amersfoort, bevindt zich nu in een vergelijkbare situatie als De Warme Winkel en SHARP/Arno Schuitemaker. Deze gezelschappen zagen na een gerechtelijke herbeoordeling van hun subsidieafwijzingen ook geen verandering in hun situatie; zij ontvingen eveneens geen meerjarige subsidie.

Afgelopen vrijdag werd ook aan het barokorkest Holland Baroque medegedeeld dat zij, ondanks een gerechtelijk opgelegde herbeoordeling, geen subsidie zullen ontvangen. Naast Holland Opera was het fonds ook verplicht om de afwijzing van Theatergroep Suburbia opnieuw te beoordelen, volgend op juridische stappen van dat gezelschap. Over deze beslissing is nog niets bekendgemaakt. Wat betreft Ensemble Pynarello is bekend geworden dat het fonds uitstel heeft gevraagd voor het nemen van een nieuwe beslissing.