Stel je voor: dertig uur lang een festival bezoeken met tien presentaties, inclusief twee lunches, een diner en een overnachting. ZoAP, Via Zuid en C-takt zouden van Winternights, een festival dat plaatsvindt in Maastricht en zich richt op locatiespecifieke voorstellingen, een echte theatersensatie kunnen maken. Dit concept, dat al tien jaar bestaat, richt zich op het tonen van onafgemaakt werk aan zowel collega’s als regulier publiek. Dit komt duidelijk naar voren in de wijze waarop de kunstenaars hun publiek verwelkomen, nog midden in hun creatieve proces.

Het festival Winternights biedt dus een podium voor experimenten, waarbij kunstenaars de effectiviteit van hun materiaal, methoden en technieken kunnen testen, vaak afkomstig uit diverse disciplines, om te zien hoe dit alles samenvalt en het publiek beïnvloedt.

Jitse Huysmans presenteerde een eerste versie van een audio-installatie en merkte tijdens het festival dat ze haar publiek wellicht overlaadde met te veel content. De persoonlijke aard van de interviews met oudere mensen in een verzorgingstehuis over spijt, beluisterd via een koptelefoon, stond in schril contrast met de vele onderzoeksvragen en bronnen die Huysmans tentoonstelde.

Spijt, erosie van tijd

De initiële ruwe montage van de verhalen in Spijt, erosie van tijd was op zich al krachtig en boeiend opgezet, waardoor het publiek geen behoefte had aan extra input tijdens de presentatie. Ook het idee van Huysmans om een grote installatie te bouwen waar publiek één voor één doorheen zou lopen, riep vragen op. Was zo’n installatie noodzakelijk als de natuurlijke samensmelting van de stemmen al zo mooi was met de witte keukentegels en het uitzicht op de gang?

Tijdens Winternights vinden de optredens plaats op niet-theatrale locaties zoals kelders en zolders, waarbij het publiek vaak dicht opeen zit. Dit was het geval bij enkele losse scènes uit Movement, een opera over astronauten door componist Sachit Ajmani, of bij enkele dialogen uit een stuk van Birsu Tamer, genaamd Istanbul, 2084, over een Turks echtpaar dat eeuwenlang aardbevingen meemaakt.

‘Welke titel zouden jullie deze futuristische opera geven?’ vroeg een acteur van Ajmani aan het publiek. Hij vroeg ook: ‘Hoe zien jullie het einde van dit verhaal voor je?’ De mix van sciencefiction en verhaalvertelling maakte indruk door de bijzondere combinatie van teksten en muziek, de levendige presentatie door de muzikanten en zangers, ook al waren deze dicht opeengepakt, en de prachtige kostuums van Valentijn Schmitz.

Actrice en toneelschrijver Tamer bevond zich nog vroeger in haar proces dan Ajmani. De afwisseling tussen intense fysieke momenten van hevige bevingen en de dialogen, waarin gender- en politieke machtsverhoudingen een rol spelen, waren zowel absurd als dynamisch. Ze wekten nieuwsgierigheid naar het uiteindelijke toneelstuk, dat volgend jaar in première gaat bij Festival Cement. Opvallend was dat zowel Huysmans, Ajmani als Tamer tijdreizen combineren met storytelling.

LEES  Anne Breure en Sadettin Kırmızıyüz onthullen toekomst theater: Staat van het Theater 2025!

Movement

Na de presentaties is er altijd ruimte voor vragen, uitleg, of als iemand daar geen behoefte aan heeft, worden er briefjes uitgedeeld waarop men schriftelijk kan reageren. Kunstenaars vertellen vaak over de keuzes die ze hebben gemaakt en wat ze met hun werk willen bereiken. Het publiek deelt zijn ervaringen en de vragen die de presentatie oproept.

