Nederlandse scaleup speerpunt in Europese zonnepanelen, batterijen en chips industrie!

februari 16, 2026

resilicon-fabriek

Europa is sterk afhankelijk van China als het gaat om technologieën voor duurzame energie, zoals zonnepanelen en batterijen. Het Nederlandse bedrijf Resilicon streeft ernaar een essentiële rol te spelen in de Europese productieketens. ‘We hebben niet alleen de ambitie, we kunnen het ook waarmaken.’

In Europa wordt langzaam maar zeker erkend dat het beheersen van grondstoffen en industriële ketens meer inhoudt dan alleen concurreren op de markt. In een wereld waarin politieke krachten zoals de VS, Rusland en China invloed uitoefenen, worden niet alleen olie en gas gebruikt als politieke instrumenten. Dit geldt ook voor essentiële technologieën voor de energietransitie, zoals zonnepanelen en batterijen tot aan computerchips.

‘De productieketen van zonnepanelen omvat ongeveer vijf stappen. Als je een of twee van deze stappen mist in Europa, blijf je sterk afhankelijk van China’, legt ondernemer Jan Vesseur uit. ‘Je bent dan kwetsbaar als er economische druk wordt uitgeoefend voor politieke doeleinden.’

Jan Vesseur was tot augustus 2025 acht jaar de CEO van Solarge, een Nederlandse producent van zonnepanelen die hij co-oprichtte met Huib van den Heuvel en Gerard de Leede. Recentelijk werd Vesseur voorzitter van het publiek-private consortium SolarNL.

Ook is hij sinds november strategisch adviseur bij Resilicon, een Nederlandse scaleup die plannen maakt voor de bouw van een €900 miljoen kostende fabriek in Delfzijl voor de productie van zeer zuiver polysilicium.

Op weg naar een Europees ecosysteem

Polysilicium is een cruciaal halffabricaat voor zowel zonnepanelen als computerchips, terwijl bijproducten zoals silaangas belangrijk zijn voor batterijcomponenten. ‘Europa heeft slechts één polysiliciumfabrikant, het Duitse Wacker, die voornamelijk levert aan de halfgeleiderindustrie. Daarentegen domineert China de productie van polysilicium voor zonnepanelen’, aldus CEO Remco Rijn van Resilicon.

Rijn, een veteraan in de industrie, wil met de nieuwe fabriek in Delfzijl bijdragen aan een Europees ecosysteem voor groene industriële technologie. Zijn ervaring met chips dateert uit de jaren 1990, toen hij bij Philips werkte. Later bekleedde hij leidinggevende posities bij Shell en kredietverzekeraar Atradius.

Het Resilicon-team werkt momenteel aan het basisontwerp van de fabriek en de finale financiering. ‘Ik verwacht dat de definitieve investeringsbeslissing begin 2027 genomen kan worden’, zegt Rijn.

Nederlandse bijdrage aan ontwikkeling

China is leidend in de wereldwijde productie van zonnepanelen en bekleedt met Taiwan een sleutelpositie in de productie van batterijen en chips. Rijn stelt dat het opschroeven van de eigen productiecapaciteit helpt om de strategische positie van Europa te versterken.

LEES  Holie vs. Lotus: Explosieve Confrontatie Over Koekjesrechten!

‘Het is niet nodig volledig zelfvoorzienend te zijn, maar als je met een Europese industrie een aanzienlijk deel van de vraag kunt afdekken, maakt dat al een groot verschil’, zegt Rijn. ‘Bovendien hebben we nu de kans om dit duurzaam en circulair op te zetten.’

Nederland kan in Europa veel betekenen voor industriële ketens die cruciaal zijn voor de duurzame energietransitie. ‘Nederland is sterk in kennis op het gebied van halfgeleiders, zonne-energie en materiaaltechnologie voor batterijen, dankzij organisaties zoals TNO’, vertelt Rijn. ‘Veel innovaties ontstaan hier, maar vaak geven we deze kennis als een soort ontwikkelingshulp weg aan anderen die het verder ontwikkelen.’

Zelfstandige ketens ontwikkelen

Rijn benadrukt de noodzaak om zelfstandige industriële ketens voor groene energie te ontwikkelen. ‘Voor een nieuwe fabriek in Delfzijl is het gunstig dat er al een chemieplatform in de Eemshaven is. Als je daar polysilicium en silaangas produceert, wordt het aantrekkelijk om er ook een ingot- en waferfabriek, plus een anodefabriek voor batterijen, naast te zetten. Dit is allemaal positief voor de noordelijke regio die het de afgelopen jaren zwaar heeft gehad.’

Wat betreft de toeleveringsketen van zonnepanelen is er in Europa, naast een tekort aan eigen productiecapaciteit voor polysilicium, ook nauwelijks lokale productie van ingots en wafers. Europa loopt ook achter met de productie van zonnecellen.

Desondanks zijn er bemoedigende ontwikkelingen, stelt Vesseur: ‘In Spanje is Sunwafe bezig met het opzetten van een fabriek voor ingots en wafers met een jaarlijkse capaciteit van 20 gigawatt, waarvoor €300 miljoen aan financiering is verstrekt. In Frankrijk zijn bedrijven zoals HoloSolis en Carbon Solar van plan om zonnecellen en modules te produceren. De uitbouw van een Europees ecosysteem voor zonne-energie is dus niet alleen een ambitie, het is ook haalbaar.’

Nieuwe capaciteit toevoegen

De Europese Unie heeft als doel gesteld om tegen 2030 de capaciteit voor zonne-energie uit te breiden tot 700 gigawatt, terwijl er vorig jaar iets meer dan 400 gigawatt was geïnstalleerd. Dit betekent dat er jaarlijks ongeveer 60 gigawatt aan nieuwe capaciteit moet worden toegevoegd.

