Annet Bremen heeft op vrijdag de Toneelschrijfprijs in ontvangst mogen nemen voor haar theaterwerk F*CK LOLITA. Het lovende juryrapport wordt gezien als een essentiële beschouwing van de staat van theaterteksten, en delen we daarom graag volledig met onze lezers.

Goedemiddag

Realiseert u zich wel hoe uniek het is dat een groep mensen samenkomt om een onderscheiding te overhandigen aan iemand die zich maandenlang afsloot aan een bureau om diepgaand na te denken over de wereld, nauwkeurig te voelen wat dat intern teweegbrengt; en vervolgens de pen op papier – of de vingertoppen op het toetsenbord – te zetten en iets wonderbaarlijk moois, fantasierijks en waardevols te creëren? Iets dat aanzet tot denken, dromen, huilen, lachen, zuchten, ademen, spelen.

Begrijpt iemand echt nog hoe bijzonder dit tegenwoordig is?
Dat iemand tijd neemt, steelt, krijgt, claimt om in alle rust en concentratie echt grondig na te denken over de wereld en daar iets aan toe te voegen dat voornamelijk – eigenlijk uitsluitend – de wereld vooruit helpt, kleurrijker, inclusiever, zachter, zorgzamer, vreedzamer, gezonder, vrolijker en zeker niet bedreigender, wantrouwender of oorlogszuchtiger maakt.

Anekdote. Ze zitten vooraan. Mijn medejuryleden. Schrijfster en dramaturg Anna Maria Versloot. Schrijver en theatermaker Enver Husicic. Dramaturg Karim Ameur. Plus de gepassioneerde en vaardige begeleiders van onze juryvergaderingen bij Fonds Podiumkunsten NL: Suzanne Jansen, Jenny Mijnhijmer en Saskia Driessen.

Juryleden rond tafel met manuscripten en aantekeningen
De jury leest en bespreekt de ingezonden toneelteksten.

Zij hielden de afgelopen dagen hun adem een beetje in. Het formuleren van ons juryrapport nam meer tijd in beslag dan gehoopt. Het kostte even voordat de tijd genomen, gekregen, gegrist, geclaimd kon worden om met alle rust, concentratie en de grootst mogelijke nauwkeurigheid te verwoorden wat de 84 teksten die we mochten lezen met ons deden. Ons vertelden. Ons lieten voelen. Waarom die teksten 84 noodzakelijke cadeaus aan deze wereld zijn.

Want dat: tijd nemen om te richten op wat echt belangrijk is; goed nadenken over de wereld, en over welke prachtige woorden die wereld nodig heeft, wordt alarmerend genoeg een schaars goed. Terwijl dit juist het allerbelangrijkste is in zowel een persoonlijk leven als in een maatschappelijk leven.

Begrijpt iemand in deze zaal écht hoe gevaarlijk deze ontwikkeling is?
We leven in een wereld waarin het belang van inhoud steeds vaker overschaduwd wordt door het belang van profilering, van vorm, van catchy communicatie, van Instagramgeschikte quotes. Quotes zijn verleidelijke dopaminebommetjes. Met zo’n bommetje raak je even een hart; een hoofd misschien. Maar je dringt zelden echt binnen tot de essentie van iemand. Daarvoor is er meer tijd nodig, meer letters, meer verbeelding. Dat is alles wat een theatertekst wél heeft.

Dat besef maakte de sfeer rond de juryvergadertafel zowel feestelijk als plechtig. Begin juni vlogen we de vergaderruimte in, direct vanuit levens die onder druk staan van alles wat bestaan in deze samenleving uitdagend maakt.

We belandden in een serene, van toewijding en concentratie bruisende rust die vergelijkbaar is met de rust in een theater. Of in deze zaal. We sloten de deur en werden ontroerd en geïnspireerd door de onwaarschijnlijke impact die het lezen van de teksten op elk van ons had.

LEES  Lisa Wiegel: Nieuwe Programmeur Locatietheater voor Oerol Festival!

84 verzoeken aan de wereld
Precies 84 ingezonden Nederlandstalige toneelteksten die tussen 1 januari 2025 en 31 december 2025 voor het eerst zijn opgevoerd in de Lage Landen lazen Anna Maria, Enver, Karim en ik.

Stapels toneelteksten op een tafel
Precies 84 ingezonden Nederlandstalige toneelteksten vormden de selectie.

Lazen.

Wat een saai woord.

We beleefden 84 teksten.

Zal ik in één zin – of beter, een vraag – trachten te vatten wat we beleefden?

