Het Nederlandse cabaret verkeert in prima doen, stelde Volkskrant-recensent Joris Henquet tijdens De Staat van het Cabaret 2026. ‘Ik moet bekennen dat ik het een sterk seizoen vond. Misschien zelfs: een uitzonderlijk seizoen.’ Vorige week gaf hij zijn visie op het vak tijdens het Cabaretgala in Theater Diligentia.
Goedenavond, fijn dat ik vanavond iets mag zeggen over de Staat van het Cabaret. Het is trouwens een aardig sociaal experiment om juist de recensent op het podium te zetten, terwijl zoveel cabaretiers in de zaal zitten.
Laat ik beginnen met te zeggen: dit wordt geen klaagzang. Eerlijk gezegd vond ik het een prima seizoen. Sterker nog: ik durf te spreken van een uitzonderlijk sterk seizoen. Dat zie je terug in de twaalf voorstellingen die vanavond zijn genomineerd voor de cabaretprijzen. Maar ook buiten die selectie waren er in het seizoen 2025-2026 meerdere premières die indruk op mij maakten.
Ik zou het daarbij kunnen laten en dan meteen naar de prijsuitreiking gaan. Maar om deze Staat van het Cabaret iets meer inhoud te geven, heb ik geprobeerd uit te zoeken waarom ik dit seizoen zo sterk vond.
Het antwoord zit wat mij betreft in twee sleutelwoorden: originaliteit en vernieuwing. Als recensent zie je meer cabaret dan gezond is, dus dat ik zo vaak rechtop in mijn stoel schoot, zegt iets over de kwaliteit van het afgelopen seizoen.

Rond 2015 zat ik drie jaar in de jury van de VSCD Cabaretprijzen en we werkten toen met een lijst van zeven beoordelingspunten: verbeeldingskracht, authenticiteit, geloofwaardigheid, dramaturgie, originaliteit, vormgeving en urgentie. Van die criteria trok ‘originaliteit’ me altijd extra aan. In mijn recensies voor de Volkskrant loop ik niet elke keer zo’n lijst af, maar onbewust beoordeel ik vaak via die originaliteitslens. Natuurlijk verwacht ik niet dat elke cabaretier zichzelf bij elke voorstelling opnieuw uitvindt, maar ik hoop wel telkens iets nieuws te ontdekken.
Als recensent is het verleidelijk om regels op te stellen. In het verleden schreef ik dingen als: grappen over yoga zijn afgezaagd, of conferences over programma’s als De rijdende rechter en B&B vol liefde liggen al snel vast. Ook zei ik dat pasgeboren ouders vaak met te sentimentele shows komen, en pleitte ik ervoor dat een sterke cabaretvoorstelling idealiter over grote wereldthema’s gaat.
Het staat stoer als je zo stellige regels opschrijft. Maar het nadeel van dergelijke wetten is dat ze vaak makkelijk weer worden weerlegd. Vroeg of laat staat er een comedian op die wél een briljante yogagrap maakt. En inmiddels zag ik meerdere voorstellingen waarin cabaretiers een frisse invalshoek vonden voor het ouderschap.
Hetzelfde geldt voor de vraag of cabaret de blik naar buiten moet richten of juist naar het persoonlijke leven. Natuurlijk is het fantastisch als Micha Wertheim, Claudia de Breij of Tim Fransen in een voorstelling de geopolitiek weten te duiden en dat ook nog eens geestig doen. Maar het is even waardevol om Ronald Goedemondt te zien ergeren op de biologische markt in Amsterdam-Zuid, in de rij bij de kaasboer. Of om Wim Helsen te horen over hardlopers in het stadspark van Antwerpen: ‘Amai, noemen ze dat joggen tegenwoordig?’
Dergelijke excentrieke figuren die worstelen met alledaagse situaties zeggen daarmee ook iets over de grotere wereld om hen heen.

