Elke deelnemer een trofee!

In de komende periode wordt de theaterwereld weer overspoeld met prijsuitreikingen. Verschillende panels zullen nominaties en winnaars aankondigen voor awards zoals de Toneeljury, de Cabaret Collectie, de BNG Theaterprijs, de Gouden Krekels, de Theo d’Ors, de VSCD Mime/Performance Award, de Muziektheaterprijs, de Ontwerpersprijs en de Keuze van de Wijkjury. Dit biedt een uitgelezen kans om de gezondheid van de theatersector onder de loep te nemen.

Het valt op dat er in Nederland een overvloed aan theaterprijzen is. Wat is de reden voor deze veelheid aan awards en hoe worden deze gerechtvaardigd? Dragen deze prijzen werkelijk bij aan een sterkere positie binnen het theater, of ondermijnen ze juist de sector? Prijzen trekken helaas niet de gewenste aandacht naar ontwikkelingen in het veld, maar focussen voornamelijk op individuele makers, acteurs en specifieke producties. Deze overdaad aan prijzen leidt tot meer afleiding, competitie, selectiviteit en uiteindelijk tot de uitholling van de sector. Met elke uitgereikte prijs betaalt de sector een symbolische ‘prijs’.

Als de theaterwereld ‘koorts’ heeft, betekent dit dat er iets mis is. Prijzenkoorts duidt daarom ook op diepere problemen binnen het systeem en op het falen van de sector. Prijzen benadrukken dat de theaterwereld competitief is, waarbij velen van meet af aan geen kans maken op een prijs, zonder enige vorm van gelijkheid, rechtvaardigheid of objectiviteit. Een prijs creëert een aristocratische en hiërarchische kunstwereld. De winnaars staan zichtbaar aan de top, terwijl de lagen daaronder minder of niet worden opgemerkt. Nominaties en toekenningen sluiten telkens veel prestaties, bijdragen en innovaties uit.

Naarmate prijzen belangrijker worden binnen een sector, gaat het steeds meer over succes, status en ook macht. Een prijs zet een individu of een productie in de schijnwerpers: The winner takes it all. Maar wat voor soort aandacht is dit en wat blijft er allemaal onbelicht door deze hyperfocus? Tegenwoordig bestaan er twee soorten aandacht: echte empathische aandacht en valse, kapitalistische aandacht die alleen om economische criteria draait. In onze huidige aandachtseconomie gaat het om verkoopwaarde en efficiëntie, om perfectie en excellentie. Prijzen maken kunst op een bepaalde manier meetbaar en fungeren als een instrument voor succes. Elke jury verhoogt het belang van een prijs, een belang dat versterkt wordt door de media en het theater zelf, door marketinglabels zoals ‘de winnaar van’.

Niet dat ik mijn collega’s een prijs misgun, integendeel. Ik geloof dat iedereen in de theatersector waardering verdient, zeker in tijden waarin middelen schaars zijn en steeds ongelijker worden verdeeld. Echter, door prijzen wordt het theater steeds meer een aristocratisch bal van prijswinnaars, en de rest verwordt tot verliezers. Prijzen ondermijnen door hun competitieve aard de solidariteit, loyaliteit en saamhorigheid.

Prijzen zijn exclusief
Prijzen zijn per definitie exclusief en niet inclusief. Ze onderscheiden expliciet tussen de ‘waarde’ van bepaalde prestaties. De meeste prijzen richten zich op de voorgrond, op collega’s die al in de schijnwerpers staan. Veel beroepsgroepen en ambachtslieden komen niet eens in aanmerking voor een prijs en worden nauwelijks opgemerkt. Prijzen worden vaak toegekend aan individuele makers en personen, wat paradoxaal is gezien theater een collectieve kunstvorm is, zeker in de Nederlandse theatergeschiedenis sinds de jaren ’70.

LEES  Theaterkrant bereikt mijlpaal: 10.000ste recensie gepubliceerd!

Hoewel theater een teamsport is, worden voornamelijk individuen geëerd. Voorstellingen zijn het resultaat van samenwerkingen en synergie. Door enkel individuele elementen en delen van een gezamenlijk proces te benadrukken, wordt de sociale cohesie van een voorstelling aangetast. Individuen en elementen schitteren vaak juist door de interactie en samenwerking met anderen. Zelfs bij solo’s zijn nog andere ‘performers’ betrokken, zoals licht, geluid, scenografie, kostuums, dramaturgie, enzovoorts.

Er zijn veel ‘waterdragers’ in het theater die nooit in aanmerking komen voor een prijs. Een theaterbezoek begint al bij de kassamedewerkers, degenen die de deuren openhouden, jassen ophangen, kaarten scheuren, de stoel aanwijzen, enzovoorts. Veel mensen die achter de schermen werken of rondom een zaal, productie en programmering zijn medeverantwoordelijk voor het slagen of falen van een theateravond. Daarnaast zijn er verschillende beroepsgroepen en groeperingen bezig met de contextualisering en inbedding van een voorstelling in een maatschappelijk discours. Als er al zoveel prijzen worden uitgereikt, waarom wordt er geen aandacht geschonken aan de randen en achterkanten van de theatermachine?

