Harrie Jekkers krijgt een telefoontje. Zijn telefoonnummer is geheim.

Hallo, met Harrie Jekkers.

Hoi Harrie, met Leen. Alles goed?

Ja, maar wie ben jij? Ik ken geen Leen.

Tuurlijk ken je me, Leen. Leen Huijzer.

Leen Huijzer? Die naam zegt me niks.

Kom op, Harrie. Leen. Lee! Lee Towers.

Lee Towers? Wat leuk zeg. Maar hoe heb je mijn nummer gevonden?

Harrie, ik heb mijn connecties wel.

Lee Towers’ dochter is volgens hem dol op de muziek van Harrie Jekkers. Ze gaat trouwen en als cadeau wil Lee haar een optreden van Jekkers geven. Het zou gaan om een mini-concert van twee nummers. Jekkers legt uit dat hij uit principe geen optredens doet voor geld. Towers biedt hem vijfduizend euro. Jekkers blijft echter bij zijn standpunt dat hij niet te koop is, waarop Towers verhoogt naar tienduizend. Jekkers weigert nog steeds en vlak voordat hij de telefoon neerlegt, voegt een gefrustreerde Towers eraan toe: ‘Weet je, Harrie, prima. Maar rijk zul je er niet van worden.’

In het amusante boek Ik hou van mij, geschreven door Sander van Leeuwen, vinden we meer van dit soort humoristische verhalen. Jekkers is een begenadigd verteller. Uit het rijkelijk geïllustreerde boek blijkt dat Jekkers als artiest en in zijn privéleven iemand is die niet voor geld te koop is, wat Lee Towers ook mag denken. Ondanks zijn vermoeden is Jekkers toch behoorlijk rijk geworden. Zowel met zijn band Klein Orkest als solo heeft hij goed verdiend. Als traditionele PvdA-stemmer voelt hij zich echter meer verwant met de SP van Jimmy van Dijk. Hij vindt bijvoorbeeld dat AOW afgeschaft moet worden voor rijken zoals hij. ‘En kinderbijslag voor een directeur die een half miljoen verdient? Kom nou. Als je failliet bent en gescheiden, dan praten we verder.’

Jekkers is altijd dicht bij zijn volkse roots gebleven: geboren in 1951 in de Haagse Schilderswijk en opgegroeid in de nieuwbouwwijk Moerwijk. Het ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat-gevoel’ van J.C. Bloem uit 1945 was ook van toepassing op zijn jeugd in Den Haag, waar hij opgroeide onder de hoede van zijn hardwerkende, liefdevolle ouders. ‘Ik was gelukkig omdat er veel dingen niet waren die ons nu ongelukkig maken. Geen internet, geen telefoon, geen televisie, geen constante herrie. Maar het allerbelangrijkste was dat we ons allemaal gelijk voelden.’

Alles met Koos Meinderts
Jekkers geniet enorm van zijn eigen gezelschap. De titel van een van zijn populairste liedjes en ook van het boek, Ik hou van mij, zegt al genoeg. Samenwonen is niets voor hem en de meeste van zijn relaties (op één na) liepen stuk omdat hij zijn vrijheid niet wilde opgeven, vooral niet als zijn vriendinnen aan kinderen begonnen te denken. Zijn hechte samenwerking met jeugdvriend en getalenteerde tekstschrijver Koos Meinderts, die het soms moeilijk vond dat de roem vooral naar Jekkers ging, was bijna heilig. Samen schreven ze niet alleen de basis voor shows en de bijbehorende liedteksten, maar ook succesvolle boeken en enkele kindermusicals. 

LEES  Breaking: Pierre Audi, befaamde regisseur, plotseling overleden!

