De theaterinitiatieven van Milo Rau, vaak bestempeld als de meest controversiële regisseur van Europa, worden op het eerste gezicht vooral gekenmerkt door hun shock value. Zijn benadering is doorspekt met conflicten en gewelddadigheid. Echter, dramaturg Paulien Geerlings en toneelschrijfster Nina van Tongeren ontdekken in zijn oeuvre talrijke care-elementen, zoals de nadruk op gezamenlijke herbeleving en verzoening. Deze aspecten bespraken zij met de Zwitserse theatermaker voor hun care-serie in Theaterkrant.
In onze hedendaagse samenleving wordt zorg vaak gemarginaliseerd, zowel degenen die zorg bieden als degenen die het ontvangen. De heersende cultuur is gericht op groei, autonomie en vooruitgang. In het theater zien we dit terug in de hero’s journey: verhalen over uitverkorenen die hindernissen overwinnen en zichzelf transformeren. Maar wat als we narratieven creëren die gebaseerd zijn op care in plaats van conflict?
Vorig jaar startten we onze care-serie met schrijfster en regisseuse Caroline Guiela Nguyen, wiens werk zich focust op ‘waar we werkelijk aandacht aan zouden moeten besteden: mensen die zorg missen’. Dit is een visie die wij volledig onderschrijven. Sindsdien verkennen we verder hoe care zich manifesteert in andere theatrale vormen. Wat brengt een care-dramaturgie het publiek? En hoe zorgen we ervoor dat deze benadering serieus genomen wordt in een wereld die gedomineerd wordt door ‘hero’s narratives’? Misschien hebben we wel wat ‘manpower’ nodig, iemand die een revolutie kan starten.
Tijdens een ETC-conferentie in Riga kwam Paulien Milo Rau tegen, die recent met zijn Freie Republik Wien/Wiener Festwochen is toegetreden tot dit Europese theater netwerk. Rau is een boegbeeld van Resistance Now Together, een initiatief van de Festwochen en de ETC om wereldwijd te strijden voor artistieke vrijheid. Deze campagne heeft al honderd miljoen mensen bereikt in twee jaar tijd, dus de verwachtingen waren hooggespannen. Maar, eens even wachten. Staat Milo Rau met zijn focus op dood en verderf niet haaks op zorg?
Vanuit een afstand lijkt zijn werk vooral gericht op shock value. Toneelbeelden van een geslacht lam, de zelfmoord van een gezin, kinderen die meespelen in een stuk over Dutroux. Overal waar hij komt, spreken krantenkoppen van deze ‘most controversial’, ‘most scandalous European director’ en zijn ‘brutal dystopia’. Recentelijk werd zijn voorstelling The Pelicot Trial nog met veel ophef geweigerd op het BITEF-festival in Belgrado. Maar als we beter kijken, zien we veel care-elementen in zijn werk. Rau werkt vaak met niet-professionele acteurs en vermengt hun echte verhalen met de inhoud van zijn producties. Re-enactment is een veelgebruikte methode die aandacht vraagt voor collectieve herbeleving en verzoening.
We besloten hem zelf te vragen hoe hij dit ziet. We reisden naar Keulen, gewapend met een pruimenvlaai van de beste bakker uit Zuid-Limburg, en werden bij hem thuis ontvangen. Hij kwam op sokken uit een andere afspraak, en nodigde ons uit op de bank. Terwijl hij koffie zette, vertelde hij enthousiast over een recent telefoongesprek met Caroline: ‘a very good friend of mine’. Met onze vlaai op schoot begonnen we ons gesprek.
Je werk omvat veel aspecten die wij zouden classificeren als care. Toch spreek je vaak over geweld en conflict. Leg uit.
‘Ik praat vaak over geweld omdat het gewoon veel voorkomt. Toen ik opgroeide, nam de spanning in de wereld toe, en de genocide in Rwanda maakte duidelijk dat het gevaar nooit ver weg is. Vandaag de dag is er alleen maar meer geweld, meer fascisme. Soms denk ik dat ze al gewonnen hebben.
Wat care betreft, we zien een clash tussen twee discoursen. Aan de ene kant heb je het laat-liberale, linkse discours, dat streeft naar heling en zorg. In dit discours is de gedachte dat vooruitgang uiteindelijk leidt tot een soort verzoening, zelfs een herdefiniëring van wat vooruitgang betekent, alsof we conflict kunnen wegredeneren.
Aan de andere kant is er een nieuw rechts discours dat erg aantrekkelijk is, vooral voor jongeren. Ik heb twee jonge dochters, zij luisteren ernaar. Dit rechtse discours is extreem darwinistisch: violence is the way of life, de sterksten overleven. Je moet sterk zijn, mooi zijn, bij de mainstream horen, er op een bepaalde manier uitzien. Deze ideeën worden ondersteund door een enorme mediawereld waarin we leven, en waar onze care-waarden voortdurend worden ondermijnd. Als wij een miljoen mensen bereiken, hebben zij op hetzelfde moment een miljard mensen bereikt.