De vrolijke conclusie is dus: er zijn geen strikte regels binnen cabaret. Alles mag, alles kan onderwerp zijn. Door grenzen te verschuiven en taboes te tarten ontstaat juist originaliteit en vernieuwing.
En die vernieuwing zie je nog steeds in het Nederlandse cabaret. Dat is knap, gezien de rijke theatraliteit waarop hedendaagse makers voortbouwen: de briljante onemanshows van Toon Hermans in de jaren ’50 en ’60; de maatschappelijke scherpe ensembles uit de jaren ’60 en ’70; de persoonlijke, hilarische vertellingen van Brigitte Kaandorp en Herman Finkers in de jaren ’80; en in de jaren ’90 en ’00 artiesten als Hans Teeuwen, Theo Maassen en de Vliegende Panters die grenzen opzochten.
Toch ontstaan er nu nog steeds nieuwe vormen. Dat werkt vaak doordat cabaretiers de grenzen tussen genres oprekken en samenwerken met makers uit andere theaterdisciplines. Die kruisbestuivingen leverden recent mengvormen op: comedy met toneel, met klassieke of popmuziek, met wetenschap of met performancekunst.
Je kunt zeggen dat het cabaret van 2026 meerstemmig is dan ooit. Er klinken tal van perspectieven. Het huidige cabaret is minder moraliserend en minder geneigd om namens een hele groep te spreken — het is minder het geluid van het zogenaamd weldenkende, linkse Nederland. Makers zijn zich vaker bewust van hun eigen identiteit; ze benoemen die en delen van daaruit hun kijk op de wereld.
Bij het brengen van die perspectieven worden nog altijd klassieke cabaretvormen gebruikt: conferences afgewisseld met liedjes, kleinkunstprogramma’s, sketches en stand-up. Die vormen blijven werken omdat ze op hedendaagse wijze opnieuw worden ingevuld, passend bij een veranderde tijd.
Er valt natuurlijk nog wel wat te winnen. Ik zou graag meer uitgesproken politiek cabaret zien, vooral onder de jongere deelnemers aan de cabaretfestivals. Ook hoop ik dat de oudejaarsconference op NPO 1 — nog steeds een belangrijk uithangbord voor cabaret — de komende jaren vaker door vrouwen wordt gemaakt. Er zijn genoeg kandidaten die het zouden kunnen; een aantal van hen zit vanavond in dit theater.
Feit blijft dat het cabaret er goed voorstaat. Het CBS berekende dat jaarlijks 2,9 miljoen mensen een cabaretvoorstelling bezoeken. Alleen de musicals trekken met 3,5 miljoen bezoekers nog meer publiek; cabaret is daarmee, na musicals, de populairste theatervorm in Nederland. Die cijfers gaan over 2024; wie weet dat cabaret de musicals de komende jaren kan inhalen — zeker nu Soldaat van Oranje definitief is gestopt, zie ik kansen.
Dat succes hangt wel af van het voortzetten van de ingezette koers. Belangrijk is dat cabaretiers de verleiding weerstaan om hun teksten door AI te laten schrijven of ChatGPT om grapideeën te vragen. Uit AI komt zelden echte originaliteit of vernieuwing. Bouw liever voort op makers als Paulien Cornelisse, die in haar shows uitblonk door telkens onderwerpen onverwacht en origineel te benaderen.
Zolang cabaretiers blijven zoeken naar originaliteit en vernieuwing, blijft het publiek toestromen en blijven zelfs doorgewinterde recensenten verrast. Dank u wel en een fijne avond!
Vergelijkbare berichten
- Cabaret Vandaag: Hoe het Nog Eigenzinniger Kan Worden!
- Recensenten Opgelet: Reageer Vrijuit op Elkaars Werk!
- Erik van Muiswinkel en Nina de la Parra: Felle Debat met Theatercritici!
- Jochem Myjer, Soundos El Ahmadi en Jan Beuving: Winnaars van de Poelifinario!
- Legendarische Cabaretière Marijke Hoving-Tauber (100) Overleden: Einde van een Tijdperk

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.