De artistieke carrière van Jekkers wordt door Van Leeuwen redelijk chronologisch weergegeven. Het begon allemaal in de schoolband The Dynamic Quartet met Koos Meinderts. Daarna volgde het Groot Orkest, een groep muzikanten die Jekkers met vrienden, waaronder Meinderts, had samengebracht in café De Baas in Utrecht, en die meer ruimte kregen in een bokszaal. Na een ruzie vertrok de helft van de band en zo ontstond Klein Orkest. Het leek even alsof het pad doodliep: enkele optredens in de marge, een ‘slordig leven’ en een baan voor de klas in het Lager Economisch en Administratief Onderwijs waar zijn hart niet lag.

Jekkers’ vader zette hem aan om de richting te kiezen waar zijn hart wel lag: schrijven. Meinderts en Jekkers gingen van ‘aanklooien naar serieus’ en wilden met Klein Orkest Nederlandstalige muziek maken met geëngageerde teksten. De band kwam lekker op gang in de slipstream van Doe Maar. Laat mij maar alleen van het eerste album werd een hit nadat het door Frits Spits was opgepikt en tot alarmschijf was gemaakt.

Ondertussen werd de strip van het duo – over Tejo, een zachtaardige man die verdwaalt in zijn idealen – in het satirische tijdschrift De Opstoot gebundeld tot een boek, dat na een tv-optreden bij Sonja Barend honderdduizend keer over de toonbank ging. De optredens en platenverkoop liepen als een trein. Het als lokale grap bedoelde Oh, oh Den Haag, dat in 1982 onder de naam Harry Klorkestein (een anagram van Klein Orkest) werd uitgebracht, en Over de Muur (een verzoek van het Komitee Kruisraketten Nee in 1983) werden megahits.

Maar Klein Orkest werd een sleur voor Jekkers en zo maakte hij de belangrijkste switch in zijn carrière, de overstap naar het cabaretpodium. En die was ook noodzakelijk. ‘Na Klein Orkest had ik geen gulden meer. Ik had alles uitgegeven en opgezopen. Onder het motto: we gaan wel zuinig doen als het op is. Daar heb ik ook geen spijt van, maar ik was wel blij dat ik een tweede kans heb gekregen.’

Degene die Jekkers met zijn debuutprogramma 2 x 3 kwartier uit 1988 heeft gezien, herinnert zich waarschijnlijk nog wel een verlegen man met gitaar die voornamelijk naar zijn eigen schoenen keek en nog wat stuntelig zijn conferences afwerkte. Maar die zag ook iemand met een volstrekt eigen geluid. Gevoelig, zonder sentimenteel te zijn en met grappen uit het persoonlijke leven die alleen nog maar beter gebracht moesten worden. Een talent dus, en dat zag in tweede instantie ook Joop Koopman van Impresariaat Lumen, die hem met zachte, maar besliste hand ging coachen. ‘Die man was balsem voor de cabaretziel.’ In de volgende programma’s leunt Jekkers heel sterk op zijn jeugdherinneringen in Den Haag, de dwarse types, het eindeloos ouwehoeren in de koffietent, de oergeestige en soms onuitstaanbare familie bij verjaardagen. 

LEES  Zes Brabantse culturele instellingen krijgen toch subsidie: Ontdek welke!

Er wordt in het laatste decennium van de vorige eeuw zoveel verdiend dat Jekkers een grachtenpand in Utrecht kan kopen en zich dertien jaar kan terugtrekken op Ibiza, waar hij een huis met zwembad en gastenverblijf laat bouwen. Daar, ver van het feestdeel van het eiland, is hij totaal gelukkig.

Na die rustpauze heeft Jekkers de draad weer opgepikt, ook met Klein Orkest. Heel interessant zijn de hoofdstukken over de samenwerking met zijn vriend Jeroen van Merwijk, die het maar moeilijk kon verkroppen dat Jekkers wél bomvolle zalen trok, terwijl hij met door de recensenten en vakbroeders enorm gewaardeerd materiaal in de matig gevulde kleine zalen bleef steken. De twee verschillende stijlen, de afstandelijke, enigszins arrogante intellectueel, die het publiek wil uitdagen en sarren en de goedlachse volksjongen, die niet zo moeilijk wil doen, kleurden mooi in het programma Als we zo vrij mogen zijn uit 2015. Het was voor Van Merwijk een genot om ook eens in uitverkochte grote zalen te staan. Hij had er het liefst nog een programma aan vastgeknoopt, maar Jekkers werd gek van de bemoeizucht van de tweede vrouw van Jeroen van Merwijk. 

