Volgende week hebben inwoners van Amsterdam de kans om hun stem uit te brengen op drie gemeenteraadskandidaten met een achtergrond in het theater. Anne Breure (D66) rondde in 2011 haar mimeopleiding af en is momenteel creatief directeur bij Theater Utrecht; Merel de Groot (VVD), afgestudeerd in 2008 als regisseur en winnaar van de Ton Lutz prijs, werkt nu als Omgevingsmanager bij Rijkswaterstaat; Thomas Lamers (GroenLinks) heeft een filosofieachtergrond en was voorheen dramaturg bij zijn eigen gezelschap Walden, maar werkt tegenwoordig als onderzoeker bij Het Nationale Theater. De Theaterkrant organiseerde een ontmoeting in de boekhandel van Internationaal Theater Amsterdam, waar onder leiding van theatermaker Bo Tarenskeen gesproken werd over de invloed van kunst op maatschappij en stad. ‘Politiek voelt voor mij als een verlenging van mijn projecten,’ lichtte één van hen toe.

Dit is voor alle drie de eerste keer dat ze meedoen met de gemeenteraadsverkiezingen. Wat heeft jullie als theatermakers gemotiveerd om deze stap te zetten? Ik begin bij jou, Merel, aangezien de VVD vanwege Halbe Zijlstra bekendstaat als weinig kunstminnend.

De Groot: ‘Als regisseur begon ik me te verdiepen in de toekomst van onze stad. Ik organiseerde wandelingen met CEO’s van invloedrijke organisaties, zoals Benthem Crouwel Architecten en Schiphol Group, omdat ik het belangrijk vond om samen met hen te reflecteren op de stad die we willen zijn. Die drive is nog steeds wat me drijft: het voorstellen van een visie op de stad vanuit diverse disciplines. Benthem Crouwel werd vervolgens mede-investeerder in een theaterproductie die ik baseerde op deze dialogen. Deze vorm van cultureel ondernemerschap sprak me aan en sluit aan bij de VVD.’

Lamers: ‘Voor mij was het opheffen van Walden een directe aanleiding. Ik zat met een overschot aan engagement dat geen uitweg vond. Walden focuste zich op kunst rondom ecologie en de relatie tussen mens en natuur. Politiek beschouw ik niet als iets totaal anders, het is een andere manier om mijn ideeën over mens en wereld vorm te geven en uit te dragen.’

Breure: ‘Als kind was ik al politiek actief. Tijdens mijn mimeopleiding miste ik diepgang in gesprekken over onze relatie met de wereld. We waren vooral praktisch bezig, terwijl ik me afvroeg wat er buiten de studio’s speelde. Theater en politiek gaan hand in hand volgens mij; ze versterken elkaar. Theater visualiseert: welke wereldbeelden hebben we en hoe bevragen we deze? Politiek handelt meer in concrete voorstellen en interventies in die wereld. Of het nu gaat om abstracte kunst of concrete acties, het draait allemaal om het vormgeven van de wereld en de stad. En daar kunnen we veel van elkaar leren.’

Op persoonlijk vlak werd mijn politieke drang het afgelopen jaar verder gevoed door persoonlijke omstandigheden, waaronder de zorg voor mijn zoon met een meervoudige beperking. Door alle procedures die ik moest doorlopen, zag ik hoe verpletterend de overheid kan zijn, vooral op gemeentelijk niveau. Veel van wat ons dagelijks raakt, wordt op dit niveau beslist, iets wat vaak over het hoofd wordt gezien.’

Maar hoe verhoudt dat zich tot het feit dat D66 nu voornamelijk VVD-beleid lijkt te willen voeren? Hoe sluit dat aan bij jouw waarden, die veel progressiever en socialer zijn?

Breure: ‘Ik ben hier kandidaat en kan invloed uitoefenen op wat hier gebeurt. D66 Amsterdam heeft een eigen, onderscheidende koers, die voortbouwt op ons eerdere politieke werk in de stad. Denk aan onze stelling dat niemand illegaal is, waar we ons nog steeds sterk voor maken in onze politieke agenda en voorstellen aan de nationale politiek.’

