Op YouTube kun je genieten van de charmante video Van boerin tot artist. Hierin wordt een vrouwelijke straatartiest, gekleed in een Volendammer kostuum, gevolgd door haar accordeonist na een conflict veroorzaakt door een elegante heer die haar aanspreekt. Ze vlucht weg en de muzikant zet de achtervolging in. De achtervolging strekt zich uit van Volendam tot de haven van Amsterdam en eindigt bij een theater. De vrouw rent het theater binnen, terwijl de man door de portiers wordt opgehouden maar uiteindelijk ook naar binnen glipt.

In een alternatieve versie eindigt de scène met een open T-Ford voor de deur van een theater in een Amerikaanse stad, met op het scherm de woorden: Arrival at the Grand Theatre Birmingham, At the Empire Kilborn of Arrival in Boston.

De ‘Volendamse’ artiesten uit de film zijn niemand minder dan de beroemde revuester Louisette en haar mentor en podiumpartner Chrétienni, die in de vroege twintigste eeuw op het hoogtepunt van hun roem waren. De video was destijds een innovatieve manier om het theaterpubliek in de juiste stemming te krijgen. Wanneer de video eindigde, rende het duo vermoeid van het rennen de zaal in om de show te starten.

Chrétienni en Louisette, die optraden als ‘Klaas en Trijn’, waren niet alleen te zien in theaters in Amsterdam of Breda, maar ook in Hamburg, Wenen, Medan in Sumatra, New Orleans, San Francisco, Chicago en New York. Vooral Louisette was een absolute wereldster.

In het gedetailleerde boek ‘Honderd jaar Amusement in Nederland’ (gepubliceerd in 1987, ter gelegenheid van Amsterdam als culturele hoofdstad van Europa) besteedt Jacques Klöters uitgebreid aandacht aan Louisette. Mogelijk heeft de theaterliefhebber in 2010 de muziektheatervoorstelling Zing nog eens, Louisette in De Engelenbak in Amsterdam bijgewoond. Tegenwoordig denkt men bij het woord ‘revue’ wellicht eerder aan André van Duin of Snip & Snap dan aan Louisette en Chrétienni. Een eerbetoon aan Danny van Zuijlen is op zijn plaats, die in zijn boek ‘De ster van de revue’ diep in het leven van Louisette is gedoken. Dit boek, dat gelijktijdig een verslag van grondig onderzoek, een roman en een autobiografisch verhaal is, vermengt deze elementen op een soms verwarrende manier.

Gedreven theaterhistoricus
Eerst en vooral verdient Van Zuijlen grote lof. Als een gepassioneerde theaterhistoricus heeft hij zich zowel fysiek als online door talloze binnen- en buitenlandse archieven gewerkt. Hoewel hij zich voornamelijk richtte op het Stadsarchief van Amsterdam, waar hij duizenden gedigitaliseerde documenten heeft bestudeerd, bracht zijn onderzoek hem ook naar archieven in België en de Verenigde Staten. Zijn lijst van secundaire bronnen is indrukwekkend.

LEES  Michiel Vandevelde: Ontmoet de Nieuwe Artistiek Leider van Kunstencentrum CAMPO!

Hij schrijft zeer gedetailleerd over het bijzondere levensverhaal van Louisette, dat begon toen het jonge zangeresje door haar assertieve moeder werd aangenomen als dienstmeid bij de gevestigde zanger en komiek Chrétienni, die haar tegelijkertijd artistiek onder zijn hoede nam. Na de dood van haar echtgenoot had moeder Paula het moeilijk met haar grote gezin. Chrétienni heeft ongetwijfeld het gezin gered van de ondergang.

Het rijkelijk geïllustreerde boek begint met een minutieuze beschrijving van een foto uit 1903. Chrétienni, geboren in 1885 in Brussel als Jean Chrétien, viert zijn vijftiende jubileum als artiest en wil dit markeren met een groepsfoto. Louisa van Guijtenbeek, nog in haar dienstbodeschort, staat naast de trots kijkende ster.

Louisa, die van haar mentor de artiestennaam Louisette krijgt, leert snel. Hij helpt haar haar Amsterdamse accent te verliezen, goed te timen en verhalend te zingen. Overdag schrobt ze de vloeren, maar ’s avonds steelt ze als artiest de show. Chrétienni realiseert zich al snel dat hij goud in handen heeft met Louisette, en niet lang daarna staat ze als een gelijkwaardige artiest naast hem. Met haar heldere stem, krachtige optredens en extreem lange haar dat tot haar enkels reikt, wordt zij de grote publiekstrekker in de revues van die tijd.

Een tournee door Nederlands-Indië werd gezien als een lucratieve onderneming voor artiesten. Louisette en Chrétienni verdienden goed van augustus 1906 tot maart 1907, ondanks de ontberingen van reizen en het minimale hotelcomfort in afgelegen gebieden. De planters genoten van het optreden van het meisje in Zeeuwse dracht of met een Jordanese rok, en van de coupletzanger in zijn strakke zwarte pak. Van Zuijlen haalt smakelijke anekdotes naar boven uit die reis en plaatst ze in de koloniale context.

