In de miniserie De wereld van… verkennen we met ontwerpers, beeldend kunstenaars en muzikanten de creatie van unieke theaterwerelden. De productie KLEI bracht theatermaker Boukje Schweigman en beeldend kunstenaar Zoro Feigl zowel irritatie als betovering. ‘Klei is ontembaar, maar toch kneedbaar.’
Theatermaker Boukje Schweigman laat zich in haar artistieke ontwikkelingen vaak inspireren door de materialen en de fysieke condities van de locatie waar ze werkt. Zo werkte ze met tonnen zand en de enorme wieken van een windmolen voor WIEK (2009), met diverse lichtkleuren in Spectrum (2020-2021) en met zwaartekracht in Kanteling (2025). De interactie tussen de fysieke en materiële aspecten van de omgeving en de acteurs brengt een diepgaande filosofische dimensie in haar werk.
Dit jaar heeft Schweigman samen met beeldend kunstenaar Zoro Feigl en de slagwerkgroep HIIIT de voorstelling KLEI opgezet, die plaatsvindt in een grote ronde kuil gevuld met dik, roodbruin rivierklei. Drie artiesten bewegen zich zittend, liggend, staand, kruipend en lopend door het kleverige, zware materiaal, terwijl het publiek ziet hoe de klei de acties van de performers beïnvloedt. Maar al voor de voorstelling zijn vorm kreeg, was het gekozen materiaal allesbepalend.
Een broodje klei
Feigl en Schweigman startten hun gezamenlijke onderzoek. ‘We zijn begonnen met het kopen van een pak klei bij de hobbywinkel’, vertelt Feigl. ‘Om te zien wat we ermee konden doen.’ Schweigman voegt toe: ‘Het leuke aan Zoro is dat hij echt vanuit het materiaal denkt. We besloten de voorstelling niet van tevoren helemaal uit te denken, maar gewoon te experimenteren, gedreven door nieuwsgierigheid. Wat kan het materiaal ons leren of vertellen? Dat was het begin. Eerst voelen. Knijpen. Zien wat er gebeurt. Genieten.’
Feigl legt uit dat ze al snel beseften dat het groter moest. ‘Dus gingen we naar het EKWC, het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk. Daar kennen ze klei door en door.’
Schweigman: ‘Het is een geweldige plek. We konden daar met al onze vragen terecht: hoe maak je klei vloeibaarder? Hoe maak je het steviger? Wat gebeurt er als je water toevoegt? Ze kennen alle ins en outs van keramiek, van bakken en drogen.’
Ze leerden over chamotte, dat zijn kleine, gemalen stukjes gebakken klei die je aan klei toevoegt om het object meer vormvast te maken. En over elektrolyten, een elektrisch geladen vloeistof die invloed heeft op hoe kleideeltjes zich tot elkaar verhouden, waardoor de klei vloeibaar blijft. Zo ontstond het concept van gietklei. ‘Je denkt dat je over klei gaat praten’, lacht Schweigman. ‘Maar eigenlijk heb je het meteen ook over water en lucht.’
Feigl: ‘We zijn daar begonnen met het systematisch experimenteren met het materiaal. We deden proeven met luchtdruk en trillingen. Het was zo leuk om de klei te laten exploderen door van onderaf mechanische druk te zetten. Dan poef! En al snel daarna hebben we de eerste spelers in de klei gezet.’
Chocolademousse, betonmolens en vrachtwagenvering
De toevoeging van het menselijk lichaam verfijnde de zoektocht naar de juiste klei. Schweigman: ‘Chamotte bleek meteen al niet geschikt, de korrels zijn te scherp, dat doet pijn. En de gietklei was te nat. Maar in het EKWC vonden we een machine die voor ons de perfecte structuur creëerde. Daarmee kregen we een soort chocolademousse-achtige klei. O, wat een heerlijk spul.’
Feigl: ‘Uiteindelijk kozen we voor rivierklei uit de Maas, die normaal voor dakpannen en bloempotten wordt gebruikt.’
Schweigman: ‘Die klei is redelijk goedkoop, maar toen kwamen de transportkosten. Klei is heel zwaar, dus dat transport is kostbaar. En die perfecte mengmachine zou twintigduizend euro kosten – onbetaalbaar voor ons. Dus begonnen we te improviseren en uiteindelijk hebben we gewoon met betonmolens gemixt. Dat is fysiek zwaar werk.’
