Hoe is het om theater te produceren tijdens een oorlog? Op verzoek van het Oekraïense Instituut voor Culturele Diplomatie is Marijn Lems, een journalist van Theaterkrant, deze week in Kyiv. Hij spreekt daar met professionals uit de theaterwereld. ‘Internationale connecties zijn van levensbelang.’
Er zijn maar weinig situaties die de absurditeit van oorlog zo duidelijk maken als wakker worden midden in de nacht door Luke Skywalker, die je vertelt dat er luchtalarm is. Mark Hamill, bekend als Skywalker in de Star Wars-films, heeft zijn stem geleend aan de luchtalarm-app van het Oekraïense fondsenwervingsplatform United 24. Na een kort verblijf in de badkamer (een Telegram-bericht zei dat het slechts om één drone ging, dus een hotelbunker was niet nodig), kondigt Hamill het einde van het alarm aan met ‘may the Force be with you’.
Op weg naar de eerste theatervoorstelling van die dag, kom ik in de stad verschillende militaire checkpoints tegen. Soldaten wijzen me vriendelijk de weg om deze blokkades heen. In het Ivan Franko Theater wordt een bewerking van Camus’ ‘Caligula’ opgevoerd, geregisseerd door Ivan Uryvskyi, wiens naam we nog vaker zullen zien deze week. Het gestileerde acteerwerk is in het begin wennen, maar valt op zijn plaats zodra Oleksandr Rudynskyi als Caligula verschijnt: zijn vertolking is een intrigerende mix van kwetsbaarheid en wreedheid, een jonge man die de corrupte Romeinse status quo wil omgooien. Onder regie van Uryvskyi, die alle acteurs wit heeft geschminkt, transformeert het stuk in een tragedie met een burlesk tintje.
De scenografie is cruciaal voor de sfeer. Een grote metalen structuur domineert het toneel, met luikjes die open en dicht kunnen. Dit benadrukt de alomtegenwoordige paranoia: de personages leven in hokjes en komen daar zelden uit. Caligula’s rechterhand, Helicon, deelt haar ‘hokje’ met een ouderwetse recorder, wat associaties met de KGB oproept, en de corruptie die Caligula aanpakt lijkt ook op die in de hedendaagse Oekraïense politiek. Uryvskyi verwerkt subtiel verwijzingen naar de actualiteit in zijn stuk, zonder dat het mysterie van Caligula verloren gaat.
De existentiële vertwijfeling van de keizer past goed bij een oorlogssituatie: hoe kun je vernietigen zonder zelf vernietigd te worden? Hoe houd je geloof in het leven en je medemens als alles wijst op de zinloosheid van het bestaan?
Een opvallend element in beide voorstellingen tot nu toe is dat tijdens het applaus muziek speelt, iets wat in Nederland zelden voorkomt. Door deze muziek voelt het applaus nog steeds als een formeel onderdeel van de voorstelling, waardoor de acteurs in hun rol blijven en de afstand tussen publiek en spelers intact blijft.
Na de voorstelling brengen we een bezoek aan het Mystetskyi Arsenal-museum voor een expositie over de Oekraïense dichter Vasyl Stus. Yulia Naidukh, de projectmanager van de tentoonstelling, legt uit dat bezoekers behoefte hebben aan verhalen van mensen die vergelijkbare ervaringen hebben ondergaan. ‘Mensen voelen zich eenzaam in deze oorlog; het helpt hen om Oekraïense dissidenten uit het verleden te zien die, ondanks dat ze er alleen voor stonden, hun strijd voortzetten. Stus werd tweemaal door het Sovjetregime gevangengezet vanwege zijn betrokkenheid bij de Oekraïense cultuur en stierf in 1985 in een strafkamp.