‘Voor elke gigawatt aan vermogen voor zonne-energie heb je ongeveer 2 kiloton polysilicium nodig’, berekent Vesseur. ‘Europa heeft in de Net Zero industry Act vastgelegd ongeveer 40 procent van de jaarlijkse groei van de zonnecapaciteit te willen bedienen met eigen productie. Dat komt neer op ongeveer 28 tot 30 gigawatt. Op jaarbasis heb je dan ongeveer 60 kiloton polysilicium van Europese bodem nodig.’

LEES  Heineken ontslaat duizenden: Nieuwe CEO staat voor grote herstructurering

Resilicon wil starten met een jaarcapaciteit van 13 kiloton. Vesseur: ‘Met extra investeringen kun je uitbreiden naar 26 en vervolgens naar 52 kiloton. Als een aanzienlijk deel daarvan naar de zonne-industrie gaat, kom je in de buurt van die 40 procent dekking met Europese productie.’

Oude zonnepanelen hergebruiken

Resilicon heeft de ambitie om met de nieuwe polysiliciumfabriek voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid. De productie is gebaseerd op de zogenaamde Siemens-methode, die in de VS is geoptimaliseerd door Advanced Material Systems (AMS).

‘We hebben met AMS een exclusieve overeenkomst gesloten voor de rechten op het gebruik van hun technologie in Europa. We betalen daar eenmalig voor en hebben daarna ook de mogelijkheid om verdere procesinnovaties door te voeren’, zegt Rijn.

Een van de projecten waar Resilicon naar kijkt, is het hergebruiken van silicium uit oude zonnepanelen. Rijn: ‘Als we dit materiaal kunnen opwerken tot zeer zuiver polysilicium, wordt ons proces echt circulair. We willen dit samen met TNO onderzoeken, want hergebruik kan aanzienlijk schelen in de CO2-voetafdruk van polysilicium.’

CO2-voetafdruk verlagen

Het omzetten van metallurgisch silicium naar zeer zuiver polysilicium is een van de meest energie-intensieve stappen in de productieketen van zonne-energie en halfgeleiders. Schattingen voor de productie van polysilicium in China gaan uit van een gemiddeld elektriciteitsverbruik van 94 kilowattuur per kilo polysilicium.

Resilicon wil door procesinnovaties aanzienlijke efficiëntiewinst boeken. ‘We denken richting de 50 kilowattuur per kilo polysilicium te kunnen komen’, zegt Rijn. Als Resilicon hierbij groene stroom van windparken op de Noordzee kan gebruiken, en daarnaast voor het productieproces groene waterstof inzet, levert dat extra milieuvoordelen op.

Een energiezuiniger productieproces van polysilicium met lagere emissies kan onder andere de CO2-voetafdruk van zonnepanelen verder verlagen. Vesseur heeft de afgelopen jaren met modulefabrikant Solarge al ingezet op lagere emissies door te kiezen voor lichtere zonnepanelen zonder glazen bovenlaag en aluminiumframe. Dat zorgde voor een snellere CO2-terugverdientijd. Dit betekent het aantal maanden of jaren dat je groene stroom moet opwekken met zonnepanelen, om de CO2-uitstoot van de fabricage te compenseren.

Drie grote uitdagingen

‘Solarge heeft de CO2-terugverdientijd voor zijn zonnepanelen teruggebracht naar ongeveer 1 jaar, wat significant beter is dan Chinese zonnepanelen’, zegt Vesseur. ‘Als Resilicon onderdeel wordt van de toeleveringsketen, kan dat verder omlaag naar zes maanden.’

LEES  Quote 500-miljonairs: Ontdek waar je terechtkunt voor startup-financiering!

Als Europa zijn afhankelijkheid van China op het gebied van duurzame energietechnologie wil verminderen, zijn er drie grote uitdagingen. Leemtes in toeleveringsketens (zoals de productie van polysilicium en wafers) moeten worden opgevuld door voor elke productiestap een minimum aan eigen capaciteit te hebben.

Daarnaast moeten Europese producenten eerlijk kunnen blijven concurreren, ook als ze extra kosten maken door duurzamer te produceren. En tot slot moet Europa eigen producenten kunnen beschermen tegen prijsdumping, bijvoorbeeld wanneer Chinese producenten kampen met overcapaciteit.

Nu aan de slag

De Europese Unie heeft al de mogelijkheid om in te grijpen als Chinese producenten zich schuldig maken aan dumpingpraktijken. In de komende weken wordt er in Brussel ook besloten over de Industry Accelerator Act. Deze wet versterkt het wetgevend kader en versnelt het investeren in een duurzame industrie.

Sinds begin dit jaar is bovendien de Europese CO2-heffing aan de buitengrenzen officieel van kracht: het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Dit mechanisme is bedoeld om geïmporteerde goederen met een hoge emissievoetafdruk te belasten, ter bescherming van duurzame productie in Europa.

‘De CBAM-regelgeving geldt voor onder meer cement en staal, maar nog niet voor materialen als polysilicium’, zegt Vesseur. ‘Een uitbreiding van de reikwijdte van CBAM staat pas in 2028 op de agenda. Dat kan de prijzen van Chinese zonnepanelen in theorie flink beïnvloeden. Als je het verschil in CO2-voetafdruk per wattpiek doorrekent, zouden Chinese panelen 7 tot 8 cent per wattpiek duurder moeten zijn. Het duurt te lang om daarop te wachten. We moeten nu aan de slag.’

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., het platform voor duurzaam nieuws in het bedrijfsleven.

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post

Plaats een reactie

Share to...