Bij Theaterkrant dragen meer dan zestig recensenten bij aan de inhoud. In een reeks gesprekken introduceren we hen aan onze lezers. Vandaag presenteren we onze jongste redacteur: Nora de Bruine, journalist en recensent voor zowel Het Parool als Theaterkrant, hoofd kunstkritiek bij Hard//hoofd en zij studeert voor haar master in Journalistiek en Vergelijkende Literatuurwetenschap.
Wat bracht jou ertoe om recensent te worden?
Tijdens mijn middelbareschooltijd ontdekte ik mijn liefde voor theater. Ik was meer geïnteresseerd in het observeren van de acteurs en het volgen van de verhaallijnen dan in acteren zelf. Met deze interesse ben ik in 2020 begonnen aan de studies Theaterwetenschap en Literaire en Culturele Analyse in Amsterdam. Het laatste is een vorm van toegepaste filosofie.

Door mijn studies kon ik mijn passie voor theater combineren met mijn liefde voor schrijven. Dit leidde tot een stage bij Theaterkrant waar ik begon met het schrijven van nieuwsberichten en het beheren van de e-mail, maar al snel mocht ik ook recensies schrijven. Na mijn bachelor liep ik stage bij de Volkskrant om de kunstjournalistiek te verkennen en tijdens mijn master bij Het Parool, waar ik uiteindelijk als recensent ben gebleven. Het ging allemaal sneller dan ik had verwacht; ik ben pas 24 en doe nu al wat ik altijd al wilde doen. Voorstellingen bezoeken en erover schrijven is voor mij de ideale baan.
Wat moet volgens jou een recensie inhouden?
In recensies probeer ik te achterhalen wat de kunstenaar heeft willen zeggen of bereiken en of dat gelukt is. Ik hoop dat een recensie, zelfs als deze kritisch is, blijk geeft van waardering voor wat de maker heeft geprobeerd te bereiken. Verder probeer ik antwoorden te vinden op vragen zoals: Raakt het me? Leer ik iets nieuws van de voorstelling? En ik zoek naar een vocabulaire dat zowel de voorstelling als mijn persoonlijke associaties en emoties weerspiegelt.

Soms is het niet nodig om alles uit te leggen in een recensie. Af en toe is het voldoende om te beschrijven wat een stuk met je doet. Ik denk dat ik empathischer ben geworden door mijn werk, omdat ik vaak moet reflecteren op mijn gevoelens. Aanvankelijk beschreef ik netjes alle elementen van het theater, maar recentelijk zat ik bij de voorstelling Drag Me [2] RoXY van Sytze Bouma, en was ik diep geroerd. Dan moet je jezelf afvragen: ‘waarom raakt dit me zo?’
Over welke genres schrijf je het liefst?
Ik specialiseer me misschien later nog, maar nu geniet ik ervan om een breed scala aan theatervormen te bekijken, van dans tot jeugdtheater en van muziektheater tot mime. Dit stelt me in staat om open te blijven staan voor alles, om te leren en te zien hoe verschillende makers dezelfde thema’s vanuit diverse invalshoeken benaderen.
Wanneer vind je het lastig om een recensie te schrijven?
Soms zijn er voorstellingen die moeilijk in woorden te vatten zijn. Zoals bij de voorstelling Et cetera of Een begrepen kubieke meter van het heelal van Collectief Brugman, waar de makers een vorm zochten om vergankelijkheid weer te geven terwijl er tegelijkertijd een tekst klonk over de onmogelijkheid om alles in woorden te vangen. Het is een uitdaging om daar de juiste woorden voor te vinden. Deze poëtische, filosofische en beeldende voorstellingen benadrukken voor mij dat recensies nooit allesomvattend kunnen zijn. Ik troost mezelf dan met de gedachte dat dat ook niet hoeft: wie de voorstelling echt wil begrijpen, moet er zelf naartoe.
Hoe ga je om met de invloed en macht die je hebt als recensent?
Als recensent moet je je bewust zijn van de invloed van je woorden. Ik zou liever geen macht hebben, maar in een kwetsbare sector zoals het theater kun je die niet negeren. Daarom probeer ik altijd te schrijven met begrip voor wat de maker heeft willen bereiken. Toch vind ik het lastig dat kunstkritiek steeds meer lijkt te veranderen in een marketingtool. Positieve recensies worden breed gedeeld op Instagram, terwijl kritische recensies vaak worden weggelaten. Voor een goed gesprek over kunst is echter discussie nodig, en dus ook transparantie over kritiek. Daarom probeer ik als recensent zichtbaar te zijn, zodat er ruimte is voor die discussie, als makers en lezers daar behoefte aan hebben. Maar ik ben nog steeds aan het leren. De belangen bij recensies en journalistieke stukken zijn groot en het journalistieke veld is competitief. Je kunt niet iedereen tevreden stellen. Het is spannend om daar als jonge schrijver mee om te gaan. Goede begeleiding en gesprekken, met mensen zoals Joke Beeckmans en Simon van den Berg van Theaterkrant, helpen mij enorm.