De eerste generatie SoAP-makers, zoals Rita Hoofwijk, Paulien Oltheten, Nick Steur en Johannes Bellinkx, leiden de groepen van locatie naar locatie en herinneren indien nodig de jongere kunstenaars en/of het publiek eraan dat de feedbacksessies niet gaan over het beoordelen van het werk, maar over het bespreken van het creatieve proces. Wat helpt de kunstenaar verder?

Dit kan misschien braaf klinken, maar het is eigenlijk ontzettend interessant en soms ronduit overweldigend om als toeschouwer door de ogen van de maker te kijken, of andersom, om als maker door de ogen van de toeschouwers te kijken. De meeste makers weten ook het moment van feedback na de presentatie minstens zo goed te benutten als het moment van de performance zelf.

Er kunnen soms best kritische gesprekken ontstaan over de aanpak van een werk, maar ook over waar en hoe het te presenteren. ‘Dit is een intiem werk, waarom zou je het op een groot podium doen?’ vroegen verschillende mensen na afloop van de levendige presentatie van Princess Isatu Hassan Bangura in de kelder aan de Batterijstraat.

Wild Woman: Part I – The Bone Collector is nog lang niet af, maar het duet met drummer Ruben van Asselt is al indrukwekkend. Bangura combineert citaten uit Clarissa Pinkola Estés’ Women Who Run with the Wolves met een krachtige, door afropunk geïnspireerde energie, die zelfs om elf uur ’s ochtends in de kelder mensen op het puntje van hun stoel krijgt en zelfs aan het dansen maakt.

Psalm for the Monstrous

De presentatie van Psalm for the Monstrous door Elioa Steffen, die in de hoek van een kamer in het Theater aan het Vrijthof een lecture-performance deed, omgeven door beeldschermen, was heel anders. De komische en tragische aspecten van het transbestaan en de verbeelding ervan in fictie werden door Steffen soms documentair, soms als een fantastisch ritueel verbeeld.

De kwetsbaarheid van het lichaam tussen de schermen, simpelweg geplaatst in de hoek van de sjieke gouverneurskamer met een visgraatparket en wit stucwerk, is opmerkelijk. Steffen speelt sterk in op de verwachtingen die hun lichaam oproept en sluit af met een felle aanklacht tegen het geweld jegens de Palestijnen in Gaza en de Westbank.

Na afloop was er geen gesprek, maar Steffen deelde pen en papier uit voor geschreven reacties en stelde ook een heel concrete vraag: op welke plek, van nachtclub tot museum, zie je dit werk het beste tot zijn recht komen? Het was niet eenvoudig om die vraag te beantwoorden, omdat de performance zoveel grenzen tegelijk opzoekt. Psalm for the Monstrous is ernstig, vanwege het verbeelde geweld, maar Steffen weet met hun lichaam iets heel levendigs en concreets bloot te leggen, dwars op de fixatie van lichamen als het hunne.

LEES  Dans- en toneelmedewerkers enthousiast over hun baan: Ontdek waarom!

Behalve antwoord op specifieke vragen, doet het publiek natuurlijk niets liever dan complimenten uitdelen, en is het uiteraard iets zuiniger met kritiek. Makers hebben zelf snel genoeg door wanneer iets niet werkt zoals gedacht of bedoeld. Maar meestal is het omgekeerd en moeten makers overladen worden met complimenten voordat ze hun schroom of bescheidenheid laten varen over een element in hun werk, waarvan ze niet in de gaten hebben hoe goed het werkt.

De discrepantie tussen verwachtingen en uitkomsten – en dat is precies waar onderzoek doen en kunst maken samenkomen – vormen de crux van de Winternights-formule. Layla Önlen introduceerde haar publiek met een mooie tekst bij een enorme rol rood band. Wanneer ze haar publiek vervolgens naar een overloopje brengt waar meer van dat band ligt, microfoons staan en een videoprojectie speelt, nodigt ze hen uit om zelf te gaan spelen.

