‘Laat ik vooropstellen dat alles wat vanavond wordt verteld waar is’, begint Hanneke van der Paardt, theatermaakster, terwijl ze op een kruk staat om over de menigte heen te kijken in het knusse zolderzaaltje van Theater de Richel.
Onder in de hal proberen nog ongeveer vijftien personen die geen tickets konden krijgen een plaatsje te veroveren om toch de avond bij te wonen. Officieel is er geen plek meer, onze benen zitten tegen elkaar gedrukt, maar er worden nog enkele stoelen bij geschoven zodat iedereen kan zitten. Miranda Prein verwelkomt het publiek. Zij is actrice bij het toneelcollectief Maatschappij Discordia, de organisatoren van deze avond.
Deze avond maakt deel uit van het toneelstuk WOOLF – ZADIE – EN WIJ, dat geïnspireerd is op het leven en werk van Virginia Woolf en Zadie Smith. Het is het veertiende deel van de serie Weiblicher Akt, toneelstukken vanuit een vrouwelijk perspectief. Naast Prein staat theaterregisseur Zephyr Brüggen, die ook te zien was in een vorige editie van Weiblicher Akt. Zij hebben samen zes vrouwelijke theatermakers uitgenodigd om gedurende drie avonden samen te komen en een voorstelling voor te bereiden, die op 23 januari in première gaat.
Prein introduceert schrijfster Niña Weijers, die opstaat voor het publiek. ‘Ze wilde me voorstellen als een expert op het gebied van Woolf, maar als vrouw noem ik mezelf liever een liefhebber’, zegt Weijers. In plaats van een voorbereide speech, heeft ze op Woolf’s wijze korte notities gemaakt die ze improviserend bespreekt. Ze introduceert het boek dat centraal staat deze avond: A Room of One’s Own.
Het essay, geschreven door Virginia Woolf in 1929, behandelt wat vrouwen nodig hebben om te kunnen schrijven en zichzelf te uiten. Woolfs antwoord hierop was vijfhonderd pond en een eigen kamer die op slot kan. Op deze avond geven de aanwezige vrouwen hun eigen interpretatie van deze vereisten in de huidige tijd.
De keuze voor de zolderzaal is niet toevallig; het voelt intiem en onafgewerkt. Aan de muren hangen vellen papier met notities, een beamer toont verschillende boekomslagen van het besproken werk, er wordt getekend met houtskool, geborduurd en de kamer is bezaaid met stapels boeken en kranten. De vrouwen dragen wat ze willen, van casual blazer en jeans tot een formele galajurk. Het is hun eigen ruimte, waarin wij tijdelijk mogen meekijken.
Stuk voor stuk delen de vrouwen hun verhalen. Actrice Elvis de Launay spreekt over het kantoortje van haar vader en haar voorkeur voor een eigen ruimte in plaats van een kamer. Van der Paardt bespreekt praktische zaken zoals de noodzaak van papier, en dus bomen en een vrachtwagen om het te vervoeren. Actrice Nadia Amin legt de vijf voorwaarden voor creativiteit uit volgens John Cleese, beginnend met de ‘open-modus’, terwijl actrice Sam(ya) Ghilane tekent. Sheralynn Adriaansz, actrice en artistiek directeur van Likeminds, beschrijft haar tuinhuis als haar kamer. Actrice Maureen Teeuwen spreekt met haar moeder, die haar Amsterdam heeft gegeven.
Tussen de verhalen en scripts door gebeurt iets unieks: de vrouwen introduceren elkaar. Iedereen heeft een tekst geschreven over een andere vrouw, waarin ze haar kort beschrijven en presenteren aan het publiek. De ene doet dit uitbundig, de ander zit recht voor haar en fluistert bijna. Ze plaatsen elkaar op een voetstuk omdat ze weten dat dit zelden gebeurt. Ze hebben bewust gekozen voor deze vorm, waarin ze elkaar steunen en een front vormen. Hun kamer staat voor gelijkwaardigheid, waar vrouwen elkaar niet hoeven neer te halen om zichzelf te kunnen zijn en te groeien, wat bekend staat als het krabbenmandeffect. Wanneer ze dit doen, voelt het eerst wat onwennig, wat misplaatst. En dat maakt ons bewust van het feit dat we niet gewend zijn dit te zien. De reacties op de introducties zijn divers, van genieten van de aandacht tot wegkruipen achter een krant of blozen. Op onze krappe stoeltjes weten we ons even geen houding te geven.
