Op woensdag is de befaamde beeldend kunstenaar en maker van televisie- en radioprogramma’s Wim T. Schippers op 83-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Schippers was niet alleen bekend als de stem van Ernie, maar heeft ook een belangrijke stempel gedrukt op de geschiedenis van het theater. Zijn werken, zoals Kutzwagers en Wuivend graan, en vooral het beroemde Going to the Dogs, kenmerkten zich door een mix van absurdisme en ironie.

Wim T. Schippers werd geboren in Groningen in 1942 en begon zijn studies aan de grafische afdeling van het Instituut voor kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, dat later de Rietveld Academie werd genoemd. Samen met zijn studiegenoten Ger van Elk en Bob Wesdorp vormde hij de A-dynamische groep. Geïnspireerd door stromingen als Dada en Fluxus, onderzochten zij het ‘echt oninteressante’ door middel van festivals, happenings en tentoonstellingen, en performances zoals het legen van een flesje limonade in de zee in 1961.

Schippers’ eerste theaterproducties waren een voortzetting van deze vroege performances. In 1964 presenteerde hij 1. niet roken 2. niet eten 3. roken 4. eten., waarbij vier mannen in pak vier keer een podium betraden, twee keer niets deden, de derde keer een sigaret rookten en de vierde keer een broodje aten.

In de jaren 70 werkte Schippers samen met componist en pianist Misha Mengelberg en diens Instant Composers Pool aan een reeks muziektheatervoorstellingen in theater Mickery van Ritsaert ten Cate. Deze avonden waren bedoeld om alle conventies van het theater ter discussie te stellen en te doorbreken, met een nadruk op improvisatie en zonder vaste uitkomst. Een van deze voorstellingen was de serie Bugpeh Expé uit 1974, die zowel publiek als pers in verwarring bracht.

LEES  PVV eist meer geld: 1,6 miljoen extra subsidie voor Opera Zuid!

In 1980 creëerde Schippers de openingsvoorstelling voor het Holland Festival, getiteld Elly, Of Het Beroemde Stuk, die live werd uitgezonden door de NOS. Gedurende de jaren 80 schreef hij meerdere stukken voor Toneelgroep Centrum onder leiding van Peter Oosthoek, waaronder Evengoed nog een hele zit (1983), Waar gaat het over? (1984) en Kutzwagers (1984).

Zijn meest legendarische werk is ongetwijfeld Going to the Dogs uit 1986, een voorstelling die volledig werd gespeeld door honden en die internationale aandacht trok. De productie, gesubsidieerd door de overheid, leidde tot Kamervragen en veel discussie.

Later schreef Schippers nog Wuivend Graan (2007) en Het laatste nippertje (2011) voor Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Andere werken van hem zijn Altijd Wat voor het Werktheater (1986), Relapsus voor Orkater (1995) en Zonder Titel voor Toneelgroep Amsterdam (2000).

Zijn laatste grote theaterproject was Hoogwater voorheen Laagwater, een coproductie waarin hij zelf meespeelde. In de woorden van Henk van Gelder in de NRC in 1987: ‘De toneelstukken van Wim T. Schippers gaan over logica op een schijnbaar onlogische en vaak onverklaarbare manier.’ Schippers zelf zei in een interview met de Volkskrant: ‘Theater moet onherkenbaar zijn. Dat is het leuke van theater, het hoeft zich niet te verantwoorden zoals wetenschap dat moet.’