Overleven in de Valley of Death: Deal afgeblazen slechts een week van tevoren!

juni 18, 2026

Valley of death

Miljoenen verzamelen, jarenlang aan een groot project werken en dan alsnog falen, zoals onlangs gebeurde bij Maeve Aerospace. Voor deeptech-scaleups, die aanzienlijke hoeveelheden risicokapitaal nodig hebben om te overleven, is dit een reële bedreiging. Twee ondernemers delen hun ervaringen over hoe zij hiermee omgaan.

Een hybride-elektrisch vliegtuig dat 96 mensen kan vervoeren en de CO2-uitstoot per vlucht met 40 procent reduceert. Dat was het streven van Jan Willem Heinen, CEO en medeoprichter van Maeve Aerospace.

Heinen was een pionier in de ambitie om vliegtuigen niet met vervuilende kerosine, maar deels met elektriciteit aan te drijven. Aanvankelijk werd deze visie enthousiast ontvangen. In 2022 wist Maeve 3,6 miljoen euro op te halen bij angel investeerders, gevolgd door een subsidie van 17,5 miljoen euro van de European Innovation Council (EIC) het jaar daarop.

Er waren samenwerkingen met vooraanstaande partners zoals vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney Canada en luchtvaartmaatschappijen als Delta en Japan Airlines. Heinens droom leek te gaan vliegen. Maar toen liep het spaak. Voor de volgende fase, het ontwikkelen van een prototype, was 20 miljoen euro nodig.

Dit bedrag was echter onvindbaar. De financieringsronde mislukte, evenals Maeve’s noodplan om faillissement te voorkomen: overname door een financieel krachtige partij. Eind mei werd het faillissement van de scaleup uitgesproken.

Honderden miljoenen vereist

Of het nu gaat om elektrisch vliegen, quantumtechnologie, fotonica of groene chemie, de ontwikkeling van toekomstige technologieën is geen sinecure. Deeptech-bedrijven zoals Maeve Aerospace hebben enorme hoeveelheden risicokapitaal nodig voordat ze rendabel zijn. Deze middelen zijn noodzakelijk voor het opzetten van testfaciliteiten, laboratoria, prototypes en demo-fabrieken, en uiteindelijk voor industrialisatie.

Tot die tijd wordt er weinig tot geen omzet gemaakt, laat staan winst. “En ondertussen raakt je bankrekening leeg”, zegt ondernemer Niels van Stralen, oprichter en chief growth officer bij de circulaire chemiefabriek ChainCraft. “Die druk voel je continu. Je weet dat er geld nodig is om te overleven. Dat is niet altijd prettig, maar het is de realiteit, ook voor investeerders. En soms gaat het fout.”

Dat erkent ook Jan Hendrik van Gilst, CFO bij biotechbedrijf The Protein Brewery. “Het faillissement van PeelPioneers was zo’n moment dat het besef echt binnenkwam. Dat trof me diep. Het zijn gelijken, we kennen elkaar. Het waren geen amateurs, ze hadden een prachtig bedrijf opgebouwd.”

LEES  Boskalis, Coolblue, VolkerWessels: Hoe één rijke familie stilletjes Nederlandse topbedrijven overneemt

Maar de fabriek van de circulaire schillenverwerker kampte met opstartproblemen, en aandeelhouders waren niet bereid extra geld te storten om door te gaan. Inmiddels heeft het bedrijf een doorstart gemaakt onder leiding van een voormalige zakenpartner: Rimmert de Jong, voormalig CEO van Royal Steensma.

Verouderend ecosysteem

De overgangsperiode waarin bedrijven de startfase weliswaar overleven, maar nog niet groot of winstgevend genoeg zijn om zelfstandig te bestaan, wordt de Valley of Death genoemd. Vooral in deze fase struikelen veel ondernemingen.

Dit leidt tot een ‘verouderend’ ecosysteem, zoals blijkt uit het Scaleup Dashboard 2025 van het Erasmus Centre for Entrepreneurship. In 2024 waren snelgroeiende bedrijven gemiddeld 16,7 jaar oud, een verdubbeling vergeleken met enkele jaren eerder. Volgens het rapport komt dit doordat jonge bedrijven vaker uitvallen.

Het State of Dutch Tech Report 2026 van Techleap toont aan dat slechts 21,6 procent van de Nederlandse startups uitgroeit tot scaleup, tegenover een Europees gemiddelde van 24,1 procent. Deeptechbedrijven vormen een positieve uitzondering; die groeien meer dan twee keer zo vaak door. Hoewel ze in Nederland maar 12 procent van het totale startup-ecosysteem uitmaken, zijn ze goed voor 41 procent van alle scaleups.

Zelfstandig worden

ChainCraft is een van deze bedrijven. De scaleup van Van Stralen produceert vetzuren uit voedselreststromen. Deze chemische bouwstenen kunnen worden gebruikt in smeermiddelen, schoonmaakproducten, persoonlijke verzorgingsproducten of diervoedingsadditieven, als duurzaam alternatief voor vetzuren op basis van aardolie en palmolie.

