Het festival Beyond the Black Box was dit jaar toegankelijker voor het publiek dan ooit tevoren. Ondanks dat het programma de grenzen van traditionele voorstellingen en zeker de vierde wand doorbrak, waren de meeste optredens en installaties opvallend ontspannen in het creëren van een nieuwe vorm van betrokkenheid, anders dan wat men normaal van een black box-theater verwacht. Dit jaar was het niet zozeer een kwestie van in het donker zitten en toekijken hoe anderen op een fel verlicht podium acteren.

Het thema van deze editie was collectiviteit, specifiek gericht op de vraag hoe samenwerking tot stand kan komen. ‘Is het mogelijk om het collectief niet als een vast gegeven te zien, maar als een voortdurende onderhandeling?’ zo luidde de vraag in de festivalbrochure. Deze stelling roept enige verwondering op, aangezien collectiviteit zelden een vanzelfsprekendheid is in onze wereld, eerder het tegenovergestelde. Collectiviteit vereist constante en oprechte onderhandelingen, een zeldzaamheid in de praktijk.

Het programma en deze benadering van collectiviteit lijken hand in hand te gaan. De werken die ik zag van artiesten zoals Vinny Jones, YouYou Group, De Gasten, Jozef Wouters, King Sisters, Evelien Cammaert, Ontroerend Goed, Layla Önlen, Mahsa Koochak, Martha Canga Antonio, A Sekan Aka en hun teams, vielen op door de bewuste bemiddelende rol van de kunstenaars.

Samenzang speelde een belangrijke rol in de programmering, van dagelijkse interventies in de hal door YouYou Group, tot ochtendzang van de King Sisters, tot het theatrale concert van Martha Canga Antonio.

In Holy van Canga Antonio zoeken zangers en muzikanten elkaar op in toon, ritme of genre om een vorm van gezamenlijkheid te bereiken. Het stuk is niet opgezet vanuit één esthetische of disciplinaire hoek, hoewel het wel als muziektheater beschouwd kan worden.

De manier waarop het publiek wordt ontvangen in een net iets te kleine, hoge wachtruimte, waar een ijzeren maan trilt en zo de overgang naar de voorstelling inluidt, illustreert de poging om verschillende frequenties binnen een flexibel kader samen te brengen, hoewel er verwijzingen zijn naar muzikale en rituele tradities.

Door een inventief en donker lichtontwerp (van Inès Isimbi) en een constant draaiend decorstuk (van Jozef Wouters en Lila John), waar het publiek omheen moet bewegen om van scène naar scène te gaan, wordt de wereld verdeeld in steeds wisselende publieksgroepen en -posities.

Muzikaal en qua decor en ruimte is het werk uiterst precies. Helaas hebben de dans- en spoken word-bijdragen nog moeite om volledig in het geheel op te gaan. De dansen en teksten, die gaan over wederkerigheid, gevoel en identiteit, postkolonialiteit, zijn interessant, maar niet zo doeltreffend en transformerend als de bijdragen van andere performers, muzikanten en de ruimte zelf.

Aan het einde van de voorstelling bewegen alle performers met een groot schild voor zich, waarbij ze ofwel het publiek volgen of vooruitgaan, afhankelijk van het perspectief. Vervolgens beginnen de fysieke bewegingen de muzikale en ruimtelijke elementen te evenaren en lijkt het hele publiek langzaam deel te worden van een ritueel, waardoor de afstand en het ongemak die sommige bezoekers met sommige performers delen, tijdelijk worden opgeheven.

LEES  Milone Reigman & Anne de Loos: Nieuwe Leiders Toneelacademie Maastricht!