Ze wilden hun landschap laten leven door het te laten bewegen zonder dat de spelers het materiaal manipuleerden, alsof het uit zichzelf bewoog. Feigl: ‘Ik heb in de industrie gekeken waar ze ook grote massa’s in beweging brengen, en nu gebruiken we trilmotoren uit de betonindustrie en vrachtwagenvering om de kleibak in beweging te krijgen.’
Naarmate ze problemen oplosten, doken er nieuwe vraagstukken op. Schweigman: ‘We hadden zoveel issues met de klei: het werd te hard, te droog. Moesten we er ’s nachts een zeil over leggen of juist niet? Dan was het weer te koud in de ruimte, dan weer te warm, en dan was het weer dit en dat. Er was altijd iets waardoor je dacht: verdorie, die klei.’
‘Het hele proces moest ook werkbaar zijn voor de performers en het team eromheen. Tijdens de repetities was het erg koud, we konden twee uur in de ochtend repeteren, en twee uur in de middag, daarna waren de spelers uitgeput. En dan moest het hele team steeds weer alles opruimen, schoonmaken en klaarzetten.’
Feigl: ‘Dat was noodzakelijk, want als klei opdroogt, wordt het stoffig. Het stof verspreidt zich overal en dat is slecht voor de longen van iedereen die in die ruimte werkt, en voor alle elektronica en apparatuur.’
Artistieke keuzes
In de mix van fascinatie en frustratie beïnvloedde de klei ook artistieke beslissingen. ‘Ik heb al eerder gemerkt dat het materiaal dat je kiest, ook de realiteit in je proces wordt’, zegt Schweigman. ‘Aanvankelijk dachten we aan een tournee langs schouwburgen. Maar door het enorme gewicht en de logistieke eisen van de klei, realiseerden we ons dat dit nooit in een schouwburg zou werken. Dus kozen we voor een locatievoorstelling, en dat leidde ons naar onze ronde tribunes.’
En hoe moesten we de voorstelling starten? We probeerden eerst de performers de bak in te laten stappen. Maar dat maakte het te verhalend. Pas toen we de spelers uit de klei tevoorschijn lieten komen, viel alles op zijn plek. Toen voelde je pas echt de geborgenheid van de klei.’
Zelfs de muziek ontstond vanuit dezelfde benadering. Geluidskunstenaar Gemma Luz Bosch doet al jaren onderzoek naar het geluid van klei, en de instrumenten die zij introduceerde maken de klei niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar aanwezig. Schweigman: ‘De klei heeft een stem, dat boeide mij enorm.’
‘Klei is een materiaal dat de richting bepaalt. Wat het werk uiteindelijk wordt’, zegt Feigl. Schweigman beaamt dit: ‘Klei laat zich niet forceren. Maar het is wel vormbaar. Je moet eerst meegaan met de traagheid, de logheid en de zwaarte. En dan kun je samen spelen. Bij het EKWC zagen we al dat je geduld moet hebben met klei.’
Feigl: ‘Dat was in hun werkprocessen duidelijk zichtbaar. Alles gebeurt daar in een rustig tempo. De ervaring heeft de mensen daar geleerd dat haasten geen zin heeft.’
Vruchtbaar en hoopvol
Ondanks alle inspanningen bleef het plezier. Kleien is zintuiglijk, aards en dynamisch. ‘Het is speels, een beetje vies maar lekker’, zegt Schweigman met een brede glimlach.
Voor haar heeft klei ook iets hoopvols. ‘Er schuilt zoveel vruchtbaarheid in. Als uitgedroogde klei weer met water in aanraking komt, vertelt dat mij iets over herstel en levenskracht. Leg een uitgedroogde klomp in water en dan hoor je het: daar zit eigenlijk heel veel leven in.’
KLEI is van 6 t/m 15 augustus te zien tijdens Theaterfestival Boulevard in ’s-Hertogenbosch.
Vergelijkbare berichten
- Akwasi en Paulien Cornelisse versterken Academie van Kunsten: Vernieuwing in de kunstwereld!
- Windsurfer bijna opgegeten door haai: Schokkende beelden van onderwatermoment!
- Dappere hondenuitlater redt gestrande haai: Bekijk de verbazingwekkende video!
- Microplastic-vrij plastic ontdekt: Nieuw materiaal zonder kankerverwekkende deeltjes!
- Ontdek de Kern van Kunst: Myriam Sahraoui onthult Kracht van Ontmoeting in Nieuwe Serie!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.