Prijzen gaan alleen over wat zichtbaar en bekend is en sluiten daarmee systematisch uit.

De economische aandacht
Elke prijs, prijsuitreiker en jury probeert zich te legitimeren en spant zich in om de prijs veel belang, betekenis en ‘waarde’ toe te kennen, bijvoorbeeld door te argumenteren dat een prijs zogenaamd aandacht creëert of vestigt. Maar voor wie en wat zijn de prijzen van belang? Voor de prijsuitreiker, de jury of de winnaar en datgene wat de winnaar wel of niet representeert? En voor wie en wat generen prijzen ‘aandacht’ zoals zo vaak wordt beweerd? Voor een bedrijf, instelling, branchevereniging, filantroop et cetera die een prijs uitreikt? Voor de prijswinnaar? Of voor tendensen in het theaterlandschap?

Jury’s hebben macht, en tegenover hun macht zijn de meesten in het theaterlandschap machteloos. Jury’s hebben een specifieke opdracht of geven zichzelf een opdracht om een prijs uit te reiken. Daarbij spelen veelal subjectieve criteria, smaak, voorkeuren en beleid een rol, wellicht ook de ego’s, referenties en preferenties van juryleden. Om een prijs hangt de schijn van objectiviteit, de criteria van de jury’s zijn echter ondoorzichtig en subjectief. De retoriek van rapporten is hol: ‘meest belangwekkende productie’, ‘meest indrukwekkende podiumprestatie’, enzovoorts. Wat onduidelijk blijft, is welk belang daadwerkelijk gediend wordt? Wordt kunst met een prijs gecanoniseerd en daarmee gecastreerd of daadwerkelijk gestimuleerd om het experiment aan te gaan?

Hoe transparant werken jury’s eigenlijk? Bij het Theatertreffen in Berlijn is er altijd een publieke toelichting van de jury op de selectie, met ruimte voor vragen vanuit het publiek. En bij de Mülheimer Theatertage vindt het finale juryberaad, waarin de winnaars worden gekozen, openlijk plaats voor het publiek – dat het hele beraad inclusief de stemmingsrondes dus live kan volgen.

Of de jury’s willen of niet, prijzen worden snel een ‘prijskaartje’ in de zin van keuring. Een prijs is veelal een keurmerk. In het huidige systeem is een prijs eerder een bepaling van waarde dan een blijk van waardering. De aandacht die een prijs genereert, is feitelijk uitgesteld geld. Wie prijzen wint, krijgt misschien eerder of meer subsidies, er worden meer kaarten voor een voorstelling verkocht, meer ruimte in de media gemaakt, enzovoorts. Dat lijkt positief, maar het zorgt er net zo goed voor dat wie geen prijzen ‘krijgt’ meer moeite heeft om fondsen, gemeentes en het publiek te overtuigen omdat prijzen vaak als kwaliteitskenmerk beschouwd worden. Het succes van een maker of gezelschap ‘wint’ ook van de inhoud. Naar een voorstelling, concept, aanvraag van een prijs-loze en onbekende maker of gezelschap wordt waarschijnlijk veel kritischer gekeken. Daarentegen verstomt kritiek snel op prijswinnaars omdat de winner kennelijk altijd het gelijk aan zijn zijde heeft. Wie minder succesvol is, moet zich veel sterker artistiek bewijzen en voor zijn bestaansrecht vechten.

LEES  Ontdek Tryater: 60 Jaar Toneelinnovatie in Friesland!

Kunstje of kunst?
Denken in prijzen veronderstelt dat het ‘perfecte’ kunstwerk of de ‘perfecte’ prestatie bestaat. Een prijs is dan als een diagnose respectievelijk gezondheidscheck. Er wordt daarbij gekeken naar wat zogenaamd ‘gezond’ en prijswaardig is. Het vertroebelt het zicht op een ziek en ziekteverwekkend systeem. Is kunst gediend bij criteria? Is liefde gediend bij criteria?

Het aspect van ‘winnen’ heeft een doelmatigheid die het vrije spel niet kent. Het vrije spel is doelloos, en heeft ook niet de functie om een waarde te produceren of een ‘nut’ te hebben. Prijzen hebben nu vaak het nut om zogenaamd kansen te creëren.

Aandacht is het begin van een dialoog, en niet de punt achter een zin. Prijzen zijn een punt. Met een prijstoekenning is een dialoog al gesloten. Het valt dus te betwisten dat prijzen maatschappelijke en vakmatige debatten aanwakkeren. De prijzenwereld haalt de filosofie uit de kunst.