Denk je dat je iets unieks meebrengt vanuit het theater dat nog ontbreekt in de politiek?

LEES  Paul Knieriem neemt afscheid van Toneelmakerij: Ontdek waarom!

Lamers: ‘Theatermakers denken in mogelijkheden. We benaderen problemen en het creëren van alternatieve werelden anders.’

De Groot: ‘Ja, en het samenwerken. Bij het maken van een theatervoorstelling werk je intensief samen met verschillende disciplines. Die snelle, multidisciplinaire aanpak ontbreekt vaak in de politiek.’

Anne, heb je situaties meegemaakt waarin je dacht dat je reactie of bijdrage beïnvloed werd door je achtergrond als mimer?

Breure: ‘Politiek kan soms rigide zijn, vastgeroest in systemen die buiten de gebaande paden denken belemmeren. Bij mime leer je om te blijven staan en te reageren op wat er gebeurt, terwijl je toch gecentreerd blijft.’

De Groot: ‘Nieuwsgierig zijn en niet bang zijn om te bewegen. Dat is essentieel.’

Breure: ‘En in beweging blijven. We hebben dramaturgen nodig in onze blik op systemen. Veel crises zijn uiteindelijk systeemcrises. In het theater leer ik dat systemen nooit vanzelfsprekend zijn en dat we ze anders kunnen en moeten benaderen.’

Lamers: ‘Als dramaturg zie ik dat we vaak te gefocust zijn op elementen binnen een systeem, zonder naar de relaties en doelen ervan te kijken. Wanneer je dat wel doet, zie je waar systemen echt voor dienen. Zo zijn universiteiten bijvoorbeeld steeds meer kapitalistische bedrijven geworden die winst moeten maken, in plaats van kenniscentra te zijn.’

De Groot: ‘Ik ben altijd bezig met het integreren van verschillende expertises. Het gaat erom dat verschillende sectoren, zoals het MKB, grote kunst- en cultuurinstellingen en grote bedrijven, samenwerken aan een aantrekkelijke, levendige stad. Dat is ook waarom ik bij de VVD zit; ik maak me zorgen over het gebrek aan samenwerking tussen verschillende sectoren. We moeten de stad aantrekkelijk houden voor het talent dat we willen aantrekken, en voor onszelf, zodat het hier prettig en veilig leven is. Kunst en cultuur spelen hierin een cruciale rol.’

Breure: ‘We kunnen ook kijken naar de performativiteit van de gemeente; hoe ‘performen’ we met de taal die we gebruiken in onze brieven, met de regels en protocollen? Welk verhaal vertellen we – vaak onbewust – met de manier waarop we dingen doen? En komt dat overeen met het verhaal dat we willen vertellen? De dramaturgie van de stad is absoluut ook interessant. En welke interventies zijn nodig, vanuit de gemeente of niet? Wat moeten we sturen of juist niet?

De Groot: ‘Ik hoop dat alle kunstinstellingen zich in deze onzekere tijd open blijven stellen voor iedereen, en dat we niet de activistische hoek ingaan. Dat zou ik jammer vinden, want dat maakt het voor bijvoorbeeld bedrijven onaantrekkelijk om samen te werken aan kunst en cultuur voor iedereen.’

Lamers: ‘Daar ben ik het niet mee eens. Wat me opviel was dat in jullie cultuurparagraaf staat dat instellingen hun subsidie kunnen verliezen als ze een optreden annuleren onder druk van activisten. Omdat je activisten noemt, haak ik daar op in. Ik vind dat eigenlijk een onderschatting van zo’n instelling die besluit om een controversieel persoon niet meer uit te nodigen. Ik geloof sterk in het protesteren tegen producties die volgens die activisten niet het juiste verhaal op het juiste moment op de juiste plek brengen. En ik denk dat die instellingen heel goed in staat zijn om voortschrijdend inzicht toe te passen, en dan misschien zo’n optreden te annuleren. Ik zie dat als democratie in actie.’

