Theatermaker Gregory Caers wijst op een pijnlijke realiteit in recente discussies over governance in de cultuursector en rechtszaken rond het Fonds Podiumkunsten. “Het ware probleem van kunst ligt niet alleen bij degenen die ertegen zijn, maar ook in de structuur ervan. In hoe het wordt beoordeeld, verantwoord en gelegitimeerd,” stelt hij.

Wat duidelijk wordt, is dat er een steeds overheersendere logica van kwantificeren en reguleren heerst. Kunst moet bewijzen wat haar bijdrage is aan burgerschap, inclusie, veerkracht en democratie. Ze moet transparant, voorspelbaar en toetsbaar zijn. Niet omdat men het wil elimineren, maar juist om het te rechtvaardigen.

Echter, deze poging tot rechtvaardiging verandert het wezen van kunst. Kunst wordt niet langer gezien als een domein waar onverwachte dingen kunnen gebeuren, maar als een hulpmiddel om vooraf bepaalde doelen te bereiken. En des te meer we proberen aan te tonen wat kunst bereikt, des te groter het risico dat we haar essentie verliezen.

Er worden tegenwoordig voornamelijk twee verwachtingen op kunst geprojecteerd. Ten eerste dat het burgers moet opvoeden: kritischer, empathischer en assertiever. Ten tweede dat het haar impact moet kwantificeren: zichtbaar, meetbaar en controleerbaar. Deze verwachtingen lijken te verschillen, maar zijn gebaseerd op dezelfde denkfout en in plaats van kunst te versterken, beperken ze haar.

De denkfout is simpel: we behandelen kunst alsof het een instrument is dat een specifiek effect moet teweegbrengen bij mensen. Alsof we precies weten wat burgers zouden moeten zijn, hoe kunst dit kan bewerkstelligen en hoe we dit proces kunnen managen en controleren. In deze gedachtegang wordt kunst geen open praktijk meer, maar een middel binnen beleid, onderwijs of sociale strategie.

Dit is hoe kunst getemd wordt. Ze mag bestaan, maar alleen binnen vooraf bepaalde grenzen. Ze mag functioneren, maar alleen op manieren die herkenbaar en meetbaar zijn. Ze mag kritisch zijn, zolang ze geen echte onzekerheid teweegbrengt. Op het eerste gezicht lijkt dit redelijk, zelfs verantwoordelijk. Maar samen veranderen deze voorwaarden kunst fundamenteel.

LEES  Ontdek nu: Wie maken kans op de BNG Theaterprijs 2025?

Wanneer kunst slechts mag bestaan binnen vooraf vastgestelde grenzen, verliest ze haar kernfunctie. Vooraf bepaalde grenzen betekenen vooraf vastgestelde doelen, waarden en verwachtingen over betekenis en effect. Kunst daarentegen onderzoekt juist datgene wat nog niet vaststaat, stelt vragen zonder bestaande antwoorden en opent mogelijkheden die vooraf niet te bedenken waren.

Als kunst moet bestaan binnen wat al bedacht is, wordt het geen domein van ontdekking meer, maar een herhaling van bestaande ideeën. Filosofisch gezien: handelen wordt vervangen door uitvoeren, verschijnen door functioneren. Kunst wordt niet verboden, maar gekanaliseerd. En wat gekanaliseerd wordt, kan nooit verrassen.

Problematischer wordt het wanneer kunst moet functioneren op manieren die herkenbaar en meetbaar zijn. Herkenbaarheid en meetbaarheid vereisen herhaalbaarheid, voorspelbaarheid en duidelijke oorzaak-gevolgrelaties. Echter, kunst werkt zelden op deze manier. Wat kunst in beweging zet, gebeurt vaak indirect, verspreid over tijd en verschilt per persoon. Soms realiseert iemand zich pas jaren later waarom een ervaring betekenisvol was. Soms werkt kunst juist omdat het niet meteen begrepen wordt.