Het bedrijf ontstond in 2010 als spin-off van de Wageningen Universiteit en staat nu – na een lang traject – op het punt om de eerste commerciële fabriek te openen. Deze komt in Groningen, naast de fabriek van aardappelverwerker Royal Avebe, en gaat vetzuren produceren uit hun bijproduct: aardappelsap.

Voor de bouw van deze fabriek is 150 miljoen euro nodig. ChainCraft wil dit bedrag ophalen bij een consortium van grote vc’s en banken, plus subsidies. Van Stralen verwacht binnenkort de deal te kunnen aankondigen; de laatste details worden nu afgerond.

ChainCraft heeft al drie keer eerder groeigeld opgehaald, meest recent 11 miljoen euro bij bestaande investeerders Shift Invest, Horizon 3 en PDENH, samen met nieuwkomer Convent Capital. De nieuwe financieringsronde is volgens de ondernemer de laatste stap naar een zelfvoorzienend bedrijf.

LEES  Miljoeneninvestering voor Rival Foods en The Protein Brewery: Oprichter zegt 'het kostte jaren van mijn leven'

Risicomijdende en twijfelende vc’s

Dit is de moeilijkste ronde tot nu toe, vindt hij. “We halen geld op bij grote, institutionele investeerders die risicomijdender zijn. Waar investeerders in eerdere rondes soms nog bereid waren om door de vingers te zien, moeten nu alle risico’s gedekt zijn.”

Tot alle handtekeningen zijn gezet, blijft het spannend. “We hebben wat vertraging opgelopen”, zegt Van Stralen. “Volgens onze eerste planning zou de overeenkomst eind 2025 rond zijn. Maar dit jaar willen we de definitieve investeringsbeslissing nemen en het lijkt erop dat dat gaat lukken. Wat dat betreft zijn we nog steeds op schema.”

Toch kan het lot onverwachts omslaan, zoals Jan Hendrik van Gilst (The Protein Brewery) heeft ervaren. De scaleup kondigde afgelopen september een Series B-ronde van 30 miljoen euro aan, die eigenlijk al in april gesloten had moeten zijn.

“We zaten in de laatste fase van de contractonderhandelingen”, herinnert Van Gilst zich. “Op 10 april zouden we tekenen. Een week ervoor hoorden we dat de deal niet doorging. De leidende investeerder had twijfels gekregen en zich teruggetrokken.”

The Protein Brewery had op dat moment nog voor twee maanden geld in kas. “De financiële speelruimte was zeer beperkt”, zegt de CFO. “We hadden een paar weken om met de bestaande aandeelhouders een alternatief te bedenken. We maakten werkweken van 50 tot 60 uur.”

Goed getimde meevallers

De redding kwam van Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), die zich aansloten bij bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en Madeli. Deze investeerders bleven aan boord dankzij enkele goed getimede meevallers.

De scaleup produceert duurzame eiwitten via fermentatie in de vorm van het mycoproteïnepoeder Fermotein. Dit is rijk aan eiwitten en vezels en geschikt voor onder meer sportvoeding, gezonde voeding en zuivelalternatieven. Tijdens die hectische maanden meldde zich ook een grote speler in sportvoeding en supplementen als klant.

Van Gilst: “Dat gaf de investeerders – zowel bestaande als nieuwe – vertrouwen. Dit, samen met de twee Europese subsidies die we in dezelfde periode ontvingen en de goedkeuring van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), hielp enorm.”

Zelfs als alles goed gaat, kost geld ophalen veel tijd en aandacht. “Vijf jaar geleden was er nog veel geld beschikbaar”, zegt Van Gilst. “De rente was extreem laag, en al dat geld moest ergens heen. Wij profiteerden ook van de hype rond vleesvervangers en andere duurzame alternatieven voor proteïne.”

LEES  Diploma's Passé: Waarom Houding Nu Belangrijker Is Dan Opleiding Op De Arbeidsmarkt

Niet voor bangeriken

Het gebrek aan exits, het moment waarop veelbelovende bedrijven naar de beurs gaan of worden overgenomen, speelt volgens de CFO een rol. Zonder deze successen is er minder geld beschikbaar om in nieuwe ondernemingen te steken. “En hoe meer tijd je als oprichter of bestuurder moet besteden aan het zoeken naar financiering, hoe minder uren er overblijven voor je bedrijf. Wat best ironisch is, want investeerders willen juist snelheid en resultaat zien. Die snelheid maakt het werken bij een scaleup ook leuk, hè? Het is zoveel dynamischer dan een corporate rol.”

Van Gilst weet waarover hij praat. Voordat hij bij The Protein Brewery werkte, was hij directeur finance & control bij DSM. Droogjes: “Ik kan je vertellen: zulke situaties maak je daar niet mee. Dit is niet voor bangeriken.”

Het zwaard van Damocles dat permanent boven je bedrijf hangt, hoort er ook een beetje bij, voegt Niels van Stralen (ChainCraft) toe. “Die druk is er altijd, maar het is nu minder nieuw, minder spannend. Ik weet nu veel beter wat me te wachten staat.”

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post

Plaats een reactie

Share to...