We zijn met een steeds kleiner wordende groep mensen die nadenkt over zorg en gelijkheid. Maar de rest van de samenleving wordt getraind om te overleven, om soldaat te zijn. Neem een goede vriendin van mij uit Oekraïne. Zij was hoofd van het Theatertreffen in Berlijn, maar haar familie werd door de Russen vermoord en toen ging ze naar het front. Toen ik haar later terugzag in Kyiv, bracht ik ook dat linkse discours van heling en care met me mee. Maar voor haar voelde het alsof zij aan het verhongeren was en ik maar bleef praten over kleine taartjes.’
Wat betekent dit voor theater?
‘Zo’n verschuiving verandert alles. In het theater gaat het voortdurend over betere processen en wie het meest progressief is. Iedereen probeert de beste leerling van de klas te zijn. Maar de vraag is: bestaat de school überhaupt nog over vijf jaar? Dus we moeten in de verdediging. Gisteren zat ik in Brussel bij de Europese Commissie wetten te bespreken om artistieke vrijheid te beschermen, en ik dacht: dit is absurd. Ik geloof helemaal niet in deze mega-ondemocratische structuren. The European Commission is a shit. En toch sta ik hier, klamp ik me eraan vast nu. Je verdedigt het geld dat je hebt, de vrijheid die je nog hebt, je verdedigt jezelf voortdurend. Dit is een heel defensief moment in onze geschiedenis. Wanneer we over care spreken, mogen we dat nooit vergeten: de noodzaak, vandaag de dag, van een front. Een gewelddadig front.’
Dus we moeten gaan vechten?
‘Weer in de metafoor van het klaslokaal: ik wil niet naar school, ik vind het concept school stom, ik houd niet van leraren. Het is saai, er is tijdsdruk en er zijn examens. Maar als het alternatief is, dat de school niet meer bestaat, dan zal ik de school verdedigen. Dan kunnen we later weer proberen om alles wat ik heb verdedigd beter te maken. Dus ik voel gewoon heel sterk dat dit niet het moment is om te zeggen: let’s deconstruct the institutions. Natuurlijk is het Kennedy Center a shit. Natuurlijk: laten we er wat meer, weet ik veel, care in stoppen. Maar terwijl jij druk was met daarover discussiëren, is het in de tussentijd gesloten.
Nog een sterk voorbeeld: de Parijse Commune. Hun laatste zitting, voordat het leger binnenviel en iedereen vermoordde, ging over details in het stemsysteem. Dat was hun laatste discussie, en toen waren ze allemaal dood. Dat is een mooie metafoor voor hoe je vergeet jezelf te verdedigen, omdat je te geobsedeerd bent met in een goede samenleving leven. En dan is die samenleving ineens volledig ingestort.’
Dus je vindt ons naïef, met onze care?
Na minutenlang oreren, valt Milo ineens stil. Hij denkt na, schuift wat met zijn sokken over het tapijt en steekt weer van wal. Dit keer iets bedachtzamer: ‘Care, of andere progressieve waarden in onze samenleving, zijn voor mij een utopisch kader. Een plek waar we naartoe willen. Maar at the end of the day is dat volgens mij wel de essentie: we strijden voor een plek waar care kan bestaan.
Aan het begin van Resistance Now had ik een gesprek met Matej Drlička. Hij werd ontslagen bij het Slovak National Theatre, wat de campagne voor artistieke vrijheid op gang bracht. Iemand uit Slovakije vroeg hem: “Matej, denk je dat we te aardig waren, te zacht? Hebben de fascisten daarom gewonnen?” Matej antwoordde heel duidelijk: “We vechten voor een ruimte waarin we zacht kunnen zijn. Waarom zouden we anders vechten?”
Voor mij komt het daarop neer: van welke manier van leven wil je deel uitmaken? Mijn jongste dochter heeft een vriendje, een ontzettend aardige jongen, en ze zijn non-stop samen, en nu gaan we hiken in het weekend. Ik voel me gewoon heel gelukkig dat dit soort mooie dingen bestaan. Ik denk dat we uiteindelijk altijd proberen om die mooie dingen te beschermen.’
Hoe bereik je zo’n ‘ruimte waar je zacht kunt zijn’ in je werk?
‘Dat begint met heel kleine dingen. Toen ik net in Stockholm was, bij Dramaten, liep alles als een machine: elke avond een show, geen technische tijd, constante druk. Je voelt meteen hoe de sfeer verandert: de concentratie is weg, mensen zijn gestrest, beginnen te schreeuwen. Op een gegeven moment zei ik: dit werkt niet. Of we stellen de première uit, of we gaan het anders structureren. Toen vonden we een kleine oplossing: elke dag een beetje technische tijd. Dat was genoeg om iets te doen verschuiven.