Het is een persoonlijke vraag die ik het liefst discreet aan elk van u apart zou stellen. Maar dan krijgt de organisator van deze prijsuitreiking een crisis. Terecht. Dus ik stel de vraag van hieruit één keer, gericht aan elk hart en hoofd dat zich hier in deze zaal bevindt.

Hoe gaat het vandaag met je mama?

Sommigen van u katapulteer ik nu kort naar het ouderlijk huis, waar dan ook ter wereld. Of naar een fijne flat aan zee, of in hartje Amsterdam. Of naar een huis waar ouderen wonen. Of naar een zorginstelling. Anderen moeten een krop wegslikken en even schielijk als schichtig naar boven kijken waar, misschien, een hemel en de moeder is.

Zo’n vraag katapulteert je meteen naar je meest gevoelige kern.

Dat is wat opvallend veel auteurs en hun teksten de afgelopen maanden met deze jury deden. Ons naar onze meest gevoelige kern brengen, door te focussen op een moeder hebben of gehad hebben, moeder mogen of willen zijn, moeder mogen worden op de mooist mogelijke manier. Moeder willen worden maar het het niet mogen zijn. Of als vader of man moeder mogen zijn.

Nu er een schaduw van oorlog over onze levens hangt, vertaalt het besef hoe waardevol leven en leven geven is, zich in theaterteksten – en literatuur – die opvallend vaak lijken te focussen op het gegeven ‘moederschap’. In de meest brede zin van het woord. Enkel vrouwen kunnen bevallen, maar elke mens kan een moeder zijn voor haar, hun en/of zijn medemens. Vanwaar die focus? Misschien omdat we collectief snakken naar een beleid dat als een moeder voor de wereld zorgt?

Dit uitgangspunt leverde dit jaar een selectie theaterteksten op die even persoonlijk als herkenbaar zijn.

Teksten waar enkel een kind het hoofdpersonage van kan zijn.

In die selectie zaten enkele parels van jeugdtheaterteksten. Dat zijn niet zozeer teksten die enkel maar geschreven zijn voor de jonkies onder ons. Het zijn bovenal teksten van schrijvers voor wiens verhaal een kind het geknipte hoofdpersonage is.

Casper Vandeputte leverde daarbij mogelijk een van de meest verfrissende, intrigerende, grappige én nodige teksten. In zijn Alleen maar lieve jongens wordt Zeno door zijn twee papa’s opgevoed. Maar daar krijgt hij op school commentaar over. Want ‘twee papa’s hebben is niet normaal’. De tekst is een even speels als secuur gecomponeerd antwoord op wat ‘normaal’ zijn dan wel is.

Ook Bart Van Nuffelen leverde een belangwekkende jeugdtheatertekst af. Hij sloot zich op in een klas pubers – u mag dat letterlijk nemen – en zocht met hen woorden. Woorden die vertellen wat er met een van hun klasgenootjes – een kind op de vlucht – gebeurde. Het resultaat kreeg de titel Fatilou M. En dit is het slotakkoord: Fatilou is weg van hier / Ze is vertrokken / Naar de planeten / En de sterren ver daarachter / Ze trekt strepen daartussen / Maakt nieuwe sterrenbeelden / Voor een nieuwe tijd.

Jip Vuik wist evenzeer dat kinderen voor zijn verhaal de juiste hoofdpersonages waren. Met Klassencarrousel schenkt hij de wereld een treffende theatertekst die het circusleven en circusjargon met acrobatische zwier hanteert om maatschappelijke structuren en vooroordelen door te lichten. Citaatje: ‘We zijn allemaal domkoppen / als we ineens ergens anders zijn / waar we niet weten hoe het werkt / allemaal.

Eveneens te vermelden: hoe Sabrina Nabermacnack in Mijn moeder is een mens. Ik ook ons collectief hongerig maakten naar méér letters van haar pen omdat ze op een o zo intieme manier een groot, belangwekkend verhaal vertelt dat ontbreekt in de theaters. Ik citeer: ‘Ik heb iets ontdekt. Het zijn er twee. Twee ziektes. SM en MS. Ik weet niet precies welke mama heeft. Ik weet alleen dat een van de twee grappig is en de ander niet. Als ik bijvoorbeeld MS zeg, dan begint iedereen te lachen, maar dan weet ik niet of ik nou MS of SM heb gezegd. Mama heeft de nietgrappige.’

Omdat de wereld snakt naar moederlijkheid

LEES  Ontdek de waarheid over Gerard Cox: Alles wat je dacht, kan nu weg!

Maar dus ook schrijvers die met volwassen personages aan de slag gingen, gebruikten opvallend vaak een ouder- of moederfiguur als centraal personage. Of beter: als gids door een wereld waarover en waaraan ze een cruciaal verhaal kwijt willen.

