Start van een nieuw muzikaal tijdperk in Rotterdam? Opera, daar zit toch niemand op te wachten. Artistiek directeur Guy Coolen werd aanvankelijk met scepsis ontvangen toen hij in 2005 mede-oprichter werd van de Rotterdamse Operadagen, nu bekend als O.. Dit festival heeft echter muziektheater in meer dan twee decennia toegankelijk gemaakt voor een divers publiek en is een inspiratiebron voor internationale muziektheaterfestivals. Aanstaande vrijdag begint de 22e editie.
‘Het was lastig om in Rotterdam een publiek op te bouwen’, geeft Guy Coolen toe tijdens een gesprek in De Doelen in Rotterdam. ‘In de beginjaren bestond ons publiek voornamelijk uit de oudere concertbezoekers. Dit leverde soms spanningen op met het nieuwe, jongere publiek. We ontvingen klachten over jongeren die volgens sommigen niet gepast gekleed waren. Wij waren echter juist blij dat ook zij de opera bezochten.’
Het idee voor een operafestival kwam voort uit de ambitie om een Rotterdams operahuis te realiseren. ‘Jan Zoet, destijds directeur van de Rotterdamse Schouwburg, vertelde me over de beschikbare fondsen voor een project vergelijkbaar met het Sydney Opera House, en vroeg of ik wilde helpen.’ Uiteindelijk bleek het project financieel onhaalbaar. ‘Zo’n huis bouwen kan wel, maar het beheer zou ongeveer 30 tot 40 miljoen euro kosten. Toch bleef de wens bestaan om grootschalige opera naar de stad te halen. We besloten met onze partners – waaronder de Rotterdamse Schouwburg, OT Theater, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, De Doelen en het Luxor Theater – te brainstormen over wat wel mogelijk was. Zo ontstonden de Operadagen.’
Er was subsidie beschikbaar voor drie jaar om te zien of het festival levensvatbaar was. ‘Elke partner zou iets produceren of presenteren, en aan mij was gevraagd een plan voor het festival op te stellen.’ Het festival werd echter niet direct een succes. ‘We ontvingen veel goedkope tourproducties uit Oost-Europa die niet de kwaliteit hadden van de Amsterdamse opera’s. De eerste jaren ontbrak het ook aan samenhang in het programma. Dit werd ook in de media benadrukt, de identiteit van het festival was nog onduidelijk.’
Rotterdam als podium
Een paar edities later nam Coolen de rol van directeur op zich, waarna het festival de focus kreeg die het vandaag de dag nog steeds heeft. ‘We besloten ons meer te richten op de vernieuwing van opera en een breder scala aan muziektheater te bieden. Ook kozen we ervoor om de hele stad als podium te gebruiken.’ Volgens Coolen heeft dit een significant verschil gemaakt voor het festival. ‘Twintig jaar geleden was Rotterdam zich nog niet zo bewust van haar eigen potentieel. Vaak werd de stad door buitenstaanders gezien als lelijk en ongezellig, maar juist die uitdaging trok mij aan. Die vermeende lelijkheid had vaak juist haar eigen charme. Inmiddels is Rotterdam een van de hipste steden van Europa en dat heeft ons festival mede vormgegeven.’
Metropolis 2026, foto Mark Engelen
Inmiddels zijn er door de hele stad voorstellingen geproduceerd: van een Fidelio in een voormalige gevangenis tot een muzikaal parcours in het voormalige Dijkzigt Ziekenhuis en recentelijk de internationaal geprezen voorstelling Sun and Sea in de Ferro Gashouder. Voor de komende editie staat Metropolis 2026 gepland, een internationaal project dat jongeren tussen 15 en 25 jaar vraagt hoe zij de wereld over honderd jaar zien.
De projecten in de stad – deels voor betalend publiek, deels gratis toegankelijk – trekken bezoekers die normaal niet snel een theaterzaal bezoeken. ‘Voor ons is het eenvoudig om De Doelen of de Rotterdamse Schouwburg binnen te stappen, maar voor anderen kan dat aanvoelen als een gesloten vesting’, heeft Coolen geleerd. ‘We merken dat een wandelroute of een boottocht vaak veel publiek trekt, en dat dit publiek niet per se ook naar een zaalvoorstelling gaat. Als we hen vragen waarom, zeggen ze vaak dat opera niets voor hen is. Maar ze zijn wel enthousiast over de hedendaagse compositie die ze zojuist hebben gehoord. Het gaat er dus om de drempels te verlagen.’
Betrokkenheid
De verlaging van de drempels is zichtbaar in verschillende programmaonderdelen van het festival. In de O.Date-serie worden operazangers gekoppeld aan Rotterdamse popartiesten voor gezamenlijke optredens. Tijdens de O.Labs krijgt het publiek een preview van een werk dat over een paar jaar in première gaat en kunnen bezoekers feedback geven aan de makers. ‘De betrokkenheid bij de ontwikkeling van nieuwe voorstellingen wordt zeer gewaardeerd.’