Hoe zorg je ervoor dat je zichtbaar bent?
Dat doe ik door dingen als deze interviews, die ik best spannend vind. Maar zichtbaar en benaderbaar zijn is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik heb bijvoorbeeld een grote hekel aan het posten op sociale media. Ik krijg snel het gevoel dat het dan te veel over mij gaat, en te weinig over de voorstelling of het artikel dat ik heb geschreven.
Je werkt nu een jaar als recensent, denk je dat je het nu kunt?
Toen ik begon, twijfelde ik of ik überhaupt iets op papier zou krijgen. Nu weet ik dat ik altijd wel iets te zeggen heb, maar ik voel me nooit uitgeleerd. Dit interview komt ook vroeg in dat proces. Ik heb het gevoel dat ik al veel zou moeten weten, maar er zijn nog veel dingen die ik niet weet. Misschien geef ik over een dag, een week of een jaar heel andere antwoorden op de vragen die je mij vandaag stelt.
Tegelijkertijd vind ik het ook oké dat ik niet alles weet. Door een open houding te bewaren, houd je pretentie buiten de deur, denk ik. Volgens mij is het voor iedereen belangrijk om elke voorstelling zo onbevooroordeeld mogelijk te benaderen, en vervolgens te zien welke ideeën en associaties een maker je aanbiedt. Het is misschien een cliché om te zeggen: ‘ga er met een open houding in’, maar ik denk dat dat wel essentieel is.
Je schrijft niet alleen recensies, waar houd je je verder nog mee bezig?
Ik schrijf voor Het Parool ook achtergrondartikelen en interviews. Die gaan niet altijd over theater. Op dit moment schrijf ik veel over punkmuziek: jonge bands die ik volg en die het goed doen in kleinere circuits, maar die normaal gesproken weinig aandacht krijgen. Het is geweldig om daarvoor een pagina in de krant te mogen vullen.
Onlangs ben ik ook begonnen als chef kunstkritiek bij Hard//hoofd. Daar is de situatie eigenlijk omgekeerd en dienen jonge schrijvers stukken in bij mij. Het is leuk om hen te begeleiden en samen te kijken hoe een tekst het beste kan worden. Ik heb zelf ook veel behoefte aan dat soort gesprekken over kunstkritiek. Ik denk dat je steun en inspiratie kunt vinden bij elkaar en het lijkt mij fijn om ruimte te creëren om samen te praten over wat een recensie is of zou moeten zijn. Die behoefte heb ik niet alleen omdat ik een jonge theaterrecensent ben, maar geldt denk ik voor meer recensenten die met elkaar in gesprek willen gaan over het vak.
Als een van de jongste theaterrecensenten in Nederland, denk je dat je anders naar theater kijkt dan je oudere collega’s?
Elke generatie heeft een andere kijk op de samenleving en het is waardevol om al die perspectieven vertegenwoordigd te zien in het veld. Ik denk dat de theaterkritiek gevuld is met mensen die vanuit passie en liefde over theater schrijven, en ik ben toevallig de jongste daarvan. Ik word heel serieus genomen, en tegelijkertijd voel ik me ook de nieuweling van de groep.
Ik dacht er laatst nog over na: het is eigenlijk zo cool dat ik nu doe waar ik altijd van gedroomd heb. Natuurlijk voelt het vaak alsof ik mezelf in het diepe gooi en meer spartel dan zwem, maar ik geloof dat dat normaal is. En ondertussen leer ik elke dag.
Vergelijkbare berichten
- Theaterkrant bereikt mijlpaal: 10.000ste recensie gepubliceerd!
- Shira Keller onthult: Elke recensie geeft haar hartkloppingen!
- Bescherming van Reflectie en Kritiek: Essentieel in Onze Snel Veranderende Maatschappij!
- Recensenten Opgelet: Reageer Vrijuit op Elkaars Werk!
- Theaterkrant Leidt Nieuwe Recensenten: Ontdek Talent op ENTER Festival!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.