‘Ik wou dat ik de taal had van Sarah Sluimer’, prevelde een van de juryleden. Die taal in Sluimers rakende En ze maakte een kind is helder, zintuiglijk en schept een utopische vrouwenwereld. Zo herschrijft Sluimer een gans wereldbeeld. Zij bevraagt alle kanten van het moederschap op een even geestige als doordringende manier. Citaatje. En ik werk me echt helemaal te pletter./ Maar ik zorg me ook helemaal te pletter. / Ik zorg voor jullie, bijvoorbeeld. / Voor iedereen die naar me komt kijken. / Ik wieg mijn stem. / Veeg het snot van mijn woorden. / Heb slapeloze nachten, omdat een lied me wakker houdt. / Maar nu het bijna zo ver is dat ik geen kinderen meer /kan krijgen./ Nu ik bijna geen keuze meer heb, / valt het opeens bij me binnen. / Wat nou, muur tussen de moeder en de kunstenaar? / Waarom gaan die twee niet samen?’

Sluimers tekst is uniek in zijn stijl. De feestelijk poëtische en literaire kwaliteit van haar tekst is een eigenschap die ook opvallend veel teksten kenmerkt. Veel auteurs begrijpen dat een tekst net dankzij een even uitgepuurde als virtuoze en eigenzinnige taal – niet te verwarren met spreektaal waaraan een dialectisch klankje hangt – weerhaakjes krijgt. Weerhaakjes waarmee de woorden zich voorgoed vastzetten in het brein van een lezer of luisteraar. Zo vergeten we nooit de razende taal waarmee Yannick Jozefzoon zijn monoloog King Cannabis de wereld in keilt. Een stuk dat, opnieuw, ouderschap als kapstok neemt om de wereld iets groters mee te delen. Of het Knooppunt van Frank Siera. Dat leest als een flits en gaat over een alles veranderende gebeurtenis in het leven van een mens, een ouder. In een flits.

LEES  Breaking: Actrice Esther Roord onverwachts overleden: Nederland in rouw

We reisden dankzij die 84 teksten dwars doorheen de wereld én de tijd. Want zo veel teksten hebben een enorme emancipatorische vibe en een vurige urgentie om – al dan niet via een omweg langs de geschiedenis – de mistoestanden in de wereld minstens aan te kaarten. ‘De realiteit is te belangrijk vandaag om het publiek er niet mee te confronteren’, stelde een van de juryleden tijdens de finale discussie. Iedereen was het daarmee eens. Toch kwamen er tegenstemmen. ‘We geven de prijs niet enkel omdat een stuk over die wereld gaat. Het draait om veel méér.’

Om wat?
Het draait om oorspronkelijkheid. Om de stem van de ongehoorde. Om vakmanschap. Om de machtige Don Quichote-achtige trek om de wereld toch een beetje beter te maken middels virtuoos gecomponeerde zinnen die harten doen zinderen. Om het publiek niet enkel tot bondgenoot te maken – personages zoeken opvallend vaak contact met het publiek, net nu we in tijden leven waarin contact maken moeilijker lijkt – maar dat perspectief van het publiek ook in vraag te stellen. Voorbeeldje? Het intrigerende Handle with Care van de Belgische performancetheatergroep Ontroerend Goed. Aan die voorstelling werkte per opvoering welgeteld één suppoost mee, en een kartonnen doos waarin alle aanwijzingen zaten voor de toeschouwers om er samen een bijzondere avond van te maken. Die tekst leest als een poëtische handleiding om terug te leren samenwerken en te rebelleren tegen vreemdsoortige regeltjes. Hier worden op o zo geestige, sprankelende wijze oogkleppen opgerekt over wat een theatertekst kan zijn.

We belandden gedurende die 84-teksten-tellende reis zelfs in een huis waar we onze ouderen onderbrengen en waar mensen te vaak tot een begrip worden gereduceerd, dankzij Nachtwacht van Rik van den Bos en Marieke van Veen. Een van de meest treffende passages? Dit: ‘Dhr morfine toegediend. / Dhr wil op dit moment niets / Dhr valt in diepe slaap / Dhr slaapt maar maakt regelmatig onrustige bewegingen / Dhr geeft aan dat de dood hem komt halen / Dhr zakt iedere keer weg. / Tuitbeker koffie.’

We lazen, lazen, lazen en laafden ons. We voelden ons allerminst alleen in een wereld waarin velen zich te vaak alleen en eenzaam voelen. Dat is de kracht en de functie van theater. Dat is de

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post