Afgelopen zondag werd Hans Croiset, acteur, regisseur en schrijver, in De Kleine Komedie geëerd met de Blijvend Applaus Prijs voor zijn volledige carrière. Tijdens deze ceremonie sprak regisseur Theu Boermans zijn toneelmentor toe met de volgende woorden.
“Men kan pas echt oordelen over een regisseur na het zien van diens interpretaties van de toneelstukken van Shakespeare en Tsjechov.” Dit citaat van Peter Stein, een Duitse regisseur en vernieuwer van het theater, trof ik aan op de muur van het bescheiden Tsjechov-museum in Badenweiler. Hier overleed de beroemde schrijver op 15 juli 1904. Shakespeare omwille van het vereiste begrip voor universele thema’s, rijk geschakeerde personages en de diepte van de taal; Tsjechov voor het subtiele aanvoelen van de oorverdovende stiltes en de nuances in menselijk falen.
Hoewel ik de geldigheid van dit citaat in onze tijd niet ter discussie stel, realiseer ik me hoe gelukkig ik was om als jonge acteur onder leiding van zo’n ‘echte regisseur’ kennis te maken met deze titanen van de Europese theaterliteratuur. Tijdens mijn korte tijd bij het gerenommeerde Publiekstheater waren de repetities van Midzomernachtdroom, Koning Lear en Ivanov onder de artistieke leiding van Hans Croiset cruciaal voor mijn verdere carrière.
Deze ervaringen vormden de basis voor mijn passie en visie op acteren, regisseren en artistiek leiderschap. Hans was een keerpunt. Zijn invloed op de vernieuwing van het naoorlogse Nederlandse theater is niet te overschatten. Met Hans voltrok zich de definitieve overgang van het traditionele, vaak vrijblijvende vooroorlogse toneel naar een modern, maatschappelijk betrokken en politiek bewust repertoiretheater.
Wat heb ik geleerd? Of het nu gaat om Shakespeare, Vondel, Tsjechov of Botho Strauss, in het werk met Hans stond het woord altijd radicaal centraal. Dit betekende niet een slaafse trouw aan de tekst, maar eerder een gezamenlijke zoektocht met de acteurs naar de betekenis en intentie van de tekst, en het ontcijferen van de essentie van het stuk. Dit alles met intense nauwkeurigheid en aandacht voor taal, spraak en muzikaliteit, om de tekst vervolgens te verankeren in onze eigen tijd.
Van daaruit een concept ontwikkelen, een decor ontwerpen, en de mise-en-scène voorbereiden. Naar het schijnt deed Hans dit altijd tijdens familievakanties in het Griekse Tolon, vlakbij Mycene en Epidaurus. Daar legde hij de basis voor al zijn producties. Als jonge acteur volgde ik hem vaak, als een pelgrim naar het orakel van Delphi. Vaak tevergeefs. Hans was meestal in zijn kamer, druk met zijn maquettes en het script, terwijl ik lunchte met Agaath of voetbalde met zijn jonge kinderen op het strand.
Ik herinner me dat ik tijdens de repetities vaak meer aandacht had voor Hans dan voor de acteurs. Hoe zou hij reageren? Wat zou hij zeggen? Accepteert hij het aanbod of wijst hij het af? En hoe dan? Hans, zelf een acteur, begreep de gevoeligheden en de strijd van de acteurs en behandelde hen altijd met grote zorg, respect en liefde. Hans werd zelden boos, eerder verdrietig, wat vaak effectiever was. Van Hans leerde ik dat het regisseren van een stuk een ontdekkingsreis is, niet alleen naar de inhoud, vorm en betekenis, maar uiteindelijk een reis naar jezelf.
Wat ik verder heb geleerd. Als artistiek leider brak Hans met de hiërarchie binnen het grote toneelgezelschap, stimuleerde discussie en betrok iedereen bij het functioneren van het gezelschap, het artistieke beleid en het repetitieproces. Dit was uniek en creëerde een grote betrokkenheid en smeedde het gezelschap tot een ensemble. Ook stonden de deuren naar buiten open. Openbare repetities versterkten de band met het publiek. De affiches en tekstboekjes van het Publiekstheater, vol secundair dramaturgisch materiaal en tekeningen van Peter Vos, waren in die tijd revolutionair. Hans heeft daarmee de basis gelegd voor de werkwijze en cultuur van latere gezelschappen en collectieven. Ik heb er in ieder geval dankbaar gebruik van gemaakt als artistiek leider van de Trust, de Theatercompagnie en Het Nationale Theater. Voor mij is Hans de grondlegger van de vernieuwing van het Nederlandse toneel na de oorlog. Ik beschouw hem dan ook als mijn toneelvader en ben hem veel verschuldigd.
Het was dan ook een grote eer en genoegen hem later te mogen regisseren in Drie Zusters van Tsjechov, Don Carlos van Schiller en Oresteia in de bewerking van Ted Hughes. Het voelde als thuiskomen, de cirkel was rond. Hans is ook een groot, genereus en leergierig acteur, een intelligente taalvirtuoos. De vele rollen die hij de laatste jaren speelde onder diverse regisseurs getuigen daarvan.
‘May you have a strong foundation when the winds of changes shift’ (Bob Dylan, Forever Young). Hans zal de laatste zijn om te beweren dat het vroeger allemaal beter was. Toneel verandert noodzakelijkerwijs met de tijd. Het wordt diverser, fluïder en individueler qua vorm en inhoud. Hans blijft een vurig voorstander van het toneelrepertoire, met zijn overstijgende dilemma’s en conflicten als ijkpunt en graadmeter voor een samenleving in beweging. In een in crisis verkerende beschaving zoals vandaag, is Hans zelf een ijkpunt en graadmeter geworden, ook buiten het toneel, op sociale media, een onverschrokken kunstenaar en humanist die blijvend applaus verdient tot het einde der tijden.
Theu Boermans
Vergelijkbare berichten
- Ontdek ‘De Recensent’: Jongleren met Toneelclichés op Meesterlijke Wijze!
- Breaking: Oprichter Hofplein, Louis Lemaire, Overleden: Een Tijdperk Ten Einde
- Ontdek de topkandidaten van 2023: Wie wint de Piket Kunstprijzen?
- 26 theaters verenigen zich: Nieuwe impuls voor musicaltalent!
- Ontdek de Topkeuzes van Drie Jury’s: Highlights van het Nederlands Theater Festival!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.