Bevestiging of ware aandacht vestigen
Prijzen lijken eerder de functie te hebben om te ‘bevestigen’ dan ‘aandacht te vestigen’. Prijzen hebben steeds meer de functie om ego’s te strelen of te kwetsen. Terwijl aandacht daarentegen ego-loos is. Ja, om aandachtig te zijn, is het zelfs noodzakelijk om het ‘ik’ te parkeren en los te laten. Aandacht gaat over de ander, over iets buiten onszelf. Nu zou men kunnen zeggen dat jury’s en instellingen die prijzen uitreiken met de ander bezig zijn. Maar dat is maar de vraag. Prijzen blijken iets te ‘willen’, maar aandacht zelf is zonder wil en wilskracht.

Volgens filosofe Simone Weil onderwerpt onze verbeeldingskracht zich aan de behoeftes en wensen van het ik. Daardoor kunnen wij de dingen niet zo zien hoe ze daadwerkelijk zijn. Aandacht is volgens haar een kijken en geen zoeken, en ook geen bevestigen. Wanneer we voortdurend zoeken naar de nieuwste trends en ontwikkelingen kijken we niet aandachtig. Wij bevestigen enkel een werkelijkheid zoals wij die willen zien, maar niet zoals die is. Wanneer prijzen de functie hebben om naar prestaties te zoeken en ontwikkelingen in het theaterveld op te sporen, creëren ze geen aandacht maar bevestigen enkel een werkelijkheid zoals die graag gezien wil worden, bijvoorbeeld door instellingen, instanties en personen die prijzen uitreiken.

Aandacht staat niet in dienst van iets en is willoos en doelloos. Prijzen daarentegen ‘willen’ iets. Ze willen iets verheffen. Als prijzen ten doel hebben aandacht te creëren, maken ze de ‘ware’ aandacht ongedaan, en leggen als het ware hun wil op aan bijvoorbeeld de prijsdragers. Ze dringen ons een blik op om degene zo te zien zoals de prijs uitreikende instantie een persoon en presentatie wil zien, en niet zoals degene werkelijk is. Zolang met een prijs getracht wordt een doel te bereiken, ongeacht wat dat doel ook is, wordt er geen aandacht gecreëerd voor alternatieve en verborgen ontwikkelingen. De logica van prijzen maakt dat eerder aanpassing dan afwijking van de normen (die een prijs hanteert) wordt gehonoreerd.

LEES  Ontdek het legendarische Haags Studenten Cabaret: Boek en documentaire over Rinus Ferdinandusse!

De economische aandacht heeft enkel oog voor het bekende, voor wat je al kent, terwijl de ‘ware’ aandacht, zoals Simone Weil en Byung-Chul Han dat formuleren, open staat voor de ander en het onbekende. In een tijdperk waarin de ‘ware’ aandacht steeds meer verdwijnt, heeft dat ook een sociale dimensie. Men kan zich afvragen of theater nog aandachtig waargenomen of vooral geconsumeerd wordt. De economisering van het theaterlandschap is een feit. Draait het bij prijzen nu om empathie of economie? Moeten we niet allereerst de aandacht voor de aandacht herstellen? En is theater daarvoor niet een uitstekend vehikel? Economie heeft met macht te maken. Zijn prijzen dus niet trofeeën van ‘de macht van de economie’ en van ‘de economie van de macht’?

Kapitalistische logica
Een prijs lijkt tegenwoordig (en wellicht was dat altijd al zo) een voortvloeisel van een kapitalistische logica te zijn. De snelgroeiende aandachtseconomie reduceert aandacht tot een techniek om efficiëntie en prestaties te verhogen. Het draait om optimalisering en ego, om de optimalisering van ego’s. Sociale aandacht, oftewel aandacht voor anderen, wordt genegeerd. Het gaat in deze vorm van economie om permanente consumptie en om deze op uiteenlopende manieren te stimuleren. De ‘aandacht’ in het woord aandachtseconomie beschrijft de fixatie en pathologische focus op de wetten van de markt, die ‘prijzen’ en ‘waarde’ bepaalt. Er is hooguit aandacht voor winnaars en winst. Het kapitalisme elimineert het anders-zijn om alles te onderwerpen aan consumptie. ‘Een samenleving die zoek- en consumptiemachine tegelijk is, vernietigt het verlangen naar een ander’, aldus filosoof Byung-Chul Han. Omdat de prijzen de kapitalistische logica volgen, stimuleren ze niet de opening en de interesse voor de ander, maar elimineren de ander en de aandacht voor de anderen. Door gebrek aan interesse voor de ander is het bij voorbaat onmogelijk om blinde vlekken te verkennen en sociale veranderingen op gang te brengen.

Onze etalagesamenleving is een grote prijzenkast: het draait om het permanente uitstallen van producten, om waarde te bevestigen. Prijzen zijn tot een soort fetisj en vehikel van de consumptiemaatschappij geworden. Prijzen zeggen veelal iets over modes, tijdsge

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post