De Nederlandse regering wordt verzocht te overwegen of een extra bijdrage van 1,6 miljoen euro voor Opera Zuid mogelijk is vanuit het Fonds Podiumkunsten. Dit voorstel werd gebracht door PVV-leden Geert Wilders en Martine van der Velde tijdens het Cultuurdebat van twee minuten op dinsdag.
Volgens deze partij is de huidige staatssubsidie van 1,9 miljoen euro per jaar voor Opera Zuid onvoldoende om haar rol in de Zuidelijke regio te kunnen vervullen. Zonder verhoging van dit bedrag, beweren Wilders en Van der Velde, zal er een ‘significant verlies van opera-aanbod’ en een ‘uitdunning van culturele activiteiten in de regio’ optreden. In het verleden heeft de partij zich ook sterk gemaakt voor ondersteuning van dit operahuis.
Opera Zuid maakt deel uit van de Culturele Basisinfrastructuur (BIS), waarin een jaarlijks subsidiebedrag van 1,9 miljoen euro is vastgesteld voor de operataak in de Zuidelijke regio. Dit bedrag wordt door velen echter als ontoereikend beschouwd. Het gezelschap zelf heeft aangegeven dat er 1,6 miljoen euro extra nodig is.
De Raad voor Cultuur ondersteunt deze zienswijze. Het adviesorgaan heeft de voormalige minister van Cultuur, Eppo Bruins, vorig jaar al aangespoord om extra financiering te regelen voor het opera gezelschap, gezien de ‘onontbeerlijke waarde van een uitgebreid opera-aanbod in het zuiden’. Toen Bruins extra financiering weigerde vrij te maken, diende Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) een motie in om het gezelschap tenminste extra te ondersteunen in 2025. Deze motie werd echter verworpen, mede door de tegenstem van de PVV.
Wilders en Van der Velde stellen nu voor dat bij de volgende herverdeling van BIS-middelen (2029) het subsidiebedrag voor de operataak in de Zuidelijke regio zodanig wordt aangepast dat het ‘in verhouding staat tot de omvang van de functie’. Voor de huidige subsidieperiode willen ze dat onderzocht wordt of het benodigde budget vanuit ‘beschikbare middelen’ bij het Fonds Podiumkunsten kan komen.
Het Fonds Podiumkunsten heeft echter aangegeven niet te weten naar welke ‘vrije middelen’ Wilders verwijst. ‘Voor de periode 2025–2028 hebben we een begroting waarin alle middelen al zijn toegewezen aan bestaande regelingen, waarvan een groot deel al meerjarig is vastgelegd.’
Deze motie is des te opmerkelijker omdat de partij in haar vorige verkiezingsprogramma nog beloofde om geheel te stoppen met subsidies voor kunst en cultuur, een belofte die niet meer in het huidige verkiezingsprogramma voorkomt.
In hetzelfde debat heeft Martin Oostenbrink (BBB) ook een motie ingediend voor een betere geografische spreiding van cultuurmiddelen. Hij stelt dat ‘culturele instellingen buiten de Randstad vaak benadeeld worden in de verdeling van cultuursubsidies’ en dat festivals zoals het Zeeland Nazomerfestival in een verminderde vorm plaatsvinden ‘omdat nationale normen niet adequaat rekening houden met regionale verschillen’. Hij vraagt de regering om uiterlijk in 2026 per provincie duidelijk te maken ‘hoe de spreiding van cultuursubsidies kan worden verbeterd en hoe de nationale cultuurfondsen hun subsidiecriteria aanpassen aan regionale behoeften.’
Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) en Willem Koops (NSC) hebben de nieuwe minister van Cultuur, Gouke Moes (BBB), gewezen op de zorgwekkende arbeidspositie van zzp’ers in de sector. Ze hebben een motie ingediend om te onderzoeken ‘welke stimulansen en voorwaarden kunnen helpen om opdrachtgevers aan te sporen de fairpay-richtlijnen na te leven en deel te nemen aan een bindend convenant’. Ze deden deze oproep vanwege de grote aantallen zzp’ers in de culturele en creatieve sector, die over het algemeen tot de laagst betaalden behoren.
Vergelijkbare berichten
- Cultuurdebat Nodig: Stop de Vernietiging van Kapitaal en Theater in de Regio!
- Holland Opera wint: Bezwaar tegen FPK afwijzing gegrond verklaard!
- Arno Schuitemaker weer zonder FPK-subsidie: Nieuwe adviescommissie zegt nee!
- Private Cultuurfondsen Eisen Actie: Cultuur Moet Prioriteit in Regeerakkoord Worden!
- Prinsjesdag 2025: Weinig Nieuws voor Cultuur, Beleidsarme Dag!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.