In de vroege jaren zeventig vertrekt Nicoline Nagtzaam, net afgestudeerd aan de regie-pedagogiek opleiding van de Theaterschool in Amsterdam, naar Milaan. Ze gaat daar samenwerken met een van de meest invloedrijke theaterregisseurs van die tijd, Dario Fo (1926-2016), bekend om zijn revolutionaire politieke theater. In haar boek Jaar van kabaal en liefde reflecteert Nagtzaam op een jaar doorgebracht in de nabijheid van deze ‘meester van de kunsten’.

Op 21 juni 1973 bracht de Internationale Nieuwe Scène uit Antwerpen Fo’s stuk Mistero Buffo naar het Amsterdamse Stadsschouwburg. Deze uitvoering wordt gezien als een van de topuitvoeringen uit Vlaanderen en markeerde Fo’s internationale doorbraak. Als theaterstudente was Nagtzaam daarbij aanwezig. ‘Die voorstelling was een openbaring en wakkerde ook mijn passie aan’, schrijft ze in Jaar van kabaal en liefde. ‘Ik besloot dat ik meer over Dario Fo en zijn werk wilde weten.’

Nagtzaam beschrijft in haar boek haar tijd in Milaan en haar betrokkenheid bij Fo’s gezelschap, dat repeteerde in het Palazzina Liberty, een gebouw uit 1908 met een art-nouveaugevel, ooit onderdeel van een markt voor groente en fruit. Hier werkte Fo aan zijn nieuwste stuk Non si paga, non si paga! (Betalen? Nee!).

In Amsterdam was Nagtzaam al betrokken bij de nieuwste politieke theaterontwikkelingen en met medestudenten wilde ze een nieuwe geëngageerde theatergroep starten, onder het motto ‘Hun Strijd Onze Strijd’. Hun grote inspirator Bertolt Brecht was overleden, maar Fo was ‘kerngezond en vol energie’. Ze verliet Amsterdam en dompelde zich onder in de ‘Italiaanse chaos en passie’. Ze had Fo’s telefoonnummer, belde hem en kon naar het Palazzina komen om deel uit te maken van de groep, repetities bij te wonen, kennis op te doen en uiteindelijk zelfs mee te spelen. Langzaam werd ze een gewaardeerd lid van het gezelschap.

Haar boek, uitgegeven in eigen beheer, is een persoonlijk verslag van dat jaar dicht bij Fo, de hofnar van het Europese theater, de jongleur van het politieke engagement, de uitvinder van cabareteske satire. Zijn volkstheater was, zoals Nagtzaam het omschrijft, ‘open, direct en uit het leven gegrepen’. Dit is precies waarom hij in 1997 de Nobelprijs voor Literatuur ontving, voor zijn ‘rol in de traditie van middeleeuwse hofnarren die de macht bekritiseren en de waardigheid van de onderdrukten verdedigen’.

LEES  Theatermaker Meral Taygun vereerd: Portret onthuld in ITA eregalerij!

Nagtzaam beschrijft Fo’s werkwijze tijdens soms chaotische maar fascinerende repetities. Ze biedt een blik van binnenuit op hoe Fo en zijn vrouw Franca Rame (1929-2013) te werk gingen. Als buitenstaander uit Nederland sprak ze aanvankelijk nauwelijks Italiaans, en het was moeilijk om geaccepteerd te worden binnen de groep. Er was sprake van rivaliteit. Repetities leken soms meer op vergaderingen en werkbijeenkomsten dan op traditionele repetities. Rame zag ze als een grillige diva en Fo als een gedreven, soms ongrijpbare figuur.

Ook het theatercollectief La Commune komt aan bod, met hun manifest waarin Fo zijn theaterovertuigingen uiteenzet, gevoed door zijn communistische overtuigingen, anti-fascistische houding en verzet tegen de Christendemocratische Partij van zijn land: ‘Wij zijn een theatraal collectief; vanwege de discussies die onze stukken teweegbrengen, zijn we uit ons theater in de Via Colletta gezet. (…) We, De Commune, ervaren een toenemende systematische boycot door de politie en de gemeente.’ De Commune bracht volkstheater dat ten dienste stond van de klassenstrijd van de arbeiders.

Het ooggetuigenverslag van Nagtzaam over de werkwijze van het echtpaar Fo en Rame is uniek. Volgens haar verspilde Fo geen tijd aan analyse of interpretatie. Over de inhoud van de veelal door hemzelf geschreven stukken, zoals Non si paga…, werd niet gesproken. Toch was Fo zeker ook tekstgericht, zoals Nagtzaam opmerkt: ‘Wat mij verbaasde, was de puur tekstgerichte regie-aanpak van Dario.’ Fo benaderde zijn stuk ‘muzikaal, voor hem was de tekst een partituur’.