Corona en whisky
In de coronatijd voelde Jekkers zich veiliger in Nederland dan op Ibiza. Maar toen ook zijn toenmalige vriendin besmet raakte, bleef er in zijn flatje (zijn grachtenpand is verkocht, en hij woont in de flat die hij voor zijn moeder heeft gekocht na de dood van zijn vader) nog maar één ding over, de drank. Ook toen de beperkingen waren opgeheven en Jekkers weer op het podium kon, bleef hij doordrinken, tot zijn nieren het begaven van een fles whisky per dag. Dit was nog een graadje erger dan de depressie waar hij in zijn studententijd in Groningen tegenaan was gelopen. Geen zin in de studie en zijn geliefde in Den Haag maakte het uit. 

Maar ook dit keer krijgt hij de boel weer op orde en de loopbaan wordt mooi afgerond met de tournee van In mijn liedjes kan ik wonen en een plezierige zondagmiddagserie in de Haagse Schouwburg, waarmee hij de traditie van Paul van Vliet voortzet. Met het bereiken van de leeftijd van 75 jaar, zag Jekkers dat het wel genoeg was. Net zoals hij domweg gelukkig in Den Haag in de jaren vijftig en zestig was, heeft hij ook niks te wensen op Ibiza en hoeft hij nu veel minder te pendelen tussen zijn mediterrane paradijs en Nederland. 

LEES  Roy Peters Nieuwe Leider Dood Paard: Revolutionaire Veranderingen Verwacht!

De Haagse, Utrechtse, Spaanse popzanger en kleinkunstenaar kan terugzien op een bijzonder goed gevulde prijzenkast: Annie M.G. Schmidtprijs voor Terug bij af (1991), een Edison voor het album Roltrap naar de maan van Klein Orkest (1986), een Zilveren Griffel voor Ballade van de dood met Koos Meinderts (2009), een Gouden Plaat voor Het beste van Klein Orkest uit 1987, en de Scheveningen Cabaretprijs voor Met goudvis naar zee in 1993.

Net iets te intiem
De biografie is door Van Leeuwen geschreven op basis van vele gesprekken met Jekkers in zijn bescheiden flatje in Utrecht en zijn comfortabele huis op Ibiza. Jekkers voerde de regie in die gesprekken en had ook het laatste woord voor de publicatie. Zo wilde hij dat in ieder geval de namen van zijn ex-partners gewijzigd werden, met uitzondering van Marijke, zijn allereerste liefde, die na haar scheiding tevens zijn huidige geliefde is. Door deze autorisatie-constructie blijft voor de lezer steeds de vraag hangen of scherpere vragen niet tot wat meer diepgang zou hebben geleid. 

Ook de vorm die Jekkers en Van Leeuwen hebben gekozen is wat ongemakkelijk. Deels worden de gesprekken beschreven en deels is het vraag en antwoord. Het is allemaal net iets te intiem en dus voor een biografie enigszins onbevredigend. Daarbij werd deze recensent regelmatig kriegelig van zinnetjes als ‘Harrie kijkt me veelbetekenend aan’ of ‘Harrie klinkt wat meer beschouwend, maar heeft nog steeds die glimlach op zijn gezicht’ of ‘Harrie klinkt niet zielig of teneergeslagen. Maar de lach die hem zo kenmerkt is even verdwenen.’

Met andere woorden: er had meer in deze (waarschijnlijk laatste) biografie van Harrie Jekkers gezeten. En dat is jammer, want het is een bijzondere gozer.