Maar het wrange is: zelfs in deze geprivilegieerde ruimtes, kun je voelen dat alles krimpt. Als we het hebben over care in stadstheaters — Caroline kent dit uit Straatsburg, de horror — dan zie je hoeveel lagen stress er zijn: krimpende budgetten, kortere tijdschema’s, en je moet juist méér produceren. Er zijn statistieken waaruit blijkt dat we – vergeleken met vijfentwintig jaar geleden – vandaag de dag dubbel zoveel voorstellingen maken met de helft van het geld en de helft van de mensen. Dus het is niet zo dat we ‘woke’ zwakkelingen zijn die het niet aankunnen. Het is gewoon meer en zwaarder.’’
Er komen twee tieners thuis. Ze gluren naar binnen door de glazen schuifdeuren van de kamer en suite. Milo zwaait enthousiast naar ze en zegt met een zekere trots: ‘It’s my daugther and her boyfriend, see? It’s funny because they are all of the time together.’
Over liefde gesproken. Het viel ons op dat bij de laatste editie van jouw Wiener Festwochen ‘love’ centraal stond. Dat is nogal een shift, toch?
‘Ik wilde graag voor liefde en relaties gaan, omdat we vorige editie dat revolutionaire jaar hadden, met de Raad van de Republiek en al die dingen. Dus het tweede jaar koos ik voor de micro-sociologische benadering. In plaats van systemen en “we moeten de wereld veranderen” eerder: wat gebeurt er met een lesbisch stel wanneer ze op het Franse platteland wonen. Ja, dat.’
Maar het was niet: ‘ik ben klaar met geweld, laat ik nu eens voor love kiezen’?
‘Jawel, ik denk van wel. Ik bedoel, ik ben mezelf moe. Ik herinner me de eerste keer dat ik inzag dat ik als kunstenaar een soort clown-versie van mezelf was geworden. Ik maakte een voorstelling – The History of the Machine Gun – en toen zei iedereen: ‘dat klinkt echt als een titel van een voorstelling van jou!’. En toen dacht ik: ja, dat klopt. Waarom produceert mijn brein steeds hetzelfde? Misschien is het tijd voor een verschuiving. Dat was ook het moment dat ik besloot als artistiek directeur te gaan werken. Ik dacht: oké, misschien val ik in herhaling als ik alleen maar voorstellingen en films en boeken maak. Als het erop aankomt, zijn we zo begrensd.’
Loop je dat risico niet ook in je rol van anarchistische Europese theaterster? Dat je niet meer authentiek lijkt, en beschuldigd kan worden van vals engagement?
‘Dat hoort bij het innemen van een machtspositie. Je begint met kritisch zijn op het systeem, en daarvoor word je geprezen. Door die lof word je deel van het systeem. Vervolgens blijf je kritisch, maar die kritiek brengt je alleen maar hoger binnen dat systeem; het wordt persoonlijk gewin. Tegelijkertijd kun je het ook niet níét doen. Dus het is toch wel verkeerd, wat je ook doet. Soms denk ik dat als ik me zou uitspreken over de zon, mensen zouden zeggen: Ja, maar hij heeft niets over de maan gezegd!’
Hoe kies je eigenlijk waar je je wel en niet mee engageert?
‘Dat is heel persoonlijk. Toen ik opgroeide in Zwitserland, leerden we op school over Rwanda en Oost-Congo, waar veel Zwitserse bedrijven zaten. En via familie heb ik een connectie met Rusland en Oost-Europa. Dat zijn dus allemaal onderwerpen waar ik me persoonlijk toe verhoud. En nu wil iedereen ineens met me naar Antarctica. Maar daar ben ik nog nooit geweest. Dus ik ga niet.’
Afgelopen zomer ging op het Festival d’Avignon The Pelicot Trial in première. Daarin ligt er ook een sterke focus op de getuigenissen van de daders. Waarom kies je voor dat perspectief?
‘Dat is wat er uitspringt bij die zaak. Het was niet zo dat de daders allemaal oud waren of jong, kinderen hadden of niet, wel of geen romantische relatie. Alle gebruikelijke verklaringen – dat ze als kind zelf misbruikt waren bijvoorbeeld – werken hier niet. Want echt elk exemplaar zat er tussen: de gelukkigste man en de ongelukkigste. De porno-verslaafde, maar ook de man die nooit porno keek en al vijftig jaar van zijn vrouw houdt. Het enige wat ik erover kan zeggen is dit: het waren allemaal mannen. Er zat geen
Vergelijkbare berichten
- Nina Care Au-pair Bureau in Opspraak: Au Pairs Spoorloos Verdwenen!
- Kunstenaars strijden voor vrijheid in Servië: Open brief eist meer artistieke ruimte!
- Terugbetaling in 2029 of Aandelen: Nina Care Vraagt Ouders om Geduld
- Jongen (11) beklimt school en valt door dak: Hoe kon dit gebeuren?
- Au-pairplatform Nina Care verliest IND-vergunning: Wat ging er mis?

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.