De kamer reist door de tijd, naar kamers uit het verleden en naar kamers die nog moeten komen. Maar we staan ook stil bij het heden, wanneer de vrouwen recente kranten erbij pakken. Prein telt de mannelijke namen op de voorpagina’s, en vindt slechts enkele vrouwelijke. Teeuwen vraagt zich af of zij zelf wel een kamer voor zichzelf hebben. Waarna Van der Paardt concludeert dat we die wel hebben, maar dat we het te druk hebben gekregen om er gebruik van te maken. Adriaansz besluit dat er beweging moet komen. Ze initieert een heupcirkel. Wat ongemakkelijk gelach bevestigt dat daar weinig ruimte voor is op de krakkemikkige stoelen, maar daar gaan we. Draaiend met de heupen openen we de bekken en laten we de vrouwelijke energie stromen.
Wanneer de zuurstof bijna volledig uit de zolderzaal lijkt te zijn verdwenen, vult de ruimte zich met nieuwe energie wanneer Brüggen haar tekst aan Woolf voordraagt. Na zelf aan Cambridge gestudeerd te hebben, waar ook Woolf student was (en niet op het gras mocht lopen omdat ze vrouw was), beseft ze hoeveel er veranderd is in die bijna honderd jaar. Het essay heeft niets aan kracht ingeboet, maar nodigt wel uit om opnieuw na te denken over hoe die kamer eruit moet zien. Brüggen eist geen kamer meer, want die heeft ze. Daar is ze geen vrouw, maar gewoon zichzelf. ‘Ik wil geen kamer, ik wil de wereld’, deelt ze met ons.
Vlak voor het buigen wagen ze zich aan een vertolking van I’m Every Woman. Daarmee sluiten ze het toonmoment af, maar de avond is nog niet voorbij. Weijers vraagt aan de actrices en het publiek hoe er in honderd jaar iets is veranderd. Veel en soms ook zo weinig. ‘Maar dat we hier staan en ons geld hiermee verdienen, daar zou Virginia trots op zijn’, zegt Van der Paardt. Er wordt instemmend geknikt. Tja, wat zou Woolf ervan vinden? Hoewel ze haar tijd ver vooruit was, zien we nu ook haar blinde vlekken. Maar dat is hoopvol, het feminisme heeft zich mogen ontwikkelen.
Iemand uit het publiek vraagt aan de actrices wat het proces hen heeft gebracht. Ze hebben drie avonden samen doorgebracht, vertellen ze, waarbij er lekker werd gekookt en vooral veel werd gepraat en gedeeld. Ghilane beschrijft hoe velen van hen behoefte hadden aan samenzijn. En plots zie ik ze samen zitten, alleen in een kamer, pratend. Ze twijfelen, denken na, lachen en het mag allemaal. En ik zie ook al die andere vrouwen in vrouwencafés, die zich vormden tijdens de tweede feministische golf. Praten, praten en praten. Deze avond zet de traditie van mondelinge geschiedenis voort die ongelofelijk belangrijk was en is voor vrouwenrechten. En dan hebben we het over zoveel nog niet gehad.
Vergelijkbare berichten
- Ontdek nu: Wie maken kans op de BNG Theaterprijs 2025?
- Brigitte Bardot woedend: “Ik leef nog!” Misverstanden rond haar gezondheid.
- BN’ers in de Politiek: Ontdek Wie Zich Kandidaat Stelt voor de Tweede Kamer!
- Operettester Kitty Knappert Overleden op 95-jarige Leeftijd: Een Tijdperk Ten Einde
- Ontdek waarom Will Koopman Elise Schaap weigert in Gooische Vrouwen: De echte reden onthuld!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.