Een vergelijkbare ervaring, maar dan bij daglicht en zonder kostuums of teksten, werd gebracht door de YouYou Group uit Brussel in de entreehal van de Brakke Grond. Hoewel de groep soms nadrukkelijk de aandacht op hun eigen stemmen legt, bestaan de vocalisaties voornamelijk uit hummen, neuriën of chanten. Deze nadrukkelijke subtiliteit wordt gecombineerd met een verspreide en relatief spontane choreografie, waarbij de ‘neuriërs’ zich tussen het publiek begeven, dat gevraagd wordt de ogen te sluiten. De ruimte wordt een en al oor, ondanks de informele setting en het rumoer van de entree.

Terwijl toeschouwers met gesloten ogen zich proberen over te geven en soms van zeer dichtbij worden toegezongen, gaat het leven om hen heen gewoon door. Mensen arriveren bij de kassa, iemand loopt voorbij terwijl hij telefoneert, en er borrelt iets lacherigs of nerveus op uit de omstanders. De massale belichaming die het koor oproept, van niets anders dan aanwezig zijn op de plek en geraakt worden door de stemmen, is indrukwekkend. Als verspreide, zingende groep negeert én incorporeert YouYou de weerstand. De stemmen bemiddelen met enig fel geroep, maar meestal juist fluisterend en neuriënd, tussen de luisterende lichamen in de hal, die in grote getale meedoen.

Waar Holy al overtuigde met scènes zonder een overkoepelend verhaal, gaat YouYou Group nog een stap verder. Hier zijn zelfs geen scènes of woorden, noch een dramatisch decor. Ik neem aan dat andere toeschouwers net zoals ik al luisterend een bepaalde innerlijke reis maakten. Crossing, zoals het ‘koorstuk’ heet, verwijst wel naar rituele praktijken en combineert zangers met verschillende achtergronden, maar deze kaders worden niet leidend gemaakt in de ervaring. Het enige dat YouYou Group eigenlijk doet, is van het publiek vragen dat de performers dichtbij mogen komen, en om daar stomweg samen even te blijven.

Buitengewoon subtiel was hier de voortdurende onderhandeling, van de zangers onderling en die met hun publiek en verdere omgeving. Een bijzondere onderneming, ook omdat er geen tickets worden verkocht en er vanuit wordt gegaan dat niemand per se op dit optreden zit te wachten.

Ook verrassend was het gezongen ontbijt van King Sisters, de drie zussen Joske, Annelie en Marthe Koning die samen al geruime tijd voorstellingen maken waarbij het publiek op charmante manier wordt verleid om samen te zingen. Zing Ontbijt (toegankelijk vanaf 8 jaar) zet aan tot nadenken over grote zaken als het ontstaan van de wereld, de biologische habitat en het milieu van Nederland, maar ook de eigen stofwisseling, en hoe die dingen samenhangen.

LEES  Bekende Actrice Elsje de Wijn op 82-jarige Leeftijd Overleden: Nederland Rouwt

Heel letterlijk van noot tot noot en van het doorgeven van lepel tot lepel komen de verschillende onderwerpen ter sprake, maar wordt het publiek ook uitgenodigd om mee te doen, van het dekken van de tafel tot het meezingen van melodieus uitgekiende en dan toch weer eenvoudig gemaakte koorzang.

Rondom een grote tafel, waar ook de zangers aanzitten, in het daglicht, met de kinderen die uitdrukkelijk waren uitgenodigd om dit doelgroep-overstijgende moment mee te maken, worden de taken duidelijk afgebakend, zoals ook alle spullen voor het ontbijt precies op de goede plek moeten staan. Dit faciliteert niet alleen de eenvoudige deelname van het publiek, maar drijft diegenen die durven tot luid meezingen en andere vormen van een relatieve zelfwerkzaamheid.

De voorstelling eindigt precies daar waar het echte eten kan beginnen. Zing Ontbijt weerspiegelt mooi de Nederlandse benadering van ordening en landschap, van polder en niet te veel anarchistische poëzie. Dat collectiviteit uiteindelijk meer nodig heeft dan discipline zoals die in de polder ooit werd afgedwongen door het stijgende water, is iets dat bij de huidige generatie misschien niet meer helemaal op het netvlies staat. Of waar we niet-Nederlanders voor nodig hebben in de polder. Hoe dan ook is het voorstel van King Sisters buitengewoon geraffineerd in het stante pede organiseren van een collectief.