Het is opmerkelijk hoe trefzeker enkele mensen uit mijn groepje al improviserend de set tot een waar instrument weten om te bouwen, maar ook prachtige stiltes en nikserigheid toelaten. Na afloop vertelt Önlen dat eerdere groepen met z’n allen de vloer waren opgegaan en er een grote puinhoop van hadden gemaakt. Dus had ze enige ingrepen gedaan, maar nu vroeg ze zich af: was onze trefzekerheid het gevolg van die ingrepen of bestond onze groep gewoon uit zeer geoefende collega’s?

Yunus Bilir plaatste een box in een bak water en speelde op zijn saz zodanig lage tonen dat het water ervan trilde en golvende patronen maakte. Daarbij vertelde hij een verhaal over zijn reis naar Nederland en leerde het publiek een bootje te vouwen van papier. Elsa van der Linden is ook muzikant en probeerde evenzeer grenzen aan de kaak te stellen, maar dan die tussen de geluiden waarnaar je luistert en de geluiden die je laat zitten omdat ze geen muziek zijn. Daarvoor gaf ze haar publiek enorme toeters om mee te horen, terwijl zij en haar collega-muzikant minder gebruikelijke geluiden uit hun saxofoons haalden.

Soms is er maar een klein zetje nodig om de werkelijkheid op zijn kant te zetten, zoals bij Bilir, die met enkele eenvoudige gebaren een groot gevoel van verlatenheid, lotsverbondenheid en kracht losmaakte. Soms, zoals bij Van der Linden, lijkt die eenvoud net iets te eenvoudig. Naar concreet geluid luisteren is anno 2025 ronduit voor de hand liggend. Maar de opstelling van het publiek met de toeters leverde een prachtige choreografie op van lichamen en objecten. Maakt het uit of dat zo bedoeld was?

LEES  Ontdek de Dynamiek en Leven in Leo van Velzen's Theaterfoto's: Een Unieke Kijk!

Na de sobere en doorwrochte presentaties voelt de veelheid aan licht en muziekjes van de kerstmarkt op het Vrijthof als een regelrechte aanslag. Winternights is zeker ook een manier om af te kicken van een overprikkelde cultuur, waarin niet alleen een teveel aan spullen, maar ook een overdosis aan ervaringen wordt aangeboden, zonder dat iemand zich lijkt druk te maken om de effecten.

Tien jaar Winternights tekent zich door fijne kneepjes, ongedwongenheid en zelforganisatie. Het werk staat centraal, daaromheen scharen zich makers en publiek. Omdat de presentaties voortdurend uit de comfortzone van de traditionele kijk- en maaktraditie stappen, en niemand ooit precies weet hoe het zou moeten, wordt iedereen uitgedaagd. Het experimentele karakter van het festival brengt ook het meest bedreven publiek in de war, zo blijkt steeds opnieuw uit de gesprekken tijdens de wandelingen van locatie naar locatie of in de Lutherse kerk.

A Mass on the Move

Terwijl ik richting trein ga, vertrekt in de vroege avond een enorme groep mensen richting Vrijthof, om daar met Johannes Bellinkx een flashmob te doen. Bellinkx gaat met Benjamin Vandewalle A Mass on the Move maken, waarbij ze collectiviteit, lichamelijkheid en stedelijke ruimte tot één vloeiende, gedeelde ervaring willen maken. Dan is het natuurlijk buitengewoon logisch om het publiek van Winternights te betrekken bij, of te gebruiken voor, een eerste onderzoek voor deze XXL-insitu-participatie-choreografie.

Ook groot van opzet was de samenwerking tussen festival Musica Sacra en Via Zuid, met studenten van het conservatorium en de toneelschool, wat uitliep op een nachtlange performance in Radium, All Night Long, waarbij het publiek kon blijven slapen. Ontprikkeling, kleinschaligheid, ernst, verdieping, persoonlijke verhoudingen en ongedwongen gesprekken tussen bezoekers en performers: Winternights wist het weer in een paar vreselijk efficiënte uren bij elkaar te vatten.