Theatervormgever Mirjam Grote Gansey (1954) is overleden. Gedurende ongeveer 45 jaar werkte zij als ‘beelddramaturge’ en ontwierp decors en kostuums voor tal van theater- en operagezelschappen, van De Haagsche Comedie tot De Nationale Opera.

In een interview met het AD in 1988 gaf Grote Gansey aan niet tevreden te zijn wanneer een voorstelling als geheel faalde, ook al zou men haar decors er mooi uit vinden; zij voelde zich altijd mede-eigenaar van het eindresultaat. In een later gesprek met de Volkskrant (1991) benadrukte ze dat het ideaal is wanneer vormgeving, spel, mise-en-scène en licht zo in elkaar grijpen dat je de afzonderlijke disciplines niet meer apart ervaart — als een organisch geheel waaraan je voortdurend werkt.
Haar vak leerde ze vooral in de praktijk, in een tijd dat er nog geen gespecialiseerde opleiding tot theatervormgever bestond. Van 1974 tot 1978 studeerde ze Grafisch Vormgeven aan de Kunstacademie Sint Joost in Breda. Voor haar stage legde ze contact met Jean Marie Fiévez, destijds vaste ontwerper bij regisseur Franz Marijnen van het RO Theater. Ze bleef vervolgens drie jaar als zijn assistent werken, maakte veel maquettes en werktekeningen en deed ook klusjes als kleedster en rekwisietenmaker voor onder anderen Robert Wilson. Fiévez en Wilson waren belangrijke invloedrijke leermeesters; van hen leerde ze onder meer de betekenis van leegte: wat je wél laat zien is net zo bepalend als wat je weglaat.
Haar eerste zelfstandige opdracht was de vormgeving van Kleist, geregisseerd door Peter te Nuyl voor Stichting FACT. Daarna volgden regelmatig samenwerkingen met Te Nuyl: bij FACT werkte ze later ook aan Pelléas en Mélisande, en bij De Haagsche Comedie realiseerde ze haar eerste grote zaalproductie Phèdre (een voorstelling in een plantenkas), gevolgd door producties als Volle maan, Medea en Andromaque. Daarnaast maakte ze ontwerpen voor het Ro Theater (Wanneer wij doden ontwaken), Toneelgroep Centrum (Het vergeten), De Nederlandse Opera (Orphée et Eurydice), Tryater (De undergong fan Fryslân, It kersehôf), De Nationale Reisopera (Rusalka, Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, Der fliegende Holländer, Creon, Pelléas et Mélisande) en het Noord Nederlands Toneel (Spoken). De invloed van Te Nuyl op haar werk was groot: hij had een voorliefde voor symbolistische stukken en haar ontwerpen leken vaak verbonden met de innerlijke bewegingen van de personages.
Een andere regisseur met wie ze regelmatig samenwerkte was Jos Thie. Voor zijn producties verzorgde zij de vormgeving bij onder meer Mini & Maxi (City, 30 Jaar theater), Het Nationale Toneel (Wachten op Godot), Impresario b.v. (The Sunshine Boys), Pier 21 (Bijke, En ik dan?) en De Utrechtse Spelen (Veel gedoe om niks). Verder werkte ze samen met regisseurs als Agaath Witteman, Aike Dirkzwager, Hans Croiset, Liesbeth Coltof en Mette Bouhuijs.
Maquette van de voorstelling Andromaque, Haagse Comedie, 1986, collectie Allard Pierson (TiN)

In 1991 kreeg Grote Gansey een Gouden Medaille van de jury van de Quadriënnale in Praag, een internationale tentoonstelling voor decor- en kostuumontwerp met honderd inzendingen uit dertien landen. De jury prees vooral het autonome, experimentele karakter van haar werk: haar ontwerpen beelden de tekst niet louter uit, maar weten de kern van een voorstelling krachtig en beeldend te vangen. Haar ontwerpen functioneren eerder als metaforische vertaling dan als letterlijke illustratie.
Voor de Praagse presentatie had het voormalige Nederlands Theater Instituut maquettes en ontwerpen van haar ingezonden, waaronder die van Het vergeten (waarbij een dek van een luxe cruiseschip werd geplaatst tegenover een onstuimige zee van blauwgroen doek, regie Peter te Nuyl bij Centrum, 1987), De undergong fan Fryslân (een zwarte doos waarvan één hoek met koperplaat was bekleed, eveneens een regie van Te Nuyl bij Tryater, 1991) en Konrad Boehmers Woutertje Pieterse. Het juryrapport was representatief voor een groot deel van haar oeuvre.
Grote Gansey werkte meestal met sobere, soms haast kaal aandoende decors en weigerde tekst letterlijk na te bootsen. Haar doel was om nieuwe betekenislagen in een stuk aan te boren; verplichte locaties uit de tekst nam ze zelden letterlijk over, omdat het haar om het achterliggende idee ging. Een kasteel bijvoorbeeld stond voor rijkdom en afzondering — dat kun je op veel verschillende manieren vormgeven. Op haar website omschreef ze scenografie als een zoektocht naar betekenisvolle ruimte en zij noemde zichzelf het liefst ‘beelddramaturge’.
Naast haar werk voor podiumkunst was ze ook actief als art‑director voor verschillende films en ontwierp ze televisiedecors, waaronder twee edities van Zomergasten. Ze maakte ook theatrale kunstwerken, installaties en meubels — van bureaus voor de kantoren van Het Nationaal Theater tot het borduurwerk met landswapens op stoelen voor het Internationaal Hof van Arbitrage in het Vredespaleis in Den Haag.
Grote Gansey gaf les aan diverse kunstacademies in Nederland en België, onder meer aan de masteropleiding scenografie van het Frank Mohr Instituut. Daarnaast zat ze in verschillende vakjury’s voor scenografie, was ze lid van de adviesraad van het Kameroperahuis en maakte zij deel uit van de Raad van Toezicht van Platform Scenography.
Verschillende door haar gemaakte maquettes en kostuumontwerpen maken deel uit van de Theatercollectie van de Universiteit van Amsterdam.
Vergelijkbare berichten
- Bekende Acteur Frits Jansma (74) Overleden: Een Verlies Voor De Theaterwereld
- Legendarische Cabaretière Marijke Hoving-Tauber (100) Overleden: Einde van een Tijdperk
- Grote Veranderingen bij Het Nationale Theater: Nieuwe Leiding Aangesteld!
- Actrice Femke Boersma (90) Overleden: Nederland Rouwt om Geliefde Ster
- Rachel Beaujean krijgt Frans Banninck Cocqpenning: Groot afscheid bij Het Nationale Ballet

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.