Een lid van de VVD uit Amstelveen kwam Rinus Ferdinandusse, de hoofdredacteur van het progressieve tijdschrift Vrij Nederland, tegen terwijl hij oesters at in een bistro te Ouderkerk aan de Amstel. ‘Zo Ferdinandusse, jij laat je goed gaan! Aan de ene kant de progressieveling uithangen en hier oesters zitten eten’, sprak hij de journalist toe met verheven stem. Ferdinandusse liet zich niet van de wijs brengen en reageerde luidkeels: ‘Absoluut, oesters zijn van rechts. En daarom eet ik ze ook op.’
Het boek Nooit meer zo gelachen van Rudie Kagie, die dertig jaar bij Vrij Nederland werkte, bevat deze smakelijke anekdote. Kagie, die het schrijven duidelijk in de vingers heeft, brengt met dit boek een liefdevol eerbetoon aan Rinus Ferdinandusse.
Tijdens de periode van Ferdinandusse (1931-2022) kende Vrij Nederland zijn hoogtijdagen, die gekenmerkt werden door grondige, progressieve journalistiek en een relativerende vorm van humor in rubrieken zoals Terzijde, Geknipt voor u en de Zetter. In deze laatste rubriek stonden woordspelingen die door lezers werden ingezonden. Een lezer kwam bijvoorbeeld na de moord op John Lennon met: Yoko Mono. Ferdinandusse zelf schreef ‘notities aan de tap’, over de belevenissen van de chagrijnige loketambtenaar Douwe Trant, fervent lezer van De Telegraaf en actief lid van de Bond tegen alles wat vies en voos is.
Ferdinandusse was al vroeg humoristisch aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij de Speurders, een padvindersgroep uit Den Haag, waar ook Hans Gelderblom lid van was. Samen creëerden ze komische sketches en liedjes voor bij het kampvuur. Deze optredens verplaatsten zich al snel naar verschillende woonkamers, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van het Haags Studenten Cabaret.
Het officiële debuut van de groep, toen nog onder de naam El Mazmerreir, vond plaats in februari 1952 tijdens een benefietavond voor oorlogsgewonden met het programma Pas op! Niet geloven. Voor velen was het een eenmalig avontuur, maar voor Hans Gelderblom, pianist Hans Punt, Rinus en zijn broer Daan Ferdinandusse, Henry de Ruiter, Henk Neeleman, Thijs Karelse en Mieke Kemmers was het het begin van nog minstens drie voorstellingen. Inspeciënt Koos Alsem bleef tot het einde bij de groep.
Leden als Frits van der Jagt en Else Hoog voegden zich later bij de groep. Samen met Hans Gelderblom zijn zij de enige overlevende leden die in de documentaire Nooit meer zo gelachen van Bart Grimbergen spreken, welke deze week in première ging in theater Diligentia in Den Haag. Else Hoog, die in 1963 met Rinus Ferdinandusse trouwde, deelt in de documentaire dat ze door de groep heeft leren drinken en vloeken. Ze herinnert zich dat ze na die tijd nooit meer zo heeft gelachen en maakt droogkomische opmerkingen over haar overleden man.
Het Haags Studenten Cabaret was na de oorlog uniek omdat het de enige studentencabaretgroep was die vernoemd was naar een stad zonder universiteit. De leden studeerden in Amsterdam, Leiden en Delft, maar woonden in Den Haag. Ferdinandusse schreef alle teksten, die ironisch en soms scherp waren. Op het podium hield hij vaak een stapel krantenknipsels vast, om te benadrukken dat hij bovenop de actualiteit zat. Cabaretkenner Jacques Klöters, die uitgebreid in de documentaire aan het woord komt, legt uit dat we deze stijl ook herkennen bij Haagse humoristen als Wim Kan, Simon Carmiggelt, Kees van Kooten en Wim de Bie, die allen beïnvloed zijn door het HSC.
Klöters benadrukt dat doordat de leden van het HSC geen professionele cabaretcarrière nastreefden, zij meer vrijheid hadden in hun omgang met politieke en maatschappelijke thema’s, wat in de conservatieve jaren vijftig niet altijd mogelijk was voor beroepscabaretiers. De Grote Drie – Wim Sonneveld, Wim Kan en Toon Hermans – waren regelmatige bezoekers van hun optredens.
De Haagse cabaretiers kregen nationale bekendheid toen ze voor de VARA vanaf april 1962 elke drie maanden een tv-programma mochten presenteren, getiteld K-Wartaal. In 1965 werd het HSC opgeheven, waarna de leden hun professionele carrières vervolgden. Hans Gelderblom werd architect, Frits van der Jagt werkte bij Fokker, en Else Hoog werd een gevierd vertaalster.
Rinus Ferdinandusse was de enige die zijn cabaretachtergrond voortzette in zijn journalistieke carrière. Hij was betrokken bij het satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog ’ns een keer en bracht humor naar Vrij Nederland. Na zijn pensionering in 1996 ging Vrij Nederland achteruit, wat ironisch genoeg zijn succes onderstreept.
Vergelijkbare berichten
- Bonnie St. Claire in de problemen: Schokkend nieuws treft zangeres!
- Nieuwe Topman voor Nationaal Onderwijsmuseum: Ontmoet de Interim Directeur-Bestuurder!
- Bekende Regisseur Frans Weisz (87) Overleden: Nederland Rouwt om Verlies
- Belangrijk: Niet getekende cao Kinderopvang geldt toch voor FNV-leden!
- Hans Kazàn over Jamie’s ‘woede’: Hij spreekt zijn hart zonder vrees!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.