Breure: ‘Het moet wel gebaseerd zijn op een visie, en niet omdat zij zich onder druk gezet voelen. Wij moeten als gemeente ervoor zorgen dat de angst voor geweld geen doorslaggevende rol speelt en dat instellingen op basis van hun visie keuzes maken.’

LEES  Ontslagen door Trump: Kennedy Center-directeur schittert op Nederlands Theater Festival!

Lamers: ‘Dreigen met geweld is nooit oké. Daar wil ik ver van blijven. Maar ik ben heel erg voor woede.’

De Groot: ‘Voor mij zijn theaters of cultuurinstellingen geen politieke podia. Voor mij zijn dat plekken waar kunst gemaakt wordt, en misschien soms politieke kunst, maar op het moment dat een instelling een politieke stelling inneemt door een partij al dan niet te weren, dan bedrijf je eigenlijk gewoon politiek.’

Lamers: ‘Dat is toch prima?’

De Groot: ‘Dat is wat mij betreft niet aan de instellingen. Wat een kunstenaar zelf komt doen, en of dat politiek is of niet, daarin is hij natuurlijk altijd vrij in.’

Breure: ‘Maar we zijn toch altijd politiek? We zijn toch altijd poortwachters, als presenterende theaters, dus we maken daar altijd een politieke keuze. Wat ik gevaarlijker vind, is dat als de politiek die keuze gaat maken. Dus dat die gaat bepalen wat je wel of niet mag presenteren. Ik vind ook dat we ons als sector daar niet druk genoeg over hebben gemaakt toen staatssecretaris Fleur Gräper-van Koolwijk naar de Kamer werd gesommeerd vanwege de protesten tijdens het concert van Lenny Kuhr. En dat vervolgens de Kamer riep: de cultuursector moet zich uitspreken tegen antisemitisme.’

De Groot: ‘Maar dat is toch hetzelfde?’

Breure: ‘Nee, de Kamer mag nooit oproepen tot een uitspraak. De staatssecretaris mag iets zeggen: Ja, ik vind dat ook – of niet. Maar de Kamer mag nooit de kunsten oproepen tot welke uitspraak dan ook. En wat we als sector breed deden, was vervolgens zeggen: als je antisemitisme zegt, dan heb ik nog een lijst. En ik ben het eens met die lijst, maar morgen ben ik het er misschien niet mee eens! We moeten ten alle tijden voorkomen dat de politiek zich op die manier met kunst bemoeit. We moeten zorgen dat die artistieke veiligheid geborgd is en dat is niet alleen een aangelegenheid van de cultuursector zelf, dat is ook een aangelegenheid van De Driehoek (de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de politiechef). Wij moeten als gemeente achter de sector staan. Dus dat als ITA besluit een show te annuleren, en er staan honderden mensen voor dat gebouw te demonstreren tegen die keuze, dan zal ik als politicus ITA verdedigen. ITA mag die keuze maken. Of ik dezelfde keuze zou maken is een ander verhaal.’

De Groot: ‘Maar het verschil in wat wij zeggen zit hem dus in dat ik vind dat een instelling dat al niet zou moeten doen. Alles zou zich moeten kunnen afspelen op dat podium, op basis van kwalitatieve criteria.’

Breure: ‘Maar daar zit het verschil in: we zeggen allebei dat een theater niet onder die druk moet bezwijken, maar als zij zeggen: voortschrijdend inzicht, en dus niet de angst, dan zeg ik, dan is dat aan het theater en niet aan de politiek.’

De Groot: ‘Dat vind ik echt doodeng.’

Kan kunst iets betekenen voor de stad? En in hoeverre is dat iets waar de politiek zich mee moet bemoeien?