‘In de tentoonstelling koppelen we het leven van Stus aan verhalen die daarmee resoneren, zoals een groep studenten in het Russisch-georiënteerde Donetsk die jaren geleden voorstelden hun universiteit naar Stus te vernoemen. Hun docenten en de politie probeerden hen het zwijgen op te leggen omdat ze dachten dat het een westers complot was.’ Dit verhaal doet denken aan de studentenprotesten op Amerikaanse universiteiten tegen de genocide in Gaza, waarvan de deelnemers van Hamas-sympathieën of beïnvloeding door George Soros werden beschuldigd. Voor machthebbers is het altijd makkelijker om dissidenten van brainwashing te beschuldigen dan de dialoog aan te gaan.
Een ander interessant aspect van de tentoonstelling is dat dit de eerste keer in drieënhalf jaar is dat er weer kunstwerken te zien zijn in het museum, in de vorm van schilderijen en sculpturen van kunstenaars uit Stus’ vriendenkring. ‘In de eerste jaren van de full-scale-invasion [niemand in Oekraïne gebruikt het woord oorlog, men gebruikt deze zeer precieze term, die ook nog eens laat doorschemeren dat de Krim al in 2014 werd geannexeerd] durfden we geen schilderijen op te hangen omdat er elk moment gebombardeerd kon worden. Dat is nog steeds zo, maar we weten niet wanneer dit ophoudt en mensen hebben kunst nodig. Nu hebben we het zo ingericht dat we alles binnen enkele minuten kunnen opbergen als het luchtalarm afgaat.’
Kleine details in de expositie springen eruit. Bepaalde teksten zijn in lades gelegd, in verwijzing naar het Oekraïense idioom ‘iets dat in de lades geschreven is’, wat zoveel betekent als ‘iets dat niet voor publicatie geschikt is’. Het laat zien hoe het leven onder een onderdrukkend en uiteindelijk totalitair regime, zoals Oekraïne bijna tweehonderd jaar heeft meegemaakt, ook zijn sporen in de taal nalaat.
Het einde van de expositie is indrukwekkend. In november 1989, enkele weken na de val van de Berlijnse Muur, vond op aandringen van zijn nabestaanden een herbegraving van Stus in Kyiv plaats. Zijn stoffelijk overschot was vier jaar lang in het Russische deel van de Sovjet-Unie gebleven, omdat de autoriteiten zijn lichaam pas wilden overdragen nadat zijn gevangenisstraf erop zat. De herbegraving mondt uit in een enorme processie van zo’n 30.000 mensen, volgens aanwezigen de grootste demonstratie in Kyiv tijdens de Sovjettijd. In video-interviews met mensen die er toen bij waren herbeleeft de bezoeker samen met hen de bevrijding van die dag, toen het voelde alsof het juk van zeventig jaar Sovjetunie werd afgeworpen (de onafhankelijkheid van Oekraïne volgde iets meer dan twee jaar later).
Een van mijn Oekraïense gastheren heeft enkele kritische kanttekeningen bij de tentoonstelling. ‘Ze hebben wel een beetje de complexiteit van de geschiedenis afgevijld. Stus was geen eenzijdige zeloot voor de Oekraïense zaak, hij was een complex figuur die zowel door Oekraïense als door Russische literaire invloeden is gevormd. Dat wordt wat mij betreft een beetje te veel terzijde geschoven – begrijpelijk onder onze huidige omstandigheden, maar toch.’ Na de woorden van Naidukh, die toch wel erg de nadruk legde op instrumentalisering van de tentoonstelling om de moraal van de bevolking op te vijzelen, kan ik me er iets bij voorstellen.
Er is geen tijd om er lang bij stil te staan want het volgende programma-onderdeel dient zich alweer aan: een korte keynote van Volodymyr Sheiko, de algemeen directeur van het Ukrainian Institute. In grote lijnen vertelt hij ons over de belangrijkste invloeden op het Oekraïense podiumkunstenveld, van de nasleep van het Russische kolonialisme tot de kloof tussen de grote, door de overheid gefinancierde theatergezelschappen en de onafhankelijke theaterscene.