Dit impliceerde urenlange, zelfs wekenlange, statische ‘tafelzittingen’ waarbij Fo ‘zinnenprikkelend’ omging met tekst én acteurs: ‘In principe draaide het om het kleuren, intoneren en ritmeren van de tekst.’ En: ‘Ritme is alles. Ritme houdt de boel bij elkaar. Alleen dan ontstaat er een onderstroom, een dynamiek die het spel als het ware gratis richting einddoel draagt.’

Fo greep meteen in als iemand een accent legde dat hem niet beviel en deed het dan voor: ‘Wanneer hij zijn eigen tekst deed, kwam die immer onovertroffen muzikaal, speels en kleurrijk over tafel.’ Fo’s niet aflatende strijd tegen de ordehandhavers van de stad – en van Italië – die hem en zijn collectief onophoudelijk dwarsboomden, geven een beeld van deze idealistische, geëngageerde theaterkunstenaar.

LEES  Nationaal Theater revolutioneert: Toegankelijkheid met slimme brillen!

Het boek is echter meer dan een getuigenis van het werk van Dario Fo en Franca Rame. In de tijd dat het boek speelt, heeft de auteur een geheime verhouding met componist Louis Andriessen (1939-2021). Die op dat moment getrouwd is en zijn huwelijk met gitarist, kunstenaar en therapeut Jeanette Yanikian (1935-2008) niet wil opgeven. Telefoontjes moeten stiekem gebeuren en Nagtzaam is continu verdrietig, verontwaardigd, jaloers. Vooral als hij niet belt en over de hele wereld reist, maar Milaan en Nagtzaam achteloos links laat liggen.

Andriessen wordt niet bij naam genoemd, hij heet nogal verhuld de Ware. Smachtende brieven van Nagtzaam aan hem zijn bladzijdenlang opgenomen, evenals de koele, afstandelijke en soms wél liefdevolle brieven van Andriessen zelf. Dat het Andriessen is, blijkt uit een foto op het omslag van het boek waar ze beiden op staan en verwijzingen naar Andriessens werk en zijn collega-kunstenaars van die tijd. Andriessen was trouwens een man van honderden minnaressen en misschien zelfs meer, zo blijkt ook uit de recente biografie van Jacqueline Oskamp met als titel Groots is de liefde. Naderhand dienen zich ook bij Nagtzaam meer minnaars aan, onder wie de Perzische Shiroe.

Het idee om een contrast aan te brengen tussen het politiek bewogen Italiaanse jaar en de fatale liefde die Nagtzaam telkens weer met Nederland verbindt, is sterk. Het geeft een mooie Schwung heen en weer: liefde en politiek, Nederland en Italië, liefdesverlangen en theatrale vervulling. Maar op een gegeven moment wordt het lezen van die eindeloze reeksen liefdesaffaires en moeizame verhoudingen behoorlijk corvee. Het is te veel, de vele tientallen lange brieven, bovendien erg privé. Wil ik dit wel weten? Het gedoe in bedden. Nagtzaam heeft het zelf ook beseft door opeens zichzelf in die liefdesverwikkelingen met Andriessen als een ‘ze’ te introduceren, als derde persoon. Maar het gebrek aan distantie blijft aanwezig.

Ander nadeel van het boek is het gebrek aan eindredactie. Op bijna elke bladzijde staan lelijke afbrekingsfouten, er is een katern verkeerd ingenaaid, er wordt gezondigd tegen de juiste titelbeschrijving, zinnen ontsporen, er staan fouten in namen. Ook door het summiere gebruik van alinea’s lijkt het werk het meest op een driehonderd dichtbedrukte bladzijden uitdijend dagboek. Er is geen onderscheid tussen hoofdlijnen en details. Dat is jammer, omdat er toch gloedvol geschreven passages in staan. Het omslag is ontworpen door Rieks Swarte, met een kleine dertig zwart-witfoto’s, vaak wazig afgedrukt. Helaas ontbreekt een fotoverantwoording. Wie staan er allemaal op die foto’s?

LEES  Franse Journaliste Interviewt Anne Teresa De Keersmaeker: Exclusieve Reeks Onthuld!

Als Jaar van kabaal en liefde een geconcentreerd verslag was geweest van dat enerverende jaar van ‘kabaal’ rondom en met Dario Fo, dan had het een indruk achtergelaten over het politieke theater van die tijd. Nu sneeuwt Fo steeds meer in en raak je als lezer het overzicht in een stroom van woorden kwijt. Toch wil ik met een waardevol citaat over Fo eindigen, want daar draait het per slot om als je in theater bent geïnteresseerd. Interessant is dat Dario Fo werkt met onaffe teksten en teksten met ‘gaten erin’, zoals uit het volgende blijkt:

Het onaffe van de Non Si Paga voorstelling, daar ging het hier juist om. Het belang van gaten. Een onaffe voorstelling vertoont gaten en oneffenheden. De oneffenheden bieden ruimte voor een onorthodoxe omgang van de spelers met het materiaal. De gaten de noodzakelijke ruimte voor invloed van het publiek. Het tekstmateriaal mocht dan conventioneel van structuur zijn, de omgang er mee was dat niet.