De Groot: ‘De VVD erkent dat de stad positief afhankelijk is van kunst. We hebben kunst en cultuur nodig voor de aantrekkelijkheid van de stad. Het Concertgebouw en andere grote instellingen zijn ontmoetingspunten waar mensen geïnspireerd kunnen raken en waar grote bedrijven elkaar kunnen ontmoeten. Dit straalt ook af op grote internationale bedrijven en talent van buitenaf, omdat dit ook iets zegt over de kwaliteit en het talent dat onze kunst- en cultuursector uitstraalt.’

Breure: ‘Kunst vormt deze stad. Het laat de stad ademen en leven. Het scherpt onze gedachten, troost ons, inspireert en verbindt ons. Het is onze publieke ruimte waar we nieuwe werelden voorstellen en ons denken oefenen. In bepaalde stadsdelen zijn de voorzieningen minder, dus daar moeten we wat aan doen. De stad groeit en het budget moet meegroeien. We moeten ook kijken naar stadsdelen zoals Zuidoost, Noord en Nieuw-West.’

LEES  Merel Nuruwe en Noah Rengart veroveren harten: Publieksfavorieten CTF Utrecht 2026!

Lamers: ‘Ik geloof sterk in de rol van kunst en cultuur bij sociale veranderingen. Kunst kan systeemveranderingen teweegbrengen door in te grijpen in bepaalde discoursen, op soms onverwachte manieren. Daarom moeten er veel verschillende soorten kunst zijn. Voor mij is theater ongelooflijk menselijk. Het begon ooit met een vuur en een trommel en heeft nog steeds die kwaliteit van samenkomen die essentieel is voor het sociale weefsel van iedereen in de stad. En ik ben niet superenthousiast over de focus op alleen excellentie of oud-informateurs en CEO’s die elkaar ontmoeten bij het Concertgebouw, dat heeft waarschijnlijk niet zoveel steun vanuit de stad nodig. Het is goed dat dat er is, excellente kunst mag er ook zeker zijn (lacht), maar juist waar de gemeente een rol in kan spelen is het faciliteren van de humuslaag, van talentontwikkeling en van spreiding in de stadsdelen.’

De Groot: ‘Ik heb niet gezegd dat de VVD dat niet belangrijk vindt.’

Lamers: ‘Maar ik maak me daar wel zorgen om bij de VVD. Als het gaat om het behoud van De Meervaart bijvoorbeeld, waar jullie tegen zijn.’

De Groot: Ja, de visie van de VVD is wel om in eerste instantie te blijven investeren in de klassieke, bestaande grote instellingen. De VVD is niet voor een nieuwe Meervaart in de Sloterplas, maar wel voor renovatie van de huidige.

Lamers: ‘Maar Amsterdam Nieuw-West is groter dan Maastricht of Amersfoort. Dat verdient toch een cultuurtempel?’

De Groot: ‘Ja.’

Breure: ‘Maar even om ook een verschil tussen ons te benoemen Thomas, gewoon omdat het leuk is: ik ben het met je eens dat kunst een sociaal verschil kan maken, een politiek verschil ook, maar het mag ook kunst voor kunst zijn. En dat moeten we ook borgen, die artistieke vrijheid. Die kunst moeten we faciliteren. Ik denk dat we heel erg moeten oppassen met criteria op kunst plakken en ons te veel focussen op de ‘functie’ ervan. Dat we kunst allerlei maatschappelijke opdrachten gaan geven. Nee, laat de kunst vrij. De kunst zelf bepaalt of het op dat moment nodig is activistisch te zijn, politiek te zijn, maatschappelijk te zijn. De andere domeinen – economische zaken, zorg, klimaat – kunnen wél de opdracht krijgen meer de kunsten te betrekken en in te zetten bij grote systeemvragen. En die domeinen moeten dat dan ook zelf financieren. Maar als een fonds aan je vraagt, wat is de maatschappelijke betekenis? Leg dat eens uit in je aanvraag? Dat gaat mij te

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post