De Nederlandse aanpak van culturele spreiding mist een duidelijke visie en specifiek doel, volgens een studie uitgevoerd door Andersson Elffers Felix (AEF) en SEO. Deze analyse werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) als voorbereiding op de herziening van het culturele systeem vanaf 2029.
Verschillen in spreiding
Het onderzoek toont aan dat er culturele voorzieningen en publieke financiering beschikbaar zijn door heel Nederland. Echter, er zijn opvallende regionale verschillen. In de Randstad en andere grote stedelijke gebieden zijn culturele faciliteiten en financiering sterk geconcentreerd, terwijl provincies zoals Drenthe, Flevoland en Zeeland minder culturele activiteiten en minder uitgaven voor cultuur vertonen. Basisvoorzieningen zoals bibliotheken zijn meer gelijkmatig verdeeld, maar meer gespecialiseerde culturele aanbiedingen zijn voornamelijk te vinden in stedelijke regio’s.
In ontwikkeling
Deze verschillen hebben al jaren geleid tot oproepen voor aanpassing vanuit politieke hoeken. De onderzoekers merken op dat er inmiddels op verschillende bestuursniveaus – van het rijk tot aan de provincies en fondsen – aandacht is voor dit vraagstuk. Vooral de zes Rijkscultuurfondsen zijn actief bezig met het aanpassen van de verdeling van middelen en beleidsafspraken.
Toch bevindt de aanpak op de meeste plaatsen zich nog in een beginfase, aldus het rapport. ‘In het totale cultuurbeleid is geografische spreiding vaak nog een bijzaak en zijn veel sturingsinstrumenten nog in ontwikkeling.’ Bovendien toont het rapport aan dat er sprake is van fragmentatie. ‘Verschillende partijen volgen hun eigen strategieën vanuit diverse doelen zonder een duidelijke samenhang. Er ontbreekt een overkoepelende beleidstheorie of duidelijke rolverdeling die de actoren, instrumenten en doelstellingen expliciet met elkaar verbindt.’ Er is zelfs ‘geen duidelijke norm’ aanwezig. ‘Voor verdere ontwikkeling van het spreidingsbeleid is het daarom essentieel dat er politiek-bestuurlijke keuzes gemaakt worden over wat als wenselijke spreiding wordt gezien en hoe dit zich verhoudt tot andere culturele doeleinden zoals kwaliteit en diversiteit.’
Visie ontwikkelen
De onderzoekers adviseren om ‘een duidelijke visie’ te ontwikkelen over de doelen van het spreidingsbeleid, waarna deze visie vertaald kan worden naar ‘een samenhangende en gedifferentieerde benadering’. Deze differentiatie zou zowel op sectorniveau als op schaalniveau moeten plaatsvinden.
Ze stellen voor om de ketenbenadering te gebruiken als een organiserend principe: ‘van een breed toegankelijke lokale basis tot regionale ontwikkelfuncties en een beperkt aantal nationale topinstellingen, met passende rolverdeling tussen de overheden en de inzet van beleidsinstrumenten’. Ook pleiten ze voor het benutten van complementariteit tussen regio’s: ‘Een evenwichtige infrastructuur betekent niet dat elke regio hetzelfde aanbod heeft; specialisatie kan bijdragen aan een sterker geheel.’
In het vormgeven van een visie en beleidsdoelen is volgens het rapport een fundamentele afweging nodig tussen verschillende doeleinden van het cultuurbestel. ‘Het is belangrijk om spreiding expliciet af te wegen tegen andere waarden.’ Dit betreft vooral de balans tussen toegankelijkheid – met een focus op geografische spreiding – en andere waarden zoals artistieke kwaliteit en diversiteit. ‘Meer middelen voor het ene gebied betekent minder voor een ander, wat ten koste kan gaan van de nationale kwaliteit van cultuur, vooral als er sprake is van schaal- of netwerkeffecten vanuit een kwaliteitsperspectief.’
Beeld: Milo
Vergelijkbare berichten
- Coalitieakkoord onthuld: Langere subsidies en focus op regio’s!
- Tweede Kamerverkiezingen: Ontdek de Beloftes voor Podiumkunsten!
- PVV eist meer geld: 1,6 miljoen extra subsidie voor Opera Zuid!
- Raad voor Cultuur: Advies voor achtjarige subsidieperiode, eist betere overheidsafstemming!
- Private Cultuurfondsen Eisen Actie: Cultuur Moet Prioriteit in Regeerakkoord Worden!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.