Om met dat eerste te beginnen: de Sovjetbezetting heeft gezorgd voor een periode van stilstand van meer dan 70 jaar. ‘Alles wat aan kunst werd geproduceerd was in opdracht van de staat, en moest aan strikte regels voldoen. Alle ontwikkelingen en uitwisseling is die hele periode systematisch tegengehouden. We hebben sinds 1991 een inhaalslag gemaakt, maar we merken de effecten van die periode nog steeds.
‘We hebben nog altijd geen divers cultuurbeleid vanuit overheidswege. De staat steunt theater dat voor een breed publiek wordt gemaakt, maar de meer artistiek complexe makers worden aan hun lot overgelaten. Zij worden veelal door fondsen uit het buitenland ondersteund. Ook de pers is vrij homogeen in zijn smaak, en is er is überhaupt weinig ruimte voor kunstkritiek in de kranten. Er zijn nog geen alternatieve platforms voor critici, en als jonge makers en theaterliefhebbers zelf op social media pogingen tot kritiek doen, worden ze overspoeld door comments van mensen die vinden dat ze hun fijne avond ondermijnen met hun kritische blik. Dat alles leidt niet tot een sector waarin veel ruimte is voor experiment.
‘Daarom is de verbintenis met het buitenland dus broodnodig, en daar leggen we ons als Ukrainian Institute op toe. We proberen Oekraïense gezelschappen bij te brengen hoe ze werk kunnen maken dat interessant is voor het internationale circuit, zonder dat het zijn eigenheid verliest. Die eigenheid is immers juist de reden dat het Oekraïense theater de afgelopen jaren zo populair is geworden.’
Gevraagd naar de omgang met Russische kunst zegt Sheiko dat de eerste inzet van het Ukrainian Institute, gericht op een boycot, gefaald heeft. ‘Van de meeste Europese instellingen kwam er grote weerstand om politieke overwegingen te laten prevaleren boven artistieke overwegingen, zelfs in het licht van een full-scale invasion van een soeverein land. We zien de laatste tijd ook dat er juist weer méér Russische kunstenaars worden geprogrammeerd, hoewel de invasie nog steeds voortduurt. Dus nu zetten we in op een andere strategie: Oekraïens werk promoten als alternatief voor Russische programmering.’
Sheiko sluit af met een verrassende uitspraak. Gevraagd wat zijn hoop is voor het Oekraïense theater over vijf jaar, zegt hij dat hij op persoonlijk niveau weer ‘plezier’ zou willen hebben in het theater. ‘Niets van wat ik nu in het Oekraïense theater zie vind ik opwindend.’ Het is een nogal krasse uitspraak voor de algemeen directeur van een instituut met de taak om datzelfde werk internationaal aansluiting te laten vinden, maar omdat Sheiko moet vertrekken is er geen tijd om erop door te vragen. Ongetwijfeld kom ik hem de komende dagen nog eens tegen – dan zal ik eens vragen waar voor hem de pijnpunten liggen.
Vergelijkbare berichten
- Belegerd Oekraïens Theater: Dag 1 van een Historische Zelfvertelling!
- OM staakt vervolging tegen regisseur Zholdak na incident met danseres: Details onthuld!
- Theater in Oekraïne onder vuur: Dag 3 van de belegering, strijd op twee fronten!
- Sjoert Bossers benoemd: Nieuwe directeur bij De Lievekamp onthuld!
- Intelic wil de ‘Android van defensie’ worden: Revolutionaire software voor militaire drones!

Loes Bakker is onderwijsspecialist met jarenlange ervaring in beleid en praktijk. Haar bijdragen gaan over vernieuwing, digitalisering en pedagogische kwesties in het onderwijs. Ze legt onderwijsontwikkelingen kritisch bloot, altijd met een hart voor leerlingen, leerkrachten én een toekomstgericht onderwijssysteem dat iedereen gelijke kansen biedt.