Handle with Care heette de DIY-voorstelling van Ontroerend Goed uit Gent, waarbij het publiek via een uitgekiende score (verstopt in hints die uit doosjes uit een doos komen) aan het werk gaat om samen iets te doen. De samenwerking verloopt hortend en stotend, maar daardoor worden juist de onderlinge verhoudingen duidelijk. Zeer vermakelijk, maar in zekere zin ook vrijblijvend, al kan ik me voorstellen dat een groter publiek, van meer dan twintig personen, geholpen had de dynamiek van het optreden van hen die ‘durfden’ te vergroten.

Ook met een score en zonder zang was het koor dat de Amerikaanse Emily Mast met De Gasten had weten te organiseren. In IFIF wordt aan de hand van een bewegingsscore (een verzameling regels) een choreografie gedanst, waarbij improvisatie, zelfbewustzijn en onwillekeurig gedrag vanzelf een rol spelen. Nieuw is het niet, en opwindend was het dan ook vooral voor de performers zelf. Het leverde toch een bepaald schouwspel op, al heeft het weinig met interessante dans te maken en meer met kunnen wij samen deze klus klaren? Ik begon me allengs wel af vragen waar de opstandigen waren tijdens Beyond the Black Box? Of moest ik daarvoor naar de Dam, om de hoek in Amsterdam?

Maar dan was er een koor van bomen, georganiseerd door Evelien Cammaert, waarbij bezoekers gevraagd werden in de foto’s op hun telefoon te zoeken naar een boom en deze (na enige instructies over hoe de screensaver stop te zetten) als een soort memory-kaart op tafel te leggen en één voor één het verhaal bij de foto van de boom te vertellen. Het was vreselijk ontroerend wat er zo uit onze door big tech gestuurde privéverzamelingen naar boven kwam en hoe mensen daar graag over vertelden. Slim van Cammaert om social media-gedrag om te turnen naar poëtische en genereuze momenten tussen mensen.

LEES  Eindelijk groen licht: Musical Willem van Oranje ondanks tegenslagen van start!

Cammaert, die twee jaar geleden al eens een eerste poging van dit project bij Winternights in Maastricht presenteerde, toont met Trees and Memories aan dat collectiviteit en hoe we die organiseren heel goed vorm kan krijgen met de bewuste apparaten en programma’s, terwijl we niet voor niks ons zorgen maken om onze privacy en de geopolitieke strijd die ermee verbonden is.

Ook opvallend was de tactiele belevenis, via een koord, voor eenlingen die geblinddoekt en met de handen impressies mochten opdoen van andere lichamen en lichaampjes in een niet goed te bepalen ruimte. De twintig à dertig minuten dat Touchscape: Camping Beyond Reasoning duurt, vliegen om. De ‘voelvoorstelling’ (wat officieel een immersieve installatie heet en verwant is aan object- en ervaringstheater) van Mahsa Koochak onder anderen in samenwerking met Laura Boser, had veel langer gekund. Maar dat is qua kosten waarschijnlijk niet te doen, vanwege al die onzichtbare begeleiders die de ervaring van de enkele bezoeker in goede banen en door verschillende zones leiden, van koud en warm, nat en droog, rommelig en helder, op handen en voeten, naar weer rechtop.

Touchscape is licht erotisch, lichtjes spookhuis, maar eigenlijk gaat het nooit zo ver dat het je echt doet vertrekken uit de constructie in het theater, waarvan je vanaf de entree weet dat je je daar bevindt. Of dat erg is, is de vraag. De rand van de bak met zacht zand en kiezels doet ook mee, net zoals de statieven,

Vergelijkbare berichten

Beoordeel dit post