De lovende recensies bereikten ook Amerikaanse producenten. Het duo werd uitgenodigd voor een Amerikaanse tournee van een half jaar, die hen langs steden in alle uithoeken van het land bracht. Ze traden op in grote vaudevilleshows, waar ook komieken, dansers, jongleurs en operazangers aan meededen. ‘The Two Hollanders’ brachten sketches, Louisette zong een nummer van Irving Berlin en samen voerden ze de klompendans uit:

Now darling mine before we go
Show them what we peasants know
Nothing fine with elegance
Just a simple peasant dance

De pers was zeer enthousiast. Het invloedrijke theatermagazine Variety schreef: ‘The girl has a certain amount of magnetism which, coupled with her ability, compels one to admire her.

LEES  #WijWerkenHierNietAanMee: Nederlanders Verzetten Zich Tegen Nieuwe Regel!

Na de tweede Amerikaanse tournee brak Louisette met Chrétienni, die vasthield aan het oude repertoire. Ze vond nieuwe muzikale inspiratie in de jaren twintig met de tango’s, bolero’s en ragtime jazz van de Joodse componist en tekstschrijver Armand Haagman. Geen vissersjurk, geen korset, geen struisvogelveren meer, maar een jurk met een open decolleté en een kort geknipt kapsel. Zij zong nummers met swing.

Haar nieuwe partner en geliefde overleefde de nazitijd niet. Maar ook het tijdperk Louisette liep na de oorlog ten einde. De grote aanbiedingen bleven uit. Schnabbelend en ruziënd sleet ze haar laatste jaren. De berooide en verwaarloosde voormalige ster kwam onder de aandacht van Wim Sonneveld en journalist Henk van der Meijden. Na een artikel in De Telegraaf werd het Blijvend Applaus-fonds opgericht voor hulpbehoevende artiesten. Zij overleed in een verzorgingstehuis in Laren op 20 juli 1965.

In het hoofd van Louisette en Chrétienni
Als Van Zuijlen zich strikt als een zakelijke biograaf had opgesteld, zou zijn boek over Louisette een kwaliteitsproduct zijn geweest, een waardevolle aanvulling op de theaterbibliotheek. Maar hij heeft grote delen als een roman geschreven om het boeiender en interessanter te maken. Op geforceerde wijze probeert hij in de gedachten van Louisette en Chrétienni te kruipen en hen gedachten toe te schrijven die op geen enkele manier te bewijzen zijn. Dit leidt in het hoofdstuk over Indië bijvoorbeeld tot zinnen als: ‘Misschien fluistert hij met een ondeugende glimlach in haar oor dat er verderop vast en zeker een tijger verscholen ligt. Maar in zijn armen is ze veilig. Probeer daar maar eens nee tegen te zeggen.’

Of over het in Amerika verdiende geld: ‘Zoveel bankbiljetten bewaarde Chrétienni vast niet in zijn koffer in het bagagerek. Wel in een geldbuidel onder je kleding. Ik stel me zo voor dat hij af en toe over zijn vest wreef om te controleren of de geldbuidel nog op zijn plaats zat, waarbij hij samenzweerderig naar Louisette knipoogde.’

LEES  Holland Festival 2026: Hildur Gudnadóttir schittert als gastartiest!

Op de voorgrond
De romanvorm op vele pagina’s is misschien nog enigszins te pruimen. Maar het is echt vreselijk hoe Van Zuijlen zichzelf voortdurend op de voorgrond dringt als biograaf met zoetsappige notities over hoe hij zich voelt en waar hij zich tijdens zijn onderzoek bevindt.

Een paar zinnetjes ter illustratie:

Als ik de tandpasta op mijn borstel knijp, ben ik in gedachten weer bij de familie.

Vanaf de parkeerplaats aanschouw ik het betonnen gebouw waarin het depot van het Allard Pierson huisvest. Nadat ik mijn auto op het zompige grasveld heb geparkeerd en naar het gebouw toeloop, moet ik opletten niet in de modder te stappen.

Op een middag zit ik in de keuken achter mijn laptop. Teun ligt weer eens op de stoel naast mij te soezen. Het geluid van de spoelende vaatwasser vult de ruimte. Ik neem een slok cola wanneer ik zie dat er een e-mail van Lisa van het Allard Pierson Museum binnenkomt.’

Een biograaf blijft op afstand en plaatst zich niet narcistisch naast de hoofdrolspeler. Het is jammer dat Van Zuijlen deze ongeschreven regel blijkbaar niet kent.

De ster van de revue. Het wonderbaarlijke leven van Louisette (1882-1965) door Danny van Zuijlen, Walburg Pers, 192 pagina’s, € 24,99. Meer informatie: louisette.nl