Voordat bezoekers van DeLaMar plaatsnemen in hun comfortabele stoelen in een van de twee zalen, worden zij al betoverd door het gebouw met zijn indrukwekkende glazen voorgevel, de uitgebreide collectie beeldende kunst en de grote fotogalerij met werken van vooraanstaande Nederlandse fotografen. Net zo indrukwekkend is het jubileumboek DeLaMar 80 jaar vormgegeven.

Het boek is niet iets wat je gemakkelijk meeneemt om in een drukke trein te lezen; wanneer je het openslaat, ligt er een imposant exemplaar ter grootte van een stoeptegel voor je. Het boek is een uitzonderlijk luxe kunstwerk, ingebonden met een stofomslag van fijn Japans papier, aan de buitenkant rood van DeLaMar en van binnen met een gouden ‘Wall Street’-afwerking.

Op 31 juli 1947 verwezenlijkte actrice Fien de la Mar haar droom. Ze hoefde niet langer op te treden in het armoedige theater aan het Leidseplein, maar kreeg haar eigen podium aan de Marnixstraat, vernoemd naar haar beroemde vader, acteur Nap de la Mar. Hoewel het jubileumboek DeLaMar 80 jaar heet, begint auteur en directeur van de VandenEnde Foundation, Ronald Ockhuysen, de geschiedenis van het theater al eerder, namelijk vanaf 11 juni 1945, toen Piet Grossouw, de partner van Fien, aan de gemeente Amsterdam voorstelde om op Marnixstraat 404 een theater te stichten.

In 2010 heropende DeLaMar na een grondige renovatie van het in verval geraakte theater, waarbij ook twee aangrenzende, vervallen bioscopen werden geïntegreerd. Zoals Fien de la Mar haar droom in 1947 zag uitkomen, zo werd ook de droom van Joop van den Ende werkelijkheid: een prachtig theater in zijn geliefde Amsterdam. Dit 15-jarig jubileum werd groots gevierd met een boek, een galavoorstelling en gratis toegang voor 15-jarigen gedurende het seizoen.

Particulier cultureel initiatief

Kort na de Tweede Wereldoorlog was het stadsbestuur van Amsterdam zeer te spreken over het particuliere initiatief van Grossouw, dat het vervallen gebouw uit 1887 een nieuwe, aantrekkelijke bestemming gaf. In de vroege 20e eeuw diende het pand als Spieghelschool voor lager onderwijs, later als opslagplaats voor decors en rekwisieten van de Stadsschouwburg en tijdens de oorlog als registratiekantoor voor de Arbeitseinsatz, waar Nederlandse werknemers werden geworven voor de Duitse oorlogsindustrie. Hierdoor was het een strategische locatie voor een aanslag van het verzet op 5 januari 1945. Als vergelding executeerden de Duitsers vijf willekeurige ambtenaren voor het gebouw. Een klein monument herinnert aan deze tragische gebeurtenissen.

LEES  NTF en Amsterdam Fringe: Open Call voor Creatieve Professionals!

In het hoofdstuk De droom van Fien beschrijft Ockhuysen de achtergrond van Fien de la Mar beknopt, maar duidelijk en overzichtelijk, zoals hij ook de carrières van de naamgevers van de twee zalen, cabaretier Wim Sonneveld (949 plaatsen) en actrice Mary Dresselhuys (601 plaatsen), bondig uiteenzet. De beknopte tekst wordt ruimschoots gecompenseerd door een overvloed aan informatief beeldmateriaal.

Na Sonnevelds dood in 1974 werd het theater beheerd door de gemeente, waarbij het er in de stedelijke begroting bekaaid vanaf kwam. Dit weerhield artiesten als Wim Kan, Paul de Leeuw, De Vliegende Panters en Freek de Jonge er echter niet van om er met liefde op te treden. Ondanks de inspanningen van directeur Hanneke Rudelsheim, die ook nog een gedwongen fusie met Theater Bellevue (1987) moest verwerken, voldeed het theater absoluut niet aan de moderne eisen. Versleten stoelen, een ondraaglijke hitte in de zaal tijdens de zomer, en armoedige kleedkamers. Rudelsheim verwoordde het kernachtig: ‘Als Mini wil douchen, moet Maxi wachten.’

