Minister Letschert wil het Nederlandse cultuurbestel toegankelijker, eenvoudiger en beter toegerust voor de toekomst maken. Dat stelt ze in een contourenbrief die ze vandaag naar de Tweede Kamer stuurt. Opvallend daarbij is de aangekondigde vergroting van de verantwoordelijkheid van de rijkscultuurfondsen.
In Nederland spelen gemeenten, het Rijk en provincies gezamenlijk een rol bij het mogelijk maken van cultureel aanbod. De culturele sector wijst al jaren op de noodzaak van een eenvoudiger en effectiever stelsel. Minister Letschert benoemt nu de belangrijkste speerpunten: een betere spreiding van aanbod over het land, minder ingewikkelde procedures en het verlengen van de maximale subsidieduur naar acht jaar.
Nieuw in haar voorstel is dat de rijkscultuurfondsen meer taken en verantwoordelijkheden moeten krijgen. Op dit moment verlopen de verdeling van rijkssubsidies via het ministerie en zes afzonderlijke rijkscultuurfondsen. Letschert wil de artistieke autonomie sterker waarborgen door de politieke invloed te beperken en te kiezen voor ‘fondsen met meer gewicht’: meer verantwoordelijkheid, beter overzicht en minder overlap. Dat houdt in dat veel instellingen die nu rechtstreeks via de BIS (culturele basisinfrastructuur) van het ministerie steun ontvangen, naar de fondsen zullen worden overgeheveld.

“Alleen zwaarwegende beleidsmatige belangen zijn voor mij aanleiding om specifieke groepen instellingen in de toekomst onder directe ministeriële verantwoordelijkheid te houden. Ik denk daarbij aan ondersteunende instellingen, vanwege de landelijke kennis-, netwerk- of coördinatiefuncties die zij uitvoeren voor de sector. Daarnaast geldt voor de groep van symfonieorkesten en operagezelschappen dat het totale subsidiebudget zo omvangrijk is dat financiering vanuit een fonds niet voor de hand ligt.”
Ze wil ook het landschap van de fondsen herijken. De huidige zes rijksfondsen worden in een nieuwe structuur ondergebracht. Een enkel centraal ‘arts council’ acht ze geen wenselijke optie, maar ze staat wel open voor de uitkomst van het advies van het onafhankelijke bureau BMC, dat pleit voor samenvoegingen zodat er drie fondsen overblijven. Voor het samensteltraject wordt een kwartiermaker aangesteld. Voor de minister is het van belang dat de aanwezige sectorale deskundigheid binnen de fondsen behouden blijft.
Om het subsidielandschap minder complex te maken werkt Letschert aan procedurele vereenvoudiging en aan een wetswijziging om de maximale looptijd van subsidies te verlengen naar acht jaar. Dat moet organisaties meer stabiliteit en voorspelbaarheid geven. Bij de rijkscultuurfondsen komt ruimte voor zowel achtjarige als kortere subsidies, wat volgens haar beter aansluit op de praktijk van makers en instellingen.

Een derde belangrijk uitgangspunt voor de minister is het vergroten van de toegankelijkheid. Iedereen in het Koninkrijk moet goede toegang tot cultuur hebben, ongeacht of je in een stad of in de provincie woont. Onderzoek laat zien dat het culturele aanbod in de basis redelijk verspreid is, maar dat er op onderdelen verbeteringen mogelijk zijn. Letschert wil daarom in overleg met gemeenten en provincies bekijken hoe samenwerking kan worden versterkt en op welke locaties het culturele aanbod extra ondersteuning nodig heeft.
De minister benadrukt dat de herziening van het cultuurbestel zorgvuldig moet gebeuren. Organisaties en fondsen moeten zich kunnen voorbereiden op veranderingen, en culturele makers en instellingen moeten duidelijkheid krijgen over wat er gaat veranderen. De komende periode voert ze gesprekken met diverse belangenvertegenwoordigers uit de sector, en ze verwacht rond de zomer van 2027 definitieve keuzes te maken. Daarmee blijft er beperkte tijd voor voorbereiding; de nieuwe subsidieperiode begint op 1 januari 2029.
Vergelijkbare berichten
- Raad voor Cultuur: Advies voor achtjarige subsidieperiode, eist betere overheidsafstemming!
- Kunsten ’92: Letschers nieuwe cultuurbestel mist broodnodige investeringen
- Rianne Letschert mogelijke nieuwe minister: Revolutie in Onderwijs, Cultuur en Wetenschap?
- Rijkscultuurfondsen onthullen: Nieuwe regeling voor interdisciplinaire makers!
- Internationale Dansfestivals: Beleid Moet Globalisering Omarmen

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.