Ook de recente naamswijziging van het festival – van Operadagen naar O. – was bedoeld om de toegankelijkheid te vergroten. Het was een lastige balans, volgens Coolen: ‘Het woord “opera” bleek een obstakel voor nieuw publiek. Maar we wilden onze vaste bezoekers, die gehecht waren aan de Operadagen en bang waren dat het festival hen werd afgenomen, ook geruststellen.’ Inhoudelijk is er de laatste jaren niet veel veranderd, maar Coolen ziet dat sinds de naamswijziging posters en affiches veel vaker worden opgemerkt en dat er vanuit verschillende gemeenschappen in de stad meer projecten worden aangedragen, waar ze samenwerkingen mee kunnen initiëren. ‘Daardoor kunnen we inclusiever werken: in plaats van dat wij een project maken over een gemeenschap, komt een voorstel naar ons toe en doen we het samen.’
Tradwives, de musical van Club Satelliet, foto Annelies Verhelst
Springplank
Een blik op het programma van O. 2026 toont een breed scala aan muziektheatergenres, van gevestigde makers zoals Jefta van Dinther en Naomi Velissariou tot opkomende talenten die net zijn afgestudeerd, zoals Amanda Payne, MYNX en Collectief Teder, die hun werk tonen in Theater Walhalla. ‘Wij willen als festival een springplank bieden voor makers, dat vinden wij belangrijk. Vanaf het begin willen wij een publiek ontwikkelen dat weet dat voorstellingen mogen mislukken en dat een maker niet direct wordt afgerekend op een mislukking. In plaatsen zoals Salzburg of Aix-en-Provence is daar minder ruimte voor, maar hier kom je om veel verschillende dingen te zien, die niet altijd af hoeven te zijn.’
Zo’n tien jaar geleden programmeerde het festival de afstudeervoorstelling van Club Gewalt, en sindsdien is het collectief verbonden geraakt met het festival. ‘Het mooie is dat zij nu veel jonge makers coachen in de komende editie, waardoor er een dialoog tussen generaties ontstaat. Maar we moeten ervoor waken om ons niet alleen op jonge makers te richten. Sommige van onze makers zijn midcareer, en zetten bij ons hun eerste stappen in het muziektheater. Voor hen is de springplank die we bieden net zo belangrijk.’
Uitwisseling
Coolen benadrukt herhaaldelijk het belang van uitwisseling: tussen verschillende generaties makers, tussen makers en publiek, maar ook tussen ouder en jonger publiek. ‘Ons publiek is vrij mondig. In België zegt men niet zo snel iets na de voorstelling, maar hier krijg ik direct te horen of iets goed was of niet. Oudere bezoekers kennen meer repertoire, pikken sneller referenties op, en gaan dan soms in gesprek met jongere bezoekers.’
Wat duidelijk wordt, is Coolens ambitie om vastgeroeste ideeën over opera en muziektheater te doorbreken. Niet alleen over waar het zou moeten plaatsvinden en welk publiek het bereikt, maar ook over hoe veelzijdig muziektheater kan zijn. Zo is O. een samenwerkingsverband aangegaan met Stichting Nanoek en 26 theaters om vier jaar lang nieuwe musicals te ontwikkelen en te laten reizen. De eerste musical van dit initiatief, Tradwives, de musical van Club Satelliet, gaat tijdens het festival in première in het Luxor Theater. Daarnaast organiseert het festival een symposium over de staat van het genre in Nederland.
Coolen merkt dat steeds meer makers opera willen maken. ‘Wat ze voorstellen, is niet per se een klassieke opera, maar als zij dat zo willen noemen, vind ik dat prima. Zo wordt dat woord langzaam weer hip.’ Een dogma dat hij wil doorbreken, is dat opera hoogdravend moet zijn. ‘Je kunt er veel meer mee doen dan vaak gedacht wordt. Er is een angst onder operamakers om het repertoire open te breken, terwijl dit in het teksttheater al lang gebruikelijk is. Gelukkig begint dat nu ook meer te verschuiven in de opera. Ik zeg vaak: doe wat je wilt met het repertoire, maar gebruik wel de emotie van de opera. Op ons festival gebruiken we een breed spectrum aan muziek, van oude muziek tot popmuziek, maar de emotie van de stem staat centraal.’
Vergelijkbare berichten
- BLOS verovert harten: Grootste publiekstrekker op Café Theater Festival Arnhem!
- Merel Nuruwe en Noah Rengart veroveren harten: Publieksfavorieten CTF Utrecht 2026!
- Rotterdam Pioniert: Eerste Stad met Eigen Stadschoreograaf!
- Merel Nuruwe en Noah Rengart: Publiekslievelingen CTF Utrecht 2026!
- Jeroen Dijkstra Aangesteld: Nieuwe Directeur van Delft Fringe Festival!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.