Hannah Belliot, Wethouder van Cultuur, benaderde Joop van den Ende om het Nieuwe de la Mar Theater en de bioscopen Calypso en Bellevue Cinerama te verbouwen tot een nieuw theater. Van den Ende had een fortuin verdiend met de verkoop van zijn mediabedrijf Endemol. Met dat geld richtte hij samen met zijn vrouw Janine in 2001 de VandenEnde Foundation op ter ondersteuning van kunst in de brede zin. Dit bouwproject sloot perfect aan bij zijn filosofie en past ook goed in een Amsterdamse traditie waarin welgestelde burgers de stad een cultuurgebouw cadeau doen. Met privégeld zijn het Concertgebouw, het Stedelijk Museum, theater Carré en het filmpaleis Tuschinski tot stand gekomen.

LEES  Eline Arbo scoort in Noorwegen: Wint prestigieuze theaterprijs samen met Thijs van Vuure & Dennis Slot!

Wantrouwen tegen ‘de man van het platte tv-amusement’

Tussen het briefje van Belliot en de opening van DeLaMar in 2010 liggen tien jaar van plannen maken, bouwen en inrichten. En natuurlijk de tegenwerking van de linkse gemeenteraad van Amsterdam, die het cadeau van de VandenEnde Foundation, die 70 miljoen aan bouwkosten voor zijn rekening nam en jaarlijks miljoenen in het theater pompt, met argwaan bekeek omdat men de ‘rijke man die zijn geld had verdiend met oppervlakkige tv-amusement en musicals’ niet vertrouwde. De steun van de Wethouder van Cultuur en de burgemeesters Job Cohen en Eberhard van der Laan heeft Van den Ende ervan weerhouden om de stekker eruit te trekken.

Het hele bouwproces is overzichtelijk beschreven in DeLaMar 80, met een apart hoofdstuk (Bloemen en Bier) voor de biografische André Hazes musical Hij gelooft in mij, die 745.000 bezoekers naar DeLaMar heeft getrokken. Het boek is een feest vanwege de foto’s van de bouw, de bouwtekeningen van de architecten Arno Meijs en Jo Coenen, meer dan 30 full-color affiches van 1947 tot 2025, de indrukwekkende fotogalerij in het theater, met werk van onder anderen Erwin Olaf en Koos Breukel, waar Janine van den Ende haar energie in heeft gestoken, en scènefoto’s van voorstellingen tussen 2010 en 2025.

Een bijzondere vondst van vormgever Marinka Reuten is het hoofdstuk Herinnering, een prachtige variatie op de rubriek Déjà vu: zoek de verschillen van Erik Klein Wolterink in Het Parool. Hierin worden twee foto’s van exact dezelfde plek in Amsterdam uit het verleden en het heden over elkaar heen gelegd. Voor het jubileumboek zijn archieffoto’s van de buitenkant van het gebouw, de zaalinrichting, de kassa, foyer en kleedkamers van vóór de ingrijpende verbouwing van 2010 op doorschijnend papier afgedrukt, zodat ze over foto’s geplaatst kunnen worden die Erik Klein Wolterink op exact dezelfde plek heeft genomen. Zelfs de man achter de kassa en de theaterbezoeker aan de andere kant van het glas uit het verleden worden in de actuele situatie in dezelfde pose gefotografeerd.

LEES  Ontmoet Sylvia Alting van Geusau: De Nieuwe Bewaker van Allard Pierson's Theatercollectie!

Jubileumgala

Een aantal van de vaste DeLaMar-artiesten zagen we terug op het jubileumgala op 30 november: Alex Klaasen in prachtig travestie-ornaat zong Ik ben wie ik ben, het kernnummer uit La Cage aux Folles (de openingsvoorstelling in november 2010), Paul Groot en Simone Kleinsma, die bij de presentatie van het boek het eerste exemplaar uitgereikt kreeg, kibbelden als Wim Sonneveld en Fien de la Mar, Freek de Jonge, die in 2005 met zijn voorstelling Freek doet de deur dicht het tijdperk Nieuwe de la Mar afsloot, hengelde alvast naar een musical over zijn leven als bij hem definitief het doek is gevallen en André van Duin verborg zich nog een keer onweerstaanbaar in een van zijn sullige typetjes met zijn kraker Ik heb m’n dag niet vandaag op de melodie van Are you lonesome tonight van Elvis. Van Duin had zijn dag wél, en niet alleen hij.