Lange tijd heb ik mij verdiept in het werk en de denkbeelden van Jiddu Krishnamurti (1895-1986), een spiritueel denker uit India die niets moest hebben van de titel ‘leider’. Hij was van mening dat iedereen zijn eigen pad naar inzicht moest vinden. Het merendeel van zijn publicaties bestaat uit lezingen of verslagen van dialogen en interviews. Krishnamurti stond erop dat zijn ideeën over spirituele vrijheid niet verworden tot een vaststaand systeem, theorie of ideologie.

Wat me vooral boeide was Krishnamurti’s opvatting over verlangen. In onze westerse samenleving wordt passie en begeerte vaak gezien als de drijfveer van het leven – wie streeft er niet naar een ‘groots en meeslepend leven’? – maar voor Krishnamurti was verlangen een bron van illusies en daarmee de oorzaak van veel leed en ongeluk. Verlangen creëert namelijk een gevoel van tijd en onrust, omdat voldoening en geluk naar de toekomst worden verschoven. Het heden is onbevredigend en de toekomst ongewis. Tussen deze twee beweegt het verlangen, blind voor de kansen van het hier en nu. Hoewel we vaak denken dat onze passies de belangrijkste leidraden in ons leven zijn en essentieel voor onze persoonlijke ontwikkeling, beschouwde Krishnamurti ze als de grootste bedriegers die ons afleiden van onze ware zelf.

Krishnamurti heeft mijn leven destijds niet ingrijpend veranderd, hoewel ik zijn inzichten nooit helemaal ben vergeten. Op een gegeven moment ben ik gestopt met het bestuderen van zijn werk. Ik kon hem wel begrijpen, maar het volgen werd moeilijker. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat het lezen van literatuur enkel illusies en onvervulbare verlangens opwekte. Zelf las hij voornamelijk detectiveverhalen, die tenminste eindigen met een oplossing van het mysterie of de moord, waarna je het boek kunt wegleggen en vergeten.

LEES  Amsterdamse Toneelschoolprijzen: Daan Buringa, Billy Morgan & Nilah Dönszelmann Vallen in de Prijzen!

Krishnamurti had natuurlijk wel een punt. Men hoeft slechts Don Quichot van Cervantes of Madame Bovary van Flaubert te lezen om te zien hoe literatuur en fantasie ons verlangen kunnen vormen en vervormen. En voeg daar nu films, televisie en nieuwe media aan toe… Ik wilde minder een slaaf van mijn verlangens zijn, maar zeker niet minder lezen. Ik wist misschien niet precies wat ik wilde, maar ik wilde beslist doorgaan met literatuur. Krishnamurti’s wijze woorden verdwenen onder het stof van stapels romans en poëzie.

Ik heb vaak teruggedacht aan die periode tijdens het lezen van Wat wil je dan? van Lot Vekemans. Hierin beschrijft zij een persoonlijke crisis, zowel relationeel als professioneel. De ondertitel van haar boek, ‘Over verlangen, verdwalen en je weg vinden’, laat weinig aan duidelijkheid te wensen over. Het is een verslag geschreven vele jaren na de crisis, gefilterd door latere levenservaringen, goed geschreven, met vaak indrukwekkende formuleringen. De lezer krijgt ook wat autobiografische context bij Vekemans’ belangrijkste theaterstukken ‘Zus van’, ‘Judas’ en ‘Gif’.

Maar het verslag is eveneens gekleurd door het jargon en vocabulaire van therapie- en zelfhulpboeken, die tegenwoordig overvloedig aanwezig zijn, zodanig zelfs dat het verslag onderdeel lijkt van die literatuur. Het verslag is geschreven in de schaduw van wijze woorden en adviezen van therapeuten, levenscoaches, goeroes, enzovoort. De titels van de vele korte hoofdstukken zijn veelzeggend: ‘Beweeg naar de ongewenste emotie toe’, ‘Loslaten en omarmen’, ‘Geef je over’, ‘Kritiek spiegelt je eigen waarden en normen’, enz. Hierdoor verdwijnt paradoxaal genoeg het persoonlijke enigszins uit het crisisverslag. De unieke emotionele chaos die elk leven kenmerkt, wordt vertaald in een vocabulaire van zelfontwikkeling en groeiend zelfbegrip. We praten over ‘fases’ in ons leven en sinds kort ook over ‘levels’, geïnspireerd door videogames, wanneer we het hebben over onze ervaringen. Het lijkt erop dat we niet anders meer kunnen praten over onze emoties.

LEES  Ontdek Nu: (On)Gehoorde Theaterkritiek op het Nederlands Theater Festival!

Ik herken de emoties, de pijn, de verscheurdheid, de twijfel, het zoeken, die gepaard gaan met crisissituaties, maar toch kan ik niet anders dan me afvragen: moet ik dit allemaal weten, dit verhaal van een persoonlijke crisis? Deze vraag is breder dan enkel dit boek. Tegelijkertijd is het boek van Lot Vekemans representatief voor onze tijd. Het openlijk praten over persoonlijke problemen, crises en mogelijke oplossingen is de kern geworden van hoe we over onszelf praten, naar onszelf kijken, kortom, hoe we onszelf presenteren.

Het intieme heeft diep doorgedrongen in het publieke domein. Dit betekent niet dat al deze reflecties over verlangen en kiezen, over noodzaak en vrijheid, over omgaan met angsten en belemmeringen, over onzeker zijn over de toekomst en zich beladen voelen door het verleden, over breken en opnieuw beginnen, irrelevant zijn. Integendeel. Maar ik vrees dat al dat zoeken naar evenwicht en zelfinzicht uiteindelijk een hopeloze zaak is. Als mens zijn we fundamenteel verlangend: als lustwezen valt de mens niet samen met zichzelf, maar met zijn verlangen naar ‘zichzelf’, wat per definitie altijd een ander blijft. Dit onvervulbare verlangen vormt zijn identiteit.

Wat wil je dan? Over verlangen, verdwalen en je weg vinden van Lot Vekemans is uitgegeven bij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2025, 178 pagina’s