Als alleen datgene wat meetbaar is telt, verschuift kunst onvermijdelijk naar het bevestigen van bekende patronen. Experimenten worden riskant. Het onbekende verdwijnt. Dit is geen neutrale selectie, maar een sturing: we belonen kunst die past binnen meetinstrumenten en ontmoedigen kunst die daarbuiten valt. Wat niet meetbaar is, wordt onzichtbaar. En wat onzichtbaar is, verdwijnt uiteindelijk.

Het gevaarlijkste is wellicht de derde voorwaarde: kunst mag kritisch zijn, zolang het geen echte onzekerheid introduceert. Kritiek wordt dan gereduceerd tot herkenbare meningen, veilige oppositie, kritiek die past binnen het bestaande debat. Maar echte kritiek betwist niet alleen antwoorden, maar ook de vragen zelf en soms zelfs het kader waarbinnen die vragen worden gesteld.

LEES  Bureau Vergezicht scoort groot: Eerste winnaar NAPK Duurzaamheid Award!

Echte kunst brengt twijfel, ambiguïteit en ongemak. Ze ondermijnt zekerheden. Dat is precies wat veel systemen niet kunnen verdragen. Kritiek die niemand uit balans brengt, is geen kritiek, maar decoratie. Wanneer kunst alleen kritisch mag zijn zolang het geruststelt, oplosbaar blijft en geen risico vormt, wordt het een veilige uitlaatklep in plaats van een tegenkracht.

In zijn geheel betekent dit dat kunst wordt getemd. Kunst mag bestaan zolang het binnen de hekken blijft, mag functioneren zolang we begrijpen hoe, en mag kritisch zijn zolang het geen echte gevolgen heeft. Dat lijkt vrijheid, maar het is gecontroleerde vrijheid. En gecontroleerde vrijheid is geen vrijheid.

Al deze maatregelen versterken kunst niet. Integendeel. De kracht van kunst ligt in haar openheid, niet in haar effectiviteit. In onderbreking, niet in bevestiging. Door kunst te temmen maken we haar voorspelbaar, veilig en nuttig. Maar een kunst die volledig nuttig is, heeft haar kritische potentie al opgegeven.

Vormen en meten lijken misschien verschillende strategieën, maar ze doen hetzelfde: ze maken kunst beheersbaar. Ze reduceren haar tot een hulpmiddel dat moet opleveren wat vooraf is vastgelegd.

Daarmee raken we aan de kern. Kunst draagt niet bij aan mondigheid door burgers te vormen. Ze doet dat door ruimte te openen waarin mensen zichzelf kunnen vormen. Deze zelfvorming laat zich niet produceren, plannen of meten. Ze voltrekt zich in tijd, twijfel, ontmoeting en ervaring.

Dat betekent niet dat kunst zich aan elke vorm van verantwoording moet onttrekken. Maar het betekent wel dat we voorzichtig moeten zijn met de taal waarin we haar laten spreken. Verantwoording hoeft niet altijd meetbaar te zijn. Ze kan ook bestaan uit verhalen, reflecties en het geven van betekenis.

LEES  Amsterdamse Andreaspenning uitgereikt: Choreograaf Marco Gerris geëerd!

Het probleem is niet dat kunst haar waarde moet uitleggen. Het probleem is de taal waarin we haar dat laten doen. In een neoliberale samenleving lijkt meten verantwoord. Maar kunst functioneert juist daar waar meten faalt. Niet door effecten te produceren. Niet door burgers te vormen. Maar door ruimte open te houden voor denken, twijfel, verbeelding en oordeel.

Als we kunst werkelijk serieus nemen, moeten we haar beschermen tegen zowel de drang om te vormen als de drang om te meten. Niet om haar boven de samenleving te plaatsen, maar om haar rol daarin te bewaren. Want een samenleving die geen ruimte meer kan openhouden, heeft uiteindelijk niets meer om te meten – behalve haar eigen verlies.